Les 29: Expressionistische kunst

De stijlperiode van het expressionisme en de expressionistische kunst had haar bloeitijd ongeveer in de periode tussen de jaren 1905 en 1940, met name in Europa. De eerste volgelingen van deze nieuwe kunststroming woonden in Duitsland. Kunstenaarsbewegingen als Die Brücke uit het Duitse Dreden, Der Blaue Reiter uit de Duitse stad München en het Bauhaus stonden aan de basis van het expressionisme. De kunstenaarsvereniging Die Brücke, met bekende exponenten als Ernst Ludwig Kirchner,  Erich Heckel, Otto Mueller, Frits Bleyl, Emil Nolde en Karl Schmidt-Rottluff, legde vooral de nadruk op het scherp tegen over elkaar plaatsen van vlak en kleur.

Groepsportret leden van kunstenaarsvereniging Die Brücke van Kirchner uit 1926-1927.
Afbeelding: Groepsportret van de expressionistische kunstenaarsvereniging Die Brücke, geschilderd in 1926-1927. Op dit schilderij van Ernst Ludwig Kirchner staan, van links naar rechts, de kunstschilder en lithograaf Otto Mueller (1874-1830), de kunstschilder Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938), de houtsnede kunstenaar en schilder Erich Heckel (1883-1970) en de kunstschilder Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976).
Locatie: Dit schilderij van Kirchner hangt in het Museum Ludwig in de Duitse stad Köln. 

Dit kwam goed tot uiting in hun houtsneden die hun figuren scherp in zwart-wit tegenstellingen op het papier drukten.

Twee gewonde mannen, van Erich Heckel uit 1915. Heckel werkte tijdens WO1 bij het Rode Kruis.
Afbeelding: Twee gewonde mannen van Erich Heckel uit 1915. Heckel was gedurende de Eerste Wereldoorlog gestationeerd bij het medische korps van het Rode Kruis in België, onder meer in Oostende waar hij deze houtsnede ontwierp. Hij maakte veel houtsneden van gewonde matrozen en soldaten die hij verzorgde. De scherpe tegenstellingen tussen wit en zwart zijn typerend voor de houtsneden van de kunstenaarsvereniging Die Brücke.
Locatie: De afgebeelde houtsnede is in het bezit van een privéverzamelaar. 

De leden van de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter , met als belangrijkste vertegenwoordigers Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke en Paul Klee, zochten veel meer naar de harmonie tussen kleuren en contouren. Der Blaue Reiter was vernoemd naar een ruiter-schilderij van Wassily Kandinsky en naar de liefde voor paarden van Franz Marc; beiden hadden een voorkeur voor de kleur blauw. Voor hen stond de kleur blauw symbool voor het mannelijke en het intellect. 

Blauwe paard I, van Franz Marc uit 1914.
Afbeelding: Het schilderij Blauwe Paard (Blaues Pferd I) uit 1914 van Franz Marc (1880-1916), een van de oprichters van de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter. Opmerkelijk is de harmonie tussen de kleuren in dit schilderij, waarbij in zijn symboliek blauw voor het mannelijke stond en geel voor het vrouwelijke. Franz Marc maakte veel schilderingen van dieren. Hij probeerde daarbij het innerlijke wezen van het dier op het doek te krijgen. 
Locatie: Het schilderij maakt deel uit van de kunstverzameling Bernhard Koehler in de Duitse hoofdstad Berlijn.

De eerste vervormingen van figuren en landschappen werden op het doek geschilderd, een eerste stap in de richting van de abstracte kunst
De ideeën van het expressionisme vond men ook terug in andere kunstuitingen, zoals de architectuur, de muziek, de beeldhouwkunst, de literatuur en de filosofie. Het sloot in die tijd goed aan bij de ideeën van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche die op dat moment in Duitsland populair was in kringen van de intelligentsia. Volgens Nietzsche waren het belang van kennis en rede te ver doorgeschoten.
Na het begin van de 2de Wereldoorlog werd de kunstvorm van de expressionistische kunst, die vooral in de schilderkunsten haar hoogtepunten bereikte, door de nazi’s als Entartete Kunst bestempeld en daarmee verboden. Met het stempel Entartete Kunst, letterlijk Ontaarde Kunst, duidden de Duitsers kunst aan die niet voldeed aan de eisen van het regime van Adolf Hitler. Het ging vooral om moderne kunst uit die tijd, zoals het expressionisme en abstracte kunstvormen. Alleen de zogenoemde Arische kunst voldeed aan hun eisen.

