Winkelwagen

Les 25: De Larense School

Introductie

‘Eerst waren het merendeels schilders, die hun baard lieten staan, en er door hun ezel begeleid op uit trokken om hier of daar een brokje natuur te verschalken. Weldra kwamen er ook dichters, die zich zo gaarne minder ezelachtig wanen, en die, om zich in dien waan te sterken met verwarde gedachtewisselingen – waaruit zelden meer restte dan een asbak vol peuken – maar al te zeer geneigd waren, die grootse natuur te verheerlijken in de kleine dorpskroeg.’
                                                Adriaan Roland Holst, 1957

Grietje Pieterse, van de kunstschilder Evert Pieterse uit 1918.
AfbeeldingEen portret van Grietje Rokebrand, geschilderd in Blaricum door Evert Pieters (1856-1932). Hij maakte dit portret van Grietje vlak voordat zij in 1918 overleed aan de Spaanse griep, net als haar zusje Pietje. Evert Pieters schonk dit schilderij aan mijn opa Klaas Rokebrand en mijn oma Gijsje Rokebrand-Heerschop, de ouders van Grietje en Pietje. Locatie: Dit schilderij is in het bezit van de familie Rokebrand. Het is niet gesigneerd. ©Ronnie Rokebrand.

Aan het einde van de 19de eeuw, zo rond 1870, bezocht Jozef Israëls, in gezelschap van zijn schilderende zoon Isaac, het dorpje Laren in het Gooi. Hij was verrast door de schoonheid van het landschap en de authenticiteit van het leven van de bewoners. Teruggekomen in Den Haag informeerde hij enthousiast zijn vrienden en mede-schilders Anton Mauve en Albert Neuhuys, die snel richting het Gooi vertrokken om deze wereld met hun eigen ogen te aanschouwen. Niet veel later volgden andere kunstschilders, waaronder Hein Kever, Willem Steelink Jr., Hendrik Valkenburg, Wally Moes, W.G.F. Jansen, Etha Fles, Arina Hugenholtz, Willem Knip (ook bekend als W.A. Knip) en Tony Offermans.

Kerkuitgang te laren, een aquarel van Arina Hugenholtz. Het kunstwerk is in het bezit van het Singer Museum in Laren.
Afbeelding: ‘Kerkuitgang te Laren’, van de kunstschilderes Arina Hugenholtz. Het schilderij is niet gedateerd, dus we nemen een ruime periode van 1894 tot 1934 als datum van herkomst. Op deze aquarel zien we de boerenbevolking de kerk in Laren verlaten. Er hangen slierten bewolking voor de laaghangende zon. De boerenbevolking verspreidt zich over de brink, dik gekleed tegen de vrieskou. De bladerloze bomen steken scherp af tegen de ijzige winterlucht. Tussen de bomen door straalt het gedempte licht uit de toegangsdeur en enkele ramen van het godshuis. Naast waterverf gebruikte Hugenholtz in deze aquarel ook krijt. In de keuze van de kleuren zie je de invloed van Anton Mauve, een goede vriend van haar vader die Arina stimuleerde om in Laren te gaan wonen en werken.
Locatie: Anna Singer kocht deze aquarel direct van haar vriendin Arina Hugenholtz. Tot op de dag van vandaag is het in het bezit van het Singer Museum. Het Singer Museum is gehuisvest in de Wilde Zwanen, de voormalige woning van Anna en William Henry Singer aan de Drift 1 in Laren.

De nieuw aangekomen kunstschilders waren zo onder de indruk van dit ‘achtergebleven’ gebied, gelegen tussen de heidevelden en de oever van de Zuiderzee, dat zij hier woningen lieten bouwen om te wonen. Het personeel vroeg weinig salaris en de bouwkosten waren laag dankzij de stevige zandgronden. In de zandgronden hoefde men geen palen in de grond te heien ten behoeve van een goede fundering voor de huizen, en de grond was spotgoedkoop. Hier konden zij er eenvoudig met hun schildersezels op uit trekken. Zij woonden nu in een authentiek en zeer gevarieerd landschap. Aan de ene kant van Laren en het naburige Blaricum, waar ook veel schilders gingen wonen, lagen de bossen, heidevelden en engen; aan de andere kant lagen de weidevelden met koeien, de Zuiderzeekust en de monding van de rivier de Eem. Vandaar dat ook de rivier de Eem bij veel kunstschilders terugkwam als onderwerp in hun composities, onder meer bij de kunstschilder Cornelis Vreedenburgh (1880-1946). Koningin Wilhelmina was een van zijn bewonderaars en had twee schilderijen van hem in haar bezit.

Schepen aan de oever van de rivier de Eem, van de kunstschilder Cornelis Vreedenburgh. Het schilderij is in particulier bezit.
Afbeelding‘Schepen aan de oever van de rivier de Eem’, een schilderij van de kunstschilder Cornelis Vreedenburgh. Hij schilderde graag, samen met zijn vriend Willem Bastiaan Tholen (1860-1931), waterlandschappen zoals plassen en rivieren.
Locatie: Dit schilderij van Cornelis Vreedenburgh is in particulier bezit. ©Ronnie Rokebrand.

In de dorpen stonden met riet gedekte boerderijen met bewoners die al eeuwenlang op dezelfde manier leefden en weinig contacten hadden met de omringende wereld. Het riet voor de daken kon men gratis snijden op de oevers van de Zuiderzee. In die dagen legden de bemiddelde inwoners van Blaricum en Laren op hun daken gebakken en duurzame dakpannen, terwijl de arme inwoners hun daken met riet bedekten.

Druk bezig van de schilder Albert Neuhuys
Afbeelding: ‘Druk bezig’, een Larens interieur van de schilder Albert Neuhuys, een prominent lid van de Larense School. Het kunstwerk is ergens tussen 1872 en 1892 vervaardigd. De Larense School kreeg met name bekendheid in Nederland dankzij het werk van de kunstschilder Albert Neuhuys.
Locatie: Dit schilderij is in het bezit van de National Galleries of Scotland. Zij beheren de drie grootste musea van Schotland. U kunt hen alle drie vinden in de Schotse hoofdstad Edinburgh.

 

De Larense School en het impressionisme

In beginsel kunnen we de schilders van de Larense School rekenen tot de kunststroming van het impressionisme, al was er sprake van een plaatselijke stroming met kenmerken van het realisme. Net als de impressionisten trokken ook de schilders in Laren en Blaricum de natuur in om de beelden die zij daar zagen direct nat-in-nat op het doek aan te brengen. Zij werkten en plein air, zoals men dat noemde, ofwel direct ter plaatse, in de vrije natuur. Zij probeerden het daglicht zo goed mogelijk weer te geven. Het licht openbaarde zich volgens deze kunstschilders in de open lucht in veel meer schakeringen dan in de beslotenheid van een schildersatelier.

