Winkelwagen

Les 15: Middeleeuwse kunst

Introductie

De Middeleeuwen stonden ook bekend als de `duistere eeuwen’, een tijdvak waarin monniken en geleerden in kloosters probeerden om de kunsten uit de oude wereld te begrijpen, terwijl zij omringd werden door binnenvallende volkeren. Volksverhuizingen, verwoestingen door oorlogen en andere rampspoed was het gevolg. In de kunstgeschiedenis was de periode van de Middeleeuwse kunst een tijdvak waarin allerlei stijlen de boventoon probeerden te voeren; niet verwonderlijk in een periode waarin steeds anderen aan de macht waren. Maar zoals altijd waren er vaklieden die hun vak uitoefenden in de kunstnijverheid. Hun producten maakten deel uit van de Middeleeuwse kunst.

Sieraden uit de Merovingische periode aan het begin van de Middeleeuwen ergens tussen 450 en 700 na Chr.. Merovingische kunst betreft de kunst in de door de Franken bewoonde gebieden in het hedendaagse Frankrijk en delen van België, Nederland en Duitsland. Een periode waarin de koningen uit het geslacht der Merovingen hier het bewind voerden.Locatie: Hoog boven de stad Wurzburg troont de vesting Marienburg. Hierin vindt u het Museum für Franken ofwel het Staatliches Museum für Kunst und Kulturgeschichte. In dit museum staan deze Merovingische sieraden tentoongesteld. 
Afbeelding: Sieraden, in de vorm van kettingen en armbanden, uit de Merovingische periode aan het begin van de Middeleeuwen ergens tussen 450 en 700 na Chr.. Merovingische kunst betreft de kunst in de door de Franken bewoonde gebieden in het hedendaagse Frankrijk en delen van België, Nederland en Duitsland. Een periode waarin de koningen uit het geslacht der Merovingen hier het bewind voerden.
Locatie: Hoog boven de stad Würzburg troont de vesting Marienberg. Hierin vindt u het Museum für Franken ofwel het Staatliches Museum für Kunst und Kulturgeschichte. In dit museum staan deze Merovingische sieraden tentoongesteld. ©Ronnie Rokebrand.

De Vikingen bouwden bijvoorbeeld schepen met uit hout gesneden draken op de voorplecht om de vijand en hun geesten schrik aan te jagen. De Middeleeuwen dankte haar naam aan het feit dat men deze tussenperiode als een tijdperk zag tussen de als belangrijker beoordeelde Romeinse tijd en de renaissance. 
De Middeleeuwen waren echter ook de tijd dat het fundament werd gelegd voor het huidige Europa. In de 1000 jaar die de middeleeuwen duurde, van ongeveer 500 tot 1550, ontwikkelde Europa zich vanuit een conglomeraat van vorstendommen tot het aantal rijkgeschakeerde landen zoals wij die nu kennen met al zijn verschillende landen en culturen. Er was alleen eenheid in de geschreven taal, het latijn, en in het getrouw volgen van het christelijke geloof. 80% van Europa bestond in de Middeleeuwen uit boeren en landarbeiders die een marginaal bestaan hadden met veel armoede en honger. Geen wonder dat zij hun heil zochten in het christelijk geloof en in het leven na de dood. Men verwachtte dat men het in het hiernamaals beter kreeg dan op aarde. In de kunst zien we in de Middeleeuwen een gestaag toenemend realisme, terwijl de bouwkunst zich verder ontwikkelde in de Romaanse kerken, gevolgd door de gotiek.

Een broche van goud en granaat in de vorm van een adelaar uit de periode 450 tot 500 na Chr.. De broche is gevonden in Domagnano in San Marino. Het is gevormd als een adelaar, het symbool van de keizerlijke macht in Rome. In het midden bevindt zich het kruis van het nieuwe christelijke tijdperk. Het is gemaakt tijdens de periode van de grote invasies die een einde maakten aan het West-Romeinse Rijk. Daarmee is het een meesterlijk voorbeeld van de samenvloeiing van oude, heidense en christelijke tradities, en toont het de overgang van de Romeinse kunst naar de Middeleeuwse kunst.Locatie: Deze gouden broche is gevonden in San Marino. U kunt het bezichtigen in het Louvre Museum in Abu Dhabi. 
Afbeelding: Een broche van goud en granaat in de vorm van een adelaar uit de periode 450 tot 500 na Chr.. De broche is gevonden in Domagnano in San Marino. Het is gevormd als een adelaar, het symbool van de keizerlijke macht in Rome. In het midden bevindt zich het kruis van het nieuwe christelijke tijdperk. Het is gemaakt tijdens de periode van de grote invasies die een einde maakten aan het West-Romeinse Rijk. Daarmee is het een meesterlijk voorbeeld van de samenvloeiing van oude, Romeinse en christelijke tradities, en toont het de overgang van de Romeinse kunst naar de Middeleeuwse kunst.
Locatie: Deze gouden broche is gevonden in San Marino. U kunt het bezichtigen in het Louvre Museum in Abu Dhabi. 

