Les 15: Middeleeuwse kunst

De Middeleeuwse kunst in West-Europa 6de – 11de eeuw

Deze periode in de Middeleeuwen stond ook bekend als de `duistere eeuwen’, een tijdvak waarin monniken en geleerden in kloosters probeerden om de kunsten uit de oude wereld te begrijpen, terwijl zij omringd werden door binnenvallende volkeren. Volksverhuizingen, verwoestingen door oorlogen en andere rampspoed was het gevolg. In de kunstgeschiedenis was de periode van de Middeleeuwse kunst een tijdvak waarin allerlei stijlen de boventoon probeerden te voeren; geen wonder in een periode waarin steeds anderen aan de macht waren. Maar zoals altijd waren er vaklieden die hun vak uitoefenden in de kunstnijverheid. Hun producten maakten deel uit van de middeleeuwse kunst. De Vikingen bouwden schepen met uit hout gesneden draken op de voorplecht om de vijand en hun geesten schrik aan te jagen. De middeleeuwen dankte haar naam aan het feit dat men deze tussenperiode als een tijdperk zag tussen de als belangrijker beoordeelde Romeinse tijd en de renaissance. 

De Keltische kunst

De Angelsaksen in het huidige Engeland en de Kelten in Ierland en Schotland vervaardigden in de 7de en de 8ste eeuw bijzondere godsdienstige geschriften in hun scriptoriums met allerlei, door monniken vervaardigde, kleurrijk getekende patronen op de pagina’s van boeken. Deze versieringen van de middeleeuwse handschriften bestonden veelal uit groen, geel, zwart en rood geschilderde ornamenten en vlechtpatronen. Een scriptorium is een ruimte in een klooster waar monniken teksten en boeken, vaak afkomstig uit Rome, vertaalden en overschreven. Er waren speciale kopiisten die de oude boeken letter voor letter kopieerden. Er waren ook Nederlanders die dit vak in de loop der eeuwen in Italië uitoefenden, waaronder, in de 15de eeuw, de priester Gerardus, de Rotterdamse vader van Erasmus. Het vak van kopiist werd dus vele honderden jaren lang door priesters en monniken uitgevoerd. Tot het moment dat de uitvinding van de boekdrukkunst het vak van kopiist overbodig maakte.
Twee bekende middeleeuwse handschriften liggen in het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin: het `Book of Durrow’ en het `Book of Kells’.

Christus op de troon in het Book of Kells. in het Trinity College Library in Dublin
Afbeelding: Christus op de troon, een afbeelding uit het beroemde `Book of Kells’. Het `Book of Kells’ werd rond het jaar 800 na Chr. gemaakt en onderzoekers nemen aan dat het oorspronkelijk werd geschreven en verlucht in een klooster op het Schotse eiland Iona. Onderzoek toonde aan dat het werd vervaardigd door drie kunstenaars en vier schrijvers. Toen Iona werd aangevallen door de Vikingen, verhuisden de monniken, die de aanvallen hadden overleed, naar een klooster in Kells, in het Ierse graafschap Meath. Er zijn ook onderzoekers die aannemen dat het  `Book of Kells’ hier werd voltooid.
Locatie: Dit boek staat in de 18de-eeuwse bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin. Het is een van de mooiste bibliotheken van de wereld.

Men noemt deze kunst de Keltische kunst ofwel de Hiberno-Saksische kunststijl, maar de benaming insulaire kunst gebruikt men ook. De term insulaire verwijst naar het Latijnse woord insular dat eiland betekend. 
Het waren met name de kloosters die in de Romaanse periode van de middeleeuwen niet alleen hun macht verspreidden, maar ook verantwoordelijk waren voor het vervaardigen van kunst- en andere cultuurgoederen. 

Een pagina met het symbool van de heilige Mattheus in het Book of Durrow
Afbeelding: Een pagina met daarop een afbeelding van de heilige Mattheus in het `Book of Durrow’ uit de periode 675-700 na Chr.. Kenmerkend voor de schilderingen in boeken uit deze vroegmiddeleeuwse periode zijn de vlechtpatronen in de boeken; in dit geval is deze rondom de afbeelding van de heilige Mattheus aangebracht. U vindt deze vlechtpatronen ook terug in andere kunstuitingen in het noorden van het middeleeuwse Europa, bijvoorbeeld in de halzen van de uit hout gesneden draken op de voorplechten van de schepen van de Vikingen.
Locatie: Dit boek is in het bezit van de bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin.

De Karolingische kunst

In de kunst en in het openbare leven was het dan ook het christendom dat de toon aangaf. Keizer Karel de Grote bouwde rond het jaar 800 na Chr. in de Duitse stad Aken de Paltskapel (Paleiskapel) die gebaseerd was op de basiliek van Ravenna uit de Byzantijnse tijd, een periode die hij bewonderde. Vandaar dat  deze periode binnen de kunstgeschiedenis als de Karolingische renaissance bekend staat. De Paltskapel is het enige gebouw dat uit de tijd van Karel de Grote bewaard is gebleven en maakt nog steeds deel uit van de Dom van Aken in de gelijknamige Duitse stad. In de Dom van Aken lieten, in navolging van Karel de Grote, 33 Duitse koningen zich kronen. Destijds werd deze kerk beschouwd als het belangrijkste godshuis ten noorden van de Alpen.

De lijdende Christus

Het is opmerkelijk dat men rond het jaar 900 voor het eerst afbeeldingen en beelden ging vervaardigen van Jezus hangend aan het kruis. Tot op dat moment werd hij vooral afgebeeld als de almachtige God; nu begon men hem echter in zijn lijdende vorm weer te geven. Een vorm die het gewone volk aansprak, omdat zij zich met een lijdende Christus konden identificeren. Uiteindelijk had de meerderheid van de bevolking het in die tijd niet gemakkelijk. Een bekend voorbeeld is het Gero-kruis uit 976 na Chr., dat in de Dom van Keulen hangt in de gelijknamige Duitse stad. Het 1 meter 87 grote kruis is uitgesneden in krachtige, geronde vormen. Het lichaam van de lijdende Christus hangt wat naar voren. Als je eronder staat voel je bijna de lichamelijk druk op de schouders en de armen. 
Het kruisbeeld werd vernoemd naar aartsbisschop Gero boven wiens graf dit kruis stond. Het hangt nu in de kruiskapel in de Dom van Keulen. Dit expressieve beeld van Christus aan het kruis is in 1904 opnieuw beschilderd.

Het Gero-kruis uit 976 in de kruiskapel in de Dom van Keulen
Afbeelding: Het Gero-kruis werd in 976 na Chr. uit eikenhout gesneden en is een van de eerste voorbeelden van een beeld van Christus aan het kruis en zelfs het eerste kruisbeeld dat ten noorden van de Alpen in een godshuis verscheen. Tot op dat moment werd Christus vooral als een almachtige God getoond. Het beeld is 1 meter 87 hoog en heeft een breedte, van vingertop tot vingertop,  van 1 meter 65. De schilderingen en het verguldsel zijn in 1904 vernieuwd. De weelderige omlijsting stamt uit 1683, midden in het tijdperk van de barokke kunst
Locatie: Het kunstwerk hangt in de kruiskapel in de Dom van Keulen in de gelijknamige Duitse stad.

