Winkelwagen

Les 32: Dada-beweging

Introductie

`bevor dada da war, war dada da
          Hans Arp, een van de grondleggers van de dada-beweging

De dada-beweging (1916-1924), de vereniging met aanhangers en aanhangsters van de kunststroom het dadaïsme, was een avant-gardische beweging van jonge en vooruitstrevende kunstenaars, waaronder kunstschilders, beeldhouwers, filosofen, schrijvers en dichters. Het begrip avant-garde stond voor jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteerden en die vooruitliepen met het vervaardigen van vernieuwende kunst.
De anarchistische dadaïsten zouden het niet leuk vinden als ze hoorden dat ik op deze pagina over een kunststroming sprak. Zij zochten juist de creativiteit en hun scheppingsdrang in de absolute artistieke vrijheid; in wezen in de chaos, in het toeval en in de eigen verbeelding. Zij waren niet gesteld op organisaties of bewegingen. Deze kunstenaars keken neer op de ratio die de mens alleen maar belemmerde en zochten juist naar irrationele toepassingen in hun kunstwerken, vaak gevoed door hun anarchistische denken. Zij verwierpen al het zelfbedrog van de heersende klasse, zoals de leden van de dada-beweging dat noemden. De veelzijdige Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg (1883-1931), die eigenlijk Christian Emil Marie Küpper heette, maar de naam van zijn stiefvader droeg, was een van hen. Men moet daarbij bedenken dat zij in een tijd leefden dat er een verschrikkelijke wereldoorlog gaande was.
De kunstenaars van de dada-beweging gebruikten in hun kunstuitingen mengvormen van beeldende kunst, poëzie, collages, assemblages, grafische ontwerpen en theater. Beroemd zijn hun optredens in kroegen en theaters met gedichten die nergens over gingen en die alleen bestonden uit ritmische klankuitingen. De invloed van de dada-beweging was belangrijk voor de na haar ontstane kunststromingen, met name op het surrealisme die ook de absolute artistieke vrijheid groot in haar vaandel had staan. Ook de later ontstane popart heeft haar wortels in de dada-beweging.

Constellatie volgens de wetten van het toeval, uit 1930 van Jean Arp. Het hangt in het Tate Modern in Londen
Afbeelding: Constellatie volgens de wetten van het toeval, uit 1930 van Hans Arp. Hij verfranste zijn naam in Jean Arp, omdat hij, als deserteur tijdens de Eerste Wereldoorlog, niet herinnert wilde worden aan zijn Duitse verleden. Hans Arp keek neer op het rationele denken van de mens die hem of haar alleen maar belemmerde. Hij zocht naar irrationele toepassingen in zijn kunstwerken, gevoed door zijn anarchistische denken. Geen wonder dat de titel van deze compositie verwijst naar `de wetten van het toeval’.
Locatie: Dit schilderij van Hans Arp hangt in het Museum Tate Modern. Dit museum voor moderne en hedendaagse kunst is gehuisvest in de voormalige elektriciteitscentrale Bankside Power Station, gelegen op de zuidoever van de Theems in de Engelse hoofdstad Londen.

De eerste kunstenaars van de dada-beweging

De dada-beweging ontstond `officieel’ in 1916 tijdens een bijeenkomst in een kroeg in de Zwitserse stad Zürich. De eerder genoemde Roemeense dichter Tristan Tzara (1896-1963) en Marcel Janco (1895-1984) ontmoetten daar de Duitse dichter, beeldhouwer en schilder Hans Arp (1886-1966) en de Duitse filosofen Hugo Ball (1886-1927) en Richard Huelsenbeck (1872-1974), die naar het neutrale Zwitserland waren gevlucht om aan de waanzin en de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog te ontkomen. Samen met de Nederlandse kunstschilder Otto van Rees (1884-1976) en de Zwitserse Sophie Taeuber (1889-1943) richtten zij de dada-beweging op in een poging om de bestaande normen, waarden en standaarden in de kunst en daarbuiten achter zich te laten in een zoektocht naar de complete artistieke vrijheid. De eerste aanzet werd echter in november 1915 gegeven door een expositie in de Galerie Tanner in Zürich van de kunstenaars Otto van Rees, zijn vrouw Adya van Rees-Dutilh en Hans Arp. De tentoonstelling zorgde voor veel opschudding en werd later gezien als het echte begin van de Dada-beweging.

