Les 4: Oud-Griekse kunst

Kunst, filosofie, democratie en helden vormen de belangrijkste thema’s voor ons nu wij via de overblijfselen uit de geschiedenis terugkijken op de lange periode van de oud-Griekse cultuur. We moeten daarbij in ogenschouw nemen dat er geen sprake was van een groot Grieks land, maar dat het gebied bestond uit tal van min of meer zelfstandige stadstaten of polissen die met elkaar om de macht streden. Er was echter wel sprake van een gemeenschappelijke beschaving en dus ook van een gezamenlijke kunstgeschiedenis. Bovendien was er sprake van wedijver tussen de stadstaten; iedere stadstaat wilde pronken met zijn tempels en andere kunstuitingen. Dit stimuleerde de ontwikkeling van de kunst. 
De oud-Griekse kunst vertelt ons het verhaal van het leven van de oude Grieken. Een kunst die zijn wortels had in de oud-Egyptische kunst en die op zijn beurt weer de basis vormde voor onze eigen cultuur en dus ook voor onze kunst. Wat betreft de stijlvormen verdelen de meeste wetenschappers in de kunstgeschiedenis de kunst van de oude Grieken in de Minoïsche, de Myceense, de geometrische, de archaïsche, de klassieke en tenslotte de hellenistische periode. Helaas is er van de oud-Griekse schilderkunst niet zoveel bewaard gebleven. Toch zijn er uitzonderingen die ons inzicht geven in deze opmerkelijke periode, zoals de wandschilderingen in Knossos (op het Griekse eiland Kreta) en de fresco’s van Akrotiri op het eiland Thera (het huidige Griekse eiland Santorini). De Minoïsche schilderingen in Thera werden in 1967 ontdekt.

Twee antilopen schildering uit het oude Griekenland
Afbeelding: Twee geschilderde antilopen uit Akrotiri op het eiland Thera (1700 voor Chr.) uit de Minoïsche periode. Thera is een vroegere benaming voor het huidige Griekse eiland Santorini. De muurschildering is stevig gerestaureerd, zoals we kunnen zien aan de opgeplakte fragmenten en de op het vlak geschilderde nieuwe delen. Toch kunnen we zien dat het ontstane beeld dicht bij de oorspronkelijke werkelijkheid komt. 
Locatie: De wandschildering van de twee antilopen uit Akrotiri op het eiland Thera (een ander woord voor het Griekse eiland Santorini, deel uitmakend van de Cycladen) staat in het Archeologische museum in Athene (Griekenland). ©Ronnie Rokebrand.

Kunst in de Minoïsche beschaving

In de Griekse oudheid, in de periode van 3000 voor Chr. tot 1000 voor Chr. ontstonden er drie beschavingen in het gebied dat wij nu Griekenland noemen. Al deze culturen lieten kunstwerken na. Zij ontwikkelden zich op de eilandengroep de Cycladen, op het eiland Kreta en op de Peloponnesos, het vasteland van Griekenland. Van de beschaving op de Cycladen zijn vruchtbaarheidsbeeldjes, enkele marmeren figuren van vrouwen en mannen, en prachtige schilderingen teruggevonden.

De boksers van Thera uit de Minoïsche beschaving
Afbeelding: De boksers van Thera uit de Minoïsche beschaving. Deze wandschildering is gevonden in de archeologische zone van Akrotiri (Thera)  op het Griekse eiland Santorini, dat deel uitmaakt van de eilandengroep de Cycladen. Het werk is voor een belangrijk deel gerestaureerd, zoals we kunnen zien aan de oorspronkelijke, weer samengestelde fragmenten en de later geschilderde delen door de restaurateurs. De voeten zijn van de zijkant geschilderd op een wijze die ons aan de Egyptenaren doet denken. 
Locatie: Deze afbeelding van de boksers van Akrotiri (Thera) staat nu in het Archeologische Museum in de Griekse hoofdstad Athene. ©Ronnie Rokebrand.

Dat was ook het geval op het eiland Kreta. Hier ontwikkelde zich in de periode 2000 voor Chr. tot 1300 voor Chr. een beschaving die zich openbaarde als een vreedzame samenleving met een uitstekende organisatie. Deze beschaving noemde men de Minoïsche cultuur, vernoemd naar de legendarische koning Minos van Kreta.  Zij waren in dit tijdvak niet de enigen in de wereld die van zich lieten horen. Het was de periode waarin ook andere belangrijke beschavingen opkwamen en kunstwerken nalieten, onder meer in het oude Egypte, in Mesopotamië, in Anatolië (in het huidige Turkije), in Kanaän (In het gebied dat nu de staten Israël, Palestina, Jordanië, Syrië en Libanon omvat) en in de Indusvallei (in het huidige Pakistan). Bijzonder is dat men hier het hiërogliefenschrift Linear A ontwikkelde, een schrift dat via het zogenoemde Linear B aan de basis stond van het Griekse alfabet.
Beroemd is het paleis van Knossos dat op het eiland Kreta is gevonden, het paleis van de mythische koning Minos. Er zijn echter ook Minoïsche paleizen in andere delen van Kreta gevonden, zoals het paleis van Malia, het paleis van Kato Zakros, het paleis van Hagia Triada en het paleis van Festos. Hun invloed reikte ook buiten Kreta, we hoeven maar te denken aan de kunstvoorwerpen die op het eiland Santorini zijn gevonden, waaronder de fraaie en levendige schilderingen uit het dagelijkse leven bij het stadje Akrotiri (Thera) uit de periode 1700 tot 1530 voor Chr.. 