Met deze afbeeldingen van een lijdende Christus distantieerden de West-Europese kunstenaars zich niet alleen van hun Byzantijnse voorgangers, maar ook van de orthodoxe kerken in het oosten van Europa.
De kunstvoorwerpen die men in de schilderkunst vervaardigde in boeken, gestimuleerd door Karel de Grote, en in andere schilderingen waren gebaseerd op wat men geleerd had van de Romeinen en in de Oudheid. Men versierde de kunstvoorwerpen met email, edelstenen en goud. Een belangrijk verschil was echter dat men vooral het gevoel wilde vastleggen in de kunstvoorwerpen. De manier waarop men een mens afbeeldde was minder belangrijk, het ging vooral om de emotie die men in de afgebeelde persoon vastlegde.

De Ottoonse kunst

We noemen de periode na de Karolingische tijd de Ottoonse periode, waarin de Ottoonse kunst zich kon ontplooien. Deze duurde van 936 tot 1002 na Chr. en werd vernoemd naar de drie Duitse keizers die allen Otto heetten en die in dit tijdvak over Europa heersten. Dit waren Otto I (936-973), ook wel Otto de Grote genoemd, Otto II (973-983), en Otto III (983-1002). De eerste keizer dankte zijn macht mede aan zijn huwelijk met de Italiaanse prinses Adelheid, waardoor hij in 962 keizer werd over de koninkrijken Italië en Duitsland. Hierdoor nam de invloed van het Byzantijnse rijk en van de kunstwereld in Constantinopel toe in dit nieuw gevormde Heilige Romeinse Rijk. Otto II huwde op zijn beurt in 972 de Byzantijnse prinses Thephanu, waardoor de Byzantijnse invloeden alleen maar toenamen.

Dzeze gouden en emaillen plaat bevat een afbeelding van Otto I en zijn zus Mathilde uit 982
Afbeelding: Keizer Otto II met zijn zus Mathilde staan afgebeeld op dit kunstwerk dat deel uitmaakt van het zogenoemde Otto-Mathilde-Kruis. Het is een gouden plaat, afgewerkt met goud en gevuld met emaillen, uit omstreeks 982. 
Otto, de hertog van Zwaben, en zijn zus de abdis Mathilde staan afgebeeld in hoofse klederdracht. De getoonde stoffen zijn van zijde en kwamen van het Byzantijnse keizerlijk hof. Otto en Mathilde staan afgebeeld als familieleden en niet als vertegenwoordigers van de heersende macht. Mathilde krijgt een kruis uit de handen van haar broer die het met beide handen aanbiedt. Symbolisch geeft hij haar in 973, toen hij de troon aanvaardde, door middel van dit kruis, zijn zus de abdij van Essen.  Mathilde zou abdis blijven tot aan haar dood in 1011. Zij houdt haar linkerhand omhoog. Daarmee aanvaardt zij het kruis (en de abdij), maar  haar vingers wijzen ook naar boven in de richting van Christus waarmee zij aangeeft dat zij haar nieuwe positie ook aanvaardt dankzij de bemiddeling van Christus. Men zag Jezus als de bemiddelaar tussen de mensen en God.

Locatie: De gouden en emaillen plaat is in het bezit van de schatkamer van de Dom van Essen in de gelijknamige Duitse stad.

Dankzij de betrekkelijke rust in het keizerrijk ten tijde van de drie Otto’s was er weer tijd, geld en ruimte om aandacht te besteden aan kunst en architectuur, waarbij aangetekend dient te worden dat dit vooral in dienst stond van de machthebbers. De kunst werd dan ook voornamelijk aan het hof van de keizers geïnitieerd.
De bouw van kerken en kathedralen werd beïnvloedt door de contacten met het Byzantijnse rijk. Deze gebedshuizen waren de voorlopers van de kerken uit de Romaanse periode in de 12de eeuw.
In de Ottoonse kunst nam de religie een belangrijke plaats in, maar in tegenstelling tot de oude Romeinse keizers, waar de Otto’s zich graag aan spiegelden, greep men weer terug op de symbolische betekenis van de kunst en liet men het naturalisme los. Men wilde niet meer de werkelijkheid benaderen, maar men wilde in de kunstuitingen vooral het mystieke naar voren laten komen met veel symboliek. Het op een juiste manier plaatsen van figuren in schilderingen, emaillen en reliëfs was niet meer van belang. Men schilderde en beeldhouwde in platte vlakken op zoek naar een verbinding met de eeuwigheid. Er ging veel aandacht uit naar de scriptoria in de kloosters waar de monniken bijzondere handschriften en fraaie verluchtigingen (geschilderde miniaturen) tekenden en schilderden in de vele geschriften die men produceerde, waaronder psalmteksten, evangeliaria (de vier evangeliën van de apostelen), gebedenboeken en samenvattingen van het Oude Testament en de brieven van de apostelen. Bekend zijn manuscripten uit de scriptoria van het klooster van Corvey, het klooster van Hildesheim en de Abdij van Reichenau, gelegen op een eiland in het Bodenmeer. De Abdij van Reichenau was onder meer verantwoordelijk voor de het schrijven en verluchtigen van de Codex Egberti, met verhalende miniaturen uit het leven van Christus. 

Codex Egberti met daarop de aartsbisschop Egbert die verantwoordelijk was voor dit boek in de stadsbibliotheek van Trier
Afbeelding: De monniken in het klooster (Abdij) van Reichenau schreven en verluchtigden de Codex Egberti, met verhalende miniaturen uit het leven van Christus. Centraal op de afbeelding staat Egbert van Trier, die als aartsbisschop verantwoordelijk was voor het vervaardigen van de Codex Egberti en naar wie het schrift is vernoemd. Het werd gemaakt in de periode 980 tot 993 na Chr..
Locatie: De Codex Egberti staat in de stadsbibliotheek van Trier.

Andere bekende handschriften zijn onder meer de huwelijksoorkonde van keizerin Theophanu, de vrouw van Otto II, en het evangeliarium van Reichenau.
In de stad Trier specialiseerde men zich steeds meer in de edelsmeedkunst. Aartsbisschop Egbert opende rond het jaar 900 na Chr. werkplaatsen waar de edelsmeden zich verder in dit vak konden bekwamen. Deze werkplaatsen brachten prachtige kunstwerken voort die kenmerkend werden voor de Ottoonse kunst, waaronder het Egbertschrijn in de schatkamer van de Dom van Trier. Het Egbertschrijn wordt alom gewaardeerd als één van de fraaiste voorbeelden van edelsmeedkunst uit de middeleeuwen.

De met edelstenen afgezette Egbertschrijn uit de 10de eeuw. Het bevat de zool van een sandaal van de apostel Andreas.
Afbeelding: Het Egbertschrijn in de schatkamer van de Dom van Trier. Het Egbertschrijn, ook wel Draagaltaar van Sint-Andreas genoemd, is een reliekschrijn uit de 10de eeuw na Chr.. Het bevat de zool van een sandaal van de apostel Andreas. Het schrijn heeft de vorm van een langwerpig kistje met een lengte van 44 centimeter en wordt gedragen door vier gouden leeuwen met een zuil op hun rug en een ring in hun bek. De gouden voet op het kistje verwijst naar de sandaal van de apostel Andreas. De sandaalriemen rondom de voet zijn versierd met edelstenen. De zijkanten van het schrijn zijn bedekt met gedecoreerde ivoren platen. Op de afbeelding zit u dat de lange zijden in drie velden zijn verdeeld. Deze zijn omsloten met filigraanwerk met edelstenen en emaillen plaatjes met bloemen. In het midden staat een gouden reliëf van een leeuw.  De velden rechts en links van deze leeuw bevatten emaillen plaatjes met daarop twee symbolen van evangelisten. De andere twee staan op de andere zijde van het Egbertschrijn.
Locatie: Het Egbertschrijn staat in de schatkamer van de Dom van Trier, in de gelijknamige Duitse stad. Men noemt het gebedshuis ook wel de Dom van St. Pieter. De schatkamer maakt deel uit van deze kathedraal. ©Ronnie Rokebrand.