De Middeleeuwse kunst in West-Europa 6de – 11de eeuw

De Keltische kunst

De Angelsaksen in het huidige Engeland en de Kelten in Ierland en Schotland vervaardigden in de 7de en de 8ste eeuw bijzondere godsdienstige geschriften in hun scriptoriums met allerlei, door monniken vervaardigde, kleurrijk getekende patronen op de pagina’s van boeken. Deze versieringen van de middeleeuwse handschriften bestonden veelal uit groen, geel, zwart en rood geschilderde ornamenten en vlechtpatronen. Een scriptorium is een ruimte in een klooster waar monniken teksten en boeken, vaak afkomstig uit Rome, vertaalden en overschreven. Er waren speciale kopiisten die de oude handschriften letter voor letter kopieerden op perkament, gemaakt van dierenhuid. Papier bestond in de middeleeuwen nog niet. Er waren ook Nederlanders die het vak van kopiist in de loop der eeuwen in Italië uitoefenden, waaronder, in de 15de eeuw, de priester Gerardus, de Rotterdamse vader van Erasmus. Het vak van kopiist werd dus vele honderden jaren lang door priesters en monniken uitgeoefend. Tot het moment dat de uitvinding van de boekdrukkunst het vak van kopiist overbodig maakte.
Twee bekende middeleeuwse handschriften liggen in het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin: het `Book of Durrow’ en het `Book of Kells’.

Christus op de troon, een afbeelding uit het beroemde `Book of Kells'. Het `Book of Kells' werd rond het jaar 800 na Chr. gemaakt en onderzoekers nemen aan dat het oorspronkelijk werd geschreven en verlucht in een klooster op het Schotse eiland Iona. Onderzoek toonde aan dat het werd vervaardigd door drie kunstenaars en vier schrijvers. Toen Iona werd aangevallen door de Vikingen, verhuisden de monniken, die de aanvallen hadden overleefd, naar een klooster in Kells, in het Ierse graafschap Meath. Er zijn ook onderzoekers die aannemen dat het  `Book of Kells' hier werd voltooid. Locatie: Dit boek staat in de 18de-eeuwse bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin. Het is een van de mooiste bibliotheken van de wereld.
Afbeelding: Christus op de troon, een afbeelding uit het beroemde `Book of Kells’. Dit boekwerk werd rond het jaar 800 na Chr. gemaakt en onderzoekers nemen aan dat het oorspronkelijk werd geschreven en verlucht in een klooster op het Schotse eiland Iona. Onderzoek toonde aan dat het werd vervaardigd door drie kunstenaars en vier schrijvers. Toen Iona werd aangevallen door de Vikingen, verhuisden de monniken, die de aanvallen hadden overleefd, naar een klooster in Kells, in het Ierse graafschap Meath. Er zijn ook onderzoekers die aannemen dat het `Book of Kells’ hier werd voltooid.
Locatie: Het `Book of Kells’ staat in de 18de-eeuwse bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin. Het is een van de mooiste bibliotheken van de wereld. Trinity College, de universiteit van Dublin, ligt aan het plein College Green.

Men noemt deze kunst de Keltische kunst ofwel de Hiberno-Saksische kunststijl, maar de benaming insulaire kunst gebruikt men ook. De term insulaire verwijst naar het Latijnse woord insular dat eiland betekend. 
Het waren met name de kloosters die in de Romaanse periode van de middeleeuwen niet alleen hun macht verspreidden, maar ook verantwoordelijk waren voor het vervaardigen van kunst- en andere cultuurgoederen. 

