Winkelwagen

Les 29: Expressionistische kunst

Introductie

De stijlperiode van het expressionisme en de expressionistische kunst had haar bloeitijd ongeveer in de periode tussen de jaren 1905 en 1940, met name in Europa. De eerste volgelingen van deze nieuwe kunststroming woonden in Duitsland. Kunstenaarsbewegingen als Die Brücke uit het Duitse Dresden, Der Blaue Reiter uit de Duitse stad München en het Bauhaus stonden aan de basis van het expressionisme. Maar misschien was Paula Modersohn-Becker (1876-1907) wel de allereerste expressioniste. Zij wordt met haar opmerkelijke schilderijen gezien als de voorloopster van het expressionisme.

Zelfportret ter gelegenheid van mijn 6de trouwdag, uit 1906, van de kunstschilderes Paula Moderson-Becker. Het was de eerste keer in de kunstgeschiedenis dat een vrouw zichzelf naakt schilderde.
Afbeelding: Zelfportret ter gelegenheid van mijn 6de trouwdag, geschilderd op 25 mei 1906 door de kunstschilderes Paula Modersohn-Becker. In werkelijkheid leefde ze op dat moment gescheiden van haar man, de kunstschilder Otto Modersohn (1865-1943). Het was de eerste keer in de kunstgeschiedenis dat een vrouw zichzelf naakt schilderde. Ze lijkt met haar gezwollen buik zwanger te zijn, maar zij is dat niet. Misschien stelde ze zich voor hoe het was om in verwachting te zijn? We weten het niet. Toch legt ze haar hand beschermend op haar buik, zo kenmerkend voor zwangere vrouwen. Een terugkerend fenomeen in haar zelfportretten zijn de barnstenen halssnoeren die zij draagt. Volgens de Romeinse dichter Ovidius waren de barnstenen Godentranen. Veel van haar werk is verwoest door de nazi’s. Zij bestempelden haar werk als Entartete Kunst. Helaas stierf Paula al op 31-jarige leeftijd in het kraambed. Haar dochter bleef in leven.
Locatie: Dit schilderij hangt in het Paula Modersohn-Becker Museum aan de Böttcherstraße in het stadscentrum van de Duitse stad Bremen. Het was in 1927 het eerste museum dat geheel aan een vrouwelijke kunstenaar werd gewijd.

Die Brücke, figuratief werken met kleur en vlakken

De kunstenaarsvereniging Die Brücke werd in 1905 opgericht in de Duitse stad Dresden, met bekende vertegenwoordigers als Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938), Erich Heckel (1883-1970), Otto Mueller (1874-1930), de architect Frits Bleyl (1880-1966), Emil Nolde (1867-1956) en Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976). Zij legden vooral de nadruk op het scherp tegen over elkaar plaatsen van vlak en kleur. Toch bleven zij figuratief werken, al vervormden zij in hun kunstwerken de werkelijkheid. Hun verwantschap met het fauvisme is onmiskenbaar.

Groepsportret leden van kunstenaarsvereniging Die Brücke van Kirchner uit 1926-1927.
Afbeelding: Groepsportret van de expressionistische kunstenaarsvereniging Die Brücke, geschilderd in 1926-1927. Op dit schilderij van Ernst Ludwig Kirchner staan, van links naar rechts, de kunstschilder en lithograaf Otto Mueller, de kunstschilder Ernst Ludwig Kirchner, de houtsnede kunstenaar en schilder Erich Heckel en de kunstschilder Karl Schmidt-Rottluff.
Locatie: Dit schilderij van Kirchner hangt in het Museum Ludwig in de Duitse stad Keulen. Dit museum voor moderne kunst bevindt zich achter de Dom van Keulen, vlakbij de rivier de Rijn en het centrale treinstation.

Dit kwam goed tot uiting in hun houtsneden die hun figuren scherp in zwart-wit tegenstellingen op het papier drukten.

Twee gewonde mannen, van Erich Heckel uit 1915. Heckel werkte tijdens WO1 bij het Rode Kruis.
Afbeelding: Twee gewonde mannen, van Erich Heckel, uit 1915. Heckel was gedurende de Eerste Wereldoorlog gestationeerd bij het medische korps van het Rode Kruis in België, onder meer in Oostende waar hij deze houtsnede ontwierp. Hij maakte veel houtsneden van gewonde matrozen en soldaten die hij verzorgde. De scherpe tegenstellingen tussen wit en zwart zijn typerend voor de houtsneden van de kunstenaarsvereniging Die Brücke.
Locatie: De afgebeelde houtsnede is in het bezit van een particuliere verzamelaar. 

 

Der Blaue Reiter, de eerste vervormingen van figuren en landschappen

De leden van de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter in de Zuid-Duitse stad München, met als belangrijkste vertegenwoordigers Wassily Kandinsky (1866-1944), Gabriele Münter (1877-1962), Franz Marc (1880-1916), August Macke (1887-1914) en Paul Klee (1879-1940), zochten veel meer naar de harmonie tussen kleuren en contouren, al was hun kleurgebruik vaak onwerkelijk. Kandinsky was ook enige tijd leraar aan de Bauhaus-school in de Duitse stad Weimar.
Der Blaue Reiter was vernoemd naar een ruiter-schilderij van Wassily Kandinsky en naar de liefde voor paarden van Franz Marc; beiden hadden een voorkeur voor de kleur blauw. Voor hen stond de kleur blauw symbool voor het mannelijke en het intellect. 

Blauwe paard I, van Franz Marc uit 1914.
Afbeelding: Het schilderij Blauw Paard (Blaues Pferd I), uit 1914, van Franz Marc, een van de oprichters van de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter. Opmerkelijk is de harmonie tussen de kleuren in dit schilderij, waarbij in zijn symboliek blauw voor het mannelijke stond en geel voor het vrouwelijke. De kleur rood stond voor het leven. Franz Marc maakte veel schilderingen van dieren. Hij probeerde daarbij het innerlijke wezen van het dier op het doek te vertolken. Tijdens de gruwelijke Slag om Verdun in 1916 kwam hij op 36-jarige leeftijd om het leven, net als 300.000 andere soldaten. Ongeveer 450.000 soldaten raakten gewond.
Locatie: Het schilderij maakt deel uit van de kunstverzameling Bernhard Koehler (1849-1927) in de Duitse hoofdstad Berlijn. Koehler was een van de belangrijkste kunstverzamelaars in Duitsland in het begin van de twintigste eeuw. Dit schilderij hangt in de Städtische Galerie im Lenbachhaus. Dit kunstmuseum is gevestigd in de voormalige villa van de Duitse schilder Franz von Lenbach (1836-1904) aan de Luisenstraße 33 in Berlijn.