Sertigtal in de Herfst, van Ernst Ludwig Kirchner uit 1920 in de omgeving van Davos
Afbeelding: Sertigdal in de herfst, uit 1920 van de Duitser Ernst Ludwig Kirchner. Zijn werk werd gedurende de 2de wereldoorlog als `Entarte Kunst’ (ontaarde kunst) bestempelt en daarmee verboden. Voor de 1ste wereldoorlog was Kirchner de bekendste vertegenwoordiger van het Duits expressionisme en voorman van de kunstenaarsbeweging Die Brücke, een club van expressionistische kunstenaars die tot 1913 bijeen bleef. Kirchner kreeg tijdens de 1ste wereldoorlog een zenuwinzinking. Hij belandde hierdoor al in 1915 in een herstellingsoord. Vanaf 1917 tot 1926 woonde en werkte hij samen met zijn levensgezellin Erna Schilling in het Zwitserse alpendorp Frauenkirch, vlakbij Davos. Hier probeerde hij tot rust te komen. Hij genoot van de natuur en hij legde deze op zijn geheel eigen, expressionistische en kleurrijke wijze vast op zijn doeken. Hij vermengde het Zwitserse Sertigdal en het indrukwekkende berglandschap dat hij zag met zijn eigen verbeelding met onder meer dit kleurrijke schilderij als resultaat. 
Locatie: Dit expressionistische kunstwerk hangt in het Kirchner Museum Davos in de gelijknamige stad in Zwitserland.

Het wezen van de expressionistische kunst

De laatste kunstwerken van Vincent van Gogh, met name de geschilderde korenvelden met sterren en soms stormachtige, blauwe hemels, vormden een inspiratievorm voor de kunstenaars die zich expressionisten noemden. Het gevoel dat Vincent in deze schilderen opriep wilden zij ook in hun schilderijen leggen. Dit was wat zij wilden: vooral vanuit het gevoel schilderen en niet vanuit het verstand en dit vervolgens overbrengen op hun schilderijen. Het gevolg waren schilderijen met felle kleuren die niet de werkelijkheid weerspiegelden. De beelden werden vaak zonder perspectief op het doek aangebracht, waarbij de vormen van de afgebeelde figuren ondergeschikt waren aan het doel: het gevoel, de expressie op het doek tonen.

Het circusmeisje van Else Berg uit de periode 1930-1940.
Afbeelding: Het circusmeisje van Else Berg (1877-1942), geschilderd in de periode 1930-1940. De gevoelige blik waarmee het circusmeisje langs de toeschouwer kijkt, treft een ieder die naar dit kunstwerk kijkt. Haar gele haarkleur en de rode lippen vallen direct op tegen de verder licht getinte achtergrondkleuren. De paarden en de acrobaat op de bal verlenen aan dit circusmeisje de juiste context.  In het schilderij vind je ook kubistische invloeden. Geen wonder, ze reisde samen met de kubist Leo Gestel naar Mallorca. De Poolse kunstenares Else Berg trouwde met haar Nederlandse neef Mommie Schwarz. Zij en haar man werden in 1942 in Auschwitz vermoord. Else Berg woonde enige tijd in het Nederlandse badplaatsje Bergen en werd daarom ook bij de Bergense school gerekend. Men positioneert de kunstschilders van de Bergense school als de voorlopers van het expressionisme in Nederland.
Locatie: Dit schilderij maakte deel uit van de Nardinck Collectie van de familie Els Blokker-Verwer en Jaap Blokker. Het hangt nu in de Nardinck-vleugel van het Singer Museum in het Nederlandse dorp Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Sommige schilders gingen zo ver dat zij geen opleiding wilden aan alom gerespecteerde opleidingen, omdat de aangeleerde technieken de mogelijkheid om een bepaalde gemoedstoestand over te brengen in de weg konden zitten. Het onderbewuste van de kunstenaar moest hierbij leidend zijn, waardoor nieuwe, vaak tot op dat moment niet bestaande vormen, op het doek werden aangebracht. Overigens gebeurde dit niet alleen in de schilderkunst. In die zin sloot de expressionistische kunst naadloos aan op de kunststroming van het post-impressionisme. Ook de volgers van deze kunststroming wilden de natuur niet meer nabootsen, maar er een andere, eigen invulling aangeven. En ook zij wilden meer uitdrukken dan alleen de werkelijkheid zoals men die zag. Het verschil zit hem vooral in de fellere kleuren en het steeds meer afstand nemen van de oorspronkelijke vormen en het versterken van de expressiekracht. In die zin is het expressionisme al een eerste stap op weg naar de abstracte kunst.

