Les 18: Hollandse kunst in de Gouden Eeuw

De 17de eeuw stond – en staat ook nu nog – in Nederland bekend als de Gouden Eeuw, wat inhield dat de handel en de welvaart in met name de Noordelijke Nederlanden een hoog peil bereikte. Holland was een wereldmacht geworden, met een bloeiende handel en een grote zeemacht. De V.O.C. werd de grootste onderneming in de wereld, mede dankzij de handel met Azië. De burgerij beschikte daardoor over voldoende geld en middelen om zelfstandig kunst aan te schaffen, wat resulteerde in een rijke handel tussen kunstschilders, kunsthandelaren en welvarende burgers. Het was ook de eeuw waarin de Nederlanders vrijheid van denken propageerden. Het gevolg was dat men vrij zijn of haar godsdienst kon bedrijven en de burgerij vrij was in zijn doen en handelen.
De Nederlanden waren in de 17de eeuw verdeeld in de Zuidelijke Nederlanden, onder rooms-katholiek Spaans bewind, en de Noordelijke Nederlanden, onder het protestantse bewind van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De barok was geïnitieerd door de paus en de rooms-katholieke kerk, dus het was geen wonder dat men in het protestante Noorden met een afkeurend oog keek naar de uitbundige manier van afbeelden die Peter Paul Rubens en andere Nederlandse zuiderlingen gewoon waren. Het werk van de  kunstschilders uit de Zuidelijke Nederlanden werd bekend als de Vlaamse barok.
De 17de eeuw was in de Noordelijke Nederlanden de tijd van Rembrandt van Rijn, Frans Hals, Johannes Vermeer, Jan Steen, bekend om zijn ironische en humorvolle schilderijen, Ferdinand Bol, Albert Cuyp, Gerrit Dou, Carel Fabritius, Govert Flinck, Jan van Goyen, die de beroemde Hollandse luchten schilderde, de interieurschilder Pieter de Hooch, de landschapsschilder Simon van Ruysdael, Pieter Pieterszoon Lastman, Jan Lievens, Willem Claeszoon Heda, die bekend werd om zijn fraaie stillevens, Nicolaes Maes, Gabriël Metsu, Hendrick Goltzius, die bekend werd om zijn historische schilderijen, Adriaen van Ostade die de boeren in hun interieur schilderde, Paulus Potte, de molenschilder Jacob van Ruisdael en Pieter Jansz. Saenredam. Een lange stoet van kunstschilders die tot op de dag van vandaag bekend zijn in de gehele wereld.

Een stormachtig zeegezicht, van Jan van Goyen uit 1655
Afbeelding: Een stormachtig zeegezicht, uit 1655 van Jan van Goyen die bekend werd om de fraaie en indrukwekkende Hollandse luchten die hij schilderde. Het is een typisch Hollandse landschapscompositie met twee derde lucht en een derde land als basis van het schilderij. Zijn schilderijen geven een goed inzicht in het leven in de 17de eeuw. 
Locatie: Dit schilderij van Jan van Goyen hangt in het Sinebrychoff Art Museum in de Finse hoofdstad Helsinki.

Zij schilderden een aaneenschakeling van schutterstukken, groepsportretten van schutters en regenten, stadsgezichten, landschappen met typisch Hollandse luchten, zeegezichten, voorstellingen uit de Bijbel, historische gebeurtenissen, en alledaagse gebeurtenissen, waaronder bijvoorbeeld `Het Melkmeisje’ van Johannes Vermeer. Rembrandt van Rijn is de beroemdste kunstschilder uit deze lange rij. Iedereen kent wel het schilderstuk `De Nachtwacht’ dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Zij werden bekend als de meesters van de Hollandse kunst in de Gouden eeuw.

Het dansende koppel, van Jan Steen uit 1663
Afbeelding: Het dansende koppel, van Jan Steen uit 1663. Nog steeds kennen wij het spreekwoord `Het is een huishouden van Jan Steen’, als het ergens in een huishouden een rommeltje is. 
Locatie: Het dansende koppel van Jan Steen hangt in de National Gallery of Art in Washington D.C..