De eerste vervormingen van figuren en landschappen werden op het doek geschilderd. Het was een eerste stap in de richting van de abstracte kunst

Wassily Kandinsky, de eerste stappen in de richting van de abstracte kunst 

Met name Wassily Kandinsky zette de eerste stappen in de richting van de abstracte kunst. Als expressionist was hij al geïnspireerd door kleuren en vlakken. Toen hij in zijn atelier een van zijn eigen schilderijen op zijn kop zag staan besefte hij dat de vorm er eigenlijk niet meer toe deed. Ook zonder herkenbare vormen vond hij de afbeelding prachtig. Vanaf dat moment probeerde hij te schilderen zonder enige invloed van de hem omringende wereld en componeerde hij zijn kunstwerken alleen uit kleuren, vormen en lijnen. 

Compositie VI van de kunstschilder Wassily Kandinsky uit 1913, een eerste stap richting de abstracte kunst.
Afbeelding: Compositie VI, van de kunstschilder Wassily Kandinsky uit 1913. Het vormde een eerste stap van het expressionisme in de richting van de abstracte kunst.
Locatie: Dit schilderij van Wassily Kandinsky bevindt zich in het Hermitage Museum in de Russische stad Sint-Petersburg. Dit wereldberoemde museum is gehuisvest in het winterpaleis van de tsaren aan de oever van de rivier de Neva.

Andere expressionistische kunstuitingen

De ideeën van het expressionisme vond men ook terug in andere kunstuitingen, zoals in de architectuur, de muziek, de beeldhouwkunst, de literatuur en de filosofie. Het expressionisme sloot in die tijd goed aan bij de ideeën van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) wiens gedachtegoed op dat moment in Duitsland populair was in kringen van de intelligentsia. Volgens Nietzsche waren het belang van kennis en rede te ver doorgeschoten. Hij groeide uit tot een van de invloedrijkste moderne denkers. Zijn visie over een heren- en slavenmoraal werd door zijn zus Elisabeth en de nazi’s misbruikt om de joden als Untermensch en de Duitsers als Übermensch te kwalificeren. Het stond daarmee aan de basis van de Entartete Kunst. 

Entartete Kunst, verboden door de nazi’s

Na het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de kunstvorm van de expressionistische kunst, die vooral in de schilderkunst haar hoogtepunten bereikte, door de nazi’s als Entartete Kunst bestempeld en daarmee verboden. Met het stempel Entartete Kunst, letterlijk Ontaarde Kunst, duidden de Duitsers kunst aan die niet voldeed aan de eisen van het regime van Adolf Hitler. Het ging vooral om moderne kunst uit die tijd, zoals het expressionisme en abstracte kunstvormen. Alleen de zogenoemde Arische kunst voldeed aan hun eisen.

Sertigtal in de Herfst, van Ernst Ludwig Kirchner uit 1920 in de omgeving van Davos
Afbeelding: Sertigdal in de herfst (Sertigtal im Herbst), uit 1920, van de Duitser Ernst Ludwig Kirchner. Zijn werk werd gedurende de Tweede Wereldoorlog als `Entarte Kunst’ (Ontaarde Kunst) bestempelt en daarmee verboden. Voor de Eerste Wereldoorlog was Kirchner de bekendste vertegenwoordiger van het Duits expressionisme en voorman van de kunstenaarsbeweging Die Brücke, een club van expressionistische kunstenaars die tot 1913 bijeen bleef. Kirchner kreeg tijdens de Eerste Wereldoorlog een zenuwinzinking. Hij belandde hierdoor al in 1915 in een herstellingsoord. Vanaf 1917 tot 1926 woonde en werkte hij samen met zijn levensgezellin Erna Schilling in het Zwitserse alpendorp Frauenkirch, vlakbij Davos. Hier probeerde hij tot rust te komen. Hij genoot van de natuur en hij legde deze op zijn geheel eigen, expressionistische en kleurrijke wijze vast op zijn doeken. Hij vermengde het Zwitserse Sertigdal en het indrukwekkende berglandschap dat hij zag met zijn eigen verbeelding met dit kleurrijke schilderij als resultaat.
Locatie: Dit expressionistische kunstwerk van Ernst Ludwig Kirchner hangt in het Kirchner Museum Davos, gelegen aan de E. L. Kirchner Platz, Promenade 82 in Davos in Zwitserland.

Het wezen van de expressionistische kunst

De laatste kunstwerken van Vincent van Gogh, met name de geschilderde korenvelden met sterren en soms stormachtige, blauwe hemels, vormden een inspiratievorm voor de kunstenaars die zich expressionisten noemden. Het gevoel dat Vincent in deze schilderingen opriep, wilden zij ook in hun schilderijen leggen. Zij wilden vooral vanuit dit gevoel schilderen en niet vanuit het verstand en deze emotie vervolgens overbrengen op hun schilderijen. Het gevolg waren schilderijen met felle kleuren die niet de werkelijkheid weerspiegelden. De beelden werden vaak zonder perspectief op het doek aangebracht, waarbij de vormen van de afgebeelde figuren ondergeschikt waren aan het doel: het gevoel, de expressie op het doek tonen.

Het circusmeisje van Else Berg uit de periode 1930-1940.
Afbeelding: Het circusmeisje van Else Berg (1877-1942), waarschijnlijk geschilderd in of rond 1927. In deze periode bezocht ze de mijnstreek rondom de Belgische stad Luik waar ze meerdere schilderijen maakte van het kermis- en circusleven. De gevoelige blik waarmee het circusmeisje langs de beschouwer kijkt, treft een ieder die naar dit kunstwerk kijkt. Haar gele haarkleur en de rode lippen, roze blosjes op haar wangen en rood aangestipte ogen vallen direct op tegen de verder licht getinte achtergrondkleuren. Dit alles met een subtiel gebruik van kleuren. De twee paarden en de acrobaat op de bal verlenen aan dit circusmeisje de juiste context. De Poolse kunstenares Else Berg trouwde met haar Nederlandse neef Mommie (Salomon) Schwarz. Zij en haar man werden in 1942 in Auschwitz vermoord. Else Berg woonde enige tijd in de Nederlandse badplaats Bergen en werd daarom ook tot de Bergense school gerekend. Men positioneert de kunstschilders van de Bergense school als de voorlopers van het expressionisme in Nederland.
Locatie: Dit schilderij maakte deel uit van de Nardinck Collectie van de familie Els Blokker-Verwer en Jaap Blokker. Het hangt nu in de Nardinck-vleugel van het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in het Gooise dorp Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Sommige schilders gingen zo ver dat zij geen opleiding wilden aan alom gerespecteerde opleidingen, omdat de aangeleerde technieken de mogelijkheid om een bepaalde gemoedstoestand over te brengen in de weg konden zitten. Het onderbewuste van de kunstenaar moest hierbij leidend zijn, waardoor nieuwe, vaak tot op dat moment niet bestaande vormen, op het doek werden aangebracht. In die zin sloot de expressionistische kunst naadloos aan op de kunststroming van het post-impressionisme. Ook de volgers van deze kunststroming wilden de natuur niet meer nabootsen, maar er een andere, eigen invulling aangeven. En ook zij wilden meer uitdrukken dan alleen de werkelijkheid zoals men die zag. Het verschil zit hem vooral in de fellere kleuren en het steeds meer afstand nemen van de oorspronkelijke vormen en het versterken van de expressiekracht. In die zin is het expressionisme al een stap op weg naar de abstracte kunst.

