Les 6: Byzantijnse kunst

In het jaar 313 proclameerde keizer Constantijn dat alle godsdiensten, en dus ook het Christendom, in vrijheid mochten worden uitgeoefend. 78 jaar later riep keizer Valentianus II het christendom uit tot staatsgodsdienst. Daarmee luidden deze keizers het einde in van het Romeinse Rijk, zoals wij het tot op dat moment kenden, en was dit het begin van het zogenoemde Byzantijnse Rijk, ook wel het Oost-Romeinse Rijk genoemd, een tijdvak dat van de 5de tot de 13de eeuw zou duren. Het Byzantijnse Rijk werd vernoemd naar de Griekse stad Byzantium, die men in het jaar 330 na Chr. omdoopte tot de stad Constantinopel, het huidige Istanboel. Deze keizers presenteerden zich als de christelijke leiders die door God waren aangesteld.
Tot de 5de eeuw konden de christenen zich in de kunst alleen uiten via wandschilderingen in de catacomben, de begraafplaatsen van het oude Rome, waar zij met name gebeurtenissen uit het Oude Testament en een enkele keer het Nieuwe Testament afbeeldden. Dit gebeurde niet alleen in de vorm van wandschilderingen, maar ook in de vorm van kleine ivoren tweeluikjes in reliëfvorm, incidenteel in houtsnijwerk en in reliëfs op de sarcofagen (stenen doodskisten). Het waren de eerste uitingen van kunst van een christelijke gemeenschap. 
Deze eerste christelijke vormen van kunst vinden we ook terug in  de vorm van mozaïeken. U kunt enkele bijzondere voorbeelden van mozaïeken uit de eerste helft van de 6de eeuw vinden in de basiliek San Vitale in de Italiaanse stad Ravenna, de belangrijkste Byzantijnse stad in Italië. De mozaïeken in het absis van Justinianus en zijn vrouw Theodora en volgelingen zijn fraaie voorbeelden van Byzantijnse kunst. Zij tonen het Byzantijnse ideaal van lange gestalten met grote ogen en het vermijden van iedere aardse dimensie. Om het niet aardse te versterken gebruikte men in de achtergrond van deze mozaïeken goudkleurige tesserae. Wat betreft stijl komen de mozaïeken overeen met de icoonschilderkunst.
De mozaïeken in de Santa Maria Maggiorebasiliek in Rome stammen uit het begin van de 5de eeuw. 

De kroning van de Heilige Maagd Maria door Christus, van de kunstenaar Jacopo Torriti uit 1295 na Chr. de bloemenornamentnen dateren uit het begin va de 5de eeuw)
Afbeelding: Mozaïeken, deels uit het begin van de 5de eeuw en deels uit het jaar 1295 na Chr. van de hand van de kunstenaar Jacopo Torriti, kortweg Turriti genoemd,  in de Santa Maria Maggiorebasiliek in de Italiaanse hoofdstad Rome.  
De mozaïeken tonen de kroning van de Heilige Maagd Maria door Christus in een groot medaillon. Het medaillon is omgeven door een uitgestrekt bloemenornament met bloemen, vogels en dieren, daterend uit het begin van de 5e eeuw na Chr.. In de onderste strook van het mozaïek zien we de staande figuren van Sint-Pieter (Petrus), Sint-Paulus en paus Nicolaas IV aan de linkerzijde, en Johannes de Doper, Sint-Jacobus de Grote, Sint-Antonius en Jacopo Colonna aan de rechterzijde. De muren zijn verder versierd met scènes uit het leven van Maria. De apsis van Santa Maria Maggiore is het belangrijkste bewaard gebleven voorbeeld van Romeinse mozaïekkunst uit de middeleeuwen. De invloeden van de klassieke Romeinse kunst zijn overal in de mozaïeken waarneembaar. 
Locatie: Deze mozaïeken bevinden zich in de Santa Maria Maggiorebasiliek in de Italiaanse hoofdstad Rome.