Het affiche van de tentoonstelling in 2015 van Otto van Rees, zijn vrouw Adya van Rees-Dutilh en Hans Arp in de Galerie Tanner in Zürich.
Afbeelding: Het affiche van de tentoonstelling in 1915 van Otto van Rees, zijn vrouw Adya van Rees-Dutilh (1876-1959) en Hans Arp in de Galerie Tanner in Zürich. De tentoongestelde collages zorgden voor veel consternatie en werden gezien als het begin van de Dada-beweging.
Locatie: Het affiche is in het bezit van het Centraal Museum Utrecht. Het Centraal Museum Utrecht is gevestigd in een voormalig middeleeuws klooster, aan de Agnietenstraat 1 in Utrecht.

De Zwitserse kunstschilderes, danseres, ontwerpster, weefster, beeldhouwster, interieurarchitect, marionettenmaakster en juweelontwerpster Sophie Taeuber trouwde met Hans Arp en werd later dermate bekend dat de Zwitserse autoriteiten haar afbeelding op het biljet van 50 Zwitserse francs plaatsten.

Compositie, van de kunstschilderes Sophie Taeuber uit 1931.
Afbeelding: Compositie, een gouache van de dadaïst Sophie Taeuber, uit 1931. In deze compositie zoekt zij de volledige artistieke vrijheid in het tonen van haar figuren. Een gouache is een met dekkende waterverf gemaakt kunstwerk waarbij je de ondergrond niet meer kunt zien, dit in tegenstelling tot een aquarel waarbij de ondergrond deel uitmaakt van de compositie.
Locatie: Deze gouache van Sophie Taeuber hangt in het Muzeum Sztuki (Museum of Art). Dit museum voor moderne en hedendaagse kunst is gehuisvest in het Maurycy Poznański-paleis aan de Gdanska 43 in de Poolse stad Lodz.

In de stad New York ontstond in 1917 een beweging die in hun doelstellingen, gedrag en kunstuitingen veel leken op de dadaïsten. De belangrijkste aanhangers van deze beweging waren de Franse kunstschilder en beeldhouwer Marcel Duchamp (1887-1967), de Mexicaanse kunstschilder en schrijver Marius de Zayas (1880-1961), de Franse kunstschilder Francis Picabia (1879-1953), de Amerikaanse kunstverzamelaar Walter Arensberg (1878-1954) en de fotograaf en regisseur Man Ray (1890-1976). Vandaar dat zij zich bij de beweging aansloten, tenminste in naam, want deze anarchistische denkers waren tegen elke vorm van `organisatie’.

De picknick, van de Mexicaanse kunstschilder Marius de Zayas. uit 1912.
Afbeelding: De picknick, van de Mexicaanse kunstschilder en schrijver Marius de Zayas uit 1912. Het is een aquarel, met inkt en grafiet op papier. Op de paard en wagen, die snel heuvelafwaarts rijdt, zit de Zayas met zijn vrienden. Marius de Zayas is zelf herkenbaar aan zijn donkerbruine pet, blonde haren en bril. Hij kijkt strak voor zich uit. Een geelbruine hond rent met de wagen mee. Achter de teugels zit Emmeline Stieglitz, de vrouw van de kunsthandelaar en galerie eigenaar Alfred Stieglitz. Agnes Ernst Meyer en Eugene Meyer, de financiële beschermlieden van de kunstenaar zitten ook op de wagen. Agnes direct achter Emmeline Stieglitz en Alfred met zijn groene hoed op de achtersteven. Verder zitten er op de wagen de kunstenares Katharine Rhoades, de kunstschilder John Marin en de fotograaf Paul Haviland. Aan de gebaren te zien is niet iedereen blij met deze rit; misschien wilde de Zayas hiermee wijzen op interne spanningen binnen de groep. Daar staat tegenover dat de vrolijke kleuren en de geometrische vormen de opgewekte kant tonen van dit ludieke gezelschap.
Locatie: Deze aquarel, met inkt en grafiet op papier, is in het bezit van de National Portrait Gallery van het Smithsonian Institution, gelegen tussen 7th, 9th, F en G Streets NW in Washington D.C. in de VS. Het betreft een schenking van Katharine Graham aan het Smithsonian Institution.