Droom van Monte Carlo, uit de periode 1939-1943 van Max Beckmann
Afbeelding: Droom van Monte Carlo, uit de periode 1939-1943 van Max Beckmann (1884-1950). Max Beckman emigreerde in 1937 vanuit Duitsland naar Nederland, weg van het oprukkende nazisme in het toenmalige Duitsland dat zijn kunst als Entartete Kunst (Ontaarde Kunst) betitelde. Dit schilderij uit de periode 1939-1943 is een reactie van Max Beckmann op de oorlog en zijn verbanning. De palmbladeren verwijzen naar zijn bezoek aan de Franse Rivièra in 1939. Op de groene kaarttafel ligt een `femme fatale’ met in haar hand een omgekeerde schoppenkaart in de vorm van een zwart hart, het teken van de liefde en de dood. Zij speelt kaart met een mooie, jonge vrouw en een oude dame; een kind met in zijn hand een zwaard staat voor de oude vrouw aan de kaarttafel (het kind staat symbool voor de kinderen die men opleidde tot oorlogszuchtige wezens). Geschilderd in de klassieke vorm van een driehoek, vertegenwoordigen zij samen de vergankelijkheid van het leven. Beckmann onderstreept deze vergankelijkheid met een brandende kaars op de kaarttafel, die langzaam opbrandt. Ook op de kaarttafel achter hen wordt letterlijk met het mes, in de vorm van zwaarden, op tafel gespeeld. Daarachter staan zwarte wezens die de dood symboliseren; de smalle gezichtjes in deze donkere wezens wijzen erop dat er nog een restje menszijn in hen aanwezig is. 
Locatie: Dit expressionistische schilderij van Max Beckmann hangt in de Staatsgalerie Stuttgart, een kunstmuseum aan de Konrad-Adenauer-Straße 30-32 in de Duitse stad Stuttgart.

Het expressionisme in de beeldhouwkunst

Het expressionisme uitte zich als kunststroming ook in de beeldhouwkunst, de architectuur, de muziek en de literatuur. Een bekend voorbeeld is het beeldhouwwerk `De kus’ van de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi (1876-1957). In al zijn werken streefde hij naar de essentie, zodat alleen de belangrijkste punten in zijn werken aandacht kregen. Het gevolg waren vaak gestileerde beeldhouwwerken waarin het gevoel direct zichtbaar werd.
Datzelfde gold voor de Duitse beeldhouwster Käthe Kolwitz. Zij en haar man verloren tijdens de Eerste Wereldoorlog hun 17-jarige zoon Peter die zich als vrijwilliger had aangesloten bij het Duitse leger. Om hem te herdenken en om enige richting te kunnen geven aan hun grote verdriet maakte zij dit grafmonument.
Käthe Kollwitz beeldhouwde een portret in graniet van zichzelf en haar man Karl. De beelden staan los van elkaar zodat je goed kunt zien dat zij ieder het verdriet op eigen wijze beleven. Käthe heeft zichzelf afgebeeld met gebogen hoofd en met haar hand in haar nek, alsof ze een kind wiegt. De knielende vader staart naar het graf van zijn zoon en heeft de armen voor de borst gekruist. Je voelt bijna zijn ingehouden verdriet.

Treurend ouderpaar, uit 1931, van de Duitse beeldhouwster Käthe Kollwitz. Dit zelfportret toont het grote verdriet van de ouders om de dood van hun zoon Peter in 1914. Er is geen trots of dankbaarheid zichtbaar voor het ultieme offer dat de jongen bracht. De ouders lijken het zich vooral kwalijk te nemen dat zij hun zoon naar de oorlog hebben laten gaan. Dat was niet het beeld dat de nazi’s graag zagen. Vandaar dat zij spraken van Entarte Kunst. Locatie: Het grafmonument voor Peter Kollwitz bevindt zich op de oorlogsbegraafplaats in Diksmuide (Vladslo) in de Belgische kustprovincie West Vlaanderen.
Afbeelding: Treurend ouderpaar, uit 1931, van de Duitse beeldhouwster Käthe Kollwitz. Dit zelfportret toont het grote verdriet van de ouders om de dood van hun zoon Peter in 1914. Er is geen trots of dankbaarheid zichtbaar voor het ultieme offer dat de jongen bracht. De ouders lijken het zich vooral kwalijk te nemen dat zij hun zoon naar de oorlog hebben laten gaan. Dat was niet het beeld dat de nazi’s graag zagen. Vandaar dat zij spraken van Entarte Kunst.
Locatie: Het grafmonument voor Peter Kollwitz bevindt zich op de oorlogsbegraafplaats in Diksmuide (Vladslo) in de Belgische kustprovincie West Vlaanderen.

De expressionistische kunst na de Tweede Wereldoorlog

De expressionistische kunst was niet geheel verdwenen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Zoals we kunnen zien in het werk van de Nederlandse expressionist Quirijn van Tiel (1900-1967). In zijn schilderingen toonde hij niet wat hij zag maar wat hij voelde. Als beschouwer van zijn kunstwerken voel je zijn somberheid. 