Droom van Monte Carlo, uit de periode 1939-1943 van Max Beckmann
Afbeelding: Droom van Monte Carlo, uit de periode 1939-1943 van Max Beckmann. Max Beckman emigreerde in 1937 vanuit Duitsland naar Nederland, weg van het oprukkende nazisme in het toenmalige Duitsland dat zijn kunst als `Entartete Kunst’ (Ontaarde Kunst) betitelde. Dit schilderij uit de periode 1939-1943 is een reactie van Max Beckmann op de oorlog en zijn verbanning. De palmbladeren verwijzen naar zijn bezoek aan de Franse Rivièra in 1939. Op de groene kaarttafel ligt een `femme fatale’ met in haar hand een omgekeerde schoppenkaart in de vorm van een zwart hart, het teken van de liefde en de dood. Zij speelt kaart met een mooie, jonge vrouw en een oude dame; een kind met in zijn hand een zwaard staat voor de oude vrouw aan de kaarttafel (het kind staat symbool voor de kinderen die men opleidde tot oorlogszuchtige wezens). Geschilderd in de klassieke vorm van een driehoek, vertegenwoordigen zij samen de vergankelijkheid van het leven. Beckmann onderstreept deze vergankelijkheid met een brandende kaars op de kaarttafel, die langzaam opbrandt. Ook op de kaarttafel achter hen wordt letterlijk met het mes, in de vorm van zwaarden, op tafel gespeeld. Daarachter staan zwarte wezens die de dood symboliseren; de smalle gezichtjes in deze donkere wezens wijzen erop dat er nog een restje menszijn in hen aanwezig is. 
Locatie: Dit expressionistische schilderij van Max Beckmann hangt in de Staatsgalerie Stuttgart in de gelijknamige Duitse stad.

De expressionistische kunst na de 2de Wereldoorlog

De expressionistische kunst is overigens niet geheel verdwenen toen de 2de Wereldoorlog uitbrak. Zoals we kunnen zien in het werk van de Nederlandse expressionist Quirijn van Tiel (1900-1967). In zijn schilderingen toonde hij niet wat hij zag maar wat hij voelde. Als toeschouwer van zijn kunstwerken voel je zijn somberheid. 

Oorlogsdreiging, uit 1942 van Quirijn van Tiel. Het hangt in het Singer Museum in Laren (NH).
Afbeelding: Oorlogsdreiging, uit 1942, van de kunstschilder Quirijn van Tiel. De compositie is opgebouwd met felle kleuren. Je voelt de dreiging van de 2de wereldoorlog die op dat moment gaande was. Een realiteit die van Tiel zeer somber stemde, zoals goed te zien is in dit schilderwerk. 
Locatie: Dit expressionistische schilderij met de titel `Oorlogsdreiging’ werd in 2014 door Renee Smithuis geschonken aan het Singer Museum in het Nederlandse dorp Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Na de oorlog ontstond een groep Duitse expressionisten die de confrontatie aanging met het traumatische oorlogsverleden van hun vaderland. Zij noemden zich de Nieuwe Wilden. Ook in Nederland verenigden in 1948 een aantal expressionistische kunstenaars zich in de kunstenaarsvereniging Cobra, vernoemd naar de steden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Onder hen waren de kunstenaars Karel Appel (1921-2006) en Corneille (1922-2010). Tot op de dag van vandaag zijn er kunstschilders die schilderen in de stijl van de expressionistische kunst, de zogenoemde `moderne’ expressionisten.

Expressionistische kunstschilders

In de gehele wereld waren er kunstschilders die het expressionisme omarmden, om te beginnen natuurlijk in Duitsland. Daar stonden kunstenaars van Die Brücke aan de basis van het expressionisme, waaronder de kunstschilders Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938), Erich Heckel (1883-1970), Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976) en Fritz Bleyl (1880-1966). Andere Duitse schilders die genoemd moeten worden zijn Max Beckmann (1884-1950), August Macke (1887-1914), Heinrich Campendonk (1889-1957), Emil Nolde (1867-1956), Franz Marc (1880-1916), de beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck (1881-1919), Paula Modersohn-Becker (1876-1906), één van de eerste expressionisten, Otto Mueller (1874-1930), de voorloper van het abstracte modernisme Adolf Hölzel (1853-1934), Hermann Stenner (1891-1914) en Walter Gramatté (1897-1929).
Beroemd was – en is – de Noorse kunstschilder Edvard Munch (1863-1944), wiens schilderij De Schreeuw zijn bekendste kunstwerk was. Dit schilderij bracht hij ook in de vorm van etsen in de handel.