De volle vrouwen en gespierde mannen van Peter Paul Rubens

In het rooms-katholieke Zuiden werkte de kunstschilder Peter Paul Rubens (1577-1640) aan zijn fraaie en zinnelijke kunstschilderingen. Hij had in Italië kennis gemaakt met de kunstenaars uit de renaissance en de barok en hij borduurde hier in de Zuidelijke Nederlanden op verder. Een van zijn eerste kunstwerken was `De kruisoprichting’ die hij in Antwerpen schilderde.

De kruisoprichting van Peter Paul Rubens uit 1609-1610. Het drieluik hangt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen
Afbeelding: De kruisoprichting, een drieluik ofwel een triptiek van Peter Paul Rubens uit 1609-1610. Een triptiek of drieluik is een driedelig op houten panelen aangebracht schilderij, waarbij vaak de drie delen van het drieluik met scharnieren aan elkaar zijn bevestigd. Op deze wijze kan het triptiek open en dicht gedaan worden.
In het werk vind je de invloeden terug van Caravaggio (in de vorm van de beulen die het kruis diagonaal optillen) en Michelangelo (het robuuste en gespierde uiterlijk van de mannen). Rubens laat in dit werk, maar ook in andere schilderijen, zien dat hij een meester was in het tonen van emoties op de gezichten van de door hem afgebeelde figuren.

Locatie: Het drieluik hangt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen.

In Parijs schilderde hij vanaf 1622 niet minder dan 21 doeken over het leven van de Franse koningin-moeder Maria de Medici. Volle vrouwen en goed gespierde mannen vonden hun weg op zijn doeken, afbeeldingen van vrouwen en mannen die in die tijd het modebeeld bepaalden. Ook maakte hij als schilder aan het hof veel portretten. Antoon van Dyck (1599-1641) werd een van zijn bekendste leerlingen. Peter Paul Rubens was bevriend met de landschapsschilder Jan Brueghel de Oude (1568-1625).

De vier continenten,  uit 1615 van Peter Paul Rubens
Afbeelding: De vier continenten, van Peter Paul Rubens kortweg Rubens genoemd. Hij schilderde dit kunstwerk waarschijnlijk in 1615. Het zijn de personificaties, van links naar rechts, van Europa (vrouw), samen met de rivier de Donau (man). Daaronder de Nijl (man), samen met Afrika (vrouw). Daarnaast de Rio de la Plata (man), met Amerika (vrouw); en geheel rechts Azië (vrouw), samen met de rivier de Ganges (man). 
Locatie: Dit schilderij van Rubens hangt in het Kunsthistorisches Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

De portretschilder Antoon van Dyck

Een van zijn bekendste leerlingen was de kunstschilder  Antoon van Dyck (1599-1641), in de literatuur ook wel Anthony genoemd, die zich ontwikkelde tot een belangrijk portretschilder. Met name zijn schilderijen van de familie van de Engelse koning Karel I worden gewaardeerd. Hij had veel invloed op het Engelse portretschilderen. Naast deze portretten maakte Antoon van Dyck ook schilderijen met religieuze en mythologische onderwerpen. 

Zelfportret van Antoon van Dyck uit de periode 1620-1627.
Afbeelding: Zelfportret van Antoon van Dyck (Anthony van Dyck) uit de periode 1620-1627. Bijzonder is de manier waarop hij zichzelf portretteert met een haast schuchtere, terughoudende uitdrukking toont hij een stukje van zijn karakter. Hij is gekleed in de kleren van een Engelse landlord. Hij kon zich deze kleren veroorloven, omdat zijn vader een welvarende lakenhandelaar was. 
Locatie: Dit zelfportret van Antoon van Dyck bevindt zich in de Alte Pinakothek  in de Zuid Duitse stad München. 

Rembrandt van Rijn, de meester van het schilderen in clair-obscur

Rembrandt van Rijn (1606-1669) is zonder meer de bekendste en beroemdste kunstschilder en etser die in de 17de eeuw werkte.
Hij werd als zoon van een molenaar geboren in Leiden. Zijn moeder was de dochter van een rijke bakker. Zijn ouders wilden graag dat Rembrandt naar de universiteit ging, zodat hij later een wetenschappelijk georiënteerd vak zou kunnen uitoefenen. Vandaar dat hij eerst naar de Latijnse school ging en daarna, in 1620, naar de letterkundige faculteit aan de universiteit. Hij studeerde hier 2 jaar, maar zijn hart lag hier niet; hij wilde graag kunstschilder worden.