Oorlogsdreiging, uit 1942 van Quirijn van Tiel. Het hangt in het Singer Museum in Laren (NH).
Afbeelding: Oorlogsdreiging, uit 1942, van de kunstschilder Quirijn van Tiel. De compositie is opgebouwd met felle kleuren. Je voelt de dreiging van de Tweede wereldoorlog die op dat moment gaande was. Een realiteit die van Tiel zeer somber stemde, zoals goed te zien is in dit kunstwerk. 
Locatie: Dit expressionistische schilderij met de titel `Oorlogsdreiging’ werd in 2014 door Renee Smithuis geschonken aan het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in het dorp Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Na de oorlog formeerde zich een groep Duitse expressionisten die de confrontatie aanging met het traumatische oorlogsverleden van hun vaderland. Zij noemden zich de Nieuwe Wilden. Ook in Nederland, België en Denemarken verenigden in 1948 een aantal expressionistische kunstenaars zich in de kunstenaarsvereniging Cobra, vernoemd naar de steden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Onder hen waren de Nederlandse kunstenaars Karel Appel (1921-2006), Constant Nieuwenhuys (1920-2005) en Corneille (1922-2010). Zij zagen zichzelf als de internationale experimentelen. Zij schilderden onbevangen en spontaan, zonder voorstudies. Zij wilden met de onbevangenheid van een kind hun kunstwerken maken, spontaan en zonder voorbereidingen. De creativiteit was de bron van hun werk.
Tot op de dag van vandaag zijn er kunstschilders die schilderen in de stijl van de expressionistische kunst, de zogenoemde `moderne’ expressionisten.

Op zee, een litho van Corneille die hij in 2004 in opdracht speciaal maakte voor de Nederlandse reisbranche. Corneille richtte in 1948, samen met onder  andere Karel Appel, de Cobra beweging op CoBrA (Copenhagen, Brussel en Amsterdam) stond voor een expressieve, en spontane manier van schilderen. Zij vonden hun inspiratie onder meer in kindertekeningen en Afrikaanse kunstuitingen. Tegen het einde van zijn leven werd het werk van Corneille steeds meer figuratief met gebruikmaking van sprekende kleuren. Locatie: Deze litho maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. Corneille heeft de litho ondertekend en het stempel E/A gegeven ofwel Epreuve d’Artist. Dit houdt in dat de kunstenaar deze litho aanbeveelt. Een kunstenaar kan maximaal 30 litho's deze aanbeveling geven.
Afbeelding: Op zee, een litho die Corneille in 2004 maakte voor de Nederlandse reisagenten, in opdracht van de reisorganisatie Interhome. Corneille richtte in 1948, samen met onder  andere Karel Appel, de Cobra beweging op. CoBrA (Copenhagen, Brussel en Amsterdam) stond voor een expressieve, en spontane manier van schilderen. Zij vonden hun inspiratie onder meer in kindertekeningen en Afrikaanse kunstuitingen. Tegen het einde van zijn leven werd het werk van Corneille steeds meer figuratief met gebruikmaking van sprekende kleuren. In veel van zijn werken, vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw, nemen vrouwen, vogels en katten een vooraanstaande plaats in zijn composities in.
Locatie: Deze litho maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. Corneille heeft de litho ondertekend en het stempel E/A gegeven ofwel Epreuve d’Artist. Dit houdt in dat de kunstenaar deze litho aanbeveelt. Een kunstenaar kan maximaal 30 litho’s deze aanbeveling geven. ©Ronnie Rokebrand.

Karel Appel: ik rotzooi maar een beetje aan

Karel Appel (1921-2006) was een bekende Nederlandse abstract expressionistische kunstenaar die schilderde, beeldhouwde en gedichten schreef. Hij werd geboren in de Dapperstraat in Amsterdam als de zoon van een kapper. Zijn ouders waren zeer teleurgesteld dat Karel kunstenaar wilde worden en niet zijn vader opvolgde in de kapperszaak. Toen hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten ging zetten zij hem het ouderlijk huis uit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog richtte hij zijn aandacht geheel op zijn kunstwerken. Dat is hem vaak verweten.
Na de oorlog reisde hij naar Luik en Parijs. Karel Appel raakte tijdens deze bezoeken onder de indruk van de kunst van Picasso, Matisse en Jean Dubuffet. Hij liet zich met name inspireren door de rauwe werken van de Art Brut kunstenaar Dubuffet die niet alleen verf in zijn kunstwerken gebruikte, maar ook glas en asfalt.
In 1948 richtte Appel met andere kunstenaars de Cobra-beweging op. Uit deze periode stamde zijn gevleugelde uitspraak `ik rotzooi maar een beetje aan’. In werkelijkheid componeerde hij zijn kunstwerken in heldere kleuren en met simpele vormen, waarbij hij zich, net als Picasso, liet inspireren door primitieve kunst, Afrikaanse maskers, kindertekeningen en de Outsider Art. Hij beschouwde deze kunstvormen als onbedorven. Zijn werk werd ,vooral in Nederland, vaak niet begrepen. Men beoordeelde zijn werk als kinderlijk en simpel. Het feit dat hij aangaf dat hij maar wat aanrommelde, hielp hier niet bij.
Hoewel men zijn werk definieert als abstract expressionisme, zag hij zichzelf niet als een abstract kunstenaar. In zijn werk zijn herkenbare figuren te zien, zoals kinderen, (fantasie)dieren en objecten. Deze figuren zette hij op het doek vaak aan met zwarte contourlijnen die hij opvulde met felle kleuren. In die zin vond hij zijn kunstwerken figuratief en dus niet non-figuratief of abstract.

Een zeefdruk met een fabeldier van de abstract expressionistische kunstschilder Karel Appel uit 1986. Licentie van Karel Appel en het CODA Museum.
Afbeelding: Een zeefdruk met een fabeldier van de abstract expressionistische kunstschilder Karel Appel uit 1986.
Locatie: Deze zeefdruk is in het bezit van het CODA Museum, gelegen aan de Vosselmanstraat in Apeldoorn. ©Karel Appel en het CODA Museum. Licentie CC-BY.