De visser is een beroemd fresco uit Akrotiri op het eiland Thera, het huidige Santorini
Afbeelding: Deze fresco van de Visser is gevonden in de oude stad Akrotiri op het Egeïsche eiland Thera, dat tegenwoordig Santorini heet. Het is niet duidelijk of dit een afbeelding van een visser is of van een jongeman die vis aanbiedt als onderdeel van een religieuze ceremonie. 
Locatie: Sinds 2015 hangt deze fresco van de Visser in het Prehistorische Museum van Thera op het eiland Santorini. Voorheen stond het in het Archeologisch Museum in Athene. ©Ronnie Rokebrand.


Maar ook in Egypte en Turkije zijn kunstvoorwerpen van aardewerk blootgelegd uit de Minoïsche beschaving. 
In de genoemde paleizen zijn wandschilderingen en beschilderde vazen van aardewerk gevonden. In de schilderingen is de invloed van de toenmalige Egyptische cultuur goed merkbaar, vooral in de manier waarop mensenfiguren zowel frontaal als van  opzij werden afgebeeld. Een bekende schildering is de stiersprong uit het paleis van Knossos, met daarop een springende stier die waarschijnlijk als heilige werd vereerd. De stier is dan ook het meest afgebeelde dier in de Minoïsche kunst.
In de beeldhouwkunst vinden we vooral reliëfs op vazen en bekers. Verder zijn er in Knossos, Festos, Malia en Thebe kleine figuurtjes gevonden van aardewerk, brons, steen en ivoor, soms met goud bedekt. Rond 1450 voor Chr. kwam de Minoïsche beschaving tot een einde, waarschijnlijk door een inval van de militair geschoolde legers van de Myceners. De vredelievende bewoners van het toenmalige Kreta hadden geen kans, ze hadden zelfs geen muren om hun paleizen staan om zich te kunnen verdedigen.  

De springende stier, een fresco in het Minoïsche paleis van Knossos op Kreta
Afbeelding: De springende stier, een fresco in het paleis van Knossos uit de Minoïsche periode op het Griekse eiland Kreta. Het maakt deel uit van een compositie met vijf fresco’s en toont een acrobaat op de rug van een aanvallende stier. Een tweede figuur bereidt zich voor om te springen, terwijl een derde met uitgestrekte armen staat te wachten.
Locatie: Deze fresco bevindt zich in het paleis van koning Minos in Knossos op het Griekse eiland Kreta.

Kunst in de Myceense beschaving

De Myceense beschaving, ook wel de Helladische beschaving genoemd, ontwikkelde zich ongeveer in de periode tussen 1600 voor Chr. en 1100 voor Chr..

Een rituele drinkbeker uit de Myceense beschaving. Meestal werden ze versierd met de kop van een dier, ind dit geval van een stier.
Afbeelding: Een zilveren, rituele drinkbeker uit de Myceense beschaving uit de 16de eeuw voor Chr.. Meestal werden deze drinkbekers versierd met de kop van een dier, in dit geval van een stier met gouden hoorns en een gouden rozet op het voorhoofd. Het gat waaruit men schonk, zit in de neus van de stier.
Locatie: Deze rituele drinkbeker hangt in het Nationaal Archeologisch Museum van Athene in Griekenland.

De Myceners bouwden hun paleizen en woningen in burchten op de top van een berg, zodat ze zich goed konden verdedigen tegen mogelijke indringers. Bekend is de burcht van Mycene, waar deze beschaving naar is vernoemd. Boven de toegangspoort van deze burcht, bestaande uit twee grote rechtopstaande stenen die zijn afgedekt met een derde megaliet, staat een beeldhouwwerk van twee leeuwen die een Minoïsche zuil flankeren, de zogenoemde leeuwenpoort.

De leeuwenpoort die de toegang vormt voor de burcht van Mycene
Afbeelding: De bekende leeuwenpoort uit 1250 voor Chr., die als toegangsportaal fungeerde voor de burcht van Mycene. De toegang is omlijst met drie megalieten. Boven de zware afdeksteen bevindt zich een beeldhouwwerk met twee leeuwen die een Minoïsche zuil met een Dorisch kapiteel flankeren. Historici gaan ervan uit dat de  zuil symbool stond voor het toenmalige koningshuis. 
Locatie: De ruïnes van de burcht van Mycene liggen op de Peloponnesos, het vaste land van Griekenland. Om precies te zijn  in Argolida, ten oosten van de weg van Korinthe naar Nafplion. 