De schreeuw, uit 1893 van Edvard Munch hangt in het Nationaal Museum in Oslo
Afbeelding: De schreeuw, uit 1893 van de Noorse expressionist Edvard Munch. De Noor Munch had geen gemakkelijk leven achter de rug. Zijn moeder en zusje stierven te vroeg en zijn grote liefde ging vreemd. Het werd hem allemaal teveel en hij werd depressief. Zijn depressiviteit en de daaruit voortvloeiende angsten bracht hij treffend in beeld met dit expressionistische schilderij.
Locatie: De schreeuw hangt in het National Museum of Art, Architecture and Design, kortweg het Nationaal Museum genoemd, in Oslo in Noorwegen.

Andere Europeanen die we veel in de musea tegenkwamen waren de Oostenrijkers Oskar Kokoschka (1886-1980) en Egon Schiele (1890-1918), de Italiaan Amedeo Modigliani (1884-1920) en de Ier Francis Bacon (1909-1992). Rusland vormde altijd een goede voedingsbodem voor kunstenaars, dat gold zeker ook voor de expressionisten. Bekend zijn Alexej von Jawlensky (1864-1941) en Wassily Kandinsky (1866-1944). Met name Kandinsky, die ook lid was geweest van de kunstenaarsvereniging Der Blaue Reiter, zou zich steeds verder ontwikkelen totdat hij uiteindelijk mede vorm gaf aan de abstracte kunst. In Georgië, dat je in die periode ook tot Rusland kon rekenen, schilderde Shalva Kikodze (1894-1921) expressionistische werken.

Het expressionistische schilderij Khevsureti, van de Georgische kunstschilderes Shalva Kikodze uit 1920
Afbeelding: Khevsureti, van de Georgische expressionistische kunstschilder Shalva Kikodze uit 1920. Khevsureti (Chevsoeretië) is een historische regio in Oost-Georgië, waar de Chevsoeren wonen. Naast zijn schilderijen over de Georgische cultuur, schilderde hij ook mondainere kunstwerken, zoals portretten en café scenes. 
Locatie: Dit schilderij hangt in het Kunst Museum van Georgië (AMG) in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Dit museum staat ook bekend als het Shalva Amiranashvili Museum of Fine Art.

Een andere beroemde expressionist is de Zwitserse kunstschilder Paul Klee (1879-1940) die met zijn schilderijen veel invloed uitoefende op de Nederlandse Cobra-beweging die na de 2de Wereldoorlog veel bekendheid verwierf met abstract werk.

Volle Maan, van Paul Klee, een expressionistisch schilderij uit 1919
Afbeelding: Volle maan, een expressionistisch schilderij uit 1919 van de Zwitserse kunstschilder Paul Klee. Paul Klee verbond figuratieve objecten met abstracte objecten in zijn schilderijen en koppelde dit aan een uitstekende kleurtechniek. Dit is goed te zien in dit expressionistische kunstwerk.
Locatie: Het is niet bekend waar dit schilderij van Paul Klee zich bevindt.

Expressionistische kunst in Nederland en België

De expressionistische kunst werd ook in Nederland nagevolgd. Bekende kunstschilders als Karel Appel, Erich Wiegman (1890-1929) en Jan Sluijters (1881-1957) volgden in meer of mindere mate de weg van de Duitse kunstenaarsvereniging Die Brücke.

Portret van Greet van Cooten, van Jan Sluijters uit 1910. Greet was zijn tweede vrouw.
Afbeelding: Portret van Greet van Cooten, uit 1910 van de Nederlandse expressionistische kunstschilder Jan Sluijters. Dit portret van Greet van Cooten, de tweede vrouw van de kunstschilder, toont zijn liefde voor deze vrouw. De felle kleuren en de bijna doordringende blik van zijn geliefde zitten vol emotie. 
Locatie: Dit schilderij behoort bij de schenking van de Nardinck Collectie van Els Blokker-Verwer en Jaap Blokker aan het Singer Museum in Laren (NH). ©Ronnie Rokebrand.