De industriële producten van Marcel Duchamp en Elsa von Freytag-Loringhoven

Marcel Duchamp werd berucht en beroemd, omdat hij heel gewone industriële producten en gebruiksvoorwerpen tot kunst verhief. In 1913 plaatste hij een fietswiel op een bank en riep het uit tot kunst.
Vier jaar later plaatste zijn vriendin, de Duitse kunstenares en barones Elsa von Freytag-Loringhoven (Elsa Hildegard Plötz, 1874-1927) een originele witporseleinen urinoir in een vitrine, draaide het 90 graden om en ondertekende het met R. Mutt 1917. Mutt betekend in het Duits moeder. Een schandaal was geboren. De fontein vormde een voorbeeld van absolute artistieke vrijheid.
Met dergelijke kunstwerken negeerden Marcel Duchamp en Elsa von Freytag-Loringhoven alle toen bestaande kunstregels. Jarenlang ging men er vanuit dat Duchamp de Fontijn, zoals men het gedraaide urinoir noemde, had gemaakt, maar pas veel later gaf hij in een brief aan zijn zus toe dat een vriendin van hem het had vervaardigd. Dat bleek Elsa von Freytag-Loringhoven te zijn.
Dergelijke sculpturen noemde men `ready made’. Later ging Duchamp installaties en conceptuele kunst vervaardigen. Elsa von Freytag-Loringhoven verarmde en pleegde in 1927 zelfmoord. Marcel Duchamp werd op oudere leeftijd schaakgrootmeester. Hij verklaarde zijn nieuwe ambitie als volgt: `Hoewel niet alle artiesten schakers zijn, zijn alle schakers kunstenaars.’

De fontein, van Marcel Duchamp uit 1917. Het staat in het Museum Tate Modern.
Afbeelding: De fontein, uit 1917, van barones Elsa von Freytag-Loringhoven. Zij draaide een urinoir 90 graden, ondertekende het met R. Mutt en stelde het tentoon als een kunstwerk. De kunstwereld was geschokt. Het was de eerste keer dat een kunstenaar een industrieel object tot kunst verhief. In 2004 werd dit kunstwerk door een groep kunstkenners gekozen tot het gezaghebbendste kunstwerk van de 20ste eeuw. Lange tijd ging men ervan uit dat Marcel Duchamp het kunstwerk had geschapen.
Locatie: De fontein van Elsa von Freytag-Loringhoven (voorheen toegeschreven aan Marcel Duchamp) staat in het Museum Tate Modern in de Britse hoofdstad Londen. Dit kunstmuseum met moderne en hedendaagse kunstvoorwerpen ligt op de zuidoever van de Theems (Bankside) in de Engelse hoofdstad Londen.

Andere dadaïsten 

In de loop der jaren slootten ook andere kunstenaars zich bij de dada-beweging aan, waaronder de Duitsers Max Ernst (1891-1976), de arts Johannes Baader, de arts Richard Huelsenbeck, de graficus en kunstschilder George Grosz (1893-1959), Hannah Höch (1889-1979), een kunstenares die collages maakte, de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters (1887-1948) en Helmut Herzfeld (1891-1963). Helmut Herzfeld was zo sterk gekant tegen het militarisme in zijn geboorteland Duitsland dat hij zijn naam naar het Engels veranderde in John Heartfield. Ook de Oostenrijker Raoul Hausmann (1886-1971) sloot zich aan bij de dada-beweging.
In België rekende men de dichter en schrijver Paul van Ostaijen (1896-1928) en de kunstschilder Paul Joostens (1889-1960) tot de dadaïsten, al ontwikkelde Joostens zich tot een veelzijdiger kunstenaar die met zijn kunstwerken in meerdere kunststromingen paste. In 1924 was het dadaïsme over haar hoogtepunt heen.

Metropolis, uit 1917 van de Dadaistisch kunstenaar George Grosz
Afbeelding: Metropool (Metropolis), een schilderij uit 1917 van de kunstschilder George Grosz. Tijdens zijn dienstplicht in het Duitse leger gedurende de Eerste Wereldoorlog kreeg Grosz een zenuwinzinking. Daarom keerde hij huiswaarts om te gaan schilderen. Hij zag de stad als een waar slagveld, zoals hij met eigen ogen had gezien tijdens de oorlog. De straten krimpen en de huizen storten in, achter op het doek, in felle rode en paarse kleuren. De mensen lopen gehaast en verdwaasd door de straten, sommigen letterlijk met de dood in het gezicht. Waarden en normen lijken verdwenen, zelfs de paarden lopen niet meer aan de halsband. De compositie straalt volledige wanorde uit: het slagveld uit de oorlog teruggebracht in de ruimte van de gewone mens. De publieke ruimte is veranderd in een hel. 
Locatie: De Metropool hangt in het Museo Nacional Thyssen-Bornemisza dat is gehuisvest in het Paleis van Villahermosa aan de Paseo del Prado 8 in de Spaanse hoofdstad Madrid. De stichter van dit museum, de kunstverzamelaar Hans H. Thyssen-Bornemisza, werd geboren in Scheveningen.