Een pagina met daarop een afbeelding van de heilige Mattheus in het `Book of Durrow' uit de periode 675-700 na Chr.. Kenmerkend voor de schilderingen in boeken uit deze vroegmiddeleeuwse periode zijn de vlechtpatronen in de boeken; in dit geval is deze rondom de afbeelding van de heilige Mattheus aangebracht. U vindt deze vlechtpatronen ook terug in andere kunstuitingen in het noorden van het middeleeuwse Europa, bijvoorbeeld in de halzen van de uit hout gesneden draken op de voorplechten van de schepen van de Vikingen. Locatie: Dit boek is in het bezit van de bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin.
Afbeelding: Een pagina met daarop een afbeelding van de heilige Mattheus in het `Book of Durrow’ uit de periode 675-700 na Chr.. Kenmerkend voor de schilderingen in boeken uit deze vroegmiddeleeuwse periode zijn de vlechtpatronen in de boeken; in dit geval is deze rondom de afbeelding van de heilige Mattheus aangebracht. U vindt deze vlechtpatronen ook terug in andere kunstuitingen in het noorden van het middeleeuwse Europa, bijvoorbeeld in de halzen van de uit hout gesneden draken op de voorplechten van de schepen van de Vikingen.
Locatie: Dit boek is in het bezit van de bibliotheek van het Trinity College in de Ierse hoofdstad Dublin. Het Trinity College, de universiteit van Dublin, ligt aan het plein College Green.

De Karolingische kunst

In de kunst en in het openbare leven was het dan ook het christendom dat de toon aangaf. Keizer Karel de Grote bouwde in het jaar 798 na Chr. in de Duitse stad Aken de Paltskapel (Paleiskapel) die was gebaseerd op de basiliek van Ravenna uit de Byzantijnse tijd, een periode die hij bewonderde. Vandaar dat  deze periode binnen de kunstgeschiedenis bekend staat als de Karolingische renaissance.

De Paltskapel in Aken

De Paltskapel werd ontworpen door de bouwmeester Odo van Metz. Hij nam de Byzantijnse bouwstijl van de basiliek van Ravenna niet volledig over: hij gebruikte bijvoorbeeld niet de Byzantijnse techniek om de constructie lichter te maken door gebruik te maken van dunne bakstenen.
De Paltskapel is het enige gebouw dat uit de tijd van Karel de Grote bewaard is gebleven en maakt nog steeds deel uit van de Dom van Aken in de gelijknamige Duitse stad. In de Dom van Aken lieten, in navolging van Karel de Grote, 33 Duitse koningen zich kronen. Destijds beschouwde men deze kerk als het belangrijkste godshuis ten noorden van de Alpen. 

Het interieur van de Paltskapel van Karel de Grote in Aken uit 796. Het is het enige gebouw uit de tijd van Karel de Grote dat nog overeind staat. Locatie De Paltskapel maakt deel uit van de Dom van Aken. Het gebouw ligt aan de zuidzijde van het Katschhof in het centrum van Aken. Aan de noordkant van dit plein ligt het stadhuis van Aken. Ten noordwesten van de deze bisschopszetel kunt u de schatkamer van de Dom van Aken bezichtigen.
Afbeelding: Het interieur van de Paltskapel van Karel de Grote in Aken uit 796. Het is het enige gebouw uit de tijd van Karel de Grote dat nog overeind staat. Dat wil niet zeggen dat alles in deze kapel uit de 8ste eeuw stamt. In de loop der eeuwen werd de kapel meerdere malen verbouwt, zowel gedurende de barok als tijdens de restauraties die vanaf 1870 plaatsvonden.
Locatie: De Paltskapel maakt deel uit van de Dom van Aken. Het gebouw ligt aan de zuidzijde van het Katschhof in het centrum van Aken. Aan de noordkant van dit plein ligt het stadhuis van Aken. Ten noordwesten van deze bisschopszetel kunt u de schatkamer van de Dom van Aken bezichtigen. Foto: Willy Horsch. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported.

De 9de-eeuwse evangeliariums

Ook uit de tijd van Karel de Grote en de jaren daarna zijn er bekende middeleeuwse handschriften bekend, waaronder veel evangeliariums. Een evangeliarium is een boek met de vier evangeliën uit het Nieuwe Testament, geschreven door de apostelen Johannes, Lucas, Marcus en Mattheus. Zij schreven in het Latijn hun versie van het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus. Bekende versies van de verhalen over Jezus Christus uit de Karolingische tijd en de rest van de 9de eeuw zijn het Evangeliarium van Karel de Grote, het Evangeliarium van Egmond (in het bezit van de nationale bibliotheek), het Evangeliarium van bisschop Ebbo van Reims en het Utrechts Psalterium. Een beroemd boek is de met goud, edelstenen en halfedelstenen gedecoreerde omslag van het Evangeliarium van Lindau, dat in de Franse stad Reims door goudsmeden is vervaardigd in opdracht van Karel de Kale (823-877). Vervolgens werd het geschonken aan de stiftbibliotheek van het klooster in het Zwitserse stadje Sankt Gallen. In de 11de eeuw kwam het in het bezit van het klooster van Lindau, vandaar de huidige naam. Via een Britse boekhandelaar kwam het terecht in de verzameling van de Graaf van Ashburnham, een bekende boekverzamelaar. Zijn erfgenamen verkochten het in 1901 voor 10.000 Britse ponden aan de Amerikaans boekverzamelaar Morgan. Vandaar dat het nu het topstuk is van de boekverzameling van de Morgan Library & Museum in New York.