Christus werd oorspronkelijk afgebeeld als een frisse, baardeloze jongeman. Een manier van afbeelden die eeuwen lang werd toegepast. Pas in de vroege middeleeuwen kreeg de afbeelding van Jezus, zoals wij die kennen, gestalte. Men vond blijkbaar dat een wijze, wat magere man met een baard en een lange haardos beter paste bij het beeld van Jezus dat de kerkleiding wenste. Hij kreeg in deze nieuwe afbeeldingen het uiterlijk van een volwassen filosoof.
Het Byzantijnse Rijk had als hoofdstad de stad Nova Roma ofwel Constantinopel, vernoemd naar keizer Constantijn. In de 13de tot en met de 15de eeuw was de macht van het Byzantijnse Rijk al tanende en was veel van het oorspronkelijke grondgebied door oprukkende stammen en volkeren afgesnoept. De stad Constantinopel werd in 1453 veroverd door de Ottomaanse sultan Mehmet II. Hiermee kwam het Byzantijnse Rijk aan haar einde en kreeg de stad haar huidige naam: Istanboel. Veel hoogwaardigheidsbekleders, wetenschappers en andere intellectuelen vluchtten naar Italië en zorgden daar voor een opleving van kunsten en wetenschappen, een tijdvak in de kunstgeschiedenis die we later als de Renaissance zouden aanduidden. In de bijna 1200 jaar dat het Byzantijnse Rijk floreerde ontwikkelde zich de Byzantijnse kunst, een kunstvorm die bestond uit een interessante mengeling van Oud-Griekse kunst, Romeinse kunst en invloeden uit het Oosten. Bijzonder is dat je tot op de dag van vandaag de Byzantijnse kunst en de daaraan gekoppelde religie terug kunt vinden in bijvoorbeeld de Grieks-Orthodoxe kerk, de Oekraïens-Orthodoxe kerk en de Russisch-Orthodoxe kerk. 

Iconen op het altaar van een van de kerken in he Zverinetsky-klooster in Kiev in de Oekraïne
Afbeelding: Iconen op de iconostase achter het altaar van een van de kerken in het Zverinetsky-klooster in Kiev in de Oekraïne. De iconostase is de wand met iconen en andere schilderijen die het schip van de kerk, waar de leken zitten, afsloot van het alleen voor priesters toegankelijke priestergedeelte. In het priestergedeelte vond (en vindt) volgens de gelovigen het mysterie plaats van de omzetting van wijn en brood in het bloed en lichaam van Jezus Christus. 
Locatie: Het Zverinetsky-klooster staat in de stad Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. ©Ronnie Rokebrand.

Kunst voor God, Christus en geestelijkheid

In de Byzantijnse kunst stonden God, Christus en het geloof op de allereerste plaats. Op mozaïeken, iconen en fresco’s op de muren van kloosters en kerken werd het christelijke verhaal verteld aan de gelovigen. Velen onder hen konden lezen noch schrijven en zo vertelden deze kunstuitingen het verhaal van de Bijbel en de geschiedenis van het geloof aan de gelovigen. Beeldhouwwerk zag men in het begin van deze periode weinig. De geestelijkheid vond dat de beelden teveel leken op de beelden van de goden in het Romeinse Rijk; vandaar hun weerstand daartegen. Afbeeldingen op wanden en panelen waren in hun ogen minder belastend en uiteindelijk moest het verhaal van het geloof wel beeldend gemaakt worden voor de veelal analfabete bevolking. Een uitzondering vormde de tweede helft van de 8ste eeuw en het eerste kwart van de 9de eeuw. Toen was het ook verboden om iconen te beschilderen met mensfiguren, men noemde dit de tijd van het iconoclasme. In die tijd werden er ook veel iconen vernietigd. Gelukkig was dit dogma niet in alle hoeken van het Byzantijnse rijk bekend, zodat we in het Sint-Catharinaklooster in de Egyptische Sinaïwoestijn nog enkele iconen kunnen bewonderen uit de 7de eeuw na Chr..

Icoon van Sint-Pieter uit het Sint-Catharina klooster in de Egyptische Sinai uit de 7de eeuw.
Afbeelding: Icoon van Sint-Pieter (Petrus) uit het Sint-Catharina klooster in de Egyptische Sinaï uit de 7de eeuw. Het klooster werd door keizerin Helena in 337 na Chr. gebouwd op de plek waarvan vanaf de 3e eeuw werd aangenomen dat  zich daar het Bijbelse brandend braambos bevond, van waaruit God tot Mozes sprak.
Locatie: Deze icoon van Sint-Pieter maakt deel uit van de collectie van het Sint-Catharinaklooster in de Egyptische Sinaï. 