Andere bekende kunstvoorwerpen uit de Ottoonse kunst zijn het Otto-Mathilde-kruis in de schatkamer van de Dom van Essen, de Petrusstaf in de Dom van Limburg en het met juwelen gedecoreerde 11de-eeuwse borstkruis van Sint Servaas in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Het borstkruis van Sint-Servaas in de kerkschat van de Sint-Servaasbasiliek, in Maastricht. Het was waarschijnlijk een geschenk van Hendrik
Afbeelding: Het borstkruis van Sint-Servaas in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in de Nederlandse stad Maastricht. Het kruis is van hout met aan de voorzijde een laagje goud. Het kruis is bewerkt met  email cloisonné. Verder is het ivoren lichaam van Christus omlijst met Romeinse juwelen en edelstenen. Het kunstwerk is gemaakt in het jaar 1039 na Chr. door de edelsmeden in de Duitse stad Trier. Men neemt aan dat het een geschenk is van keizer Hendrik III, keizer van het Heilige Roomse Rijk, aan de geestelijkheid van Maastricht.
Locatie: De Sint-Servaasbasiliek staat in de Nederlandse stad Maastricht.

Het Tapijt van Bayeux

Een beroemd kunstwerk is het Tapijt van Bayeux, een tapijt dat niet in dienst van de religie was vervaardigd, maar een meer wereldlijk karakter had. Het borduurwerk is 70 centimeter hoog, waarbij het daadwerkelijk vertelde en uitgebeelde verhaal 50 centimeter hoog is, en niet minder dan 68,3 meter lang. Volgens de overlevering is het tapijt geborduurd door de hofdames van Mathilde, de vrouw van Willem de Veroveraar, de hertog van Normandië.
Het Tapijt van Bayeux verhaalt over de Slag bij Hastings in 1066; vanaf het moment dat Willem de Veroveraard met zijn schepen vertrok uit Normandië tot aan de definitieve slag bij het plaatsje Hastings. Tijdens deze bekende slag werd de Angelsaksische koning Harold verslagen door het leger van Willem de Veroveraar, waarna hij koning van Engeland werd. Het Tapijt van Bayeux geeft een indrukwekkend verslag van deze strijd en is daarmee een belangrijk geschiedkundig document voor de huidige generatie geschiedkundigen.

Tapijt Bayeux - De slag om Hastings - de Normandiers.
Afbeelding: De slag om Hastings met Normandische ridders en boogschutters. Het betreft hier de zogenoemde scene 51.
Locatie: Het 68,3 meter lange borduurwerk hangt in het Musée de La Tapisserie de Bayeux in het Franse stadje Bayeux.

Romaanse kunst in de 12de eeuw

Na de volksverhuizingen en de invallen van de Noormannen duurde het tot in de 11de eeuw voordat er weer sprake was van enige welvaart in West-Europa. Deze toonde zich voor het eerst in de bouwkunst en de architectuur. Met name de adel en de geestelijkheid investeerden hierin, omdat zij de enigen waren die over voldoende middelen beschikten om grote bouwprojecten te financieren. Het waren dan ook de kastelen, kerken en kloosters die het aangezicht van de kunst en architectuur gingen bepalen in de 12de eeuw. Een kunststijl die we de Romaanse kunst gingen noemen, een stijl die we bij de Middeleeuwse kunst indelen. In Engeland noemde men dit de Normandische stijl, omdat het de periode is dat de Normandiërs, na de Slag bij Hastings in 1066,  in Engeland de scepter zwaaiden.
In de schilderkunst leek men terug te vallen op enkele principes uit de Byzantijns kunstperiode. Op zich geen wonder, want het was ook de periode van de kruistochten, waarbij men de door de islamitische wereld ingenomen gebieden weer terug wilde veroveren. De heilige symbolen waren belangrijker dan het daadwerkelijk en natuurgetrouw afbeelden van figuren.

Het Romaanse Gallusportaal uit het jaar 1200 van de Munsterkathedraal in Basel
Afbeelding: Het noordelijke, Romaanse Gallusportaal van de Münsterkathedraal in Basel was eens de hoofdingang. Het Romaanse beeldhouwwerk stelt het Laatste Oordeel voor, met afbeeldingen van Jezus Christus, geflankeerd door de apostelen Petrus en Paulus. Op de bovendorpel, direct onder het halfronde timpaan met Jezus Christus staan de wijze en domme maagden. 
Locatie: Het Romaanse Gallusportaal bevindt zich aan de buitenzijde van de Münsterkathedraal in de Zwitserse stad Basel. ©Ronnie Rokebrand.

Kenmerkend voor de Romaanse kerken, vooral in Frankrijk, was de piramidevormige opbouw rond het koor. De straalkapellen klommen in de vorm van een piramide omhoog tot een uitbouw. Zij mondden via de bovenbouw van het transept uit in een achtkantige toren. Op zijn beurt bouwde men in de toren twee rijen vensters die als galmgaten dienden voor het klokkenhuis.

Typisch Romaanse kerk uit de 12de eeuw in Frankrijk
Afbeelding: Een typisch voorbeeld van een Romaanse kerk in Frankrijk uit de 12de eeuw. Herkenbaar zijn de straalkappellen aan de voorkant van deze afbeelding, de piramidevormige opbouw, de achtkantige toren en de twee rijen vensters die als galmgaten dienst doen. ©Ronnie Rokebrand.

Er waren ook Romaanse kerken met twee torens in plaats van één achtkantige of vierkante toren die links en rechts van het hoofdportaal stonden. Het hoofdportaal had meestal een ronde omlijsting met gebeeldhouwde figuurtjes.
De binnenkant van de kerk was vaak donker, maar door een opmerkelijke ruimtelijke werking leek het godshuis imposanter, dan het in werkelijkheid was. De wanden van de kerken waren vaak bont beschilderd, helaas zijn de meeste van deze fresco’s in de loop der eeuwen verdwenen. Langs het iets verhoogde koor waar het altaar stond, liep de kooromgang met vier straalkapellen met altaren, tombes, relieken, schilderijen, heiligenbeelden en bont gebrandschilderde glas-in-lood ramen.

De 11de-eeuwse glas-in-loodramen in de Romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand.
Afbeelding: Deze fraaie glas-in-loodramen in de Romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand beelden gebeurtenissen uit de bijbel uit. Op deze wijze konden ook degenen die niet konden lezen en schrijven kennismaken met de verhalen uit de bijbel. 
Locatie: Deze glas-in-loodramen staan in de 12de-eeuwse Romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand in het westelijk deel van het Franse departement Puy-de-Dôme. ©Ronnie Rokebrand.

Onder het koor bevond zich meestal een onderaardse ruimte die men een crypte noemde. Op de kapitelen van de zuilen in de Romaanse kerken beeldde men gebeurtenissen uit de bijbel uit. Daarmee hebben ze wel iets weg van de Korintische zuilen uit de oud-Griekse kunststroming. Omdat weinigen lezen en schrijven hadden geleerd, kon men via deze kapitelen en de geschilderde fresco’s de gelovigen toch het Bijbelverhaal vertellen.