Het met 320 smaragden, saffieren, granaten, parels en amethisten gedecoreerde Evangeliarium van Lindau uit 870-877. De juwelen worden gedragen door gouden bruggen en leeuwenpootjes. Hierdoor kruipt het licht onder de edelstenen en schitteren zij in het volle licht. Het bloed druppelt uit de handen van het gouden figuurtje van Christus. Toch is hier niet sprake van een lijdende Christus. In tegendeel, zijn gezicht toont geen verdriet of lijden, omdat het nog niet gebruikelijk was om Jezus af te beelden met menselijke emoties. Dat is wel het geval met de rouwende figuren van Maria en Johannes de Doper, aan de voeten van het kruis, en de vier gouden afbeeldingen van engelen. Deze afbeeldingen zijn gemaakt door vanaf de achterkant met een hamertje in het goud te kloppen.Locatie: Het Evangeliarium van Lindau bevindt zich in het Morgan Library & Museum aan de Madison Avenue/36th Street in New York.
Afbeelding: Het met 320 smaragden, saffieren, granaten, parels en amethisten gedecoreerde boekomslag van het Evangeliarium van Lindau uit 870-877. De juwelen worden gedragen door gouden bruggen en leeuwenpootjes. Hierdoor kruipt het licht onder de edelstenen en schitteren zij in het volle licht. Het bloed druppelt uit de handen van het gouden figuurtje van Christus. Toch is hier niet sprake van een lijdende Christus. In tegendeel, zijn gezicht toont geen verdriet of lijden, omdat het nog niet gebruikelijk was om Jezus af te beelden met menselijke emoties. Dat is wel het geval met de rouwende figuren van Maria en Johannes de Doper, aan de voeten van het kruis, de twee vrouwenfiguurtjes daarboven en de vier gouden afbeeldingen van engelen. Deze afbeeldingen zijn gemaakt door vanaf de achterkant met een hamertje in het goud te kloppen.
Locatie: Het Evangeliarium van Lindau bevindt zich in het Morgan Library & Museum aan de kruising Madison Avenue en 36th Street in New York.

De lijdende Christus

Het is opmerkelijk dat men rond het jaar 900 voor het eerst afbeeldingen en beelden ging vervaardigen van Jezus hangend aan het kruis. Tot op dat moment werd hij vooral afgebeeld als de almachtige God; nu begon men hem echter in zijn lijdende vorm weer te geven. Een vorm die het gewone volk aansprak, omdat zij zich met een lijdende Christus konden identificeren. Uiteindelijk had de meerderheid van de bevolking het in die tijd niet gemakkelijk. Een bekend voorbeeld is het Gero-kruis uit 976 na Chr., dat in de Dom van Keulen hangt in de gelijknamige Duitse stad. Het 1 meter 87 grote kruis is uitgesneden in krachtige, afgeronde vormen. Het lichaam van de lijdende Christus hangt wat naar voren. Als je eronder staat voel je bijna de lichamelijk druk op de schouders en de armen. 
Het kruisbeeld werd vernoemd naar aartsbisschop Gero boven wiens graf dit kruis stond. Het hangt nu in de kruiskapel in de Dom van Keulen.

Het Gero-kruis werd in 976 na Chr. uit eikenhout gesneden en is een van de eerste voorbeelden van een beeld van Christus aan het kruis en zelfs het eerste kruisbeeld dat ten noorden van de Alpen in een godshuis verscheen. Tot op dat moment werd Christus vooral als een almachtige God getoond. Het beeld is 1 meter 87 hoog en heeft een breedte, van vingertop tot vingertop,  van 1 meter 65. De schilderingen en het verguldsel zijn in 1904 vernieuwd. De weelderige omlijsting stamt uit 1683, midden in het tijdperk van de barokke kunst.  Locatie: Het kunstwerk hangt in de kruiskapel in de Dom van Keulen in de gelijknamige Duitse stad. De foto is gemaakt door de fotograaf Frank Vincentz. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0.
Afbeelding: Het Gero-kruis werd in 976 na Chr. uit eikenhout gesneden en is een van de eerste voorbeelden van een beeld van Christus aan het kruis en zelfs het eerste kruisbeeld met een lijdende Jezus Christus dat ten noorden van de Alpen in een godshuis verscheen. Tot op dat moment werd Christus vooral als een almachtige God getoond. Met dergelijke kruisbeelden werd het lijden van Christus zichtbaar gemaakt in de kunst. De beschouwers konden zich hierdoor goed inleven in het lijden van Christus. Het verschil met de boekomslag van het Evangeliarium van Lindau is goed zichtbaar in de uitbeelding. Op het boekomslag staat een emotieloze Jezus, meer rechtop dan dat hij hangt, terwijl Jezus op het Geros-kruis met een pijnlijk gezicht en doorboorde handen neerhangt aan het kruis; je voelt als het ware het lijden van Christus. Het beeld is 1 meter 87 hoog en heeft een breedte, van vingertop tot vingertop, van 1 meter 65. De schilderingen en het verguldsel zijn in 1904 vernieuwd. De weelderige omlijsting stamt uit 1683, midden in het tijdperk van de barokke kunst
Locatie: Het kunstwerk hangt in de kruiskapel in de Dom van Keulen in de gelijknamige Duitse stad. U vindt deze gotische kathedraal op een afstand van circa 250 meter van de rivier de Rijn. In de omgeving vindt u het Köln Hauptbahnhof. De schatkamer van de Dom van Keulen ligt aan de noordzijde van de kathedraal. Foto: Frank Vincentz. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0.