Zelfportret op jeugdige leeftijd, uit 1628-1629 van Rembrandt van Rijn
Afbeelding: Zelfportret op jeugdige leeftijd, uit 1628-1629, van Rembrandt van Rijn. De jonge schilder concentreert zich in dit zelfportret op de werking van het licht en hoe dat op zijn huid, zijn fijn geschilderde krullen en de achterwand valt, een sprekend voorbeeld van clair-obscur. De ogen en het voorhoofd staan in de schaduw. Het valt amper op dat de jonge Rembrandt de toeschouwer direct in de ogen kijkt. Wilde Rembrandt hiermee, op zijn nog jonge leeftijd, laten zien dat hij nog niet zeker was over zijn eigen identiteit? Of wilde hij hiermee zeggen dat hij in een moeilijke periode van zijn leven zat? We zullen het nooit weten. Rembrandt was 22 jaar toen hij dit zelfportret schilderde.
In totaal maakte Rembrandt niet minder dan 40 geschilderde zelfportretten en nog vele etsen en tekeningen met zichzelf als belangrijkste onderwerp in de compositie. Het leverde een geschilderde, getekende en geëtste beschrijving van zijn fysieke aanwezigheid op. 

Locatie: Dit zelfportret van Rembrandt van Rijn hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Vandaar dat hij zich aanmeldde als leerling van de Leidse kunstschilder Jacob van Swanenburch, gevolgd door een opleiding bij Pieter Lastman in Amsterdam. Daarna ging hij terug naar Leiden en opende samen met Jan Lievens (1607-1674) een atelier en een kunsthandel. Hier leverde hij zijn eerste werken af die hij zelfstandig had geschilderd, waaronder kleurrijke Bijbelse taferelen.
In het jaar 1631 vertrok hij naar Amsterdam. Hier woonden veel kooplieden met geld die zich graag lieten portretteren; een discipline die Rembrandt van Rijn zeer goed beheerste. Enkele jaren later, in 1634, trouwde Rembrandt met Saskia Uylenburgh, waarna in 1641 hun zoon Titus het eerste levenslicht zag. Niet veel later stierf Saskia. Zoals in die tijd gewoon was had hij leerlingen in dienst. Deze leerlingen betaalden leergeld en daarmee had Rembrandt een extra bron van inkomsten gevonden. Het waren niet de minsten die hij daar opleidde. Ferdinand Bol, Carel Fabritius  en Govert Flinck waren zijn leerlingen en zij behoren ook nu nog tot de meeste gewaardeerde kunstschilders van de kunststroming de Hollandse kunst in de Gouden Eeuw.
Hij ging zich nu oriënteren op het werk van de Italiaanse kunstschilder Caravaggio die met name bekend was om de wijze waarop hij in clair-obscur schilderde, waarbij hij een groot contrast tussen licht en donker in zijn schilderijen aanbracht. Geïnspireerd door Caravaggio vervolmaakte Rembrandt deze techniek, waardoor hij tot op de dag van vandaag beroemd bleef om de fraai geschilderde licht-donkercontrasten. Ook zijn productie nam toe en zijn composities werden dramatischer. In zijn historische schilderijen werd zijn penseeltoets losser; dit zag je ook terug in de portretten die hij maakte.

Portret van een paar als oudtestamentische figuren, genaamd 'Het Joodse bruidje' van Rembrandt van Rijn uit 1665-1669
Afbeelding: Het portret van Isaak en Rebekka, een paar oudtestamentische figuren, ook wel `Het Joodse bruidje’ genoemd van Rembrandt van Rijn. Het schilderij werd tussen 1665 en 1695 geschilderd. Isaak wilde voorkomen dat hij zou worden vermoord en dat zijn vrouw Rebekka vervolgens werd afgepakt door koning Abimelech. Daarom verhulde Isaak zijn liefde voor Rebekka en deden zij net of  zij broer en zus waren. Helaas bleef hun verhouding niet onopgemerkt. Rembrandt van Rijn schilderde ze in een liefdevol moment. Het was een vrij werk van Rembrandt waarbij hij de verf dik op het doek aanbracht en toch tot een fraaie stofuitdrukking kwam in de kleding van het paar. Op sommige plekken kraste hij met de achterkant van zijn penseel in de verf om accenten aan te brengen. Deze techniek met de dikke verf werd niet door iedereen gewaardeerd, met als gevolg dat hij minder opdrachten kreeg en hij teneinde raad voor zijn zoon Titius ging werken.
Locatie: Het Joodse bruidje hangt in de eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam. 