In de moestuin, van de Larense kunstschilder Hein Kever (1854-1922). Op dit schilderij staan twee boerenkinderen met hun moeder, die druk bezig is in de moestuin.  Kever schildert hen met aandacht voor de vele schakeringen van het licht in de buitenlucht. De blonde haren van de beide kinderen lichten op in het zonlicht, evenals het gezicht van de boerin. De intieme sfeer van dit tafereel is opmerkelijk. Hein Kever schilderde tijdens zijn leven ook veel boereninterieurs.Locatie: Dit schilderij van Hein Kever hangt in het Singer Museum aan de Drift 1 in Laren (NH). Het schilderij werd door Anna Singer aangeschaft en in 1956 aan het museum geschonken. 
Afbeelding‘In de moestuin’, van de Larense kunstschilder Hein Kever (1854-1922). Op dit schilderij staan twee boerenkinderen met hun moeder, die druk bezig is met het oogsten van de boerenkool. Kever schilderde hen met aandacht voor de vele schakeringen van het licht in de buitenlucht. De blonde haren van de beide kinderen lichten op in het zonlicht, evenals het gezicht van de boerin. De intieme sfeer van dit tafereel is opmerkelijk. Hein Kever schilderde tijdens zijn leven ook veel boereninterieurs.
Locatie: Dit schilderij van Hein Kever is in het bezit van het Singer Museum aan de Drift 1 in Laren (NH). Het schilderij werd door Anna Singer aangeschaft en in 1956 aan het museum geschonken. Foto: Ronnie Rokebrand.

Hetzelfde gold voor de kleuren die deze schilders gebruikten. In hun schilderwerken brachten zij veel meer verfijningen aan. Zij ontdekten dat men de schaduw op het schilderdoek kon aanbrengen met aanvullende contrasterende kleuren. Men noemde dit de complementaire werking van kleuren. Zij schilderden met los aangebrachte verfstreken op het doek en richtten zich op het weergeven van wat kon worden waargenomen. Op deze wijze legden zij een sfeervolle impressie vast op hun schilderdoeken van het Gooise landschap, de dorpen Blaricum en Laren, en de mensen die daar woonden. Ook de komst van de fotografie speelde hierbij een betekenisvolle rol. De kunstschilders hoefden mensen en landschappen niet meer exact na te schilderen, dat was de taak van de fotografie geworden. De kunstschilders gingen zich nu richten op het gevoel dat een kunstwerk opriep, waarmee de kunst zich goed kon onderscheiden van de fotografie.

Winter in Blaricum, van Johan Meijer. Een zicht op de Gooiergracht en het dorp Blaricum
Afbeelding: ‘Winter in Blaricum’, van de kunstschilder Johan Meijer (1885-1970). Het schilderij is niet gedateerd, maar stamt waarschijnlijk uit de periode 1920-1940. Op de afbeelding zie je de Gooiergracht in Blaricum, toen nog niet rechtgetrokken, met in de verte de St. Nicolaaskerk in het dorp Eemnes, herkenbaar aan de korte spits. De stijl van Johan Meijer is verwant aan het post-impressionisme (waar Vincent van Gogh een belangrijke exponent van was) en het pointillisme, zoals te zien is in de schildertechnische opbouw ‘met streepjes’ van de berkenbomen. Het schilderij geeft goed de sfeer weer van het winterse landschap rondom Blaricum.
Locatie: Dit schilderij van Johan Meijer maakt deel uit van de verzameling van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.

De kunstschilders van de Larense School

De Larense School is een verzamelnaam voor een groep kunstenaars die aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werkzaam waren in en rond het dorp Laren in Noord-Holland. De Larense School had haar wortels in de Haagse School, waarmee ze wat betreft stijl veel overeenkomsten vertoonde. Geen wonder, want, zoals beschreven, waren het de familie Israëls en hun vrienden uit de Haagse School die hier als eersten aankwamen. Het waren vooral de boereninterieurs met kinderen en boerinnen van Albert Neuhuys (1844-1914) en de schaapskuddes van Anton Mauve (1838-1888) die veel bekendheid kregen en zorgden voor een eigen, kenmerkende stijl. Een stijlvorm die wij nu de Larense School noemen.

De terugkeer van de kudde, uit 1886-1887 van de kunstschilder Anton Mauve
Afbeelding: ‘De terugkeer van de kudde’, geschilderd door Anton Mauve op de Larense heide in de periode 1886-1887. Hij was een van de toonaangevende kunstschilders van de Larense School. Als je nu het dorp Laren binnenrijdt, staat een afdruk van een van zijn schilderijen onder het naambord van dit dorp, een eerbetoon aan deze kunstschilder.
Locatie: Het schilderij hangt in het Philadelphia Museum of Art, gelegen aan het einde van de Ben Franklin Parkway in Philadelphia in de staat Pennsylvania (VS).

Anton Mauve, sneeuwlandschap bij ondergaande zon, uit 1885-1888. Een typisch schilderij van de Larense school.
Afbeelding‘Sneeuwlandschap bij ondergaande zon’, uit 1885-1888, van de kunstschilder Anton Mauve. Dit schilderij is een typisch voorbeeld van de Larense School. Anton Mauve was een meester in de weergave van licht en sfeer. De ondergaande oranje zon reflecteert in de gesmolten sneeuw in het karrespoor, met op de achtergrond een boerenkar met een paard ervoor. De sfeer van dit schilderij roept herinneringen op bij oudere inwoners van Nederland. Kenmerkend voor het werk van Mauve zijn de dunne takjes van de berkenbomen en de opvliegende kraaien.
Locatie: Dit schilderij van Anton Mauve is sinds 2014 in het bezit van het Singer Museum. Het museum is gevestigd in de Wilde Zwanen, de vroegere woning van de kunstverzamelaars Anna en William Henry Singer aan de Drift 1 in Laren (NH). Foto: Ronnie Rokebrand.