Met deze afbeeldingen van een lijdende Christus distantieerden de West-Europese kunstenaars zich niet alleen van hun Byzantijnse voorgangers, maar ook van de orthodoxe kerken in het oosten van Europa.
De miniaturen die men in boeken schilderde, gestimuleerd door Karel de Grote, en andere schilderingen waren gebaseerd op wat men geleerd had van de Romeinen en in de Oudheid. Men versierde de kunstvoorwerpen met email, edelstenen en goud. Een belangrijk verschil was dat men vooral het gevoel wilde vereeuwigen in de kunstvoorwerpen. De manier waarop men een mens afbeeldde was minder belangrijk, het ging vooral om de emotie die men in de afgebeelde persoon vastlegde.

De Ottoonse kunst

We noemen de periode na de Karolingische tijd de Ottoonse periode, waarin de Ottoonse kunst zich ontplooide. Deze periode duurde van 936 tot 1002 na Chr. en werd vernoemd naar de drie Duitse keizers die allen Otto heetten en die in dit tijdvak over Europa heersten. Dit waren Otto I (936-973), ook wel Otto de Grote genoemd, Otto II (973-983) en Otto III (983-1002). De eerste keizer dankte zijn macht mede aan zijn huwelijk met de Italiaanse prinses Adelheid, waardoor hij in 962 keizer werd over de koninkrijken Italië en Duitsland. Hierdoor nam de invloed van het Byzantijnse rijk en van de kunstwereld in Constantinopel toe in dit nieuw gevormde Heilige Romeinse Rijk. Otto II huwde op zijn beurt in 972 de Byzantijnse prinses Thephanu, waardoor de Byzantijnse invloeden nog verder toenamen.

Keizer Otto II staat met zijn zus Mathilde afgebeeld op dit kunstwerk dat deel uitmaakt van het zogenoemde Otto-Mathilde-Kruis. Het is een gouden plaat, met daarop gouden draden die op de gouden plaat zijn bevestigd en vervolgens gevuld met emaillen. Het betreft hier dus email cloisonné met een gouden basis. Het kunstwerk stamt uit omstreeks 982.  Otto, de hertog van Zwaben, en zijn zus de abdis Mathilde staan afgebeeld in hoofse klederdracht. De getoonde stoffen zijn van zijde en kwamen van het Byzantijnse keizerlijk hof. Otto en Mathilde staan afgebeeld als familieleden en niet als vertegenwoordigers van de heersende macht. Mathilde krijgt een kruis uit de handen van haar broer aangeboden die hij met beide handen aanbiedt. Symbolisch geeft hij haar in 973, toen hij de troon aanvaardde, door middel van dit kruis, zijn zus de abdij van Essen. Mathilde zou abdis blijven tot aan haar dood in 1011. Zij houdt haar linkerhand omhoog. Daarmee aanvaardt zij het kruis (en de abdij), maar haar vingers wijzen ook naar boven in de richting van Christus waarmee zij aangeeft dat zij haar nieuwe positie ook aanvaardt dankzij de bemiddeling van Christus. Men zag Jezus als de bemiddelaar tussen de mensen en God. Locatie: De gouden en emaillen plaat is in het bezit van de schatkamer van de Dom van Essen in de gelijknamige Duitse stad.
Afbeelding: Keizer Otto II staat samen met zijn zus Mathilde afgebeeld op dit kunstwerk, dat deel uitmaakt van het zogenoemde Otto-Mathilde-Kruis. Het is een gouden plaat, met daarop gouden draden die op dit edele metaal zijn bevestigd en vervolgens gevuld met emaillen. Het betreft hier dus email cloisonné met een gouden basis. Het kunstwerk stamt uit omstreeks 982. 
Otto, de hertog van Zwaben, en zijn zus de abdis Mathilde staan afgebeeld in hoofse klederdracht. De getoonde stoffen zijn van zijde en kwamen van het Byzantijnse keizerlijk hof. Otto en Mathilde staan afgebeeld als familieleden en niet als vertegenwoordigers van de heersende macht. Mathilde krijgt een kruis uit de handen van haar broer aangeboden, die hij met beide handen aanbiedt. Symbolisch geeft hij haar in 973, toen hij de troon aanvaardde, door middel van dit kruis, zijn zus de abdij van Essen. Mathilde zou abdis blijven tot aan haar dood in 1011. Zij houdt haar linkerhand omhoog. Daarmee aanvaardt zij het kruis (en de abdij), maar haar vingers wijzen ook naar boven in de richting van Christus waarmee zij aangeeft dat zij haar nieuwe positie ook aanvaardt dankzij de bemiddeling van Christus. Men zag Jezus als de bemiddelaar tussen de mensen en God.