De bevrijding van St. Peter. Gebeeldhouwde kapiteel uit het koor van de abdijkerk in Mozac, 12e eeuw
Afbeelding: De bevrijding van de heilige Petrus, een van de twaalf apostelen en de eerste paus. Het betreft hier een gebeeldhouwd kapiteel (de bovenzijde van een pilaar) uit het koor van de 12de-eeuwse abdijkerk in het Franse stadje Mozac. Het kapiteel ziet er nu wat flets uit, maar dat was in de middeleeuwen wel anders. In die tijd was al het beeldhouwwerk rijkelijk beschilderd. 
Locatie: Dit gebeeldhouwde kapiteel staat in de 12de-eeuwse Abdijkerk Mozac in de Franse  Auvergne.

Een voorbeeld daarvan is de zogenoemde Maaslandse kunst met onder meer gebeeldhouwde kapitelen in het westwerk van de St.-Servaasbasiliek en in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, beide in Maastricht. Een westwerk is het monumentale bouwwerk aan de westkant van een kerkgebouw, dat vaak wordt geassocieerd met de Maaslandse kunst.

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostella

Veel van de eerste Romaanse kerken stonden langs de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, waar de apostel Jacobus de Meerdere, in Spanje kortweg Santiago genoemd, ligt begraven. De pelgrims konden hier bidden, de relieken van heiligen vereren en tegelijkertijd in de directe omgeving slapen om de volgende dag weer verder te trekken op hun pelgrimage. Ook het interieur van de kathedraal van Santiago de Compostella heeft haar Romaanse uiterlijk behouden, dit in tegenstelling tot de barokke entree van de kathedraal uit de 18de eeuw. In dit Romaanse interieur, uit de periode 1077 tot circa 1120 na Chr., dragen zware zuilen de tongewelven en zijbeuken van het godshuis. 

Het portaal van Mateo uit 1168 in de kathedral van Santiago de Compostella.
Afbeelding: Het timpaan van het Portiek van Glorie in de kathedraal van Santiago de Compostella, een meesterwerk van de beeldhouwer Mateo. Veel van de Romaanse kerkportalen kregen in deze periode een timpaan boven de ingang. Dit unieke kunstwerk wordt door alle pelgrims bewonderd. Het is wel jammer dat men de beelden regelmatig restaureerde, wat in het grijze verleden niet altijd op een juiste wijze geschiedde. Op het timpaan ziet u de almachtige Christus, ook wel Christus in majesteit genoemd, omringd door de vier evangelisten. De evangelisten zijn herkenbaar aan de dierlijke symbolen die hen vergezellen, de zogenoemde tetramorfen, en de lichtbruine kleur van de verf. Verder ziet u, als kleine figuurtjes, de rechtvaardigen en de gezegenden (uit Matheus 25, 37-40), en een processie van 8 engelen (het leger van God) met voorwerpen uit het lijdensverhaal van Christus. Het geheel wordt omlijst met 24 muzikanten in de archivolt. Een archivolt is een geprofileerde versiering langs een arcadeboog die vaak werd gebruikt in de timpanen boven de kerkingangen.
Locatie: Het timpaan van het Portiek van Glorie in de kathedraal van Santiago de Compostella van de beeldhouwer Mateo bevindt zich in de kathedraal Santiago de Compostella in de gelijknamige stad in het noordwesten van Spanje.

Innovaties in de bouw van de gewelven

Een bijzondere ontwikkeling in de Romaanse kunst zijn de innovaties in het bouwen van de gewelven van de kerkgebouwen. Men verving de houten overkappingen in de kerken door stenen tongewelven. De buitenzijden van de gebedshuizen werden versierd met architecturale ornamenten en beeldhouwwerk. De tongewelven drukten zwaar op de muren van de gebouwen, waardoor men stevige en zware muren moest bouwen om de constructie staande te houden. Men plaatste aan de buitenzijden van de kerken steunberen tussen de ramen om de enorme druk van de zware tongewelven te dragen. Dit veranderde toen men het nut van kruisgewelven en ribgewelven ontdekte. De kruisgewelven verdeelden het gewicht. De ribgewelven gaven extra steun aan de gewelven. Bovendien plaatste men spitsbogen die op de zuilen rustten. Met name de combinatie van spitsbogen met kruisribgewelven gaf de bouwmeesters de ruimte om ook ramen in de muren van de bovenste galerijen te plaatsen. Een eerste kleine stap in de richting van de gotiek.

Het middenschip van de kathedraal van Durham met spitsbogen en kruisribgewelven in Engeland
Afbeelding: Het middenschip van de kathedraal van Durham in Engeland. Goed te zien is de combinatie van een spitsboog (in de vorm van een gordelboog), dan 2 kruisribgewelven, dan weer een spitsboog en zo verder. Hierdoor kon men de gewelven veel beter ondersteunen zonder dat ze op al te zware muren hoefden te rusten.
Locatie: De kathedraal van Durham staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en bevindt zich in het middeleeuwse stadje Durham in Engeland. De buitenzijde van de kathedraal fungeerde als Zweinstein in de Harry Potter-films; de binnenzijde figureerde in de film Elizabeth uit 1998.

De edelen moesten ondertussen hun eigen grondgebied verdedigen, want van een echt centraal gezag was in deze feodale samenleving nog geen sprake. Vandaar dat de kastelen vooral als verdedigingswerken werden opgetuigd. De woonfunctie van de kastelen speelde nog een ondergeschikte rol. 

De Romaanse kunst in Italië 

Nadat de drie keizers met de naam Otto enige rust op het Italiaanse schiereiland hadden gebracht, kwamen de kunsten vanaf de 11de eeuw weer tot ontplooiing. De vele stadstaten in Italië wilden zich allemaal profileren met de indrukwekkendste gebouwen en de fraaiste kunstwerken.

De Romaanse kunst in Florence

In Florence verschenen de Santa Miniato al Monte-kerk, die nog steeds over de stad Florence uitkijkt, en een baptiserium, een doopkapel die aan de westkant van de kathedraal van Florence staat. De kathedraal van Florence noemt men kortweg de Duomo ofwel de Dom van Florence.

De Duomo van de kathedraal van Florence en de bijhorende campanile.
Afbeelding: De kathedraal van Florence, kortweg de Duomo genoemd. De koepel is 91 meter hoog en torent boven het stadscentrum van de Italiaanse stad Florence uit, evenals de bijhorende, 14de-eeuwse campanile (de toren). 
Locatie: De Duomo staat in het centrum van de Italiaanse stad Florence. ©Ronnie Rokebrand.

Men startte met de bouw van deze kathedraal aan het einde van de 13e eeuw; de laatste steen werd pas in 1472 gelegd. Vandaar de vele gotische kenmerken in dit gebouw.

De voorgevel en toren van de kathedraal van Florence. De drie roosvensters wijzen op de gotische invloeden..
Afbeelding: De voorgevel en toren, de 85 meter hoge campanile (toren) uit 1359, van de kathedraal van Florence. De drie roosvensters wijzen op de gotische invloeden. De voorgevel werd in 1588 herbouwd in de stijl van de renaissance
Locatie: De kathedraal van Florence (de Duomo) staat in het centrum van de Italiaanse stad Florence. ©Ronnie Rokebrand.

De Romaanse kunst in Pisa

De kathedraal van Pisa is ouder. Dit gebedshuis werd in de 11de eeuw opgeleverd en eveneens de Duomo genoemd. In 1152 begon men, onder leiding van de bekende architect Buscheto, aan de bouw van het baptiserium (de doopkapel) en de scheve toren van Pisa, de campanile. Deze gebouwen zijn met hun witmarmeren bekleding, afgezoomd met stroken zwart marmer, een lust voor het oog. DE combinatie van zuilenrijen met het bekleden van de muren met marmer werd kenmerkend voor de Italiaanse Romaanse kunst.