Het expressionistische portret van de kunstschilder W.G.F. Jansen op deze webpagina is toegeschreven aan Jan Sluijters die hij samen met andere Gooise schilders maakte naar aanleiding van de 60ste verjaardag van W.G.F. Jansen. In het begin van de 20ste eeuw was het een gewoonte onder kunstschilders dat zij gezamenlijk een portret maakten van een jarige als hij zestig werd om hem dit vervolgens te overhandigden. Men ondertekende het met een unieke handtekening. Vandaar dat de toonaangevende kunstschilder van dit schilderij alleen uit de herkenbaarheid van de compositie en de penseelstreken teruggehaald kan worden. Zover als ik dat kan beoordelen is dit het enige nog bestaande schilderij dat op deze wijze is vervaardigd. Het maakt deel uit van onze kunstverzameling.
In België vormde zich een eigen kunstenaarsbeweging die men de Latemse Scholen noemde. Bekende kunstenaars in deze beweging waren Constant Permeke (1886-1952), Gustave De Smet (1877-1943), Albert Servaes (1883-1966) en Frits Van den Berghe (1883-1939).

Het goede huis, een expressionistisch schilderij uit 1926 van Gustave de Smet. Het hangt in het Museum voor Schone Kunsten in Gent
Afbeelding: Het goede huis, een expressionistisch schilderij uit 1926 van de Belgische kunstenaar Gustave de Smet. Het schilderij `Het goede huis’ is een fraai voorbeeld van een decoratief werk uit de periode 1926 tot 1928 van de kunstschilder Gustave De Smet. Na de 1ste wereldoorlog zocht men ook in de kunst naar meer orde en stabiliteit. Dit uitte zich bij de Smet in een rechtlijnige compositie met wat afstandelijke figuren, in dit geval in een tafereel in een huis van plezier. Opmerkelijk is de manier waarop Gustave de pigmenten bruin en roze in verschillende tinten mengt en op zijn schilderij aanbrengt. Later zullen de aardetinten meer in zijn werk gaan domineren. 
Collectie: Dit expressionistische schilderij van de Belgische kunstschilder Gustave de Smet hangt in het Museum voor Schone Kunsten, ook wel MSK Gent genoemd, in de Belgische stad Gent.

De Bergense School

De Bergense School is vernoemd naar het kustplaatje Bergen dat bekend stond als een schildersdorp, net als bijvoorbeeld het Gooise dorp Laren (NH). Ook hier trokken aan het einde van de 19de eeuw schilders, schrijvers, beeldhouwers en dichters naar toe om dichter bij de natuur het landleven te kunnen schilderen, te beschrijven of in steen vast te leggen. In navolging van de School van Barbizon trokken de kunstschilders met hun schildersezels de duinen in. Rond het begon van de 19de eeuw waren de schilders uitgekeken op de impressionistische stijl en zochten zij nieuwe wegen om hun verhalen op het doek te schilderen.
Initiatiefnemers van deze nieuwe richting waren de Franse kubistische kunstschilder Henri Le Fauconnier (1881-1946) en zijn Nederlandse kompaan de kunstschilder en graficus Piet van Wijngaerds (1873-1964). Dit werd de Bergense School genoemd, een expressionistische, soms wat donker getinte stijl met duidelijk kubistische invloeden. Men noemde hun werk, dat tussen 1915 en 1925 op zijn hoogtepunt was, vaak figuratief expressionistisch. Om hun ideeën te verspreiden richtten zij het tijdschrift Het Signaal op. Al snel sloten andere kunstschilders, beeldhouwers en dichters zich bij deze groep aan. Onder hen de kunstschilders Charley Toorop (1891-1955), Jan Sluijters (1881-1957), Dirk Filarski (1885-1964), Else Berg (1877-1942), Kees Maks (1876-1967), Matthieu Wiegman (1886-1971), Piet Wiegman (1885-1963) en Leo Gestel (1881-1941).

De kunstverzamelaar en kunsthandelaar Piet Boendermaker, geschilderd door Leo Gestel. Het is op 1 augustus 1917 gesigneerd.
Afbeelding: Een portret van de kunstverzamelaar en kunsthandelaar Piet Boendermaker van de hand van de kunstschilder Leo Gestel. Boendermaker was een bekende kunstverzamelaar. Veel van zijn verzamelde werk stond tentoongesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dit kunstwerk is op 1 augustus 1917 met krijt en waterverf op papier getekend en geschilderd.
Locatie: Dit kunstwerk is door veilinghuis Christie geveild en nu in het bezit van een particulier. 

