Les 24: De Haagse School

`Ik schilder geen koeien, maar lichteffecten.
                Willem Maris, schilder van de Haagse School

In Nederland werden de kunstschilders opgeleid in de traditie van de meesters van de 17de eeuw, dat waren de voorbeelden die de kunstschilders in de 19de eeuw moesten volgen. Vernieuwende en innovatieve richtingen in de kunstwereld werden niet op prijs gesteld, uiteindelijk had men al de hoogste vorm van schilderkunst bereikt, tenminste dat leerde men op de kunstacademies. Al stond men een vleugje Romantiek toe. Op het doek moest men de ideale wereld schilderen, zowel in de techniek die men gebruikte als in de onderwerpen en voorstellingen, zoals landschappen en portretten. Niets was natuurlijk minder waar. Verandering in de kunst is uiteindelijk de enige constante, zoals we kunnen aflezen aan de vele hoofdstukken in ons overzicht van de cursus kunstgeschiedenis, net als dat geldt voor de maatschappij waarin wij leven. Dat gold – en geldt – ook voor Nederland. Kunstschilders als Jozef Israëls, Willem Roelofs, Anton Mauve en de gebroeders Jacob en Willem Maris kwamen in aanraking met het Realisme en besloten om de School van Barbizon met een bezoek te vereren.

Kippetjes voeren, uit 1866, van de kunstschilder Jacob Maris van de Haagsche School.
Afbeelding: Kippetjes voeren, uit 1866 van de kunstschilder Jacob Maris. Hij behoorde als schilder tot de Haagsche School. Het schilderij toont een boerenmeisje dat met opgetrokken rok de kippetjes voert in de tuin. Achter haar staan op de achtergrond een hekje en enkele zonnebloemen met verderop een boerenwoning. Een zandpad voert links naar de zandgronden met daarachter het licht van een laagstaande zon. Dit pad naar de verte zorgt voor het perspectief in de compositie.
Locatie: Het olieverfschilderij `Kippetjes voeren’, van Jacob Maris maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. Zij ontvingen dit kunstwerk als schenking van de heer en mevrouw Drucker-Fraser uit de Zwitserse stad Montreux.

Zij deden dit op voorspraak van de kunstschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) die in Nederland schilderijen van de schilders van de School van Barbizon verzamelde.

De kalme zee, uit 1915 van de kunstschilder Hendrik Willem Mesdag
Afbeelding: De kalme zee, uit 1915 van de kunstschilder Hendrik Willem Mesdag. Ruim tweederde deel van het schilderij wordt ingenomen door het bijzondere licht van de Hollandse lucht.
Locatie: Het is niet bekend in wiens bezit dit schilderij van Hendrik Willem Mesdag is.

Zij raakten geïmponeerd en geïnspireerd door de manier waarop de leden van de School van Barbizon werkten: gewoon in de open lucht, en-plein-air. Terug in Nederland trokken ook zij er met hun schilderezels op uit om de hardwerkende vissers, boeren en andere hardwerkende mensen te vereeuwigen op hun schilderdoeken, vaak in grijze en bruine tinten.

De regenboog, uit 1875 van de Willem Roelofs, meester binnen de Haagse School
Afbeelding: De regenboog, uit 1875 van Willem Roelofs (Haagse School). Op het schilderij schijnt de zon door de donkere luchten op de weilanden. Een fraaie en kleurrijke regenboog betoverd de hemel, met er voor opvliegende vogels. De koeien staan in het donker op de voorgrond. Een echt Nederlands meesterwerk uit de Haagse School.
Locatie: Dit schilderij van Willem Roelofs hangt in het Kunstmuseum Den Haag, in de gelijknamige stad. 

De kunstschilders

De Nederlandse kunstschilders die hierboven genoemd werden, Jozef Israëls (1824-1911), de landschapsschilder Willem Roelofs (1822-1897), de schapen- en heideschilder Anton Mauve (1838-1888) en de gebroeders Jacob Maris (1837-1899) en Willem Maris (1844-1910), die vooral waterrijke landschappen met koeien en eenden schilderde, kwamen allen uit de stad Den Haag.