Na een tentoonstelling op de Biënnale van São Paolo in Brazilië werd Karel Appel een internationaal bekend kunstenaar. Vanaf 1957 reisde hij met enige regelmaat naar New York waar hij een atelier had. In de negentiger jaren van de vorige eeuw bezat hij ook ateliers in Connecticut, Monaco en Toscane. Zijn werk werd steeds abstracter en de figuren in zijn werk werden minder zichtbaar doordat hij de kleuren nu ook buiten de contourlijnen schilderde. Hierdoor vermengden de figuren zich met de achtergrond. Andersom liet hij de kleuren uit de achtergrond zijn figuren binnensluipen. Hij bracht verschillende lagen verf op zijn doeken aan waardoor zijn schilderijen meer diepte en reliëf kregen. Uiteindelijk exposeerde hij overal in de wereld.
Tegenwoordig zijn de kunstwerken van Karel Appel onder meer in Nederland en België te bewonderen in het Stedelijk Museum in Amsterdam, in het Rijksmuseum in Amsterdam, in het Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen, in het Kunstmuseum aan Zee in Oostende, in het Lieu d´Art et Action Contemporaine (LAAC) in Duinkerken en in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Buiten de Nederlandstalige gebieden hangen zijn kunstwerken onder meer in het Museu de Arte de São Paulo, in de Tate Gallery in Londen, in het Musée des Beaux-Arts de Montréal, in het Fine Arts Museums of San Francisco, in het Guggenheim Museum en in het Museum of Modern Art in New York, en in het Museum of Fine Arts in Boston. Veel van zijn beeldhouwwerken zijn aangekocht door bedrijven en steden.

Birds over the Red Sea, uit 1957, van Karel Appel. Karel Apel schilderde dit enorme doek in 1957 in New York. Het typeerde zijn eerste schreden op het pad naar het abstract expressionisme, geïnspireerd door de Amerikaanse abstract expressionisten die hij in New York ontmoette. De zwarte lijnen tonen de contouren van vogels. Toch overheersen in de compositie de abstracte picturale elementen vorm, kleur en lijn.  Locatie: Dit schilderij maakte deel uit van de Phillips collectie. In 2011 werd het voor 235.000 euro verkocht aan een particuliere verzamelaar. 
Afbeelding: Birds over the Red Sea, uit 1957, van Karel Appel. Karel Apel schilderde dit enorme doek in 1957 in New York. Het typeerde zijn eerste schreden op het pad naar het abstract expressionisme, geïnspireerd door de Amerikaanse abstract expressionisten die hij in New York ontmoette. De zwarte lijnen tonen de contouren van vogels. Toch overheersen in de compositie de abstracte picturale elementen vorm, kleur en lijn. 
Locatie: Dit schilderij maakte deel uit van de Phillips collectie. In 2011 werd het voor 235.000 euro verkocht aan een particuliere verzamelaar. 

Expressionistische kunstschilders

In de gehele wereld waren er kunstschilders die het expressionisme omarmden, om te beginnen natuurlijk in Duitsland. Daar stonden de eerder genoemde kunstenaars van Die Brücke aan de basis van het expressionisme.
Andere Duitse schilders die genoemd moeten worden zijn Max Beckmann (1884-1950), Heinrich Campendonk (1889-1957), de beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck (1881-1919), Otto Mueller (1874-1930), de voorloper van het abstracte modernisme Adolf Hölzel (1853-1934), Hermann Stenner (1891-1914) en Walter Gramatté (1897-1929).
Beroemd was – en is – de Noorse kunstschilder Edvard Munch (1863-1944), wiens schilderij De Schreeuw zijn bekendste kunstwerk was. Dit schilderij bracht hij ook in de vorm van etsen in de kunsthandel.

De schreeuw, uit 1893, van de Noorse expressionist Edvard Munch. De Noor Munch had geen gemakkelijk leven achter de rug. Zijn moeder en zusje stierven te vroeg en zijn grote liefde ging vreemd. Het werd hem allemaal teveel en hij werd depressief. Zijn depressiviteit en de daaruit voortvloeiende angsten bracht hij treffend in beeld met dit expressionistische schilderij. Locatie: De schreeuw hangt in het National Museum of Art, Architecture and Design, kortweg het Nationaal Museum genoemd, in Oslo in Noorwegen.
Afbeelding: De schreeuw, uit 1893, van de Noorse expressionist Edvard Munch. De Noor Munch had geen gemakkelijk leven achter de rug. Zijn moeder en zusje stierven te vroeg en zijn grote liefde ging vreemd. Het werd hem allemaal teveel en hij werd depressief. Zijn depressiviteit en de daaruit voortvloeiende angsten bracht hij treffend in beeld met dit expressionistische schilderij.
Locatie: De schreeuw hangt in het National Museum of Art, Architecture and Design, kortweg het Nationaal Museum genoemd. Dit kunstmuseum bevindt zich aan de Vestbanehallen in het centrum van Oslo in Noorwegen.

Andere Europeanen die we veel in de musea tegenkomen zijn de Oostenrijkers Oskar Kokoschka (1886-1980) en Egon Schiele (1890-1918), de Italiaan Amedeo Modigliani (1884-1920) en de Ier Francis Bacon (1909-1992). Rusland vormde altijd een goede voedingsbodem voor kunstenaars, dat gold zeker ook voor de expressionisten. Bekend is Alexej von Jawlensky (1864-1941), die ook fauvistische kunst maakte. In Georgië, dat van 1921 tot 1991 een van de 15 republieken binnen de Sovjet-Unie was, schilderde Shalva Kikodze (1894-1921) expressionistische kunstwerken.

Het expressionistische schilderij Khevsureti, van de Georgische kunstschilderes Shalva Kikodze uit 1920
Afbeelding: Khevsureti, van de Georgische expressionistische kunstschilder Shalva Kikodze, uit 1920. Khevsureti (Chevsoeretië) is een historische regio in Oost-Georgië, waar de Chevsoeren wonen. Naast zijn schilderijen over de Georgische cultuur, schilderde Shalva Kikodze ook mondainere kunstwerken, zoals portretten en café scenes. 
Locatie: Dit schilderij van Shalva Kikodze hangt in het Kunstmuseum van Georgië (AMG) in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Dit museum staat ook bekend als het Shalva Amiranashvili Museum of Fine Art en bevindt zich vlakbij het Vrijheidsplein in Tbilisi.

Een andere beroemde expressionist is de Zwitserse kunstschilder Paul Klee (1879-1940), die met zijn schilderijen veel invloed uitoefende op de Nederlandse Cobra-beweging.

Volle maan, een expressionistisch schilderij uit 1919 van de Zwitserse kunstschilder Paul Klee. Hij verbond figuratieve objecten met abstracte objecten in zijn schilderijen en koppelde dit aan een opmerkelijke kleurtechniek. Dit is goed te zien in dit expressionistische kunstwerk. Locatie: Het is niet bekend waar dit schilderij van Paul Klee zich bevindt.
Afbeelding: Volle maan, een expressionistisch schilderij uit 1919 van de Zwitserse kunstschilder Paul Klee. Hij verbond figuratieve objecten met abstracte objecten in zijn schilderijen en koppelde dit aan een opmerkelijke kleurtechniek. Dit is goed te zien in dit expressionistische kunstwerk.
Locatie: Dit schilderij van Paul Klee bevindt zich in de Pinakothek der Moderne, gelegen aan de Barer Strasse in de Kunstareal München in de gelijknamige stad München (district 3 Maxvorstadt).