Het ontstaan van de naam dada

Voor de naam van de beweging koos men het woord `dada’, omdat het inhoudelijk geen betekenis had en eenvoudig uitspreekbaar was. Het was ontleend aan de eerste geluiden die een baby maakte. Er ging in de kringen van de dadaïsten nog een ander verhaal rond over de oorsprong van dit woord. Het zou opgedoken zijn tijdens een speciale zoektocht in een Frans-Duits woordenboek; het betekende in het Frans speelgoedpaard. De Roemeense dichter Tristan Tzara had weer een andere verklaring. Hij vertelde aan een ieder die het wilde horen dat het woord uit de taal van de Afrikaanse Kroo-stam kwam. Men noemde in deze uitzonderlijke taal de staart van een koe een `dada’. Aannemelijker is dat het gewoon Roemeens voor `ja ja’ is. Tzara was één van de stichters van de Dada-beweging en kwam uit Roemenië, evenals Marcel Janco. Janco was één van de eerste bewoners van het kunstenaarsdorp En Hod, gelegen in het Israëlische Karmelgebergte aan de rand van de noordelijke kustvlakte, waar ook Theo van Doesburg soms zijn toevlucht zocht. Mocht u ooit eens in Israël komen, dan kan ik u een bezoek aan dit bijzondere kunstdorp tussen de kalkstenen heuvels aanbevelen. U vindt er 22 galerieën, 2 musea en 14 kunstateliers.

Variatie op Compositie XIII, uit 1918 van Theo van Doesburg
Afbeelding: Variatie op Compositie XIII, uit 1918 van de Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg. In dit werk is de lijn een kunstwerk op zich geworden. Er zijn geen overbodige lijnen, verkeerd geplaatste lijnen, of kleuren die er niet toe doen. Theo van Doesburg probeerde om alles alleen in zijn essentie te tonen.
Locatie: Dit schilderij van Theo van Doesburg hangt in het Cincinnati Art Museum, gelegen in de stadswijk Eden Park (953 Eden Park Dr.) in Cincinnati in de staat Ohio (VS).

Afbeelding bovenaan deze pagina: Compositie, een schilderij van de Zwitserse kunstenares Sophie Taeuber-Arp (1889-1943). Na het overlijden van haar eerste man trouwde Sophie Taeuber met Hans Arp. Sophie werkte op dit schilderij met lijnen, driehoeken en cirkels. Ook plaatste zij wit tegenover blauw, rood, grijs en zwart. De geometrie in het schilderij plaatste zij tegenover het toeval, zoals de mens in zijn bestaan hand in hand loopt met het toeval. 
Locatie: Het schilderij `Compositie’ hangt in het Muzeum Sztuki (Museum of Art). Dit museum voor moderne en hedendaagse kunst is gehuisvest in het Maurycy Poznański-paleis aan de Gdanska 43 in de Poolse stad Lodz.

Mijn naam is Marcel Duchamp. Ik ben in 1887 in Frankrijk geboren en stierf in 1968 in mijn moederland. Men kent mij vooral om mijn 'readymades', alledaagse objecten die ik tot kunstwerken verhief door ze uit hun gebruikelijke context te halen en ze een nieuwe betekenis te geven.