Witte eend met kiekens, van Willem Maris. Dit kunstwerk hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Afbeelding: Witte eend met kiekens, van de kunstschilder Willem Maris die deel uitmaakte van de kunstschilders van de Haagsche School. Hij was – en is – vooral bekend om de eendjes die hij schilderde langs de sloot. Ook schilderijen en aquarellen met koeien in een waterrijk en moerasachtig landschap behoorden tot zijn artistieke oeuvre. Goed getroffen in dit kunstwerk is het zonlicht dat vanachteren over de eenden familie schijnt. 
Locatie: Het schilderij `Witte eend met kiekens’ (Witte eend met kuikens) van Willem Maris is geschilderd in de periode 1880 tot 1910. Het is in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Hun nieuwe manier van werken, in de geest van het Realisme en de School van Barbizon, vormde een ommekeer in de manier waarop kunstschilders werkten. Echter ook andere schilders behoren tot deze nieuwe beweging, waaronder: de koeienschilder Jan de Haas (1832-1908); Philip Sadée (1837-1904) als schilder van stranden, vissers en boeren; de romantische en later impressionistische schilder Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902); Bernard Blommers (1845-1914), werkend op het strand van Scheveningen en in de bossen en op de heide van het Brabantse dorpje Heeze; Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903), de schilder van licht en lucht in het landschap rondom de stad Den Haag; de vissersschilder Adolph Artz (11837-1890); en de kerkenschilder Johannes Bosboom (1817-1891).

De Pieterskerk in Leiden, uit 1855 van de kunstschilder van Johannes Bosboom, behorende tot de Haagsche School.
Afbeelding: De Pieterskerk in Leiden, uit 1855 van de kunstschilder Johannes Bosboom. Deze afbeelding van het interieur van de Pieterskerk in Leiden is een typerend schilderij voor het werk van Johannes Bosboom.
Locatie: Dit schilderij van Johannes Bosboom hangt in het Museum Boijmans Van Beuningen in de Nederlandse havenstad Rotterdam.

Niet alleen werkten zij meestentijds in de open lucht, in en rondom dorpen als Scheveningen en Oosterbeek, maar ook de maner waarop zij hun penselen over het doek bewogen veranderde.

De terugkeer van de vissersvloot, uit het einde van de 19de eeuw op het strand van Scheveningen. Het is geschilderd door Bernardus Blommers
Afbeelding: De terugkeer van de vissersvloot, uit het einde van de 19de eeuw op het strand van Scheveningen. Op de voorgrond sorteren de vissersvrouwen de vis; de vissers voeren de vis aan in rieten manden. Het schilderij is in tweeën opgedeeld: 50% van het doek voor het strand en de figuren; en 50% voor de Hollandse lucht. Het is vervaardigd door Bernard Blommers.
Locatie: Het schilderij `De terugkeer van de vissersvloot’ van Bernard Blommers is verkocht aan een particuliere verzamelaar.

De eerste glimpjes van het Impressionisme werden ook hier zichtbaar. Geen wonder, want de schilders waren, doordat zij buiten werkten en slechts kort de tijd hadden, gedwongen om hun schilderwerken snel op te zetten. De Hollandse schilders waren echter wel anders, dan hun Franse `geloofsgenoten’ van de School van Barbizon. Het opmerkelijke licht in het Hollandse landschap kon door hen niet genegeerd worden en zorgde voor een bijna grijze waas over de meeste schilderijen van de Haagse School. Want zo werden de Hagenaren met hun nieuwe manier van schilderen genoemd. Twee derde deel van hun schilderijen werd vaak ingenomen door de Hollandse luchten met hun bijzondere licht. Dat bijzondere licht in de wolkenpartijen kwam doordat er in Nederland veel water was (en is). Dit oppervlakte water weerkaatste het licht terug op de onderkant van de wolken, waarmee het unieke Hollandse licht ontstond.

Strandscene, een schilderij uit 1887 van de kunstschilder Jan Hendrik Weissenbruch., lid van de Haagsche School.
Afbeelding: Strandscene, uit 1887 van de kunstschilder Jan Hendrik Weissenbruch. Hij werd bekend om zijn fraaie schilderingen van licht en lucht rondom de stad Den Haag. Dit schilderij is waarschijnlijk geschilderd op of in de nabijheid van het strand van Scheveningen. De kleuren op het schilderij zijn helder en fris.
Locatie: Het olieverfschilderij Strandscene van Jan Hendrik Weissenbruch hangt in het Kunstmuseum in de de Nederlandse stad Den Haag. 