Expressionistische kunst in Nederland en België

De expressionistische kunst werd ook in Nederland nagevolgd. Bekende kunstschilders zoals Karel Appel, Erich Wiegman (1890-1929) en Jan Sluijters (1881-1957) volgden in meer of mindere mate de weg van de Duitse kunstenaarsvereniging Die Brücke.

Portret van Greet van Cooten, van Jan Sluijters uit 1910. Greet was zijn tweede vrouw.
Afbeelding: Portret van Greet van Cooten, uit 1910 van de Nederlandse expressionistische kunstschilder Jan Sluijters. Dit portret van Greet van Cooten, de tweede echtgenote van de kunstschilder, toonde zijn liefde voor deze vrouw. De felle kleuren en de doordringende blik van zijn geliefde tonen veel emotie. 
Locatie: Dit schilderij maakt deel uit van de schenking van de Nardinck Collectie van Els Blokker-Verwer en Jaap Blokker aan het Singer Museum, gevestigd aan de Drift 1 in Laren (NH). Foto: Ronnie Rokebrand.

De Latemse School

In België vormde zich een eigen expressionistische kunstenaarsbeweging die men de Latemse School noemde. Bekende kunstenaars in deze beweging waren Constant Permeke (1886-1952), Gustave De Smet (1877-1943), Albert Servaes (1883-1966) en Frits Van den Berghe (1883-1939).

Het goede huis, een expressionistisch schilderij uit 1926 van Gustave de Smet. Het hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Gent
Afbeelding: Het goede huis, een expressionistisch schilderij uit 1926 van de Belgische kunstenaar Gustave de Smet. Het schilderij is een fraai voorbeeld van een kunstwerk uit de periode 1926 tot 1928 van deze kunstschilder. Na de Eerste Wereldoorlog zocht men ook in de kunst naar meer orde en stabiliteit. Dit uitte zich bij Gustave de Smet in een rechtlijnige compositie met wat afstandelijke figuren, in dit geval in een tafereel in een bordeel. Opmerkelijk is de manier waarop De Smet de pigmenten bruin en roze in verschillende tinten mengde en op zijn schilderij aanbracht. Later gingen de aardetinten meer in zijn werk domineren.
Locatie: Dit expressionistische schilderij van de Belgische kunstschilder Gustave de Smet hangt in het Museum voor Schone Kunsten, ook wel MSK Gent genoemd, in de Belgische stad Gent. Het kunstmuseum ligt in Gent bij het Citadelpark, in de omgeving van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst.

De Bergense School

De Bergense School is vernoemd naar het kustplaatje Bergen dat bekend stond als een schildersdorp, net als bijvoorbeeld de Gooise dorpen Laren en Blaricum. Ook hier trokken aan het einde van de 19de eeuw schilders, schrijvers, beeldhouwers en dichters naar toe om in de nabijheid van de natuur het landleven te kunnen schilderen, te beschrijven of in een plastiek of sculptuur vast te leggen. In navolging van de School van Barbizon trokken de kunstschilders met hun schildersezels de duinen rondom Bergen in.
Omstreeks het begin van de 19de eeuw waren de schilders uitgekeken op de impressionistische stijl en zochten zij nieuwe wegen om hun verhalen op het doek te schilderen.
Initiatiefnemers van deze nieuwe richting waren de Franse kubistische kunstschilder Henri Le Fauconnier (1881-1946) en zijn Nederlandse vriend de kunstschilder en graficus Piet van Wijngaerds (1873-1964). Dit werd de Bergense School genoemd, een expressionistische, soms wat donker getinte stijl met duidelijk kubistische invloeden. Men noemde hun werk, dat tussen 1915 en 1925 op zijn hoogtepunt was, vaak figuratief expressionistisch. Om hun ideeën te verspreiden richtten zij het tijdschrift Het Signaal op. Al snel sloten andere kunstschilders, beeldhouwers en dichters zich bij deze groep aan. Onder hen de kunstschilders Charley Toorop (1891-1955), Jan Sluijters (1881-1957), Dirk Filarski (1885-1964), Else Berg (1877-1942), Kees Maks (1876-1967), Matthieu Wiegman (1886-1971), Piet Wiegman (1885-1963) en Leo Gestel (1881-1941).

De kunstverzamelaar en kunsthandelaar Piet Boendermaker, geschilderd door Leo Gestel. Het is op 1 augustus 1917 gesigneerd.
Afbeelding: Een portret van de kunstverzamelaar en kunsthandelaar Piet Boendermaker van de hand van de kunstschilder Leo Gestel. Boendermaker was een bekende kunstverzamelaar. Veel van zijn verzamelde werk stond tentoongesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dit kunstwerk is op 1 augustus 1917 met krijt en waterverf op papier getekend en geschilderd. Op de bierfles tekende Gestel de naam van het dorp Bergen en zijn eigen naam. De lijnen in de achtergrond wijzen naar de tronie van de kunsthandelaar, die ook wel een beetje het gezicht heeft gekregen van een boef. Leo Gestel liet hiermee zien dat de kunsthandelaren van groot belang waren voor de kunstenaars, maar dat zij niet altijd even blij waren met deze afhankelijkheid.
Locatie: Dit kunstwerk van de kunstschilder Leo Gestel is door veilinghuis Christie’s geveild en nu in het bezit van een particuliere verzamelaar. 

Vanuit de literaire hoek was Adriaan Roland Holst (1888-1976) present, later gevolgd door andere bekende schrijvers, waaronder Jan Slauerhoff (1898-1936) en Charles Edgar Du Perron (1899-1940).
Onder de beeldhouwers moet John Raedecker (1885-1956) genoemd worden. Hij was vermaard om zijn indrukwekkende beelden van figuren. Een bekend werk van hem is het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam dat hij samen met zijn broer Anton Raedecker (1887-1960) maakte. De leden van de Bergense School voelden zich verwant met de Vlaamse expressionisten die gedurende de Eerste Wereldoorlog hun toevlucht in Nederland zochten. Er ontwikkelden zich samenwerkingsverbanden met de leden van de Ploeg in Groningen die ook op zoek waren naar een eigen expressionistische stijl.