In de laatste jaren van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw kwamen nieuwe schilders naar de schilderdorpen Laren en Blaricum. Zij zouden de schilderstijl van de Larense School verder ontwikkelen in een impressionistische stijl, al bleven ook zij schilderen in de traditie van de Haagse School. In dit verhaal kijken we eerst met de landschapsschilders mee naar de plekken waar de mensen in het Gooi woonden. Vervolgens treden we in de paragraaf `De boereninterieurs’ de boerderijen binnen om te zien hoe zij leefden. Gevolgd door een paragraaf over de kunstschilders die de mensen in Blaricum en Laren zelf portretteerden. Er waren natuurlijk ook kunstenaars die graag in het kunstklimaat in Blaricum en Laren woonden en werkten, maar een andere onderwerpskeuze hadden en zich in hun kunstwerken richtten op de steden en rivieren rondom het Gooi. Dat wil niet zeggen dat de kunstschilders zich in één genre specialiseerden. Integendeel, veel landschapsschilders schilderden ook portretten en figuren, anderen reisden vanuit Laren en Blaricum over de wereld om daar hun talenten verder te ontplooien. En bijna iedere kunstschilder van de Larense School waagde zich wel eens aan een stilleven. Generaliserend kunnen we stellen dat de bloeitijd van de Larense School lag tussen de jaren 1880 en 1920. Als je alle namen bij elkaar optelt vanaf zeg 1870 tot op de dag van vandaag, dan telt de lijst met kunstschilders, beeldhouwers, schrijvers, dichters, tekenaars en grafici niet minder dan 550 namen die in Blaricum en Laren hebben gewerkt.

De Gooise landschapschilders

Anton Mauve werd al genoemd als een kunstschilder die in zijn composities van landschappen veel schapen schilderde. Binnen de Larense School waren er veel landschapsschilders. Willem Knip (W.A. Knip, 1894-1964) was een van hen. Hij schilderde landschappen, maar ook havens en steden.

Blaricumse heide, van de kunstschilder Willem (w.A.) Knip, een bekende schilder van de Larense School.
Afbeelding‘Podstal op de Blaricumse heide’, van Willem Knip. Op het schilderij zie je een boer met paard en wagen op de lege Blaricumse heide. Op de voorgrond ligt wit zand tussen de heideplanten. De boer is bezig met het afsteken van de heide om deze later met de mest van zijn koeien te vermengen, zodat hij dit vruchtbare mengsel daarna op het land (de eng) kan gooien, de zogenoemde podstalmethode.
Locatie: Dit schilderij van de Blaricumse heide maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.

Zijn collega Gerbrand Frederik van Schagen (1880-1967) schilderde eveneens landschappen en verstilde dorpjes. Hij beperkte zich in zijn onderwerpskeuze echter niet alleen tot het Gooi, maar trok met zijn schildersezel ook door Zuid-Limburg en langs de natte oevers van de Loosdrechtse plassen.

Lente op de boerderij, van de kunstschilder Van Schagen. Het schilderij is in het bezit van een privéverzamelaar.
Afbeelding‘Lente op de boerderij’, van de kunstschilder Gerbrand Frederik van Schagen. Van Schagen was een impressionistische kunstschilder van de Larense School.
Locatie: ‘Lente op de boerderij’, van Gerbrand Frederik van Schagen, is in het bezit van een privéverzamelaar. Het schilderij is waarschijnlijk vervaardigd in de periode 1920 tot 1940. ©Ronnie Rokebrand.

Ook de kunstschilder Cornelis Vreedenburgh (1880-1946) was een regelmatige gast in Loosdrecht. Geen wonder dat hij veel schilderijen van plassen en rivieren in zijn oeuvre heeft. Toch schilderde hij ook stadsgezichten. Veel Laarders en Blaricummers zullen zijn schilderij van het kroegje in Hotel Hamdorff kennen, het café waar kroegbaas, makelaar, wethouder in Laren, kerkvoogd en kunsthandelaar Jan Hamdorff de biertjes tapte.
David Schulman (1881-1966) werd vooral bekend om zijn dorpsgezichten en landschappen met berkenbomen. Hij schilderde echter ook havengezichten, stillevens en portretten.

Blaricum, van de kunstschilder David Schulman, van de Larense School
Afbeelding: ‘Blaricum’, van de kunstschilder David Schulman. Het schilderij toont een winterlandschap in het Gooise boerendorp Blaricum. Het licht van de ondergaande zon strijkt over de boerderij en de hooiberg op de achtergrond. De boerderij met hooiberg staat centraal in de compositie: de weg leidt het oog direct naar de boerderij en het licht vestigt extra aandacht op dit tafereel. David Schulman werd vooral bekend doordat hij, door gebruik van het juiste licht, de sfeer van een landschap goed wist vast te leggen.
Locatie: Het schilderij ‘Blaricum’ van David Schulman is in particulier bezit.

Bloesem met koeien, van David Schulman. Het werk is niet gedateerd en is in het bezit van een privéverzamelaar.
Afbeelding
‘Bloesem met koeien’, van de kunstschilder David Schulman. Dit schilderij toont een sfeervol tafereel van bloeiende bomen en twee koeien in een weide. Het is het enige bekende schilderij van Schulman met een dergelijke compositie.
Locatie: Dit schilderij van David Schulman is in het bezit van een privéverzamelaar. ©Ronnie Rokebrand.

Gerrit Willem van Blaaderen (1873-1935) schilderde niet alleen landschappen, maar ook stadsgezichten, figuren, portretten, dieren en stillevens. Op latere leeftijd ging hij schilderen in de stijl van de Bergense School, waarbij hij zich liet inspireren door het kubisme. Willem Steelink Jr (1856-1922) schilderde veel landschappen in alle jaargetijden, vaak met een boerin of een boerenkar op de achtergrond. Van het werk van de landschapsschilder Bernard Polfliet is helaas niet veel bewaard gebleven. De landschapsschilder W.G.F. Jansen (1871-1949) bracht in alle rust zijn schilderingen van het Gooise en Hollandse landschap in grijsbruine tinten op het doek. De Brouwerij, waarin Jansen samen met zijn vrouw Hillegonda Zeilstra woonde, dankte zijn naam aan de bierbrouwerij van de familie Rokebrand die hier kort was gevestigd. Dit waren de ooms van Alie Rokebrand, de huishoudster van Jansen, en de zus van mijn vader Gijs.

De schaapskooi, van de kunstschilder W.G.F. Jansen die in de brouwerij in Blaricum woonde en werkte.
Afbeelding: ‘De Schaapskooi’, uit circa 1930, van de Nederlandse kunstschilder W.G.F. Jansen.
Locatie: Het schilderij ‘De Schaapskooi’ van W.G.F. Jansen maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.