Dit grote gevoel voor licht en ruimte, soms verward met grauwheid, werd kenmerkend voor de werken van de Haagse School. Toch was er een grote diversiteit in kunstwerken. Jozef Israëls werken hingen zelfs in de Salon van Parijs, dankzij het meesterlijk gebruik van licht in zijn schilderijen met personages, een licht dat de kunstkenners aan het werk van Rembrandt van Rijn deed denken, zoals te zien is in zijn meesterwerk Langs moeders graf uit 1865 en Grootvader en kleinkind voor het venster uit 1890.

Grootvader en kleinkind voor het venster, uit 1890 van Jozef Israëls. Bijzonder is het diffuse licht dat over de opa met zijn kleinkind straalt
Afbeelding: Grootvader en kleinkind voor het venster, uit 1890 van Jozef Israëls. Bijzonder is het licht dat door het venster straalt op dit intieme tafereeltje van een opa met zijn kleinkind. Het betreft een gemengd werk van waterverf en krijt op papier. 
Locatie: Deze aquarel van Jozef Israëls werd aangekocht door Anna en William Singer en hangt in het Singer Museum in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Hendrik Willem Mesdag schilderde het fantastische, 120 meter lange en 414 meter hoge Panorama van Scheveningen, dat we het Panorama van Mesdag noemen, één van de weinig panorama’s op de wereld die nog bestaan. Johannes Bosboom beperkte zichzelf vooral tot het schilderen van kerkinterieurs, terwijl Artz, Blommers en Sadée zich richtten op boereninterieurs en het leven van de vissers. Er was dus een grote verscheidenheid in werken binnen het kader van de Haagse School.  

Spelende kinderen op het strand van Scheveningen, een ets die wordt toegeschreven aan de kunstschilder Jozef Israëls.
Afbeelding: Spelende kinderen op het strand van Scheveningen, een ets die wordt toegeschreven aan de kunstschilder Jozef Israëls. De kunstenaars in die tijd maakten vaak etsen om meer mensen te kunnen bereiken met hun kunstwerken, en natuurlijk om daarmee extra geld te verdienen. 
Locatie: Deze ets van `Spelende kinderen op het strand van Scheveningen’ van Jozef Israëls (toegeschreven aan) maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

De Haagse School na 1885

Na het jaar 1885 werd de invloed van het Impressionisme steeds groter en tastbaarder in de werken van de kunstschilders van de Haagse School. De toets van de penseelvoering werd lichter en zij verlegden hun aandacht ook naar het stadsleven in die tijd. Nog steeds realistisch in het schilderen van hun objecten en onderwerpen, maar met een duidelijk impressionistische inslag. Wat bij een deel van de kunstschilders bleef was het atmosferisch realisme, waarbij de achtergrond van een landschap langzaam vervaagd met een grijsblauwe kleur in de donkere partijen. Kunstschilders als George Hendrik Breitner (1857-1923), Willem de Zwart (1862-1931) en Isaac Israëls (1865-1934; de zoon van Jozef Israëls) gingen echter volledig over op de impressionistische kunst.

Hoedenwinkel van Mars, uit 1893 van Isaac Israëls. Het tafereel speelt zich af op de NIeuwendijk in Amsterdam.
Afbeelding: Hoedenwinkel van Mars, uit 1893 van Isaac Israëls. Isaac was beïnvloedt door zijn vader Jozef Israëls en de Haagsche School, maar hij was ook een echte impressionist en men rekent hem dan ook tot het Amsterdams impressionisme. De hoedenwinkel van Mars bevond zich op de Nieuwendijk in Amsterdam. Het oog van de beschouwer wordt automatisch getrokken door de brandende lampen in de hoedenwinkel. Je kijkt samen met de vrouwen bij het raam de winkel in. 
Locatie: Het schilderij `Hoedenmaker van Mars’ uit 1893 van de kunstschilder Isaac Israëls maakt deel uit van de Collectie Veendorp van het Gronings Museum in de Nederlandse stad Groningen.