Locatie: De gouden en emaillen plaat is in het bezit van de schatkamer van de Dom van Essen in de gelijknamige Duitse stad. Deze bisschopskerk staat aan het Burgplatz in het oostelijke deel van het centrum van de stad.

Dankzij de betrekkelijke rust in het keizerrijk ten tijde van de drie Otto’s was er tijd, geld en ruimte om aandacht te besteden aan kunst en architectuur, waarbij aangetekend dient te worden dat dit vooral in dienst stond van de machthebbers. De kunst werd dan ook voornamelijk aan het hof van de keizers geïnitieerd.
De contacten met het Byzantijnse rijk beïnvloedde de wijze waarop de bouwmeesters de kerken en kathedralen bouwden. Deze gebedshuizen waren de voorlopers van de kerken uit de Romaanse periode in de 12de eeuw.
In de Ottoonse kunst nam de religie een belangrijke plaats in, maar in tegenstelling tot de oude Romeinse keizers, waar de Otto’s zich graag aan spiegelden, greep men weer terug op de symbolische betekenis van de kunst en liet men het naturalisme los. Men wilde niet meer de werkelijkheid benaderen, maar men wilde in de kunstuitingen vooral het mystieke naar voren laten komen met veel symboliek. Het op een juiste manier plaatsen van figuren in schilderingen, emaillen en reliëfs was niet meer van belang. Men schilderde en beeldhouwde in platte vlakken op zoek naar een verbinding met de eeuwigheid.

De scriptoria in de kloosters

Er ging ook in de Ottoonse periode, net als in de Karolingische tijd, veel aandacht uit naar de scriptoria in de kloosters waar de monniken bijzondere handschriften en fraaie verluchtigingen, in de vorm van geschilderde miniaturen, tekenden en schilderden. De monniken produceerden veel geschriften, waaronder psalmteksten, de vier evangeliën van de apostelen, gebedenboeken, samenvattingen van het Oude Testament en de brieven van de apostelen. Bekend zijn de manuscripten uit de scriptoria van het klooster van Corvey, het klooster van Hildesheim en de Abdij van Reichenau, gelegen op een eiland in het Bodenmeer. De Abdij van Reichenau was onder meer verantwoordelijk voor het schrijven en verluchtigen van het Evangeliarium van Otto III (circa 1000 na Chr.) en de Codex Egberti (circa 985 na Chr.), met verhalende miniaturen uit het leven van Christus.

Codex Egberti met daarop de aartsbisschop Egbert die verantwoordelijk was voor dit boek in de stadsbibliotheek van Trier
Afbeelding: De monniken in het klooster (Abdij) van Reichenau schreven en verluchtigden de Codex Egberti, met verhalende miniaturen uit het leven van Christus. Centraal op de afbeelding staat Egbert van Trier, die als aartsbisschop verantwoordelijk was voor het vervaardigen van de Codex Egberti en naar wie het schrift is vernoemd. Het werd gemaakt in de periode 980 tot 993 na Chr..
Locatie: De Codex Egberti staat in de schatkamer van de stadsbibliotheek van Trier. Deze bibliotheek ligt in de omgeving van de keizerlijke baden en het Archeologisch Museum.

Andere bekende handschriften zijn onder meer de huwelijksoorkonde van keizerin Theophanu, de vrouw van Otto II, en de evangeliën van de vier apostelen (het evangeliarium) van Reichenau.