De boereninterieurs

De bekendste schilder van boereninterieurs was Albert Neuhuys. Zijn binnenhuisschilderijen van vooral boerderijen hangen in musea in binnen- en buitenland. Zijn onderwerpskeuze werd nagevolgd door een groot aantal kunstschilders die in zijn voetstappen traden en ook boereninterieurs begonnen te schilderen, waaronder Bernard de Hoog (1867-1943), Bernard Pothast (1882-1966), Hein Kever (1854-1922), Hendrik Valkenburg (1826-1896), Emanuel van Beever (1876-1912) en Henk de Court Onderwater (1877-1905). Deze schilders beperkten zich niet tot alleen boereninterieurs, maar schilderden ook portretten en figuren.
Opmerkelijk in hun composities van boereninterieurs was dat zij vooral gezond uitziende boerinnen en spinsters schilderden met blozende wangen. De werkelijkheid was anders. De boerenbevolking van Blaricum en Laren had het begin van de 20ste eeuw financieel niet gemakkelijk. Een aantal kunstschilders vond de armoedige boerenhoeven dan ook niet aantrekkelijk om in te werken en bouwden in hun ateliers de boereninterieurs na. De boerenfamilies werden vervolgens gevraagd om in hun ateliers model te staan, soms tegen een kleine vergoeding.
Een vrouw die wel oog had voor de noden van de lokale bevolking was de kunstschilderes Wally Moes (1856-1918), een bijzondere vrouw. Zij was een van de weinige kunstenaars die oog had voor de armoedige omstandigheden waarin de oorspronkelijke bewoners van Laren en Blaricum leefden. Wally Moes werd bekend om haar Larense taferelen en de vele bloemstillevens die zij schilderde. De stillevens verkocht zij vooral om commerciële redenen, want deze kunstwerken lagen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog goed in de markt. De boereninterieurs met haar bewoners en bewoonsters behoren echter tot haar beste werk. De straat in Laren waar zij woonde is naar haar vernoemd.

Larense boer en boerin, van Wally Moes, een van de weinige kunstenaars die een goed oog had voor de arme bewoners
Afbeelding‘Larense boer en boerin’, van de schilderes Wally Moes, die in Laren woonde. Zij was een van de weinige kunstenaars die oog had voor de armoedige omstandigheden waarin de boeren en landarbeiders in Laren en Blaricum leefden. De boer en boerin op de afbeelding zijn in hun beste zondagse kleding afgebeeld, maar in hun ogen lees je hun zware bestaan. De boerin maalt koffie in een koffiemolen.
Locatie: Dit olieverfschilderij maakt deel uit van een particuliere verzameling. ©Ronnie Rokebrand.

Jaap Dooijewaard (1876-1969) woonde samen met zijn jongere broer Willem in de boerderij ‘De 7 Linden’ in Blaricum, aan de weg die wij nu de Gebroeders Dooijewaardweg noemen. Hij schilderde veel boereninterieurs. Jaap creëerde ook graag winterse landschappen, zowel in Blaricum als in Noorwegen, waar hij vaak met zijn vriend William Singer naartoe reisde. Naast al deze boereninterieurs en landschappen zijn er ook genreschilderijen, figuren, portretten, stillevens en stadsgezichten van zijn kunstenaarshand bekend.

Afbeelding: Meisje bij de schouw in een Blaricumse boerderij van de kunstschilder Jaap Dooijewaard. Jaap bracht hier vaak de zomer door in het gezelschap van de Noorse kunstschilder Martin Borger en de familie Singer.Locatie: Dit schilderij van Jaap Dooijewaard hangt in het voormalige huis Dalheim van William en Anna Singer. Deze houten villa bevindt zich aan de rand van het Noorse plaatsje Olden en staat tegenwoordig bekend als het Singerheim. ©Ronnie Rokebrand.
Afbeelding‘Meisje bij de schouw in een Blaricumse boerderij’, van de kunstschilder Jaap Dooijewaard.
Locatie: Dit schilderij van Jaap Dooijewaard hangt in het voormalige zomerhuis Dalheim van William en Anna Singer. Deze houten villa bevindt zich aan de rand van het Noorse plaatsje Olden en staat tegenwoordig bekend als het Singerheimen. Jaap bracht hier vaak de zomer door in het gezelschap van de Noorse kunstschilder en huisvriend Martin Borger en de familie Singer. ©Ronnie Rokebrand.

Niet ver van de Dooijewaards vandaan woonde de kunstschilder Evert Pieters (1856-1932) in de Blaricumse atelierwoning ‘De Witte Olifant’, gelegen op de hoek Achterom, Mosselweg en Bergweg. Deze atelierwoning is gesierd met een prachtige klokgevel. Pieters schilderde op indringende wijze de Gooise boereninterieurs, maar ook zijn eigen tuin in Blaricum. Verder vervaardigde hij schilderijen met schelpenvissers.

Een familiemaaltijd, van de kunstschilder Evert Pieters. Het is een goed voorbeeld van een boereninterieur met een boerin, kinderen en een wieg. Dit onderwerp kwam regelmatig terug in de composities van de kunstschilders van de Larense School. De kunstschilders kwamen naar Laren en Blaricum voor de fraaie natuur, maar zeker ook omdat ze hier, in deze uithoek van het Gooi,  nog het `vervlogen leven' konden waarnemen en schilderen.  Dit kunstwerk werd door Pieters geschilderd in de periode tussen 1890 en 1899.  Locatie: Dit schilderij van Evert Pieters hangt in het Art Institute of Chicago. Het is een van de oudste musea in de Verenigde Staten.
Afbeelding: ‘Een familiemaaltijd’, van de kunstschilder Evert Pieters. Het is een goed voorbeeld van een boereninterieur met een boerin, kinderen en een wieg. Dit onderwerp kwam regelmatig terug in de composities van de kunstschilders van de Larense School. De kunstschilders kwamen naar Laren en Blaricum voor de fraaie natuur, maar zeker ook omdat ze hier, in deze uithoek van het Gooi, nog het ‘vervlogen leven’ konden waarnemen en schilderen. Dit kunstwerk werd door Pieters vervaardigd in de periode tussen 1890 en 1899.
Locatie: Dit schilderij van Evert Pieters hangt in het Art Institute of Chicago. Het is een van de oudste kunstmusea in de Verenigde Staten en ligt aan South Michigan Avenue 111 in Grant Park in Chicago, Illinois (VS).

Zomerdag van Evert Pieters uit de periode 1911-1914. Het betreft de tuin van zijn toenmalige woning in Blaricum.
Afbeelding
‘Zomerdag’, een schilderij van Evert Pieters, uit de periode 1911-1914. Dit schilderij had zijn eigen tuin in Blaricum als onderwerp. Het huis droeg de naam Aze ick kan, dat tegenwoordig bekend staat als de Witte Olifant. De sierlijke klokgevel is op dit schilderij duidelijk te zien. Opmerkelijk in dit kunstwerk is het gebruik van de heldere kleuren die doen denken aan de stijl van het post-impressionisme.
Locatie: Dit schilderij werd aangekocht door Anna en William Singer. Het hangt in het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Gijsbertus Jan Sijthoff (1867-1948) schilderde, tekende en aquarelleerde eveneens interieurs van boerderijen. Dat was geen wonder, want hij had les gehad van Bernard Blommers (1845-1914), een bekende kunstschilder uit de Haagse School die veel interieurstukken maakte. Gijsbertus Jan Sijthoff legde de eenvoud van het dagelijkse leven in het Gooi op zijn doeken vast. Hij schilderde tevens landschappen en stadsgezichten.