Andere iconen met afbeeldingen van Maria met het kindje Jezus uit de 7de en 8ste eeuw staan in de Santa Mariakerk in de volkswijk Trastevere en de Santa Francesca Romanakerk, beide in de Italiaanse hoofdstad Rome. 

Christelijke symboliek

In het tijdvak voordat de keizers Constantijn en Valentianus II het opnamen voor het christelijke geloof werden christenen nog vaak vervolgd. Vandaar dat zij hun goden in die periode vaak als symbolen afbeeldden. Dat bracht minder risico’s mee voor de gelovigen die vaak in het geheim bijeen kwamen in gewone woonhuizen die men in die tijd domus ecclesiae noemde. Domus betekend in het Latijns woonhuis en ecclesiae is Grieks voor bijeenkomst. Het gevolg was dat deze symboliek ook een belangrijke plaats in ging nemen in de Byzantijnse kunst. Een vis stond bijvoorbeeld symbool voor Christus, evenals een herder met een lam (het Lam Gods). De duif stond symbool voor de Heilige Geest, en een hert symboliseerde de christelijke kerk. Op veel afbeeldingen zagen we de hand van God uit de wolken neerdalen. 
De strengheid die de geestelijkheid innam tegenover het vervaardigen van beelden van God en Christus zagen we ook terug in andere strenge  regels voor de kunstenaars. Men hield er niet van als een kunstenaar zich niet aan deze regels hield. In alle afbeeldingen hielden de kunstschilders zich aan een strakke compositie, waarbij symmetrie en symboliek van tevoren vaststonden, vaak met God, in de vorm van de almachtige Pantocrator, en Christus centraal omgeven door engelen. Ook Christus werd vaak als Pantocrator weergegeven op panelen, vaak met de vingers van zijn rechterhand zegenend en onderwijzend omhoog gestoken en in zijn linkerhand een evangelieboek (zie de grote afbeelding op deze webpagina), maar hij werd ook vaak afgebeeld op de centrale koepel van een godshuis waarvan hij vanuit het hemelgewelf op de gelovigen neerkeek. De strengheid zie je ook terug in de gezichten van de frontaal en vaak bewegingloos afgebeelde schilderingen van God en Jezus; zij kijken als heersers over het heelal streng op de gelovigen neer. De kleur goud verwees naar het Goddelijke Rijk en de hemel, terwijl de kleur blauw symbool stond voor het aardse. Er zijn dan ook veel afbeeldingen en iconen waarop Jezus staat afgebeeld met een gouden aureool en bijvoorbeeld een blauw gewaad, omdat vooral Jezus in zijn verschijning symbool staat voor zowel het goddelijke als het aardse. Ook bij afbeeldingen van Maria zien we regelmatig deze combinatie van kleuren terugkomen. Maria werd sinds het Concilie van Efeze in 431 na Chr. officieel geëerd als de moeder van Christus. Voor die tijd besteedde men aan haar verschijning geen aandacht. In de loop der eeuwen nam de aversie van de geestelijkheid tegen het vervaardigen van beelden af, het Romeinse Rijk lag voor hen ver in het verleden, en dus maakten de beeldhouwers uit die tijd steeds meer beelden van Jezus, Maria, apostelen en andere heiligen die men in de godshuizen plaatste. Toch zou het vervaardigen van iconen als ambacht blijven bestaan, zoals de serene iconen van de Rus Andrej Roebljov (1360-1430 na Chr.) en zijn navolgers aantoonden. 

Medaillon van de Heilige Maagd Maria uit circa 1100 na Chr..
Afbeelding: Medaillon van de Heilige Maagd Maria uit circa 1100 na Chr.. Haar blauwe gewaad verwijst naar het aardse; de gouden achtergrond naar het goddelijke. Het is een van twaalf medaillons die een icoon met de aartsengel Gabriel omringde. Het medaillon is door het Byzantijnse hof geschonken aan haar buurland Georgië. 
Locatie: Dit medaillon bevindt zich in het Metropolitan Museum of Art in New York in de VS.