Bekende Ottoonse kunstvoorwerpen

In de stad Trier specialiseerde men zich steeds verder in de edelsmeedkunst. Aartsbisschop Egbert opende rond het jaar 900 na Chr. werkplaatsen waar de edelsmeden zich verder in hun vak bekwaamden. Deze werkplaatsen brachten prachtige kunstwerken voort die kenmerkend werden voor de Ottoonse kunst, waaronder het Egbertschrijn in de schatkamer van de Dom van Trier. Het Egbertschrijn waardeert men alom als één van de fraaiste voorbeelden van edelsmeedkunst uit de middeleeuwen.

De met edelstenen afgezette Egbertschrijn uit de 10de eeuw. Het bevat de zool van een sandaal van de apostel Andreas.
Afbeelding: Het Egbertschrijn in de schatkamer van de Dom van Trier. Het Egbertschrijn, ook wel Draagaltaar van Sint-Andreas genoemd, is een reliekschrijn uit de 10de eeuw na Chr.. Het bevat de zool van een sandaal van de apostel Andreas. Het schrijn heeft de vorm van een langwerpig kistje met een lengte van 44 centimeter en wordt gedragen door vier gouden leeuwen met een zuil op hun rug en een ring in hun bek. De gouden voet op het kistje verwijst naar de sandaal van de apostel Andreas. De sandaalriemen rondom de voet zijn versierd met edelstenen. Men noemt een dergelijke reliekschrijn een sprekende reliekhouder, omdat deze letterlijk laat zien wat het schrijn bevat, in dit geval een sandaal van de apostel Andreas. De zijkanten van het schrijn zijn bedekt met gedecoreerde ivoren platen. Op de afbeelding ziet u dat de lange zijden in drie velden zijn verdeeld. Deze zijn omsloten met filigraanwerk met edelstenen en emaillen plaatjes met bloemen. In het midden staat een gouden reliëf van een leeuw.  De velden rechts en links van deze leeuw bevatten emaillen plaatjes met daarop twee symbolen van evangelisten. De andere twee staan op de andere zijde van het Egbertschrijn.
Locatie: Het Egbertschrijn staat in de schatkamer van de Dom van Trier, in het historische centrum van de gelijknamige Duitse stad. Men noemt het gebedshuis ook wel de Dom van St. Pieter. De schatkamer maakt deel uit van deze kathedraal. Een 13de-eeuwse, gotische kloostergang verbindt de Dom van Trier met de Onze-Lieve-Vrouwekerk. ©Ronnie Rokebrand.

Andere bekende Ottoonse kunstvoorwerpen zijn het Otto-Mathilde-kruis in de schatkamer van de Dom van Essen, de Petrusstaf in de Dom van Limburg en het met juwelen gedecoreerde 11de-eeuwse borstkruis van Sint Servaas in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.

Het borstkruis van Sint-Servaas in de kerkschat van de Sint-Servaasbasiliek, in Maastricht. Het was waarschijnlijk een geschenk van Hendrik
Afbeelding: Het borstkruis van Sint-Servaas in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in de Nederlandse stad Maastricht. Het kruis is van hout met aan de voorzijde een laagje goud en is bewerkt met email cloisonné. Verder is het ivoren lichaam van Christus omlijst met Romeinse juwelen en edelstenen. Het kunstwerk is gemaakt in het jaar 1039 na Chr. door de edelsmeden in de Duitse stad Trier. Men neemt aan dat het een geschenk is van keizer Hendrik III, keizer van het Heilige Roomse Rijk, aan de geestelijkheid van Maastricht.
Locatie: De Sint-Servaasbasiliek staat aan het Keizer Karelplein in het centrum van de stad Maastricht.

Het Tapijt van Bayeux

Een beroemd middeleeuws kunstwerk is het Tapijt van Bayeux, een tapijt dat men niet in dienst van de religie vervaardigde, maar een wereldlijk karakter had. Het borduurwerk is 70 centimeter hoog, waarbij het daadwerkelijk vertelde en uitgebeelde verhaal 50 centimeter hoog is, en niet minder dan 68,3 meter lang. Volgens de overlevering is het tapijt geborduurd door de hofdames van Mathilde, de vrouw van Willem de Veroveraar, de hertog van Normandië.
Het Tapijt van Bayeux verhaalt over de Slag bij Hastings in 1066; vanaf het moment dat Willem de Veroveraar met zijn schepen vertrok uit Normandië tot aan de definitieve slag bij het plaatsje Hastings. Tijdens deze bekende slag werd de Angelsaksische koning Harold verslagen door het leger van Willem de Veroveraar, waarna hij koning van Engeland werd. Het Tapijt van Bayeux geeft een indrukwekkend verslag van deze strijd en is daarmee een belangrijk geschiedkundig document voor de huidige generatie geschiedkundigen.