Dit was ook de periode dat hij veel etsen maakte, vaak met Bijbelse onderwerpen, zoals in `De drie kruizen’ en de `Honderd gulden prent’. Hoewel wij ons dat tegenwoordig bijna niet kunnen voorstellen, was Rembrandt tijdens zijn leven bekender om zijn etsen dan om zijn schilderijen. Hij maakte er ongeveer 290! Het Rembrandthuis in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam bezit 260 etsen van Rembrandt van Rijn.

De Honderd gulden prent van Rembrandt van Rijn uit 1649. Het hangt in het Metropolitan Museum of Art in New York.
Afbeelding: De `Honderd gulden prent’ is een van de fraaiste die Rembrandt in 1649 etste.  Op de ets staan gebeurtenissen uit het evangelie van de heilige Mattheus (hoofdstuk 19).  De tegenstelling tussen licht en donker trekt het oog van de beschouwer over de compositie. Rembrandt positioneerde Christus als het lichtgevende baken dat over de linkerzijde van de ets schijnt. Dit valt vooral op, omdat Rembrandt de rechterzijde van de ets veel donkerder maakte.
De titel van deze prent verwijst naar het verhaal dat Rembrandt honderd gulden betaalde om een afdruk van de prent terug te kopen, een groot bedrag in de 17de eeuw. De oorsprong van dit verhaal is twijfelachtig, maar het geeft aan dat de prent in de 18de eeuw al zeldzaam was.
Locatie: Deze `Honderd gulden prent’ maakt deel uit van de verzameling van het Metropolitan Museum of Art in New York in de VS.

In 1654 kreeg hij een dochter, Cornelia genaamd, met zijn huishoudster Hendrickje Stoffels. Helaas kon hij niet met haar trouwen, omdat zijn vrouw Saskia in haar testament had staan dat hij geen aanspraak op haar geld kon maken zodra hij hertrouwde. Het mocht niet baten: niet veel later ging Rembrandt failliet en moest hij huis en haard verkopen.

Rembrandt, zelfportret uit 1659. Rembrandt was toen 54 jaar oud.
Afbeelding: Rembrandt van Rijn op 54-jarige leeftijd, een zelfportret van Rembrandt. Het kunstwerk staat bekend als het `Zelfportret met baret en opstaande kraag’. Aan de uitdrukking op zijn gezicht is goed te zien dat hij het in deze periode niet gemakkelijk had. Hij gebruikte in dit schilderij de techniek van clair-obscur, waarbij hij de achtergrond donker liet en het gezicht op de voorgrond in het licht plaatste. Hiermee versterkte hij het dramatische effect van dit schilderij.

Locatie: Dit zelfportret van Rembrandt uit 1659 werd in 1939 door een stichting van Andrew W. Mellon geschonken aan de National Gallery of Art in Washington D.C. in de VS.

Gelukkig voor hem nam zijn zoon Titius hem in dienst, zodat hij kon blijven werken en zijn geld niet direct verdween in de zakken van zijn schuldeisers. In 1669 overleed Rembrandt van Rijn in Amsterdam, alwaar men hem begroef in de Westerkerk. Zijn bekendste werk was `De Nachtwacht’, die hij in 1642 schilderde, maar ook zijn schilderij `De Staalmeesters’, en zijn vele zelfportretten zijn wereldberoemd en behoren tot het beste wat kunstschilders wereldwijd hebben gemaakt, net als al zijn andere schilderijen.