De bouw van kerken

De christenen hadden zich altijd verborgen gehouden in grotten en woningen die als huiskerken fungeerden en waar zij hun diensten hielden. Dat veranderde nu hun religie werd erkend en de christenen eigen godshuizen gingen bouwen die zij later kerken noemden. De voormalige Romeinse tempels kon men niet gebruiken, omdat deze meestal klein waren met een afbeelding van een Romeinse god. Hier kon men de erediensten niet in houden. Men ging op zoek naar voorbeelden van gebouwen die wel geschikt waren voor het huisvesten van veel mensen tijdens de eredienst. Deze vond men in de basilica ofwel basilieken, waarin de Romeinen zowel markten hielden als recht spraken. Zij bestonden uit een langgerekte hal met een houten schip als plafond, met aan weerszijden wat smallere nevengedeelten, afgescheiden met zuilen. Deze zuilen ondersteunden de gewelven en werden soms regelrecht uit de oude Romeinse tempels gesloopt. Later ondergingen de Korintische kapitelen een christelijke gedaantewisseling en werden rijkelijk bewerkt met christelijke symbolen. Aan de voorzijde van de langgerekte hal was een half overkoepelde ruimte waar de rechter troonde tijdens de rechtszaken. Nadat Helena, de moeder van keizer Constantijn, een dergelijke basiliek tot kerk verbouwde en inrichtte werd het een standaardpatroon voor de bouw van nieuwe kerken. Helena bouwde in 326 na Chr. in Jeruzalem de Kerk van het Heilige Graf op de top van de berg Golgotha. De plek waar Jezus van Nazareth aan het kruis werd gespijkerd, ter dood gebracht en vervolgens begraven. Deze Byzantijnse kerk herbouwde men herhaaldelijk, maar de kenmerkende grote koepel boven het graf is bewaard gebleven.
Andere fraaie voorbeelden zijn de Kathedraal van Monreale op het Italiaanse eiland Sicilië, de San Marco in Venetië en de Hagha Sophia in Istanboel, gebouwd in de jaren 532-537. In wezen worden de huidige kerken nog steeds volgens dit basispatroon gebouwd. Er werden ook koepelbasilieken gebouwd, waarin een centrale koepel het kerkgebouw overwelfde. Deze koepel kwam als bouwvorm oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, maar werd in de christelijke architectuur het symbool van het universum en het hemelgewelf. De Hagha Sophia in Istanboel, sinds de val van Constantinopel in 1453 na Chr. de Aya Sophia geheten, vormt in wezen een architectonische mix van de traditionele kerkbouw en een koepelbasiliek. Dit godshuis werd op voorspraak van keizer Justinianus in 537 na Chr. gebouwd met als doel om het fraaiste en grootste kerkgebouw in de toenmalige wereld te scheppen. De immens grote koepel werd door wiskundigen ontworpen en rustte op vier halve koepels die op hun beurt werden gedragen door natuurstenen zuilen en bakstenen muren. Ondanks deze goed doordachte constructie stortte de koepel na 21 jaar in en moest het worden herbouwd. Ook in de jaren daarna volgden nog vele bouwwerkzaamheden om de constructie te verstevigen. In 1453 na Chr. kwam de kerk onder Ottomaans bestuur en werd het gebouw een moskee. Men voorzag het gebouw van vier minaretten en het kruis op de grote koepel verving men door een halve maan. Binnenin hingen de moslims zes platen met de namen van Allah, Mohammed en de vier rechtgeleide kaliefen op. Deze hangen er nog steeds. In 1934 werd het gebouw een museum, maar de Turkse president Erdogan maakte er in 2020 weer een moskee van, ondanks protesten van onder meer UNESCO. 
Een ander goed voorbeeld van een koepelbasiliek is de eerder beschreven 6de-eeuwse  Basiliek van San Vitale in de Noord-Italiaanse stad Ravenna. Een fraaie laat-Byzantijnse kathedraal uit de 16de eeuw is de beroemde Basiliuskathedraal. Deze werd in 1560 geopend door Ivan IV, de eerste tsaar van de Russen die men ook wel Iwan de Verschrikkelijke noemde. Deze Basiliuskathedraal staat aan het Rode Plein in de Russische hoofdstad Moskou. 