De doopkapel met daarachter de kathedraaal en de scheve toren van Pisa.
Afbeelding: De middeleeuwse doopkapel uit 1152, de kathedraal van Pisa uit 1064 en de scheve toren van Pisa op een rij. Bijzonder is de witmarmeren bekleding van de gebouwen, afgezoomd met zwarte stroken marmer. 
Locatie: De kathedraal van Pisa staat in de Italiaanse stad Pisa. ©Ronnie Rokebrand.

Bijzonder zijn ook de vele galerijen met zuilen die naast en boven elkaar de welvaart van de geestelijkheid, maar ook van de stad Pisa letterlijk en figuurlijk ondersteunden.

De voorgevel met galerijen van de kathedraal van Pisa.
Afbeelding: De bijzondere galerijen in de voorgevel van de kathedraal van Pisa. Ook dit gebouw begint een stukje te hellen, net als de `scheve’ toren van Pisa.
Locatie: De kathedraal van Pisa staat in de Italiaanse stad Pisa.  ©Ronnie Rokebrand.


Hoewel deze gebouwen toch een ander uiterlijk hebben dan de gebouwen in de noordelijker gelegen gebieden, horen deze gebouwen toch bij de Romaanse kunst. Deze stijl noemt men tegenwoordig de Pisaanse Romaanse stijl. In het interieur vallen de fraaie mozaïeken op die duidelijk beïnvloed zijn door Byzantijnse kunstenaars. 

Het interieur met het mozaiek van de almachtige Christus in de koepel. Op de voorgrond de gebeeldhouwde kansel van de kathedraal van Pisa.
Afbeelding: Het interieur van de kathedraal van Pisa met het mozaïek van de almachtige Christus in de achterste koepel. Op de voorgrond de gebeeldhouwde kansel van de kathedraal uit 1310, een meesterwerk van de Italiaanse beeldhouwer Giovanni Pisano. Locatie: De kathedraal van Pisa staat in de Italiaanse stad Pisa. ©Ronnie Rokebrand.

De Romaanse kunst in Venetië

Ook de Italiaanse stad Venetië liet zich in deze periode niet onbetuigd. Bekend is de San Marco, de grootste basiliek van deze Italiaanse stad, gelegen naast het paleis van de Doge. De basiliek is het derde godshuis op deze plek. Het huidige gebouw stamt uit het jaar 1060 na Chr.. In de San Marco vindt u de relieken van de Heilige Marcus, die de Venetianen in 828 uit Alexandrië roofden.

Het Piazza San Marco in Venetie, een schilderij uit 1709 van de Italiaanse schilder Luca Carlevarijs.
Afbeelding: Het Piazza San Marco in Venetië, een schilderij uit 1709 van de Italiaanse schilder Luca Carlevarijs. Op de achtergrond ziet u de blauwgekleurde contouren van de koepels van de San Marco basiliek. De opvallende toren, de Campanile di San Marco, deed oorspronkelijk dienst als vuurtoren en stamde uit de 12de eeuw. In de 16de eeuw werd het klokkenhuis met de galmgaten en de spits toegevoegd. In de 20ste eeuw stortte een deel van de toren in en werd deze geheel gerestaureerd. 

De gevel is versierd met een vierspan paarden en een Venetiaanse leeuw, als symbool van de Heilige Marcus. Het bronzen vierspan op de voorgevel is een unieke replica van de originele paardengroep, die waarschijnlijk uit de 2e eeuw stamt. Bijzonder zijn de mozaïeken in de vijf koepels van de basiliek en de marmeren vloeren van het gebouw. 

De verleiding van Christus, een mozaïek uit de 12e eeuw in de Basiliek van San Marco in Venetië.
Afbeelding: De verleiding van Christus, een mozaïek uit de 12e eeuw in de Basiliek van San Marco in Venetië. De verzoeking van Christus is een episode in de evangeliën in het Nieuwe Testament over het leven van Jezus Christus. Na zijn doop door Johannes de Doper vastte hij 40 dagen en nachten in de woestijn en weerstond hij de verzoekingen van de Duivel. Direct daarna ging Jezus van Nazareth  in het openbaar optreden. Volgens de overlevering vond deze gebeurtenis plaats op de Berg der Verzoeking op de huidige Westelijke Jordaanoever.
Locatie: De Basiliek van San Marco staat in de Italiaanse stad Venetië

 

Gotische kunst in de 13de en de 14de eeuw

De gotiek ontstond aan het einde van de 12de eeuw en in de 13de eeuw, in het gebied rondom de Franse hoofdstad Parijs, als een nieuwe kunststroming in de middeleeuwse kunst. De architecten ontdekten hoe men met spitsbogen, steunberen en luchtbogen de muren, daken en gewelven slimmer konden ondersteunen. De steunberen en luchtbogen bracht men aan de buitenzijde van de kerk aan. Dankzij deze skeletbouw hoefde men niet meer de zware, dikke en sombere muren uit de Romaanse en Normandische periode te bouwen om de kerken te ondersteunen.

Het chevet van de kathedraal van Reims, deels uit de 13de en deels uit de 15de eeuw.
Afbeelding: De luchtbogen aan het chevet van de kathedraal van Reims in Frankrijk. Een chevet is een andere benaming voor de koorafsluiting van een kerk of kathedraal, inclusief de straalkapellen. De kathedraal werd oorspronkelijk in de 13de eeuw gebouwd, maar verschillende branden en restauraties in de 15de eeuw zorgden voor het huidige gotische uiterlijk van deze kathedraal.
Locatie: Deze kathedraal staat in de Franse stad Reims.


In tegendeel, vanaf dat moment werden de muren aanzienlijk dunner en de ramen veel talrijker en ook hoger. Ineens was men in staat om het mystieke `hemelse licht’, het symbool van God, in de kerk te laten schijnen. De mensen uit die tijd waren werkelijk geïmponeerd door deze hoge en lichte kerken met hun fraai gebrandschilderde ramen met taferelen uit de Bijbel. Zij voelden als het ware de aanwezigheid van God en de hemel. Het middenschip van de kerkgebouwen werd hoger en hoger, en de hoeveelheid glas in de muren, in de vorm van glas-in-lood met veel blauw en rood glas, nam zienderogen toe. De dominerende lijnen in de kerkgebouwen werden verticaal, omhooggericht in de richting van God en de hemel. Fraaie voorbeelden van dergelijke kerken waren de nieuw gebouwde godshuizen in Reims, Amiens en Chartres.

Een roostvenster en glas-in-lood vensters in de kathedraal van Chartres; het blauwachtige licht noemt men het blauwe Chartreslicht.
Afbeelding: Een roosvenster in het noordelijke portaal van de kathedraal van Chartres, de zogenoemde Cathédrale Notre-Dame de Chartres. Centraal in het roosvenster staat een afbeelding van Maria met het kindje Jezus op haar schoot. Roosvensters zijn typerend voor gotische kerken, basilieken en kathedralen. De kathedraal van Chartres dankt haar bekendheid vooral aan deze gebrandschilderde ramen. Zoals goed op de afbeelding is te zien schijnt hierdoor een blauwachtig licht dat men het blauwe Chartreslicht is gaan noemen. 
Locatie: Deze kathedraal van Chartres staat in de gelijknamige Franse stad.