Kunstenaarsvereniging De Ploeg

Na de Eerste Wereldoorlog ontstond in en rondom de stad Groningen de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Nadat de kunstschilder Jan Wiegers (1893-1959) in Zwitserland had samengewerkt en bevriend was geraakt met de Duitse expressionist Ernst Ludwig Kirchner, inspireerde hij zijn mede-kunstenaars in de provincie Groningen om zich op kunstzinnig gebied te bekeren tot het expressionisme. Tot deze beweging behoorden Johan Dijkstra (1896-1978), Jan Altink (1885-1971), de eerder genoemde Jan Wiegers, Jan Jordens (1883-1962), Jannes de Vries (1901-1986), Anton Buytendijk (1913-2002), Hendrik Werkman (1882-1945) en Henk Melgers (1899-1973). 

Landschap met vrijend paartje, uit 1926, van de Groningse kunstschilder Henk Melgers. Hij was vanaf 1925 lid van de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Op dit schilderij ziet u een weidelandschap met een ondergaande zon. Melgers experimenteert in dit kunstwerk met wasverf, een mengsel van olieverf, bijenwas en benzine die hij vervolgens op ruwe, onbehandelde jute schilderde. Het was een  techniek die Jan Wiegers, op aanraden van zijn vriend Ernst Ludwig Kirchner, bij de Ploeg introduceerde. Het resultaat was een kunstwerk met een hoge intensiteit van kleur en een mat verfoppervlak.Locatie: Renée Smithuis schonk dit schilderij van Henk Melgers in 2014 aan het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH). 
Afbeelding: Landschap met vrijend paartje, uit 1926, van de Groningse kunstschilder Henk Melgers. Hij was vanaf 1925 lid van de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Op dit schilderij ziet u een weidelandschap met een ondergaande zon. Melgers experimenteerde in dit kunstwerk met wasverf, een mengsel van olieverf, bijenwas en benzine die hij vervolgens op ruwe, onbehandelde jute schilderde. Het was een techniek die Jan Wiegers, op aanraden van zijn vriend Ernst Ludwig Kirchner, bij de Ploeg introduceerde. Het resultaat was een kunstwerk met een hoge intensiteit van kleur en een mat verfoppervlak.
Locatie: Renée Smithuis schonk dit schilderij van Henk Melgers in 2014 aan het Singer Museum, gelegen aan de Drift 1 in Laren (NH). Foto: Ronnie Rokebrand.

Het waren niet alleen kunstschilders die lid waren van De Ploeg. Ook de architect Egbert Reitsma (1892-1976) sloot zich bij dit kunstenaarscollectief aan. Tot zijn meesterwerken behoorde het Blauwe Paviljoen in Zuidlaren dat in 1935 werd gebouwd. Egbert Reitsma gebruikte tientallen kleuren in zijn ontwerp, met als opvallendste kenmerken de vele geglazuurde ultramarijnblauwe tegels, die de buitenzijde van dit voormalige sanatorium sieren, de blauwe markiezen en de blauwe stalen kozijnen. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw bracht hij reusachtige glas-in-loodramen aan die de gehele, vele meters hoge achtergevel van het trappenhuis bedekken. De gele stenen waaruit de constructie is opgebouwd verwijzen naar de zandgronden in Drenthe. Het monument is gebouwd in de vorm van een molenwiek, zodat iedere vleugel voldoende zon, licht en lucht kreeg. Het is nu één van de belangrijkste rijksmonumenten in Noord-Nederland. Het gebouw bevat veel glas, zodat het daglicht in iedere ruimte toegang heeft. Het gebouw is in 2023 opgesplitst in 27 luxe appartementen, waarbij de architecten de opdracht hadden om de karakteristieke elementen van het ontwerp van Egbert Reitsma te behouden.

Het Blauwe Paviljoen in Zuidlare van de architect Egbert Reitsma.
Afbeelding: Het Blauwe Paviljoen, een architectonisch ontwerp uit 1935 van de architect Egbert Reitsma. Hij was lid van het Groningse kunstenaarscollectief De Ploeg. Opvallend zijn de geglazuurde ultramarijnblauwe tegels die de buitenzijde van het gebouw sieren, in combinatie met de blauwe stalen kozijnen en de blauwe markiezen. Hieraan ontleend het gebouw zijn naam. 
Locatie: Het Blauwe Paviljoen staat in het Drentse dorp Zuidlaren. Oorspronkelijk heette het gebouw het `Noorder Sanatorium’, en diende het als dependance van de psychiatrische kliniek Dennenoord, het huidige Lentis. Het bouwwerk is in 2023 verbouwd tot een appartementencomplex en bevindt zich aan de Stationsweg in Zuidlaren, een zijweg van de N386. ©Ronnie Rokebrand.

Afbeelding bovenaan deze pagina: Portret van W.G.F. Jansen, uit 1931 en toegeschreven aan de Nederlandse kunstschilder Jan Sluijters en enkele collega kunstschilders. In het begin van de 20ste eeuw was het een gewoonte onder kunstschilders dat zij gezamenlijk een portret maakten van een jarige collega als hij zestig werd om hem dit vervolgens te overhandigden. Men ondertekende het met een unieke handtekening. Vandaar dat de toonaangevende kunstschilder van dit schilderij alleen uit de herkenbaarheid van de compositie en de penseelstreken teruggehaald kan worden.
Locatie: Dit Portret van W.G.F. Jansen, mede toegeschreven aan Jan Sluijters, maakt deel uit van de collectie van de Gooise Galerie. ©Ronnie Rokebrand.
.

Mijn naam is Paula Modersohn-Becker. Ik werd in 1876 geboren in de Duitse stad Dresden en overleed al in 1907 in Worpswede, nadat ik het leven had geschonken aan mijn dochter Tillie. Ik was getrouwd met de kunstschilder Otto Moderson. In 1906 maakte ik een serie zelfportretten, waarin ik mijzelf naakt portretteerde. Het bleek de eerste keer in de kunstgeschiedenis te zijn dat een vrouw zichzelf naakt op een schilderdoek afbeeldde. Een terugkerend fenomeen in mijn zelfportretten zijn de barnstenen halssnoeren die ik draag. Volgens de Romeinse dichter Ovidius waren de barnstenen Godentranen.