Interieur San Marco basiliek in Venetie met in het gewelf een afbeelding van het13de-eeuwse godshuis. C. Roman Bonnefoy
Afbeelding: Interieur San Marco basiliek in Venetië met in het gewelf een afbeelding van het 13de-eeuwse godshuis. ©Roman Bonnefoy.
Locatie: De San Marco basiliek staat in de Italiaanse stad Venetië.

In de kerken en basilieken maakte men gebruik van liturgisch vaatwerk, waaronder ampullen, kelken, hostieschalen, processiekruizen en reliekhouders. Er zijn prachtige voorbeelden uit de Byzantijnse periode bewaard gebleven, vaak vervaardigd van zilver of goud en afgewerkt met edelstenen en halfedelstenen.

Iconen

De strenge regels voor het weergeven van afbeeldingen van Jezus, Maria, heiligen en religieuze feesten en gebeurtenissen, zagen we ook terug in de regels die er waren voor de schilders van iconen in de Byzantijnse periode. Deze strenge regels stonden in de zogenoemde canon ofwel schilderboeken die ervoor zorgden dat de iconen op een gelijke wijze werden geschilderd, zodat de zuiverheid van de leer hierin bewaard bleef. Men was zich al te goed bewust van het feit dat een icoon een mens meestal overleefde en dat afwijkingen in de beeltenissen dus een (toekomstig) gevaar konden betekenen voor de authenticiteit van de kerkelijke leer. Het schilderen van iconen was een heilige handeling en kon alleen uitgevoerd worden als een schilder vooraf al zijn zonden had opgebiecht bij zijn biechtvader. Men had God zijn zegen nodig om een icoon te mogen schilderen. Pas nadat hij deze zegen had ontvangen, mocht hij het houten paneel beschilderen. Deze schilderingen op houten panelen van Jezus, de Heilige Maagd en andere heiligen maken tot op de dag van vandaag deel uit van de religie en de godshuizen in de orthodoxe kerken in Oost-Europa, maar ook nog in de christelijke kerken in Ethiopië, Egypte en Griekenland.

Kaarsjes branden voor een Icoon in een orthodoxe kerk in Oekraïne
Afbeelding: Iconen spelen nog een belangrijke rol in de kerken van Oost-Europa, zoals hier in een orthodoxe kerk in Kiev. De gelovigen branden kaarsjes voor de afgebeelde heilige op het icoon. Het is een afbeelding van Maria. Zij draagt een blauw onderkleed, omdat zij in de eerste plaats mens is (blauw verwijst naar de aarde). Verder draagt zij een rode mantel. Deze kleur toont aan dat God haar heeft bekleed met de hemelse liefde.
Locatie: Deze icoon hangt in een orthodoxe kerk in de Oekraïense hoofdstad Kiev. ©Ronnie Rokebrand.

Al zijn veel van de regels aangepast aan de lokale beleving en uitvoering van een godsdienst.
Voor het schilderen van iconen maakt men exclusief gebruik van in de natuur voorkomende materialen, zoals hout, lijm, hars, krijt, bladgoud (indien beschikbaar) en tempera-verf. Andrej Rjoeblov was de beroemdste icoonschilder uit de late Middeleeuwen in Rusland. Zijn manier van het schilderen van iconen werkte eeuwen lang door in het oeuvre van veel Russische schilders, ook bij degenen die toen allang niet meer werkten volgens de strikte regels van het icoonschilderen.

De evangelist Marcus, denkend over de wereld en het geloof, uit de 11de eeuw
Afbeelding: De evangelist Marcus, denkend over de wereld en het geloof. Deze icoon komt uit Constantinopel (het huidige Istanboel) en is geschilderd in de 11de eeuw.
Locatie: Deze icoon hangt aan de muren van het Walters Art Museum in  Mount Vernon-Belvedere in Baltimore, Maryland in de VS.

Grote afbeelding: Een icoon van Onze Lieve Vrouw van altijddurende Bijstand. Maria draagt een blauw onderkleed, verwijzend naar de aarde en haar menszijn. Haar rode mantel verwijst naar de hemel en haar goddelijke status in deze hemel Jezus heeft weinig kinderlijks. Hij is afgebeeld als een kleine volwassene, geboren met een volwassen geest.
Locatie: Deze icoon van Maria met kind maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.