Naast het beeldhouwwerk boven de leeuwenpoort zijn er nog kleine kunstvoorwerpen gevonden van aardewerk, steen en ivoor. De Minoïsche invloeden zijn duidelijk zichtbaar. Dit was ook het geval in de schilderkunst waar men op dezelfde wijze figuren afbeeldde als de bewoners van Kreta, dus zowel frontaal als van opzij in hetzelfde figuur. Een verschil is dat de Myceners ook jachttafrelen en gevechtshandelingen afbeeldden, wat men in de Minoïsche beschaving niet deed. Dit alles wijst op een militaristische of in ieder geval een slagvaardige bevolking. Deze gedachte wordt ondersteund door de verhalen in de Griekse heldendichten Ilias en Odyssee van de Griekse schrijver Homerus die honderden jaren later verhaalde over de Myceense krijgershelden en militaire campagnes in Griekenland en omliggende gebieden.
Verder zijn er graven bewaard gebleven waarin men dolken, zwaarden, zegelringen en gouden maskers heeft gevonden. Het opmerkelijkste graf staat bekend als het graf van Agamemnon, ook wel de schatkamer van Atreus genoemd, met een fraai en 14,5 meter breed koepelgewelf. 

Myceense dolk met leeuwenkoppen van goud en ijzer
Afbeelding: Een Myceense zwaard met leeuwenkoppen van goud in het handvat en een ijzeren steekgedeelte. De zwaarden waren 130 centimeter lang en ongeveer 3 centimeter breed. 
Locatie: Dit Myceense zwaard staat tentoongesteld in het Nationaal Archeologische Museum van Athene, in de Griekse hoofdstad Athene. 

De geometrische periode in de oud-Griekse kunst

De geometrische periode begon ongeveer in het jaar 1050 v.Chr. en liep tot ongeveer 720 v.Chr. Uit de periode tot 900 v.Chr., de zogenoemde proto-geometrische (1050-900 v.Chr.) periode, zijn weinig kunstvoorwerpen bewaard gebleven. Enkel wat eenvoudig vaatwerk heeft de tand des tijds overleefd.

Een vaas en drie eenvoudige amfora's  uit de proto-geometrische periode. op het eiland Santorini
Afbeelding: Een vaas en drie eenvoudige amfora’s  uit de proto-geometrische periode. De eerste, eenvoudige geometrische patronen zijn op de vaas en de amfora’s zichtbaar. 
Locatie: Deze vaas en amfora’s staan in de `Archaeological Site of Akrotiri’ op het eiland Santorini in Griekenland. ©Ronnie Rokebrand.

Vanaf het jaar 900 v.Chr. tot aan ongeveer 720 v.Chr., de zogenoemde geometrische periode, werd het aardewerk aanzienlijk rijker bewerkt. Met name in de stadstaat Athene begon men met het aanbrengen van geometrische figuren. 
De eerste aardewerk gebruiksartikelen werden versierd met zwarte banden. Later  gevolgd door steeds ingewikkelder patronen, Er ontstonden op het vaatwerk volledig abstracte zigzagpatronen, ruitvormige decoraties, meandervormige patronen en concentrische cirkels. Rond 800 v. Chr. werden deze gevolgd door de eerste afbeeldingen van mensen en dieren, zoals paarden.  Onder oosterse invloed werd deze stijl op de vazen tussen 725 en 650 voor Chr. steeds losser en ongedwongener. De vazen decoreerde men met typisch oosterse fabeldieren, geschilderde spiralen, rozetten en ineengestrengelde banden.

Een Pyxis, een rond doosje met een deksel, met vier paarden, gemaakt van aardewerk in de 8ste eeuw voor Chr. aan het einde van de geometrische periode.
Afbeelding: Een Pyxis, een ronde schaal met een deksel met daarop vier paarden. De schaal is gemaakt van aardewerk in de 8ste eeuw voor Chr., aan het einde van de geometrische periode. De geometrische figuren zijn op de gehele schaal en op de deksel aangebracht.
Locatie: Deze ronde schaal van aardewerk, met vier paarden op de deksel, staat tentoongesteld in het Wadsworth Atheneum Museum in Hartford in de staat Connecticut in de VS.

De meeste van deze vazen en amfora’s gebruikte men om water en wijn op te slaan, maar ook voor begrafenisdoeleinden. Bekend zijn de dipylonvazen, één tot anderhalve meter hoge vazen die in de graven werden meegegeven. Ze hadden geen bodem, zodat men gemakkelijker het plengoffer in het graf kon laten stromen. Het vaatwerk gebruikte men in het huishouden.
Geometrische vormen zijn alle vormen, die je met behulp van een liniaal en een passer kunt maken, zoals een vierkant, een rechthoek, een cirkel en een driehoek. Deze figuren werden vaak van elkaar gescheiden door horizontaal geschilderde banden. Ook in de andere stadstaten van Griekenland begon men het aardewerk te versieren met deze geometrische vormen, vandaar de naam geometrische periode.

Een amfora in de geometrische stijl uit 770-760 voor Chr..
Afbeelding: Een amfora in de geometrische stijl uit 770-760 voor Chr..
Locatie: Deze amfora staat in het Blanton Museum of Art in Austin in de staat Texas in de VS.