Boerin in boereninterieur te B;aricum, van Gijsbertus Jan Sijthoff.
Afbeelding: ‘Een boerin in het interieur van een boerderij te Laren (NH)’, van de kunstschilder Gijsbertus Jan Sijthoff. Het interieur met de borden op de schoorsteenmantel en de koffiemolen op de kast is kenmerkend voor een boerenwoning. Het schilderij werd met een losse toets vervaardigd, waardoor het een bijzondere, eigen sfeer kreeg.
Locatie: Dit schilderij van G.J. Sijthoff, zoals hij zijn schilderijen ondertekende, is in het bezit van een particuliere verzamelaar. ©Ronnie Rokebrand.

Gooise figuren en portretten 

André Broedelet (1872-1936) en Franz Deutmann (1867-1915) schilderden vooral portretten en figuren, vaak van gezinsleden van de Gooise erfgooiersfamilies. Ook Willem van Nieuwenhoven (1879-1973) vervaardigde veel portretten van de lokale boerenbevolking. Opmerkelijk veel geportretteerden op zijn schilderijen genoten van het roken van een pijp. Hij schilderde verder onder meer intellectuelen, vissers en violenbouwers. Bijzonder zijn de tot in het kleinste detail geschilderde miniatuurportretten die hij op een ondergrond van ivoor schilderde. Deze schilderijtjes op ivoor waren commercieel gezien een groot succes.

Boerenvrouw, een portret van Willen van Nieuwenhoven. Het schilderij is in het bezit van een privéverzamelaar.
Afbeelding‘Portret van een boerenvrouw met een kan water’, een portret van de hand van de kunstschilder Willem van Nieuwenhoven.
Locatie: Dit schilderij is in het bezit van een privéverzamelaar. ©Ronnie Rokebrand.

Vandaar dat zijn in Laren geboren zoon Wim, die men Junior van Nieuwenhoven (1913-1989) noemde, zijn voorbeeld volgde. Junior was bevriend met Henri Dievenbach (1872-1946) die eveneens portretten en figuren schilderde, waaronder naaisters en klompenmakers. Jan Zoetelief Tromp (1872-1947) werkte eveneens in Blaricum en Laren. Hij schilderde veel genrestukken met figuren van boeren en boerinnen met hun kinderen in het Gooise landschap. Verder werd hij bekend om zijn portretten, stillevens en strandgezichten, vaak met veel spelende kinderen op het fijnkorrelige zandstrand van Katwijk. De doofstom geboren Jan Zoetelief Tromp trouwde met Maria Blommers, een dochter van de kunstschilder Bernard Blommers.

Boer met kind op de Blaricumse zandgronden, van de kunstschilder Jan Zoetelief Tromp. Hij schilderde dit kunstwerk speciaal voor Anna Singer, zoals aangegeven bij de ondertekening op het schilderij.Locatie: Dit schilderij van Jan Zoetelief Tromp hangt in het voormalige zomerhuis Dalheim van William en Anna Singer in het Noorse plaatsje Olden. Het houten zomerhuis met bijgebouwen staat tegenwoordig bekend als het Singerheimen en staat aan de rand van het dorp. ©Ronnie Rokebrand.
Afbeelding: ‘Boer met kind op de Blaricumse zandgronden’, van de kunstschilder Jan Zoetelief Tromp. Hij schilderde dit kunstwerk speciaal voor Anna Singer, zoals aangegeven bij de ondertekening op het schilderij.
Locatie: Dit schilderij van Jan Zoetelief Tromp hangt in het voormalige zomerhuis Dalheim van William en Anna Singer in het Noorse plaatsje Olden. Het houten zomerhuis met bijgebouwen staat tegenwoordig bekend als het Singerheimen en staat aan de rand van het dorp. ©Ronnie Rokebrand.

Stillevens

Lammert Levie van der Tonge (1871-1937) was een Joodse kunstschilder die in eerste instantie vooral Gooise boereninterieurs, landschappen en portretten schilderde. Later begon hij bloemstillevens te schilderen, vaak in pastelachtige kleuren.

Bloemen in een pot, een impressionistisch bloemenstilleven van Lammert Levie van der Tonge.
Afbeelding‘Rozen in een pot’, een impressionistische schildering van een bloemstilleven van de kunstschilder Lammert van der Tonge.
Locatie: Dit schilderij van Lammert Levie van der Tonge is in particulier bezit. ©Ronnie Rokebrand.

Hij was niet de enige die hierin succesvol was. Salomon Garf (1879-1943) werd eveneens bekend om zijn stillevens, alhoewel ook hij portretten en Gooise boereninterieurs schilderde. Er waren in Blaricum en Laren geen kunstschilders die zich volledig op stillevens toelegden. Dat was begrijpelijk, want met een gevarieerd aanbod aan schilderstukken had een kunstschilder meer kans om zijn brood te verdienen. Dat gold zeker voor Derk Meeles (1872-1958) en Manus (Emanuel) van der Ven (1866-1944), die naast hun bloemstillevens ook andere onderwerpen voor hun composities kozen. Derk Meeles schilderde ook genreschilderijen en landschappen, terwijl Manus van der Ven landschappen, stadsgezichten, figuren en portretten aan zijn oeuvre toevoegde. De Noorse kunstschilder Martin Borgord (1869-1935), een huisvriend van William en Anna Singer die geruime tijd bij hen in Laren woonde, schilderde naast landschappen, havengezichten en portretten ook veel stillevens.

Een kan met kopjes, waarschijnlijk geschilderd door de Noorse kunstschilder Martin Borgord in de Wilde Zwanen, het woonhuis van de familie Singer in Laren.Locatie: Dit schilderij hangt in de voormalige Noorse woning Dalheim van Willam en Anna Singer in het Noorse plaatsje Olden. De woning staat tegenwoordig bekend als het Singerheim en ligt aan de rand van het dorp.
Afbeelding: ‘Een kan met kopjes’, geschilderd door de Noorse kunstschilder Martin Borgord in De Wilde Zwanen, het woonhuis van de familie Singer in Laren.
Locatie: Dit schilderij hangt in de voormalige Noorse woning Dalheim van William en Anna Singer aan de rand van het Noorse plaatsje Olden. De woning staat tegenwoordig bekend als het Singerheimen. ©Ronnie Rokebrand.