De nachtwacht, van Rembrandt van Rijn uit 1642.
Afbeelding: De Nachtwacht, van Rembrandt van Rijn uit 1642. De officiële titel van dit schuttersstuk was `De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren’. Rembrandt schilderde de officieren van de schutters die verantwoordelijk waren voor de openbare orde in Amsterdam, en dan met name voor de orde in de nachtelijke uren, vandaar de naam Nachtwacht. Overigens waren het meestal niet deze officieren die de nacht introkken om de openbare orde te handhaven, maar waren het vaak hun ondergeschikten die aan het kortste eind trokken.
Bijzonder aan dit kunstwerk is de dynamiek in het schilderij. De meeste schutterstukken in die tijd vormden een optelsom van portretten waarop men statig stond afgebeeld. Rembrandt bracht echter activiteit en beweging in het schilderij. Zelfs de hoofdpersonen, kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh, op het kunstwerk zijn in een lopende beweging afgebeeld.
Opmerkelijk is het licht op het wat verscholen afgebeelde meisje, links van de twee hoofdpersonen. Het is een portret van zijn vrouw en geliefde Saskia. Zij was in 1642 ernstig ziek en zou ook in dat jaar overlijden. Men neemt aan dat dit de reden is dat Rembrandt haar een plaatsje gaf in dit meesterwerk. Saskia komt ook in veel andere schilderijen van Rembrandt voor en is herkenbaar aan haar ronde ogen, haar rossige haar en haar relatief kleine mond.
De Nachtwacht zoals wij die kennen is kleiner dan het oorspronkelijke werk van Rembrandt van Rijn. Het schilderij was eigendom van de gemeente Amsterdam; zij wilden het een plekje geven in het toenmalige stadhuis, het huidige Paleis op de Dam. Om het passend te maken, men hing het tussen twee deuren, heeft men links een behoorlijke reep van het oorspronkelijke werk afgesneden … Het schilderij De Nachtwacht is wereldberoemd.

Locatie: De Nachtwacht staat tentoongesteld in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het is in eigendom van de gemeente Amsterdam.

Frans Hals, de meester van het portret

`Wat is het een genot zo’n Frans Hals te zien, wat is het heel anders dan de schilderijen waar zorgvuldig alles op dezelfde wijze is gladgestreken.
                                          Vincent van Gogh

Van Gogh, Monet, Courbet en Manet trokken allen naar Haarlem om de schilderijen van Frans Hals (1583-1666) te bewonderen. Deze kunstschilders waren vooral getroffen door de losse manier waarop hij de geportretteerden op zijn schilderijen weergaf. Het is bijna onvoorstelbaar hoe Frans Hals al die uiteenlopende karakters die hij schilderde vol emotie en vol leven op het schilderdoek aanbracht. Niemand had dat voor hem zo overtuigend gedaan, en volgens velen, ook niemand na hem.

Trouwportret van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laan van Frans Hals uit 1622. Het hangt in het Roksmuseum in Amsterdam.
Afbeelding: Trouwportret van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laan. Het schilderij is in 1622 geschilderd door Frans Hals. Het schilderij is voor die tijd zeer gedurfd opgezet. Het was een tijd waarin notabelen zich vooral statig geportretteerd wilden zien. Frans Hals schilderde Isaac en Beatrix met de liefde en de emotie op hun gezichten. Het geheel is geschilderd in een lichte toets. Op de achtergrond zien we een tuinachtig landschap dat symbool staat voor de liefde.
Locatie: Het `Trouwportret van Isaac Abrahamsz Massa en Beatrix van der Laan’ van Frans Hals maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.


Naast al deze portretten van Haarlemmers die Hals schilderde zijn er ook schuttersstukken en schilderijen met regenten en regentessen in zijn nalatenschap te bewonderen, zoals we kunnen zien in het Rijksmuseum en in het Frans Hals Museum in Haarlem.
Frans Hals werd in of omstreeks 1583 geboren in Antwerpen in de Zuidelijke Nederlanden als de zoon van een wever. De weversfamilie Hals vluchtte in 1585 voor de Spanjaarden naar de stad Haarlem in de Noordelijke Nederlanden. In Haarlem werd hij de leerling van de kunstschilder Karel van Mander. In 1610 trad hij toe tot het schilders gilde van de stad Haarlem, een belangrijke stap in zijn carrière. Al snel nam hij leerlingen aan, waaronder Judith Leyster (1609-1660) en zijn broer Dirck Hals. Men neemt aan dat ook zijn 5 zonen bij hem het kunstschildersvak leerden. Frans Hals wordt nu gerekend tot één van de vooraanstaandste kunstschilders van de kunststroming de Hollandse kunst in de Gouden Eeuw, vooral door de eigen, losse manier waarop hij schilderde, zoals eeuwen later aangegeven door Vincent van Gogh. In 1666 overleed hij en werd hij bijgezet in de Sint-Bavo Kerk in Haarlem.De waardin, een fraai portret van Frans Hals uit 1635.Afbeelding: De waardin, een geschilderd portret van een waardin van de kunstschilder Frans Hals uit 1635. Op het doek lacht ze de kijker schalks toe. In haar linkerhand draagt ze een bierkan en in de rechterhand een glas. Zij draagt typische Noord-Hollandse kleding voor boeren en bedienden. Waarschijnlijk betreft het de waardin van de toenmalige De Coninck van Vranckrijck, een kunstenaarskroeg in de Smedestraat in Haarlem waar Frans Hals regelmatig een biertje dronk. Het schilderij laat zien dat Frans Hals niet alleen maar notabelen op het doek portretteerde, maar ook gewone mensen schilderde.
Locatie: De waardin hangt in het Frans Hals Museum in de stad Haarlem. Het schilderij is sinds 2013 in buikleen van een Amerikaanse eigenaar.