De archaïsche periode

De archaïsche periode liep van 720 v.Chr. tot 480 v.Chr. Het begin van deze periode werd in de kunst gekenmerkt door de overname van Assyrische en Egyptische motieven. Dit gebeurde eerst in Kreta, gevolgd door Korinthe. Vanuit Egypte nam men de statische en de uit vaste verhoudingen bestaande formules voor beeldhouwwerk over, maar men veroorloofde zich veel meer vrijheden, omdat de wettelijke voorschriften die de Egyptische kunst eeuwen lang hadden gedomineerd in de Griekse stadstaten niet bestonden. Men ging een eigen Griekse beeldtaal gebruiken en de weergaves werden steeds natuurgetrouwer.

Aardewerk parfum vaas uit de Griekse archaise periode
Afbeelding: Een parfumvaas, een terracotta alabastron, van aardewerk uit de archaïsche periode. Het is gebakken in de Korinthische stijl. Hoewel er nog enkele geometrische vormen op de vaas zichtbaar zijn, bracht men op deze vaas vooral natuurgetrouwe afbeeldingen aan, onder meer van bloemen en een pantervogel.
Locatie: Deze parfumvaas staat in het Metropolitan Museum of Art in New York in de VS. 

In deze periode ging men langzaam maar zeker de houten palen die de daken ondersteunden vervangen door stenen exemplaren met daarop stenen balken. De eerste contouren van de tempels, die wij nu kennen, kregen gestalte. De houten palen werden stilistisch nagemaakt met fijne lijnen en min of meer taps toelopend naar de punt waar de balk werd gedragen. In de tempels plaatste men cultusbeelden van de god aan wie de tempel was toegewijd. het waren de eerste sculpturen die men uit kalksteen en marmer (hard en door de natuur samengeperst kalksteen) beeldhouwde.  Kenmerkend in deze beelden van goden en personen waren de appelwangen, de gebogen lijn van de wenkbrauw naar de neus en de bolvormige, amandelvormige ogen.

Een marmeren beeld van een Kore uit circa 510 voor Chr., aan het einde van de archaïsche periode
Afbeelding: Het marmeren, elegante en typisch archaïsche beeld van een Kore (ook wel Korai genoemd) uit circa 510 voor Chr.. Deze jonge vrouw draagt, met een glimlach op haar gezicht, haar vlechten tot op de schouders. De kleding is fijn geplooid en gedetailleerd weergegeven. De appelwangen, de gebogen lijn van de wenkbrauw naar de neus en de amandelvormige ogen, die kenmerkend zijn voor deze periode, zijn herkenbaar in dit beeld. Het woord Kore betekend, vrij vertaald, meisje. 
Locatie: Het beeld van de Kore van Chios staat in het Akropolis Museum in Athene, de hoofdstad van Griekenland. ©Ronnie Rokebrand. 

De Kore of Korai beeldde men altijd gekleed uit. Dat was echter niet het geval met de afbeeldingen van mannen. Er zijn niet minder dan 100 beelden gevonden van jonge, naakte mannen. Zij werden weliswaar natuurgetrouw afgebeeld, maar dan in de meest idealistische vorm. Men noemde deze beelden de Kourai. Aanvankelijk werden deze figuren in een stramme houding afgebeeld.  Maar in de loop van de archaïsche periode kregen deze beelden in toenemende mate een vrije houding en zagen we de eerste voortekenen van de beeldhouwkunst in de klassieke periode, het tijdvak dat de archaïsche periode opvolgde.

De roodfigurige en zwartfigurige stijl op aardewerk vazen

Ook in de schilderkunst, met name op de overgebleven aardewerk vazen, zagen we dit terug. Eerst in de zogenoemde zwartfigurige stijl met zwarte figuren op rood gebakken klei. De figuren werden voor het bakken met zwarte klei gedecoreerd. Nadat de vazen uit de bakovens kwamen bracht men de details en de lijnen in de figuren aan door de zwarte klei op die plekken weg te krassen. Zo bracht men onder meer de gelaatsuitdrukkingen, de lichamen en de plooival van de kleding aan van de afgebeelde figuren. 

Zwartfigurige vaas. Op de afbeelding ziet u Achilles en Ajax een bordspel spelen onder het toeziend oog van Athene
Afbeelding: Zwartfigurige vaas. Op de afbeelding ziet u Achilles en Ajax, twee grote helden tijdens de Trojaanse oorlog, in volle concentratie een bordspel spelen onder het toeziend oog van de godin Athene. Het tafereel van de krijgers die op hun gemak waren, maar met hun wapenrusting in de aanslag, zou zich kunnen hebben afgespeeld tijdens een pauze in de strijd tegen de Trojaanse oorlog. Er zijn ongeveer 150 vazen (amfora’s) gevonden met deze afbeelding als onderwerp. Deze vaas stamt waarschijnlijk uit de periode rond 540 voor Chr..
Locatie: Deze zwartfigurige vaas staat in de Getty Villa van het J. Paul Getty Museum, gevestigd in Malibu in Californië (VS). 