De steden en rivieren rondom het Gooi

Frans Langeveld (1877-1939) woonde in Laren. We kennen hem van zijn bijzondere stadsgezichten die ook in het Singer Museum in Laren hangen. Zijn stadsgezichten hebben een geheel eigen karakter. In bijna al zijn composities nemen krachtige trekpaarden een vooraanstaande positie in. Zijn collega-kunstschilders noemden hem de ‘Larense Breitner’, omdat zijn stijl van schilderen en zijn onderwerpskeuze met paarden overeenkwam met het werk van George Hendrik Breitner (1857-1923). Frans Langeveld schilderde naast zijn stadsgezichten ook landschappen en watergezichten.

Amsterdams straattafereel, van Frans Langeveld uit de periode 1897-1932.
Afbeelding‘Amsterdams straattafereel’, van de kunstschilder Frans Langeveld. Het schilderij is moeilijk te dateren, maar stamt waarschijnlijk uit de periode 1892 tot 1932. Het schilderen van krachtige paarden die langs de Amsterdamse grachten door de sneeuw ploegen was een geliefd onderwerp van Frans Langeveld.
Locatie: Dit schilderij is in het bezit van een privéverzamelaar. ©Ronnie Rokebrand.

In dit kader mag Willem Knip niet onvermeld blijven. Zijn fraaie, rustige schilderijen, die hij vooral in Amsterdam maakte, kom je nog op veel plaatsen in het Gooi tegen. Met name zijn havengezichten zijn van een bijzondere kwaliteit. Hoewel Willem Knip veel buiten het Gooi schilderde, rekende men hem toch tot de Larense School.

Winterlandschap op de Amstel in Amsterdam, van W.A. Knip
Afbeelding‘Winterlandschap op de Amstel in Amsterdam’, van de kunstschilder W.A. Knip. Een fraai zicht op de dichtgevroren en besneeuwde rivier de Amstel in Amsterdam in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Treffend geschilderd is de sneeuwlucht die boven de stad hangt. 
Locatie
: Het schilderij ‘Winterlandschap op de Amstel’ maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.

Hetzelfde geldt voor de kunstschilder W.G.F. Jansen, die het Gooise landschap zo mooi in grijsbruine tinten op het doek vertolkte. Hij schilderde ook veel buiten de grenzen van het Gooi. In zijn stadsschilderingen blikte hij vaak met enige weemoed terug op zijn geboortestad Harlingen.

De Zuiderhaven in Harlingen, van de kunstschilder W.G.F. Jansen uit de Larense School
Afbeelding: ‘De Zuiderhaven in Harlingen’. W.G.F. Jansen schilderde dit kunstwerk in zijn geboortedorp. Fraai is de in perspectief geschilderde kade met mensen en de daarachter liggende driemaster en andere schepen. De afbeelding is gekaderd met de behuizing van woningen en werven, met daarboven een Hollandse lucht.
Locatie: Het schilderij ‘De Zuiderhaven in Harlingen’ van W.G.F. Jansen maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.
 

Grafici in de Larense School

In een beschrijving van de Larense School mogen drie kunstenaars niet onvermeld blijven: Otto van Tussenbroek (1882-1957), Toon de Jong (Antonie Jacob de Jong, 1879-1978), en W.G.F. Oversteegen (1895-1959).
Otto van Tussenbroek was niet alleen graficus, maar hij had ook veel plezier in het schilderen en het ontwerpen van mozaïeken, stofzuigers en radio’s. Hij was een veelzijdig mens. Dit in tegenstelling tot Toon de Jong die zich liever specialiseerde en een meester werd in het etsen, graveren en lithograferen. Hij maakte fraaie etsen van de toenmalige boerendorpen Blaricum en Laren.
In dit lijstje mag ook W.G.F. Oversteegen niet ontbreken. Hij maakte 82 tekeningen van de boerderijen in Blaricum die hij vervolgens als etsen op de markt bracht. Er waren maar weinig Blaricumse gezinnen die van hem geen ets met een winters dorpsgezicht aan de muur hadden hangen. In het boek ‘Vijftig winters over Blaricum’, uitgegeven door de Historische Kring in Blaricum, kunt u kennismaken met een groot deel van zijn werk.

Angerechtsweg in Blaricum, vlakbij het Singerweitje, van W.G.F. Oversteegen
Afbeelding: ‘Angerechtsweg’, van de graficus en tekenaar W.G.F. Oversteegen. Het betreft een winterlandschap uit de periode 1940-1949, gelegen langs de Angerechtsweg in Blaricum.
Locatie: De Angerechtsweg ligt in het oude dorp van Blaricum, tegenover het Singerweitje en schuin tegenover de atelierboerderij de ‘7 Linden’. Bron: Beeldbank Blaricum (Historische Kring Blaricum).

Singer Museum en andere kunstenaars in Laren en Blaricum

Uiteraard woonden en werkten er niet alleen volgers en navolgers van de Haagse School in Blaricum en Laren, maar tevens modernisten als Piet Mondriaan (1872-1944) die in 1916 en 1917 in een koloniehuisje aan de Eemnesserweg in Blaricum werkte. Dit houten koloniehuisje is nu eigendom van de Dooijewaard Stichting. In een ander koloniehuisje op hetzelfde terrein werkte de kunstschilder Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915), een huisje waar later Anna Sluijter (1866-1931) in ging wonen. Zij hadden hun interesse in de theosofie gemeen. Het pointillistische werk van Ferdinand Hart Nibbrig kenmerkte zich door een lichte toon met heldere kleuren. Anna werkte in een meer abstracte stijl. Zij gebruikte in haar kunstwerken eveneens heldere kleuren, maar dan met diepere, warmere tinten.

Landweg in Blaricum, van Anna Sluijter. Het Blaricumse landschap, met de zandige heuvels, bossen en struiken, is geabstraheerd met een duidelijke omlijning van gekleurde vlakken.
Afbeelding‘Landweg in Blaricum’, een schilderij van Anna Sluijter, dat zij in 1914 maakte. Het Blaricumse landschap, met de zandige heuvels, bossen en struiken, is geabstraheerd met een duidelijke omlijning van gekleurde vlakken.
Locatie: Dit schilderij van Anna Sluijter werd in 2006 door veilinghuis Sotheby’s in Amsterdam geveild. Sindsdien is het in particulier bezit.