Johannes Vermeer, de meester van het binnenvallende licht

Johannes Vermeer (1632-1675) zag in de stad Delft het levenslicht als zoon van een satijnwever die tevens zijn geld verdiende als kunsthandelaar, een vak dat Johannes ook later zou uitoefenen. Er was niet veel over zijn leven bekend, maar men gaat ervan uit dat hij werd opgeleid door de Delftse kunstschilders Carel Fabritius en Leonard Bramer, die getuige was tijdens zijn huwelijksplechtigheid met de rooms-katholieke Catharina Bolnes. Om met haar te kunnen trouwen werd hij ook rooms-katholiek, wat best bijzonder was in het protestante Delft. Later werd hij lid van het schilders gilde, waar hij ook enkele keren leiding aan gaf.

Meisje met de parel, uit 1665, is het beroemdste schilderij van Johannes Vermeer
Afbeelding: Meisje met de parel is het beroemdste schilderij van Johannes Vermeer. Hij schilderde dit werk in 1665. Het is een fantasierijk portret, een zogenoemde tronie, dat een meisje in exotische kledij uitbeeldt met een oosterse tulband en een grote parel in het oor. Prachtig is het zachte licht op het gezicht van het meisje en de glanzende parel, en de weerkaatsing van het tedere licht op haar vochtige lippen. 
Locatie: Meisje met de parel, van Johannes Vermeer, hangt in het Mauritshuis in Den Haag.

Johannes Vermeer werd lange tijd in de kunstwereld genegeerd. Pas in het vierde kwart van de 19de eeuw zag men het belang van zijn werk in en ging men hem rekenen tot de meesters van de Hollandse kunst in de Gouden Eeuw. Zijn schilderijen zijn goed herkenbaar aan het prachtig binnenvallende licht – vaak via een raam – dat op zijn personages valt, vaak in een sober interieur. Een opmerkelijke schoonheid in een eenvoudig tafereel. Kenmerkend zijn ook de verstilde eenvoud van zijn geschilderde voorstellingen en het heldere kleurgebruik van Johannes Vermeer. Met name de kleuren geel en blauw zijn dominant in zijn kunstwerken. Nu ziet men hem als een van de belangrijkste schilders in de Gouden Eeuw en zijn naam wordt in één adem genoemd met die van Rembrandt van Rijn en Frans Hals. Oorspronkelijk werden veel van zijn schilderijen aan anderen toegeschreven, dat kwam omdat hij niet al zijn werk signeerde. Tot op de dag van vandaag zijn er 35 schilderijen van Johannes Vermeer bekend, waaronder `Het Melkmeisje’ (zie de grote afbeelding op deze webpagina) en het `Meisje met de parel’.  In 1675 was Vermeer bijna bankroet door de ingestorte kunsthandel. Volgens zijn vrouw overleed hij als direct gevolg aan zijn somberheid, misschien aan de gevolgen van een hartaanval, we weten het niet. Hij werd begraven in de Oude Kerk van Delft.

Een schrijvende dame, uit 1665 van Johannes Vermeer
Afbeelding: Het schilderij `Een schrijvende dame’ uit 1665 van de Nederlandse schilder Johannes Vermeer. Opvallend is het fraaie, binnenvallende licht op het gezicht van de vrouw. 
Locatie: Het schilderij hangt in de National Gallery of Art in Washington D.C. in de VS.

Grote afbeelding: Het melkmeisje, een schilderij van de Hollandse kunstschilder Johannes Vermeer uit circa 1657-1658. In een veilingcatalogus uit 1696 staat dit meesterwerk vermeldt als Een Meyd die Melk uytgiet.
Locatie: Rijksmuseum Amsterdam.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.