Later kwam de roodfigurige stijl in zwang waarbij men de vaas met zwarte klei bedekte en de rode figuren ontstonden door de klei hier weg te laten, zodat de rode klei verscheen. De details en lijnen werden vervolgens aangebracht met een fijn harige penseel, zodat men nog gedetailleerder kon werken. In het kort: in de zwartfigurige stijl zijn de afgebeelde figuren zwart; in de roodfigurige stijl zijn de afgebeelde figuren in het rood weergegeven. 

Oud-Griekse vaas uit 330 tot 310 voor Chr.  in de roodfigurige stijl
Afbeelding: Een vaas in de roodfigurige stijl uit de periode 330 tot 310 voor Chr.. De afbeeldingen zijn gedetailleerder dan in de zwartfigurige stijl en de figuren zijn in het rood afgebeeld in plaats van in het zwart.
Locatie: Deze roodfigurige vaas staat in het Metropolitan Museum of Art in New York in de VS.

Meer schilderwerk is helaas in de loop der eeuwen verweerd en verdwenen. De vazen gebruikte men in het huishouden, maar hadden tevens een functie tijdens begrafenisplechtigheden. De afbeeldingen op de vazen tonen alledaagse taferelen, maar ook liefdesscenes (hetero en homo), krijgstaferelen, sportende atleten, portretten, kunstenaars, ambachtslieden, paardenrennen, feestelijkheden en theatervoorstellingen. Al met al geeft het een overzichtelijk beeld van het dagelijkse leven in deze periode.

De klassieke periode

Het begin van de tweede Perzische Oorlog (480 v.Chr.) neemt men gewoonlijk als beginpunt van de klassieke periode. Deze klassieke periode laat men eindigen met de dood van Alexander de Grote in het jaar 323 v.Chr.. De klassieke periode is misschien wel de belangrijkste periode in de Griekse kunstgeschiedenis. Het is niet alleen de tijd dat de filosofen hun redevoeringen hielden, maar het was ook de periode dat de democratie in Athene hoogtij vierde. Dankzij deze vernieuwende periode in levensbeschouwing en politiek begon men ook in de kunst nieuw verworven inzichten te ontwikkelen.

De Dorische, Ionische en Korintische pilaren en stijlen

Ook in de architectuur ontwikkelde de kunst zich. De pilaren die eerst nog eenvoudig en functioneel waren met een onbewerkt kapiteel en 20 verticale lijnen (`stenen nerven’) in de pilaar (de Dorische stijl), werden steeds eleganter en frivoler, eerst met twee voluten (krullen) in het kapiteel en 24 verticale lijnen in de pilaar, de zogenoemde Ionische stijl, uitmondend in de klassieke periode in een volledig bewerkt kapiteel met twee geledingen met bladeren boven elkaar en ook 24 verticale lijnen in de pilaar. In de Korintische stijl waren de pilaren ook langer, dan in de Ionisch en Dorische stijlen. Met andere woorden de stijlen evolueerden van sober naar rijkelijk versierd. Alle drie stijlen zijn vernoemd naar Griekse stammen die deze stijlen als eersten invoerden. Overigens is het aannemelijk dat de eerste sobere Dorische zuil was geïnspireerd op de gelijkende Toscaanse zuilen, anderen verwijzen voor de oorsprong van deze pilaar naar de Egyptische fluit zuil.
De Dorische tempels zijn dus vooral herkenbaar aan de kapitelen bovenaan de zuil. In het kort: de Dorische kapitelen zijn eenvoudig en rond; in de latere Ionische stijl krijgen de kapitelen twee krullen, terwijl in de daarop volgende Korintische stijl (vanaf circa 400 voor Chr.) de kapitelen onder de krullen rijk versierd worden met ornamenten, met name in de vorm van bladeren van de acanthus. De acanthus is een fraaie, statige plant die vaak voor komt in mythologische afbeeldingen, maar die ook tegenwoordig nog populair is bij tuinliefhebbers, ook in Nederland en België. Een ander verschil is dat de Ionische en Korintische zuilen een rond gevormde basis hadden, terwijl de Dorische zuilen nog gewoon op de platte vloer stonden.

Verschillen Dorische, Ionische en Korintische zuilen
Afbeelding: De verschillen tussen de Dorische (rechtsboven), de Ionische (midden) en de Korintische zuilen (beneden). De Dorische zuil was gebaseerd op de oorspronkelijke Toscaanse zuil (linksboven).

De tempel van de Atheense Maagd op de Acropolis heuvel

In de architectuur mag de bouw van de volledig marmeren tempel op de Acropolis niet ongenoemd blijven. De Atheners waren in de klassieke periode de heersers over hun eigen rijk en bouwden tussen 447 en 432 voor Chr., op de Acropolis heuvel, een tempel ter ere van de Atheense Maagd, de Athena Parthenos ofwel de godin Pallas Athene. De tempel wordt dan ook het Parthenon genoemd. Het werd de grootste Dorische tempel van het huidige Griekenland.