Ook de Duitse kunstschilder Max Liebermann (1847-1935) werkte graag in Laren. Men noemde hem wel de zonnige impressionist. Hij werd later gevolgd door onder andere de Amerikaan William Henry Singer (1868-1943) en zijn vrouw Anna Singer-Spencer Brugh.

De kameraden, uit 1924 van Willam Singer. Het behoort tot de verzameling van het Singer Museum in Laren.
Afbeelding‘De kameraden’, een schilderij uit 1924 van de kunstschilder William Henry Singer. Het Singer Museum in Laren is naar hem en zijn vrouw Anna Singer-Spencer Brugh vernoemd. Het schilderij werd vervaardigd in de omgeving van hun zomerhuis in Olden, Noorwegen. William en Anna waren fervente kunstverzamelaars.
Locatie: Het schilderij ‘De kameraden’ is in het bezit van het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Hun woning, ‘De Wilde Zwanen’, is nu in gebruik als het aantrekkelijke Singer Museum, dat zeker een bezoek waard is als u van de kunstwerken van de Haagse en Larense School houdt.

Dubbelportret van Anna Singer en haar man de kunstschilder Willeiam Singer, uit 1920 van Richard E. Miller
Afbeelding: ‘Dubbelportret van Anna Singer en haar man de kunstschilder William Singer’, uit 1920, van Richard E. Miller. Het schilderij is gemaakt in het huis De Wilde Zwanen, dat nu onderdeel uitmaakt van het Singer Museum in Laren (NH).
Locatie: Het dubbelportret van de familie Singer hangt in het Vestlandske Kunstindustrimuseum, oftewel het West-Noorse Museum voor Decoratieve Kunst, gelegen aan de Nordahl Bruns gate 9 in de Noorse stad Bergen.

Sinds het voorjaar van dit jaar kunt u in het Singer Museum de Nardinck-collectie bewonderen, een geschenk van Els Blokker-Verwer en Jaap Blokker (van de gelijknamige winkelketen), met veel Nederlandse modernisten. Het Singer Museum heeft veel kunstwerken van de schilders van de Larense School in haar collectie, maar richt zich in haar verzamelbeleid ook op het verwerven van kunstwerken uit het modernisme, zoals het pointillisme, het expressionisme, het kubisme en geometrisch abstracte kunst. Al met al een veelzijdige collectie. Opmerkelijk is het werk van de kunstschilder Gijs Bosch Reitz (1860-1938). Hij was geboren in een welvarende familie en hoefde niet van de opbrengsten van zijn schilderijen te leven. Zijn vader gaf hem jaarlijks voldoende geld om ruim van te leven. Het gevolg was dat slechts weinigen Gijs Bosch Reitz kenden (en kennen). Hij bracht zelden werken naar de kunsthandel. Toen hij een keer een schilderij naar de Parijse Salon bracht, het middelpunt van de kunstwereld in de 19de eeuw, werd het direct verkocht. Hij ontwikkelde een eigen, decoratieve schilderstijl.

Kerkuitgang van de oude St. Janskerk te Laren, uit 1892-1893, van Gijs Bosch Reitz.
Afbeelding‘Kerkuitgang van de oude St. Janskerk te Laren’, geschilderd in de periode 1892-1893 door Gijs Bosch Reitz. Hij schilderde de boerenfamilies in een vereenvoudigde stijl en voorzag zijn figuren van een duidelijke omlijning. De compositie is mede daardoor strak en wordt bepaald door de zich herhalende verticale lijnen van de rechtopstaande bomen die geen zijtakken hebben. Deze bomen staan ook nu nog op de brink van het Gooise dorp Laren.
Locatie: Dit schilderij van Gijs Bosch Reitz maakt deel uit van de collectie van het Singer Museum in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Andere kunstenaars die zich mede aan Laren en Blaricum verbonden, waren onder meer Bart van der Leck (1876-1958), Jan Sluijters (1881-1957), Leo Gestel (1881-1941), Chris Beekman (1887-1964), Jan Toorop (1858-1928), Gustave De Smet (1877-1943), Herman Kruyder (1881-1935), Jacoba van Heemskerck (1876-1923) en Charley Toorop (1891-1955). Veel van hun kunstwerken vindt u terug in de verzameling van het Singer Museum.

Takken met appels, uit 1952-1953, van Charley Toorop, een van de markantste Nederlandse schilderessen van de 20ste eeuw. Zij schilderde ook veel in en rondom Bergen en in boomgaarden in de Beemster, waaronder bijgaand schilderij. In haar werken vind je de invloeden van het kubisme, het impressionisme en het fauvisme. Locatie: Dit schilderij `Takken met appels' van Charley Toorop is sinds 2018 in het bezit van het Singer Museum in Laren (NH).
Afbeelding: ‘Takken met appels’, uit 1952-1953, van Charley Toorop, een van de markantste Nederlandse schilderessen van de 20ste eeuw. Zij schilderde veel in en rondom Bergen en in boomgaarden in de Beemster, waaronder bijgaand schilderij. In haar werken vind je invloeden van het kubisme, impressionisme en fauvisme.
Locatie: Dit schilderij ‘Takken met appels’ van Charley Toorop is sinds 2018 in het bezit van het Singer Museum in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Larense en Blaricumse kunsthandel

Veel kunstwerken werden in Laren verkocht door Jan Hamdorff (1860-1931), in wiens kroeg en hotel veel kunstschilders van de Larense School en andere richtingen samenkwamen. Daarnaast waren er plaatselijke kunsthandels van de kunstverzamelaars Lion Schulman, Sal Slijper en Gerard Padt. Gerard Padt maakte ook opmerkelijke tekeningen. Hoewel hij technisch gezien misschien geen gedenkwaardige kunstenaar was, blonk hij uit in de keuze van zijn onderwerpen.

Het mijnpaard van Gerard Padt, kunsthandelaar in Laren
Afbeelding: ‘Het mijnpaard’, van Gerard Padt, kunsthandelaar te Laren (NH). De tekening van dit mijnpaard is een van de weinige afbeeldingen die van het werk van mijnpaarden bewaard is gebleven. Zoals op de tekening te zien is, trokken de mijnpaarden de kolen op een wagentje en over een rails de mijn uit naar buiten. In Limburg werden de kolen overgeladen op stoomschepen die ze verder over de rivier de Maas transporteerden, zoals te zien is op de achtergrond van deze tekening. Er zijn bijna geen kunstwerken in Nederland met dit onderwerp, waardoor dit eenvoudig gecomponeerde werk van kunsthistorische waarde is.
Locatie: Deze tekening van een mijnpaard door Gerard Padt maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.