Halverwege de 13de eeuw ging men ertoe over om de gewelven alleen nog maar te laten steunen op de zuilen, waardoor de muren voor het grootste deel uit glas bestonden, zoals bijvoorbeeld in de kapel van Sainte Chapelle in Parijs. 

13de-eeuwse glas-in-lood ramen in de gotische Sainte Chapelle in Parijs.
Afbeelding: De prachtige glas-in-lood ramen in de Sainte-Chapelle in Parijs. Doordat de zuilen van deze kapel het gewelf droegen van het kerkgebouw kon men de muren van glas maken. Het moet vanaf de bouw in de 13de eeuw een verpletterende indruk hebben gemaakt op de Parijzenaren. De glas-in-loodramen beslaan meer dan driekwart van de gehele structuur. Het grootste deel van deze glas-in-lood ramen zijn nog in hun oorspronkelijke staat. 
Locatie: De Sainte-Chapelle staat in de Franse hoofdstad Parijs.


In de kloosters van de cisterciënzers, een monnikenorde die een leven in eenvoud en armoede nastreefde, ontdeden de monniken, trouw aan hun eigen beleving van het Christendom, de gotiek van haar franjes. Aldus ontstonden er gotische abdijkerken met een sober interieur, zoals bijvoorbeeld in de abdijkerk van Fontenay.

De abdijkerk van Fontenay, een voorbeeld van de 12e-eeuwse cisterciënzer bouwkunst.
Afbeelding: Het sobere interieur van de gotische abdijkerk van Fonteney, vernoemd naar de fonteinen in de tuinen. Het gewelf wordt gedragen door gordelbogen. Een gordelboog is een boog tussen twee gewelfvlakken in, en staat loodrecht op de muren en zuilen waartussen het gewelf is gespannen. Het is een voorbeeld van de 12e-eeuwse cisterciënzer bouwkunst. De monniken konden zich afzonderen van de wereld door de geïsoleerde ligging van de gebouwen en de sobere aankleding van het interieur.
Locatie: De abdijkerk en het klooster liggen bij het dorp Marmagne in de Frans landstreek Bourgogne-Franche-Comté.

De gotische beeldhouwkunst

De beeldhouwers probeerden het steen tot leven te brengen in de figuren die zij beeldhouwden. Deze figuren kwamen in de gebedshuizen steeds losser van de wanden te staan en gingen steeds meer op vrijstaande sculpturen lijken. Niet de symmetrie was belangrijk in een beeldhouwwerk, maar men wilde de gelovigen troosten en bezielen met de gebeeldhouwde figuren. Aan het begin van de 15de eeuw werden de eerste piëta’s gemaakt, dramatische beelden van Maria met haar dode zoon Jezus op haar schoot. Er staat een fraai uit hout gesneden voorbeeld van een piëta uit de periode 1460-1470 in de Sint-Vituskerk in het Nederlandse dorpje Blaricum. 

De Maagd Maria geeft het kindje Jezus de borst, uit de 14de eeuw uit de omgeving van Parijs. Cleveland Museum of Art
Afbeelding: De staande Maagd Maria geeft het kindje Jezus de borst. Het beeld stamt uit de 14de eeuw uit de omgeving van Parijs. De gotiek spreekt uit de emotie die weergegeven wordt, de fraaie plooien in de kleding van Maria, de S-vorm van het vrouwelijke beeld (licht waarneembaar), het liefdevolle contact tussen moeder en kind en de halfnaakte weergave van het kindje Jezus. Dit zijn allemaal kenmerken van de gotische beeldhouwkunst. Het betreft hier een zogenoemde Virgo lactans of Madonna lactans. De termen zijn in het Latijn en betekenen: de zogende maagd of de zogende Madonna. Maria wordt afgebeeld terwijl ze Jezus vasthoudt en de borst geeft. De kunstenaars beklemtoonden hiermee het moederschap van de heilige Maria.
Locatie: Dit beeld van de staande Madonna met kind, uit de omgeving van Parijs, staat in het Cleveland Museum of Art in Cleveland in de VS.

Dat wil niet zeggen dat de figuren ook moesten lijken op de afgebeelde mens, integendeel. Symbolen toonden de functie en positie van de afgebeelde persoon en daaraan kon men aflezen wie de man of vrouw in werkelijkheid was. Soms zette men er gewoon de naam van de persoon onder, dan was dat ook duidelijk. De statige beelden veranderden in bijna zwierige figuren met fraai gebeeldhouwde plooien in hun gewaden. De beeldhouwers zijn in het algemeen niet bij ons bekend, omdat men dat in die tijd niet belangrijk vond; men zag hen niet als kunstenaars, maar als vaklui. De plaats van oorsprong is vaak wel bekend. 

13de-eeuws gotisch en gebeeldhouwd portaal van de kathedraal St.-Etienne in Bourges in het appartement Cher
Afbeelding: Het gotische hoofdportaal van de kathedraal St.-Etienne in Bourges. Het stelt het Laatste Oordeel voor en is een meesterwerk van de 13de-eeuwse gotische beeldhouwkunst. De weegschaal weegt het gedrag van de mensen nadat hun leven is geëindigd. Slaat de weegschaal door naar het goede, dan is de hemel uw deel (links); slaat hij echter door naar het kwade, dan wacht u de hel (rechts). Centraal staat de rechtsprekende Christus ofwel de Majestas Domini met zijn handen geheven in een zegenend gebaar. Dit onderwerp werd ook al in Romaanse kerkportalen gebruikt. 
Locatie: Dit is het hoofdportaal dat de toegang vormt tot de kathedraal St.-Etienne in Bourges, de hoofdstad van het Franse departement Cher. ©Ronnie Rokebrand.


Een bekende gotische beeldhouwer was de Nederlander Claus Sluter (1350-1406). Men beschouwt hem als de grondlegger van de Hollandse beeldhouwkunst, maar werkte vanaf 1385 aan het Bourgondische hof in de Franse stad Dijon, waar hij rond het jaar 1410 onder meer het praalgraf van Philips de Stoute beeldhouwde. Hij ontwikkelde een eigen stijl die de afgebeelde mensen realistisch weergaf. Men beschouwt hem als een vernieuwer van de beeldhouwkunst, die ook een bron van inspiratie was voor de gebroeders van Eyck.

De mozesput van de Nederlandse beeldhouwer Claus Sluter uit de periode 1395 tot 1405.
Afbeelding: De Mozesput van de Nederlandse beeldhouwer Claus Sluter, die hij in de periode 1395 tot 1403 beeldhouwde in opdracht van Filip de Stoute. Het wordt gezien als een van de belangrijkste werken van Claus Sluter, een gotische kunstenaar die zich in zijn kunstwerken vooral richtte op het realistisch weergeven van figuren. De gevoelens spatten van de levensgrote figuren af. De Mozesput diende vroeger als fundament voor een kruisbeeld. Van dit kruisbeeld zijn slechts enkele stukken bewaard gebleven.
Locatie: Het kunstwerk stond ooit in het klooster Chartreuse de Champmol bij de Franse stad Dijon. Tegenwoordig bevindt het zich in een later gebouwd optrekje. In het centrum van Dijon staat een kopie.

De gotiek in Engeland

Ook in Engeland  kwam de gotische stijl in zwang. Een bekend voorbeeld is de kathedraal van Canterbury. Op andere plaatsen in Engeland nam de gotiek in de bouw eigen vormen aan, zoals in de kathedraal van Wells en de kathedraal van Peterborough. Zij vielen op door de rijk gedecoreerde scherm façades die veel indruk maakten op de zich nederig voelende gelovigen. Een bijzonder voorbeeld van de meer uitbundige gotiek, die men in Engeland de Perpendicular stijl (1340-1530) noemde, is de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey. 