Een gerestaureerde weergave van de Akropolis in Athene uit 1911, met op de voorgrond de voorhal die naar de tempel leidt ofwel de Propylaea
Afbeelding: Een gerestaureerde weergave van de Akropolis in Athene zoals deze er rond 400 voor Chr. uitzag. De prent is uit 1911. Op de voorgrond zie je de voorhal die naar de tempel leidt ofwel de Propylaea. Linksachter staat het Erechtheion, terwijl rechtsachter de belangrijkste tempel staat, de tempel van de Atheense Maagd ofwel de Athena Parthenos, de tempel voor de godin Pallas Athene. Deze tempel staat bekend als het Parthenon. Rechtsvoor, rechts naast de ruime voorhal, staat de kleine Athene-Nike tempel, gewijd aan de godin van de overwinning.

In het Parthenos stond een reusachtig beeld van de godin Pallas Athene. Volgens de beschrijvingen van de Griekse schrijvers uit die tijd was het grote, marmeren beeld bekleedt met ivoor, goud en gekleurd glas. Helaas is dit beeld verdwenen. Het goud is waarschijnlijk gesmolten om andere beelden of sieraden te maken; ook het ivoor is verwerkt in nieuwe kunstwerken. De tempel fungeerde voor de oud-Grieken dan ook als een verblijfplaats voor de goden. De offeranden aan de goden vonden niet in de tempels plaats, maar op een altaar voor de tempel of op een andere openbare plek.
Rond 420 voor Chr. begon men aan de bouw van de Athene Nike-tempel en het Erechtheion. Deze werden in een nieuwe stijl opgetrokken die we tegenwoordig de Ionische stijl noemen. Het verschil met de Dorische tempel kunt u onder meer zien aan het verschil in de kapitelen van de zuilen en aan het gebruik van beelden als zuilen in het voorste gedeelte van het Erechtheion.

De kariatiden, zes vrouwenbeelden die als kolommen een deel van het dak van het Erechtheion in Athene dragen
Afbeelding: De kariatiden, zes vrouwenbeelden, waarvan er op deze afbeelding vier zichtbaar zijn, die als kolommen een deel van het dak van het Erechtheion dragen. Deze Ionische tempel is vernoemd naar de legendarische koning Erechtheus. Het is een van de belangrijkste religieuze gebouwen op de Atheense Akropolis. Op de achtergrond ziet u een deel van de Griekse hoofdstad Athene liggen. 
Locatie: Het Erechtheion maakt deel uit van de Akropolis. De Akropolis ligt in de Griekse hoofdstad Athene. ©Ronnie Rokebrand.

De verschillen tussen een Grieks theater en de latere Romeinse theaters

Ook het Griekse theater begon in dit klassieke tijdvak aan haar opmars. De theaters werden tegen een heuvel aangebouwd, zodat de tribunes op een natuurlijke wijze werden ondersteund door de achterliggende bergwand. Dit kwam ook de uitstekende akoestiek in deze theaters ten goede. De Romeinen namen later dit gebruik van theaters over, maar zij bouwden hun theaters in de open ruimte en met een hoge muur achter het toneel, vaak met afbeeldingen van goden in deze achterwand.

Het Romeinse theater in Bosra in Syrië met tegen de achterwand Korintische zuilen.
Afbeelding: Het Romeinse theater in Bosra in het huidige Syrië uit de periode 150 tot 200 na Chr.. De 45 meter brede ruimte achter het podium, waar de artiesten zich verkleedden, de zogenoemde skene, is afgezoomd met Korintische zuilen. Kenmerkend voor een Romeins theater is de hoge muur achter het podium, in dit geval van zwarte basaltstenen, met nissen voor de godenbeelden. Opmerkelijk zijn de zware versterkingen met vierkante torens die de leden van de Ayyubiden-dynastie (uit Egypte) in de 12de eeuw tegen het theater aanbouwde. 
Locatie: De historische stad Bosra ligt in het zuiden van Syrië. Het staat op de
Werelderfgoedlijst van UNESCO.


De Grieken lieten de ruimte achter het podium vaak open met soms alleen de verkleedruimten voor de artiesten achter het podium, de zogenoemde skene. Het podium noemde men in die tijd het orchestra, waarna `ons orkest’ is vernoemd.
Een ander verschil tussen de Griekse en de latere Romeinse theaters was dat de Romeinen hun theaters met bakstenen bouwden, terwijl de Grieken alleen natuursteen gebruikten. De theaters en tempels werden verfraaid met mooi vorm gegeven bronzen en marmeren beelden en schilderingen.

Het theater van Delphi vanaf de bergwand. Let ook op de basis van de Tempel van Apollo.
Afbeelding: Het theater van Delphi vanaf het hoger gelegen deel van de bergwand. Let ook op de overgebleven fundamenten van de Tempel van Apollo. Dit theater bouwde men tegen een heuvelwand aan. Dit is typerend voor een Grieks theater. 
Locatie: De historische stad Delphi ligt op het vasteland van Centraal-Griekenland, direct ten oosten van de huidige stad Delphi.