Afbeelding bovenaan deze pagina: ‘Meisje met bloem’, van Albert Neuhuys uit 1910. Het betreft een schenking van Anna Singer-Brugh aan het Singer Museum.
Locatie: Dit olieverfschilderij van Albert Neuhuys is in het bezit van het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH).

Mijn naam is Wally Moes. Ik ben in 1856 geboren in Amsterdam en overleed in 1918 op 62-jarige leeftijd in Laren. Ik schilderde graag de lokale bevolking, ook al had ik met hen te doen. Zij leefden voor een groot deel van weven, spinnen en de schamele opbrengst van enkele dieren.

Samenvatting de Larense School door Wally Moes

“Mijn naam is Wally Moes. Ik ben in 1856 geboren in Amsterdam en overleed in 1918 op 62-jarige leeftijd in Laren. Ik schilderde graag de lokale bevolking, ook al had ik met hen te doen. Zij leefden voor een groot deel van weven, spinnen en de schamele opbrengst van enkele dieren. Dit ongezonde bedrijf dat zo mooi was om te schilderen, veroorzaakte veel tuberculose. De armoede was groot, de onwetendheid ongelooflijk kras, waarin de geestelijkheid geen verandering bracht. De kinderen gingen zelden of nooit naar school en vele volwassenen konden lezen noch schrijven. Zo leefden deze weerlozen voort, voornamelijk in afwachting van hel, hemel of vagevuur en zonder in het minst te beseffen dat een mensenlot anders kan zijn. Ik probeerde in mijn schilderijen oog te hebben voor de armoedige omstandigheden waarin de bevolking van Laren en Blaricum leefde. Ik hoop dat dit is gelukt. Op deze plek geef ik een samenvatting van de les over de Larense School die u zojuist heeft gevolgd. Rond 1870 bezochten Jozef Israëls en zijn zoon Isaac het dorp Laren in het Gooi, aangetrokken door de schoonheid van het landschap en de authentieke levenswijze van de bewoners. Dit bezoek inspireerde hen en andere kunstenaars zoals Anton Mauve en Albert Neuhuys, die snel volgden. Veel kunstschilders, waaronder Hein Kever, Willem Steelink Junior, Hendrik Valkenburg, en Etha Fles, waren zo onder de indruk dat ze besloten zich in Laren en het naburige Blaricum te vestigen. De lage kosten voor levensonderhoud en huisvesting in combinatie met het pittoreske landschap maakten het gebied ideaal voor kunstenaars. Voor de armoedige omstandigheden waarin de plaatselijke bevolking leefde hadden de meeste kunstenaars minder oog. Deze regio, rijk aan diverse landschappen zoals bossen, heidevelden, weidevelden en de Zuiderzeekust, werd een populaire locatie voor kunstschilders. De schilders van de Larense School werden beïnvloed door het impressionisme, maar behielden ook realistische elementen. Net als andere impressionisten schilderden we en-plein-air, met aandacht voor licht en kleur. De Larense School, met wortels in de Haagse School, bestond uit kunstenaars die actief waren rond Laren en Blaricum in de late 19de en vroege 20ste eeuw. Deze school was vooral bekend om de boereninterieurs van Albert Neuhuys en de schaapskuddes van Anton Mauve. In de loop der tijd ontwikkelden de kunstenaars van de Larense School hun stijl verder in een meer impressionistische richting, terwijl ze ook trouw bleven aan de traditie van de Haagse School. Naast landschappen, werden er ook veel boereninterieurs en portretten van lokale inwoners geschilderd, zoals ik zelf ook graag deed. Veel van deze werken weerspiegelden een idealistische kijk op het boerenleven, vaak in tegenstelling tot de werkelijke levensomstandigheden. Ik hoop dat ikzelf wat gevoeliger was voor de sociale realiteit in de Gooise dorpen. De bloeiperiode van de Larense School was tussen 1880 en 1920, met een indrukwekkende lijst aan namen van kunstenaars die in de loop der jaren in dit gebied hebben gewerkt. Naast schilderkunst omvatte de Larense School ook andere kunstdisciplines, zoals beeldhouwkunst, literatuur, en grafische kunst. De kunstenaars van de Larense School hebben een blijvende impact gehad op de Nederlandse kunstgeschiedenis. Ons werk wordt gekenmerkt door een diepe waardering voor de natuur en het dagelijks leven, en combineert impressionistische technieken met een realistische benadering van de onderwerpen. Onze nalatenschap blijft behouden in collecties van musea waaronder het Singer Museum, dat zich richt op zowel werken van de Larense School als modernere kunststromingen. De invloed van deze school reikt verder dan alleen de schilderijen, en heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de Nederlandse kunst in de 20e eeuw.”

 

Uit de verstrekte informatie over de Larense School zijn vijf oefenvragen gedestilleerd met de bijhorende antwoorden:

Oefenvragen

  1. Welke kenmerken van het impressionisme zijn terug te vinden in de werken van de Larense School?
  2. Hoe beïnvloedde de omgeving van Laren en Blaricum de kunstenaars van de Larense School?
  3. Wat was de rol van fotografie in de ontwikkeling van de Larense School?
  4. Hoe verschilden de portretten en figuren geschilderd door de Larense School-kunstenaars van de realiteit van de lokale bevolking?
  5. Welke invloeden buiten het impressionisme zijn zichtbaar in de werken van de kunstenaars van de Larense School?

 

Antwoorden

  1. De werken van de Larense School vertonen impressionistische kenmerken zoals het schilderen ‘en plein air’, direct in de natuur, en een focus op het vastleggen van licht en kleur in hun natuurlijke schakeringen.
  2. Het landschap en het authentieke leven van de inwoners van Laren en Blaricum beïnvloedden de kunstenaars van de Larense School, die de unieke omgeving en het lokale leven in hun werken vastlegden.
  3. De komst van fotografie zorgde ervoor dat kunstschilders van de Larense School zich minder op exacte weergave hoefden te richten en meer op het overbrengen van gevoel en sfeer in hun kunst.
  4. Veel kunstenaars van de Larense School schilderden idyllische en gezonde uitziende boerenfiguren, wat contrasteerde met de werkelijke armoedige levensomstandigheden van veel lokale bewoners.
  5. Buiten impressionistische invloeden, zijn in de werken van sommige kunstenaars van de Larense School ook invloeden van realisme, post-impressionisme en modernisme te zien.

Delen:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn
Meisje met bloem, van Albert Neuhuys uit 1910. Het betreft een schenking van Anna Singer-Brugh. Locatie: Dit olieverfschilderij van Albert Neuhuys is in het bezit van het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH).

Inhoudsopgave

Copyright © 2022. All Rights Reserved

error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.