De buitenzijde van de Hendrik VII kapel in Westminster Abbey, een prent uit 1811 van Thomas Sunderland.
Afbeelding: Drie afbeeldingen van de buitenzijde van de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey, een goed voorbeeld van de uitbundige gotiek die men in Engeland de Perpendicular stijl noemde. Op de meest linkse afbeelding ziet u een fraai bewerkte luchtboog. Het betreft hier een prent – een lijngravure – uit 1811 op wit velijnpapier van de graveur Thomas Sunderland (1785-1838). Kenmerkend voor glad velijnpapier is dat er licht valt door het geweven papier. 
Locatie: De kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey staat in de Britse hoofdstad Londen. Deze prent is in het bezit van het Yale Center for British Art van de Yale University in New Haven in de staat Connecticut in de VS.

Het was tevens een periode waarin de borduurkunst, in Engeland tot grote hoogte steeg.
Ook de schilderkunst heeft in Engeland fraaie kunstwerken opgeleverd, met als hoogtepunt het Wilton-tweeluik (het Wilton-diptiek) dat werd geschilderd door een onbekende meester in de periode 1395-1399. Het kleine Wilton-tweeluik is een uniek en kostbaar overblijfsel uit de laatmiddeleeuwse  paneelschilderkunst.

Het Wilton-tweeluik, gemaakt in de periode 1395-1399.
Afbeelding: Op het linker deel van het Wilton-tweeluik staat koning Richard II van Engeland knielend afgebeeld. Op het rechter tweeluik staat de Maagd Maria en het kindje Jezus, vergezeld door engelen. Naast Richard II staan afbeeldingen van de Engelse heiligen koning Edmund de Martelaar, koning Edward de Belijder en Johannes de Doper. Het tweeluik is een sprekend voorbeeld van de gotische schilderkunst in Engeland en werd gemaakt in opdracht van de koning. 
Locatie: Het Wilton-tweeluik ofwel de Wilton-diptiek bevindt zich in de National Gallery in de Britse hoofdstad Londen.

De gotiek in Duitsland, Nederland en België

In Duitsland kunt u een bezoek aan gotische gebedshuizen brengen in Marburg aan de Elizabethkirche, In Keulen aan de Dom van Keulen, al is hier later veel aan verbouwd, in Straatsburg aan de kathedraal van Straatsburg en in Trier aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier. Het is de oudste gotische kathedraal van Duitsland.
Afbeelding 1: Op de eerste afbeelding ziet u de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier, het iets donkerder kerkgebouw rechts op de afbeelding achter de brandende lantaarnpaal. Het is de oudste gotische kerk van Duitsland en is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis. Links van de kerk ziet u de Dom van Trier, de oudste bisschopskerk in Duitsland. Dit gebouw stamt uit 326, maar bestaat nu uit verschillende stijlen, waaronder Romaans. Beide kerken zijn tegen elkaar aan gebouwd. Opmerkelijk in de Onze-Lieve-Vrouwekerk is de centraalbouw, waarbij de inrichting gericht was op het midden van het min of meer ronde gebouw. Een manier van bouwen die men slechts zelden toepaste. De kerk werd gebouwd in de periode tussen 1227 en 1243 na Chr..

Bij de kloostergang van de Dom van Trier en de 13de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier
Afbeelding 2: Op de tweede afbeelding ziet u de kloosteromgang en de tuin van de kerk, met links de gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk en rechts de Dom van Trier.

Locatie: De Onze-Lieve-Vrouwekerk staat in de Duitse stad Trier. © Ronnie Rokebrand (afbeelding 2).

In Nederland en België hield men vast aan het gebruik van één toren, in plaats van de in Frankrijk gebruikelijke vorm met twee kerktorens, zoals te zien is in de 112 meter hoge Dom van Utrecht en de monumentale St.-Jansbasiliek in Den Bosch. In Nederland, maar ook in delen van Duitsland, maakt men vooral gebruik van bakstenen in de plaats van natuurstenen.

De gotiek in Italië

De gotiek had in het zuiden van Europa minder invloed; hier volgde men nog de traditie van de Byzantijnse kunst. Aan het einde van de 13de eeuw begonnen de schilders en beeldhouwers in Italië hun afbeeldingen steeds natuurgetrouwer weer te geven. Het waren met name de cisterciënzers die in Italië startten met de bouw van hun gotische abdijkerken. 
In de beeldhouwkunst is het vooral de naam van Giovanni Pisano (circa 1250-1314) die opvalt. Zijn vader was de in die tijd bekende beeldhouwer Nicola Pisano. Men neemt aan dat de  reliëfs op de Fontana Maggiore in Perugia door hem en zijn vader zijn gebeeldhouwd. Ook de fraaie preekstoel in de kathedraal van Pisa is van zijn kunstenaarshand. 

Beeldhouwwerk op de kansel van de kathedraal van Pisa van Giovanni Pisano.
Afbeelding: De preekstoel in de kathedraal van Pisa is het gotische meesterwerk van wit Carrara-marmer van de beeldhouwer Giovanni Pisano uit de periode 1302-1310. Bijzonder zijn de levensechte en dramatische uitbeeldingen in het reliëf. Het verbeeldt op zeven panelen en negen decoratieve pilaren gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament. Opmerkelijk is een naakte afbeelding van de Romeinse god Hercules.  Het laat zien dat Giovanni Pisano niet alleen werd beïnvloedt door de gotiek, maar ook door de Romeinse kunst. Na de brand van 1595 werd de preekstoel goed opgeborgen. Het werd zelfs zo goed opgeruimd dat het pas in 1926 werd teruggevonden, waarna men de kansel weer in de kathedraal plaatste. 
Locatie: Deze uit wit marmer gebeeldhouwde preekstoel staat in het middenschip van de kathedraal van Pisa. © Ronnie Rokebrand.

De muurschilderingen namen in de kerken de plaats in van de duurdere mozaïeken, waarschijnlijk om financiële redenen. Maria, in Italië de Madonna genoemd, kreeg binnen het christelijke geloof een steeds belangrijker positie toegewezen, en daardoor ook in de kunst. Bekend zijn de `Tronende Madonna met engelen en profeten’ van de kunstschilder Cimabeu dat in het Uffizi Museum in Florence hangt en de `Maestà’, de majesteit Madonna en het kindje Jezus met twintig engelen en negentien heiligen van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna. Dit meesterwerk siert het hoogaltaar van de Dom van Sienna. 

De Maestà in de Dom van Sienna van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna. uit .1311
Afbeelding: De Maestà, de tronende Madonna als majesteit en het kindje Jezus met twintig engelen en negentien heiligen van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna. Duccio schilderde dit gotische meesterwerk in de periode van 1308 tot 1311. 
Locatie: De Maestà maakt deel uit van het hoogaltaar van de Dom van Sienna in de Italiaanse stad Sienna.