Het eigene van de mens weergeven

De kunstenaars kregen de vrijheid om steeds natuurgetrouwer en in het juiste perspectief hun kunstvoorwerpen weer te geven. In plaats van het wetmatig uitbeelden van lichamen, probeerden de Grieken om de ziel van de afgebeelde persoon weer te geven, zij probeerden de emotie en het eigene van de mens tot uitdrukking te brengen in hun kunstwerken.

Detail van de Piraeus Athena uit de 4e eeuw voor Christus ofwel de klassiek periode) in het Archeologisch Museum van Piraeus
Afbeelding: Het gezicht van het bronzen beeld van de Piraeus Athena uit 4e eeuw voor Christus, het tijdvak dat bekend staat als de klassieke periode. Athena draagt een helm, wat hielp bij het dateren van dit bronzen beeld. Athena draagt namelijk een Korinthische helm die in de 4de eeuw voor Christus erg populair was. De helm in de Piraeus Athena heeft twee griffioenen aan de bovenkant van de helm en twee uilen op het vizier.
Locatie: Het beeldhouwwerk staat in het Archeologisch Museum van Piraeus, in de gelijknamige Griekse stad.

Het is bijzonder jammer dat we het in onze huidige musea vooral moeten doen met Romeinse kopieën van deze meesterwerken, omdat de meeste van deze kunstwerken de tand des tijds niet hebben doorstaan. Ook de latere beeldenbestormingen van veel Christenen, die de heidense beelden niet tolereerden, droegen hier hun steentje aan bij. Men legde in de klassieke periode steeds meer nadruk op de juiste vormen van het menselijk lichaam. De oorspronkelijke Griekse beelden waren vooral in het brons gegoten. Om meer beweging in de beelden te suggereren plaatsten de beeldhouwers hun beelden met het lichaamsgewicht op een standbeen, vaak het rechterbeen, met het andere been ontspannen voor het lichaam. Het lichaam krijgt hierdoor een scheve houding, waarbij de rechter heup hoger is dan de linker heup. De beeldhouwers zorgden voor evenwicht door de linkerschouder hoger te plaatsen dan de rechterschouder. De ontspanning van het linkerbeen keerde terug in de rechterarm. Met als resultaat een beeltenis die in beweging lijkt te zijn. Deze houding noemt men de contraposto. Deze beweging werd ook vaak verscholen weergegeven door bijvoorbeeld een plooi in een gewaad, waarmee men de suggestie van een bewegend lichaam verbeeldde.
Ook leerde men in de schilderkunst de kunst van de verkorting. Met verkorting duidt men in de schilderkunst aan dat een lichaamsdeel of een ander voorwerp dat naar de schilder toe wijst of juist ervandaan wijst, door de werking van het perspectief sterk wordt verkort. Vanaf dat moment kon men personen echt realistisch en natuurgetrouw weergeven, echter vooral in de ideale, symmetrische vorm.

Het jeugdige, mannelijke naakt in de klassieke periode van de oud-Griekse kunst in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.
Afbeelding: Het jeugdige, mannelijke naakt was populair in de klassieke periode van de oud-Griekse kunst. De beelden waren natuurgetrouwe afbeeldingen, maar zij weerspiegelden het Griekse ideaal van lichamelijke schoonheid. Mannen, zeker uit de elite, domineerden de Griekse samenleving en waren trots op hun lichaam. De Griekse atleten verschenen dan ook naakt aan de startlijn tijdens de Olympische spelen. 
Locatie: Dit beeld staat in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. ©Ronnie Rokebrand.

De kunstenaars verlieten de geometrie en gingen hun personages vrij afbeeldden. Het frontaal weergeven van personen, zoals de Egyptenaren getrouw volgens hun vaste regels deden, behoorde tot het verleden. In plaats daarvan werden personen geheel natuurlijk vorm gegeven, zowel in een uitgehouwen marmeren beeld, een brons gegoten personage, als in de schilderingen op de wanden van onder meer tempels en theaters. Sportlieden, zoals discuswerpers, troonden als goden in de Griekse tempels. In die tijd werden alle beelden beschilderd; helaas zijn deze kleuren voor een belangrijk deel verdwenen. Nog steeds beroemd is de beeldhouwer Paxiteles (395-33o v.Chr.) die onder meer Hermes met de jonge Dionysos uit marmer beeldhouwde, tenminste we gaan ervan uit dat hij de kunstenaar was. Zeker is dat niet. Wat nog wel opviel, en wat de Egyptische kunstenaars ook deden, is dat de afgebeelde personages en goden nog steeds op hun fraaist werden getoond, in opperste symmetrie.

Grafstele rond 400 na Chr. in Athene.
Afbeelding: Een grafstele, uit marmer gebeeldhouwd in de klassieke periode, circa 400 voor Chr..  Een stele is een uit één stuk steen gehouwen tablet met daarin een in reliëf gebeeldhouwde voorstelling en/of tekst. Op de gebeeldhouwde stoel in deze grafstele zit de overleden vrouw (rechts). Zij neemt met gevoel afscheid van haar man (links), maar zonder zichtbare emotie op de gezichten.  Dit type grafstele, afgedekt met een timpaan, het driehoekige gevelveld boven de kroonlijst met daarop een spreuk of de naam van de overledene, was gebruikelijk vanaf de 2de helft van de 5de eeuw voor Chr.. Op oudere grafsteles stond alleen de overledene afgebeeld. In de loop der tijd werden de afbeeldingen op deze grafsteles steeds expressiever. 
Locatie: Deze grafstele staat in het Archeologisch Museum in de Griekse hoofdstad Athene. ©Ronnie Rokebrand.