Samenvatting Dada-beweging door Marcel Duchamp

“ Mijn naam is Marcel Duchamp. Ik ben in 1887 in Frankrijk geboren en stierf in 1968 in mijn moederland. Men kent mij vooral om mijn 'readymades', alledaagse objecten die ik tot kunstwerken verhief door ze uit hun gebruikelijke context te halen en ze een nieuwe betekenis te geven. Zelf vind ik 'Het Grote Glas' mijn belangrijkste werk. Het combineert schilderkunst, tekening en collage in een groot glazen paneel, en wordt in uw tijd gezien als een mijlpaal in de moderne kunst. Men kent mij echter vooral als de inzender van het witporseleinen urinoir dat in een vitrine stond en anoniem naar een tentoonstelling was gestuurd. Het was 90 graden gedraaid en ondertekende met R. Mutt 1917. Mutt betekend in het Duits moeder. Een schandaal was geboren. Maar wij vonden de fontein een voorbeeld van absolute artistieke vrijheid. De grap was dat iedereen dacht dat ik het kunstwerk had ingezonden, maar in werkelijkheid was het een werk van mijn vriendin, de Duitse kunstenares en barones Elsa von Freytag-Loringhoven. Nog steeds wordt hierover gediscussieerd, dit tot groot leedvermaak onzerzijds. Op deze plek geef ik een samenvatting van de les over de Dada-beweging die u zojuist heeft gevolgd. De Dada-beweging floreerde van 1916 tot 1924. Het bestond uit een avant-gardistische groep van kunstenaars, waaronder kunstschilders, beeldhouwers, filosofen, schrijvers en dichters, die experimenteerden met nieuwe vormen van kunst. Deze anarchistische dadaïsten streefden naar absolute artistieke vrijheid en verwierpen iedere rationele benadering, met name tijdens de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. De beweging, die weerstand bood tegen gevestigde kunstvormen, kenmerkte zich door het gebruik van mengvormen zoals beeldende kunst, poëzie, collages, assemblages, grafische ontwerpen en theater. Hun optredens in theaters en kroegen waren bekend om hun absurditeit, vaak zonder betekenisvolle inhoud. Dada had een belangrijke invloed op latere kunststromingen, waaronder surrealisme en popart. De beweging begon officieel in 1916 in de Zwitserse stad Zürich, opgericht door kunstenaars als Tristan Tzara, Marcel Janco, Hans Arp, Hugo Ball, Richard Huelsenbeck en anderen. Ze zochten naar volledige artistieke vrijheid en wilden bestaande normen en waarden in de kunst verwerpen. De eerste expositie die als het begin van Dada wordt gezien, vond plaats in 1915 in Galerie Tanner in Zürich. Dadaïsten als Max Ernst, George Grosz, Hannah Höch en Kurt Schwitters voegden zich later bij de beweging. In België werden Paul van Ostaijen en Paul Joostens tot de dadaïsten gerekend. Elsa en ik daagden bestaande kunstregels uit met onze 'ready-mades', alledaagse voorwerpen die wij als kunst presenteerden. De naam 'Dada' werd gekozen vanwege zijn betekenisloze en eenvoudige karakter, mogelijk afgeleid van babytaal of het Frans voor 'speelgoedpaard'. Het kan ook Roemeens zijn voor 'ja ja'. Zelfs wij wisten het niet. Tegen 1924 was het dadaïsme over zijn hoogtepunt heen. Dada was een radicale beweging die de bestaande artistieke normen uitdaagde en een blijvende invloed had op de moderne kunst.”

 

Uit de verstrekte informatie over de Dada-beweging zijn vijf oefenvragen gedestilleerd met de bijhorende antwoorden:

Oefenvragen

  1. Wat was de belangrijkste drijfveer achter de oprichting van de Dada-beweging?
  2. Wat onderscheidde de kunst van Dada van andere kunststromingen van die tijd?
  3. Hoe beïnvloedde de Eerste Wereldoorlog de Dada-beweging?
  4. Waar komt de naam ‘Dada’ vandaan en wat betekent het?
  5. Beschrijf het belang van Marcel Duchamp en Elsa von Freytag-Loringhoven voor de Dada-beweging.

 

Antwoorden

  1. De Dada-beweging ontstond als reactie op de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en een verwerping van de rationele denkwijze en traditionele kunstnormen. De beweging streefde naar absolute artistieke vrijheid, vaak uitgedrukt in chaos en irrationaliteit.
  2. De kunst van Dada kenmerkte zich door het gebruik van mengvormen zoals beeldende kunst, poëzie, collages, assemblages en theater. Dadaïstische kunstenaars verwierpen traditionele kunstvormen en zochten naar nieuwe uitdrukkingsvormen die vaak irrationeel en anarchisch waren.
  3. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog beïnvloedden de Dada-beweging diepgaand, aangezien veel van haar leden naar het neutrale Zwitserland vluchtten om aan de oorlog te ontsnappen. Deze ervaringen voedden hun verlangen naar artistieke vernieuwing en afwijzing van bestaande sociale en culturele normen.
  4. De naam ‘Dada’ werd gekozen omdat het geen specifieke betekenis had en gemakkelijk uit te spreken was. Het werd geassocieerd met de eerste geluiden die een baby maakt en in sommige interpretaties betekende het ‘speelgoedpaard’ in het Frans of ‘ja ja’ in het Roemeens.
  5. Marcel Duchamp en Elsa von Freytag-Loringhoven speelden een cruciale rol in de ontwikkeling van Dada door het concept van ‘ready-made’ kunst te introduceren. Duchamp’s fietswiel op een kruk en Elsa’s porseleinen urinoir, bekend als ‘Fontein’, daagden traditionele opvattingen van kunst uit en legden de basis voor latere kunststromingen.

Delen:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn

Inhoudsopgave

Copyright © 2022. All Rights Reserved

error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.