Samenvatting expressionistische kunst door Paula Modersohn-Becker

“Mijn naam is Paula Modersohn-Becker. Ik werd in 1876 geboren in de Duitse stad Dresden en overleed al in 1907 in Worpswede, nadat ik het leven had geschonken aan mijn dochter Tillie. Ik was getrouwd met de kunstschilder Otto Moderson. In 1906 maakte ik een serie zelfportretten, waarin ik mijzelf naakt portretteerde. Het bleek de eerste keer in de kunstgeschiedenis te zijn dat een vrouw zichzelf naakt op een schilderdoek afbeeldde. Een terugkerend fenomeen in mijn zelfportretten zijn de barnstenen halssnoeren die ik draag. Volgens de Romeinse dichter Ovidius waren de barnstenen Godentranen. Veel van mijn werk is na mijn overlijden helaas verwoest door de nazi's. Zij bestempelden mijn werk als Entartete Kunst. Op deze plek geef ik een samenvatting van de les over de expressionistische kunst die u zojuist heeft gevolgd. Het expressionisme, een kunststroming die bloeide tussen 1905 en 1940, ontstond in Europa, met een sterke aanwezigheid in Duitsland. Volgens de kunstcritici in uw tijd, die op de tijd van het expressionisme terugkijken, droeg ik met mijn schilderijen bij aan de ontwikkeling van deze stijl. Belangrijke bewegingen binnen het expressionisme waren Die Brücke, Der Blaue Reiter en het Bauhaus. Die Brücke, opgericht in Dresden in 1905, legde de nadruk op contrasterende kleuren en vlakken, waarbij de werkelijkheid werd vervormd. Vertegenwoordigers waren Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Otto Mueller en Emil Nolde. Hun houtsneden tonen duidelijke zwart-wit contrasten. Der Blaue Reiter, gevestigd in München, streefde naar harmonie tussen kleuren en contouren. Zij gebruikten vaak onwerkelijke kleuren. Belangrijke leden waren Wassily Kandinsky en Franz Marc, die de naam ontleenden aan hun liefde voor paarden en de kleur blauw. Deze groep zette de eerste stappen richting de abstracte kunst. Met name Wassily Kandinsky speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de abstracte kunst. Toen hij een van zijn schilderijen ondersteboven hing besefte hij dat vormen minder belangrijk waren dan kleuren en lijnen. Het expressionisme vond ook uitdrukking in architectuur, muziek, beeldhouwkunst, literatuur en filosofie, waarbij het aansloot bij de ideeën van Friedrich Nietzsche. De nadruk lag op het uiten van emoties en gevoelens boven de realistische weergave van de natuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd expressionistische kunst door de nazi's bestempeld als Entartete Kunst en verboden. Deze kunstvorm, die vooral in de schilderkunst tot uiting kwam, omarmde felle kleuren en abstracte vormen. Belangrijke figuren in het expressionisme waren Edvard Munch, Oskar Kokoschka, Egon Schiele en Amedeo Modigliani. In Nederland en België werden de Latemse School en de Bergense School opgericht, beide met een focus op expressionistische kunst. Karel Appel, een bekende Nederlandse expressionist, stond bekend om zijn abstract expressionistische stijl. Zijn werk werd beïnvloed door Picasso, Matisse en Jean Dubuffet, en kenmerkte zich door het gebruik van heldere kleuren en eenvoudige vormen. Appel zag zichzelf als een figuratieve kunstenaar, ondanks de abstracte aard van zijn werk. Andere Nederlandse expressionisten waren Erich Wiegman en Jan Sluijters, terwijl in België de Latemse School bloeide met kunstenaars als Constant Permeke en Gustave De Smet. De Bergense School, geïnspireerd door de Franse kubistische schilder Henri Le Fauconnier, werd gekenmerkt door een expressionistische, kubistische stijl. Leden waren Charley Toorop, Jan Sluijters en Leo Gestel. De Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg, beïnvloed door het Duitse expressionisme, werd gevormd door kunstenaars zoals Jan Wiegers en Johan Dijkstra. De Ploeg streefde naar een unieke expressionistische stijl. Het expressionisme had een blijvende invloed op de kunstwereld, en veel kunstenaars blijven tot op de dag van vandaag schilderen in deze stijl, vaak aangeduid als 'moderne expressionisten'.”

 

Uit de verstrekte informatie over de expressionistische kunst zijn vijf oefenvragen gedestilleerd met de bijhorende antwoorden:

Oefenvragen

  1. Wat was de bloeitijd van het expressionisme en welke kunstenaarsbewegingen stonden aan de basis ervan?
  2. Hoe onderscheidde de kunstenaarsvereniging Die Brücke zich in hun benadering van het expressionisme?
  3. Welke bijdrage leverde Wassily Kandinsky aan de ontwikkeling van de abstracte kunst binnen het expressionisme?
  4. Hoe werd de expressionistische kunst beïnvloed door de filosofie van Friedrich Nietzsche en hoe reageerden de nazi’s op deze kunstvorm?
  5. Op welke manier uitte het expressionisme zich in andere kunstvormen, zoals architectuur en beeldhouwkunst?

 

Antwoorden

  1. De bloeitijd van het expressionisme was ongeveer tussen 1905 en 1940, voornamelijk in Europa. Kunstenaarsbewegingen zoals Die Brücke, Der Blaue Reiter en het Bauhaus stonden aan de basis ervan. Paula Moderson-Becker wordt gezien als een voorloopster van deze beweging.
  2. De kunstenaars van Die Brücke, waaronder Ernst Ludwig Kirchner en Erich Heckel, legden de nadruk op het scherp contrasteren van vlak en kleur en bleven figuratief werken, al vervormden ze de werkelijkheid. Hun werk had verwantschap met het fauvisme, vooral zichtbaar in hun houtsneden.
  3. Wassily Kandinsky, een lid van Der Blaue Reiter, zette belangrijke stappen richting abstracte kunst binnen het expressionisme. Hij werd geïnspireerd om te schilderen zonder invloed van de omgevende wereld en componeerde zijn kunstwerken uit kleuren, vormen en lijnen.
  4. Het expressionisme sloot aan bij de ideeën van Friedrich Nietzsche over het belang van gevoel boven rede. De nazi’s bestempelden deze kunstvorm als Entartete Kunst (ontaarde kunst) en verboden deze, omdat het niet voldeed aan hun Arische ideologie.
  5. Naast schilderkunst, vond het expressionisme zijn weg in architectuur, muziek, beeldhouwkunst en literatuur. Voorbeelden zijn het beeldhouwwerk ‘De Kus’ van Constantin Brancusi en het grafmonument ‘Treurend Ouderpaar’ van Käthe Kollwitz, waarbij de nadruk lag op het overbrengen van emotie en essentie.

Delen:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn

Inhoudsopgave

Copyright © 2022. All Rights Reserved

error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.