De klassieke periode was tevens het tijdvak waarin de rijkere Grieken begonnen met het verfraaien van de vloeren in hun woningen met mozaïeken. Het waren vaak figuratieve mozaïeken met afbeeldingen van onder meer goden, mythologische wezens, keizers, feestelijke gelegenheden en dieren, afgezoomd met sierpatronen. 

De hellenistische periode

De periode tussen 323 voor Chr. en 27 voor Chr. noemt men de hellenistische periode. De hellenistische beeldhouw- en schilderkunst werd gekenmerkt door een grote levendigheid en individualiteit. Alexander de Grote, de Macedonische heerser, had tijdens zijn veroveringen de Griekse cultuur en kunst verspreid over de veroverde gebieden, waaronder de steden Alexandrië in Egypte, Pergamon in Klein-Azië. en Antiochië in Syrië. Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. bleef de Griekse cultuur in deze gebieden toonaangevend. Men noemde dit de hellenisering van deze gebieden, vernoemd naar haar bakermat Griekenland  ofwel Hellas. Ook de Romeinen die de kunst van de Grieken uit de klassieke periode kopieerden, met als uitgangspunten het realisme en het naturalisme, verspreidden vanaf de 1ste eeuw voor Christus de Griekse kunst en cultuur in en rondom de Middellandse Zee. Dat wil niet zeggen dat de kunst zich in deze periode niet ontwikkelde, in tegendeel. In deze periode werden de bronzen en stenen afbeeldingen nog dramatischer en voller met beweging, dan in de klassieke periode. Dit zag men ook terug in de afbeeldingen van veldslagen die steeds expressiever werden. De voorheen geïdealiseerde beelden veranderden in beeldhouwwerken met natuurgetrouw weergegeven portretten van mensen, zowel in schilderingen als in het brons en het marmer.

De kussende jongelingen, een beeldhouwwerk uit de hellenistische periode. Het staat in het Archeologisch Museum in Athene.
Afbeelding: Kussende jongelingen, een beeldhouwwerk uit de hellenistische periode. De jongelingen zijn zeer natuurgetrouw weergegeven, een kenmerk van de beeldhouwkunst uit de hellenistische periode. 
Locatie: Dit beeldhouwwerk staat in het Archeologisch Museum in de Griekse hoofdstad Athene. ©Ronnie Rokebrand.

Incidenteel plaatste men het portret van een heerser op het geïdealiseerde lichaam van een Griekse atleet. De fraaiste en beroemdste beeldhouwwerken en gebouwen stamden uit deze periode, zoals de Kolos van Rhodos en de Pharos in Alexandrië, een reusachtige vuurtoren. Helaas hebben deze twee wereldwonderen de tijd niet overleefd en vielen zij, naar men aanneemt, ten prooi aan aardbevingen. Bijzonder in deze periode is dat de burgerij de beelden, schilderingen en heiligdommen voor het eerst aanschouwde als kunstwerken. Met als gevolg dat de rijke burgers ook kunst kochten en verzamelden. Men keek ook met andere ogen naar de tempels die de goden huisvestten. Ook deze tempels ging men als kunstwerken beschouwen, en niet alleen dat, men plaatste ze ook in een bepaalde ruimtelijke orde tot elkaar en tot andere openbare gebouwen, zodat er voor het eerst een esthetisch fraai geheel van gebouwen ontstond met een vooraf bepaalde en geplande ruimtelijke ordening. 
In 31 voor Chr. werden de Grieken bij de Slag om Actium door het Romeinse leger verslagen. Vanaf 27 voor Chr. waren het de Romeinen die het voor het zeggen kregen in het gebied rondom de Middellandse Zee.

De slapende Hermafodite, een Romeins kopie uit de 2de eeuw na Chr. van een hellenistisch beeld uit de 2de eeuw voor Chr. Het beeld is in 1619 gerestaureerd.
Afbeelding: De slapende Griekse godin Hermaphroditus. Het witmarmeren beeld is een Romeinse kopie uit de 2de eeuw na Chr. van een Hellenistisch beeld uit de 2de eeuw voor Chr..
Locatie: De Borghese collectie in het Louvre in Parijs (Frankrijk).

Grote afbeelding: Afbeelding op een Griekse vaas in de roodfigurige stijl waarbij men de vaas zwart glazuurde; de rode figuren ontstonden door het glazuur op die plekken weg te laten, zodat de rode klei verscheen. Archaïsche periode: 720-480 voor Chr..
Locatie: Deze Griekse vaas is in het bezit van professor Harrison, Jane E.; MacColl, Dugald S. (Londen 1894).

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.