Toch zou tot aan 1914, toen de 1ste Wereldoorlog begon, de Haagse School van grote invloed blijven op de Nederlandse schilderkunst en hooglijk gewaardeerd worden in binnen- en buitenland. Hun kunstwerken werden via Engeland tot in de VS en Canada verkocht. Vincent van Gogh en Piet Mondriaan volgden bij de meesters van de Haagse School hun opleiding en in die zin zou de Haagse School ook zijn invloed uitoefenen op de latere modernistische stromingen in de kunstgeschiedenis. De Haagse School kende ook een zogenoemde nabloei-periode die tot aan de 2de Wereldoorlog zou standhouden met bekende kunstschilders als Albert Neuhuys (1844-1914), ook bekend om zijn boeren interieurschilderingen en tevens gerekend tot de Larense School; Jan Hillebrand Wijsmuller (1855-1925), bekend om zijn landschappen en strandgezichten; en Johannes Evert Hendrik Akkeringa (1861-1942), bekend om zijn strandtaferelen met spelende kinderen.

Kinderen op het strand, van Johannes Evert Hendrik Akkeringa. Dit kunstwerk van de Haagsche School uit de periode 1935-1942 hangt in het Dordrechts Museum.
Afbeelding: Kinderen aan het strand, van de kunstschilder Johannes Evert Hendrik Akkeringa. Het schilderij is niet gedateerd, maar men gaat ervan uit dat het een van zijn latere werken is, ergen s tussen 1935 en 1942.
Locatie: Dit schilderij `Kinderen aan het strand’, van de kunstschilder Johannes Evert Hendrik Akkeringa hangt in het Dordrechts Museum in de Nederlandse stad Dordrecht.

Andere bekende navolgers van de Haagsche School waren Floris Arntzenius (1864-1925), een breed georiënteerd kunstschilder, maar vooral bekend om zijn stadsgezichten van Den Haag; Floris Vester (1861-1927), vooral bekend om zijn bloemstillevens; Fredericus van Rossum du Chattel (1856-1917), en bekend om zijn watergezichten en landschappen; Geo Poggenbeek (1853-1903), met sfeervolle landschappen en stadsgezichten, onder andere van zijn geboortestad Amsterdam en tevens gerekend tot de Larense School; Louis Apol (1850-1936), bekend om zijn winterlandschappen;

Wintermorgen, een winterlandschap van de kunstschilder Louis Apol, lid van de Haagse School
Afbeelding: Wintermorgen, een fraai winterlandschap uit 1911 van de kunstschilder Louis Apol, lid van de Haagse School.
Locatie: Het winterlandschap van de kunstschilder Louis Apol maakt deel uit van de Rijkskunstcollectie. Deze is in beheer bij de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Nicolaas Bastert (1854-1939), met veel gezichten op de rivier de Vecht; de landschapsschilder Théophile de Bock (1851-1904), bekend van zijn schilderijen met hunebedden; en Willem Bastiaan Tholen (1860-1931), bekend om zijn riviergezichten, landschappen en portretten van onder meer de zusjes Arntzenius.

De zusjes Arntzenius, een olieverfschilderij uit 1895 van de kunstschilder Willem Bastiaan Tholen
Afbeelding: De gezusters Arntzenius, een olieverfschilderij uit 1895 van de kunstschilder Willem Bastiaan Tholen. Het is een levendig portret van de zusjes Elisabeth Caroline Arntzenius (1881-1936) and Dora Wilhelmina Arntzenius (1882-1956). De zusjes waren de dochters van zijn benedenbuurman Bram Arntzenius in Den Haag, de toenmalige griffier van de Tweede Kamer. Willem Bastiaan Tholen heeft meer portretten van deze zusjes gemaakt.
Locatie: Het schilderij `De gezusters Arntzenius’ hangt in het Gouda Museum in de Nederlandse kaasstad Gouda.

Grote afbeelding: Kinderen der zee, uit 1872 van de Nederlandse kunstschilder Jozef Israëls (1824-1911).
Locatie: Rijksmuseum Amsterdam. In onze collectie hebben wij een ets van Jozef Israëls met hetzelfde onderwerp.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.