De Italiaanse schilder Giotto di Bondone

Vooral de Italiaanse schilder Giotto di Bondone (1267-1337), die men kortweg Giotto noemde, bracht een revolutie in de schilderkunst teweeg. Hij bracht het perspectief en de diepte in de schildering weer terug in de kunst, en combineerde dit met een bewonderingswaardig voorstellingsvermogen van de toenmalige werkelijkheid. Als toeschouwer van zijn muurschilderingen had je het gevoel werkelijk bij de gebeurtenissen aanwezig te zijn, mede dankzij de emotie die zijn geschilderde figuren toonde. Zijn werk werd niet alleen in zijn geboortestad Florence, maar in geheel Italië geroemd. Hier kreeg de gotiek een eigen, Italiaans gezicht. Zijn bekendste kunstwerken zijn de fresco’s op de muren van de Scrovegni-kapel, ook wel de Arenakapel genoemd, in de Italiaanse stad Padua. De kapel is vernoemd naar de stichter van de kapel, Enrico degli Scrovegni, die in een paleis naast de kapel woonde. Boven de toegangsdeur van de kapel heeft Giotto het Laatste Oordeel uitgebeeld. Op de wanden van de kapel staan afbeeldingen uit het leven van Jezus Christus en van de Madonna ofwel de maagd Maria. Het tongewelf van de kapel is bedekt met een blauwe sterrenhemel. 

De opstanding van Lazarus van Giotto di Bondone uit de Scrovegni-kapel in Padua, Italië
Afbeelding: De opstanding van Lazarus van de kunstenaar Giotto di Bondone uit de Scrovegni-kapel in de Italiaanse stad Padua.
Locatie: Dit kunstwerk van `De opstanding van Lazarus’ kunt u gaan bezichtigen in de Scrovegni-kapel in Padua in Italië.

Seculiere kunst en bouwkunst als nieuwe stromingen in de gotiek in de 14de en begin 15de eeuw

In de 13de eeuw ging nog alle aandacht uit naar de bouw van prachtige kerken en kathedralen, maar dit veranderde gedurende de 14de eeuw. De handel kwam op gang in de steden die daardoor snel groeiden en in economisch opzicht in belang toenamen. Geen wonder dat er ook meer aandacht kwam voor de stedelijke bouwkunst en de seculiere kunst, als een nieuwe stroming in de gotiek. De behoefte aan bekwame bouwmeesters groeide gestaag. Om de kwaliteit van de bouwkunst te waarborgen en een plek te creëren waar men jonge mensen kon opleidden, richtte men de gilden op. De architecten en bouwmeesters gingen paleizen, stadhuizen, gildehuizen en bruggen bouwen, waarbij men probeerde om deze steeds meer te verfraaien. Het resultaat waren gebouwen met opmerkelijke en ingewikkelde versieringen. Een fraai voorbeeld van flamboyante gotiek in de stedenbouw is het stadhuis van de Belgische stad Leuven, dat halverwege de 15de eeuw werd gebouwd.

Het 15de-eeuwse gotische stadhuis van Leuven. Het is een goed voorbeeld van de stedelijke gotiek.
Afbeelding: Het gotische stadhuis van de Belgische stad Leuven uit de 15de eeuw. De foto is geschoten ergens in de periode 1860-1920. 
Locatie: Deze foto is in het bezit van het Rijksmuseum in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam. De fotograaf is onbekend. 

De schilderingen van Giotto in Florence hadden de schilderkunst definitief veranderd, vooral in Italië. De wat vormelijke Byzantijnse kunst was veranderd in een levendige kunst die dicht bij het werkelijke leven van mensen stond. De kunst uit het Noorden van Europa drong langzaam door in het Europese Zuiden, niet alleen in Florence, maar ook bijvoorbeeld in de eveneens Toscaanse stad Siena. Een goed voorbeeld is de muurschildering in het stadhuis van de Italiaanse stad Siena van de kunstschilder Ambrogio Lorenzetti (1290-1348) met de titel `De Allegorie van goed en van slecht bestuur’ ofwel  `L’Allegoria ed Effetti del Buono e del Cattivo Governo’.

De effecten van goed bestuur in de stad, van Ambrogio Lorenzetti uit 1339.
Afbeelding: De muurschildering `De Allegorie van goed en van slecht bestuur’. Op deze muurschildering van het 14de-eeuwse Siena zie je een ideaal plaatje van een goed onderhouden stad. De meisjes dansen op de straat. Met andere woorden er heerst rust en vrede in de stad Siena, zoals ook te zien is aan de werkende ambachtslieden, kooplieden en boeren op de muurschildering. Op een ander deel van deze muurschildering (niet op de afbeelding) zie je de gevolgen van slecht bestuur, met een strijdend leger, kapotte huizen en weinig handelsactiviteiten. Het is een fraai voorbeeld van stedelijke kunst in de middeleeuwen.
Locatie: Deze muurschildering bevindt zich in het Palazzo Pubblico van Siena ofwel het stadhuis van de Italiaanse stad Siena. 

Bovendien begon men sprekend lijkende portretten te maken, zowel in schilderijen als in de vorm van gebeeldhouwde bustes.
De Nederlandse schilders Johan, Paul en Herman van Limburg, de zogenoemde gebroeders van Lymborch, geboren in de Nederlandse stad Nijmegen, vervaardigden het beroemde getijdenboek `Tres riches heures du duc de Berry ‘ in opdracht van de Franse hertog van de Berry. Het bestond uit 12 schilderingen van miniaturen in een boek met als onderwerpen de 12 maanden van een jaar. Het was eveneens een kunstwerk dat een geïdealiseerde samenleving toonde in vrede en welvaart.

Tres riches heures du duc de Berry van de gebroeders van Limburg, geschilderd in de periode 1411-1415.
Afbeelding: `Tres riches heures du duc de Berry’ , een getijdenboek van de gebroeders van Limburg en geschilderd in de periode van 1411 tot 1415, het jaar dat Johan overleed. Afbeeldingen van heldere, blauwe luchten en werkende boeren wisselen op de miniaturen van de boekbladzijden af met schilderingen van indrukwekkende kastelen en besneeuwde dorpen. Gewone mensen staan gedetailleerd en natuurgetrouw afgebeeld op het perkament in een naturalistisch en levensecht landschap. Het is een van de fraaiste afbeeldingen van seculiere kunst uit het begin van de 15de eeuw. En dat is opmerkelijk, omdat een getijdenboek vooral een religieus doel diende: het op vaste tijden uitspreken van gebeden door rooms-katholieke gelovigen. 
Locatie: Het getijdenboek `Tres riches heures du duc de Berry’, van de gebroeders van Limburg bevindt zich in het Musée Condé dat deel uitmaakt van het Château de Chantilly. Het kasteel en het stadje Chantilly liggen op een afstand van zo’n 50 kilometer ten noorden van de Franse hoofdstad Parijs.

Ook de dichtkunst vernieuwde zich in deze steden, met als beroemde voorbeelden de dichter Dante Alighieri, die in Florence La Divina Commedia (De Goddelijke Komedie) schreef, en de dichter Francesco Petrarca, de grondlegger van het humanisme.

Positieve en negatieve uitkomsten van de liefdesinitiatie van een jongere, van Memmo di FiliuccioAfbeelding: De eerste wereldlijke afbeeldingen verschijnen in de 14de eeuw in de kunst. Memmo di Filippucio schilderde: De positieve en negatieve uitkomsten van de liefdesinitiatie van een jongere.
Locatie: Dit bijzondere kunstwerk kunt u bewonderen in de Palazzo Comunale in het Italiaanse stadje San Gimignano.


Grote afbeelding
: De bewening van Christus (1304-06) van Giotto di Bondone, ook wel kortweg Giotto genoemd.
Locatie: De bewening van Christus kunt u bezichtigen in de Scrovegni kapel in Padua (Italië).

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.