Vanuit de literaire hoek was Adriaan Roland Holst (1888-1976) present, later gevolgd door bekende namen als Jan Slauerhoff (1898-1936) en Charles Edgar Du Perron (1899-1940). Onder de beeldhouwers moet John Raedecker (1885-1956) genoemd worden. Hij stond bekend om zijn indrukwekkende beelden van figuren. Een bekend werk van hem is het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam dat hij samen met zijn broer Anton Raedecker (1887-1960) maakte. De leden van de Bergense School voelden zich verwant met de Vlaamse expressionisten die gedurende de 1ste wereldoorlog hun toevlucht in Nederland zochten. Er was ook samenwerkingsverbanden met de leden van de Ploeg in Groningen die ook op zoek waren naar een eigen expressionistische stijl.

Kunstenaarsvereniging De Ploeg

Na de 1ste Wereldoorlog ontstond in en rondom de stad Groningen de kunstenaarsvereniging De Ploeg. Nadat de kunstschilder Jan Wiegers (1893-1959) in Zwitserland had samengewerkt en bevriend was geraakt met de Duitse expressionist Ernst Ludwig Kirchner, inspireerde hij zijn mede-kunstenaars in de provincie Groningen om zich op kunstzinnig gebied te bekeren tot het expressionisme. Tot deze beweging behoorden Johan Dijkstra (1896-1978), Jan Altink (1885-1971), de eerder genoemde Jan Wiegers, Jan Jordens (1883-1962), Jannes de Vries (1901-1986), Anton Buytendijk (1913-2002) en Hendrik Werkman (1882-1945). Van Johan Dijkstra hebben wij een ets in onze verzameling.

Portret van Jan Wigers, geschilderd in 1924 door de expressionistische kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner

Afbeelding: Portret van de schilder Jan Wiegman, uit 1924 en geschilderd door de expressionistische kunstschilder Ernst Ludwig Kirchner, een vriend van Jan Wiegman.
Locatie: Het portret van Jan Wiegman van Kirchner hangt in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Het waren niet alleen kunstschilders die lid waren van De Ploeg. Ook de architect Egbert Reitsma had zich bij dit kunstenaarscollectief aangesloten. Tot zijn meesterwerken behoorde het Blauwe Paviljoen in Zuidlaren dat in 1935 werd gebouwd. Egbert Reitsma gebruikte tientallen kleuren in zijn ontwerp, met als opvallendste kenmerken de vele geglazuurde ultramarijnblauwe tegels, die de buitenzijde van dit voormalige sanatorium sieren, de blauwe markiezen en de blauwe stalen kozijnen. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw heeft hij reusachtige glas-in-loodramen aangebracht die de gehele, vele meters hoge achterzijde van het trappenhuis bedekken. Het is nu één van de belangrijkste rijksmonumenten in Noord-Nederland. Het gebouw bevat veel glas, zodat het daglicht in iedere ruimte toegang heeft. Het gebouw wordt op dit moment opgesplitst in 27 luxe appartementen, waarbij de architecten de opdracht hebben om de karakteristieke elementen van het ontwerp van Egbert Reitsma te behouden.

Het Blauwe Paviljoen in Zuidlare van de architect Egbert Reitsma.
Afbeelding: Het Blauwe Paviljoen, een architectonisch ontwerp uit 1935 van de architect Egbert Reitsma (1892-1976). De architect Egbert Reitsma was lid van het Groningse kunstenaarscollectief De Ploeg. Opvallend zijn de geglazuurde ultramarijnblauwe tegels die de buitenzijde van het gebouw sieren, in combinatie met de blauwe stalen kozijnen en de blauwe markiezen. Hieraan ontleend het gebouw zijn naam. 
Locatie: Het Blauwe Paviljoen staat in het Drentse dorp Zuidlaren. Oorspronkelijk heette het gebouw het `Noorder Sanatorium’, en diende het als dependance van de psychiatrische kliniek Dennenoord, het huidige Lentis. Het wordt in 2023 verbouwd tot een appartementencomplex. ©Ronnie Rokebrand.


Grote afbeelding: Portret van W.G.F. Jansen, uit 1931 en toegeschreven aan de Nederlandse kunstschilder Jan Sluijters en enkele collega kunstschilders. Hij maakte dit schilderij samen met andere Gooise schilders naar aanleiding van de 60ste verjaardag van W.G.F. Jansen. In het begin van de 20ste eeuw was het een gewoonte onder kunstschilders dat zij gezamenlijk een portret maakten van een jarige collega als hij zestig werd. De jarige kreeg dit schilderij vervolgens als cadeau. 
Locatie: Dit Portret van W.G.F. Jansen, mede toegeschreven aan Jan Sluijters, maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.