Tapijt Bayeux - De slag om Hastings - de Normandiers.
Afbeelding: Het geborduurde verhaal over de slag om Hastings met Normandische ridders en boogschutters. Het betreft hier de zogenoemde scène 51.
Locatie: Het 68,3 meter lange borduurwerk hangt in het Musée de La Tapisserie de Bayeux, een voormalig seminarie in het stadscentrum van de Franse stadje Bayeux.

 

Romaanse kunst in de 11de en 12de eeuw

Na de volksverhuizingen en de invallen van de Noormannen duurde het tot in de 11de eeuw voordat er weer sprake was van enige welvaart in West-Europa. Deze voorspoed toonde zich voor het eerst in de bouwkunst en de architectuur. Met name de adel en de geestelijkheid investeerden hierin, omdat zij de enigen waren die over voldoende middelen beschikten om grote bouwprojecten te financieren. Het waren dan ook de kastelen, kerken en kloosters die het aangezicht van de kunst en architectuur gingen bepalen in de 12de eeuw. Een kunststijl die we de romaanse kunst gingen noemen, een stijl die we indelen bij de Middeleeuwse kunst.
De term romaans stamde uit de 19de eeuw om de architectuur uit de 11de en 12de eeuw te duiden. De gebouwen, meestal kerken, beschikten over dikke en zware muren, korte en brede torens, rondbogen, tongewelven, kleine en halfronde boogramen en boogvormige timpanen boven de ramen en deuren. Dit waren ook de kenmerken van de bouwstijlen in het oude Rome, vandaar dat men dit de romaanse bouwkunst ging noemen. Voor de 19de eeuw sprak men vaak over de rondboogstijl, vernoemd naar de halfronde bogen boven de deuren, ramen en nissen. In Engeland noemde men dit de Normandische stijl, omdat het de periode is dat de Normandiërs, na de Slag bij Hastings in 1066, in Engeland de scepter zwaaiden.
In de schilderkunst leek men terug te vallen op enkele principes uit de Byzantijns kunstperiode. Op zich niet verwonderlijk, want het was ook de periode van de kruistochten, waarbij men de door de islamitische wereld ingenomen gebieden weer terug wilde veroveren. De christelijke symbolen waren belangrijker dan het daadwerkelijk en natuurgetrouw afbeelden van figuren. Vandaar dat men op de muren van de godshuizen vooral eenvoudige figuren in heldere kleuren schilderde zonder enige dieptewerking.
De naam romaanse kunst is ook van toepassing op de beeldhouwkunst, zowel in de versiering van de architectuur als in de losse, decoratieve beeldhouwwerken, van vlechtornamenten tot fantasierijke dier- en mensfiguren.

Het Romaanse Gallusportaal uit het jaar 1200 van de Munsterkathedraal in Basel
Afbeelding: Het noordelijke, romaanse Gallusportaal van de Münsterkathedraal in Basel was eens de hoofdingang. Het romaanse beeldhouwwerk stelt het Laatste Oordeel voor, met afbeeldingen van Jezus Christus, geflankeerd door de apostelen Petrus en Paulus. Op de bovendorpel, direct onder het halfronde timpaan met Jezus Christus staan de wijze en domme maagden. 
Locatie: Het romaanse Gallusportaal bevindt zich aan de buitenzijde van de Münsterkathedraal in de Zwitserse stad Basel. Deze kathedraal vindt u op het Münsterplatz in het centrum van Basel, dicht bij de oever van de rivier de Rijn. ©Ronnie Rokebrand.

De romaanse kerken

Kenmerkend voor de romaanse kerken, vooral in Frankrijk, was de piramidevormige opbouw rond het koor. De straalkapellen klommen in de vorm van een piramide omhoog tot een uitbouw. Zij mondden via de bovenbouw van het transept uit in een achtkantige toren. Op zijn beurt bouwde men in de toren twee rijen vensters die als galmgaten dienden voor het klokkenhuis.

Typisch Romaanse kerk uit de 12de eeuw in Frankrijk
Afbeelding: De Romaanse basiliek van Brioude is een typisch voorbeeld van een romaanse kerk in Frankrijk uit de 12de eeuw. Herkenbaar zijn de straalkappellen aan de voorkant van deze afbeelding, de piramidevormige opbouw, de achtkantige toren en de twee rijen vensters die als galmgaten dienst doen. Dit gebedshuis is gebouwd ter ere van Saint Julien de Brioude, die in 304 in Brioude de marteldood stierf.
Locatie: De romaanse basiliek in het stadje Brioude in het Franse departement Haute-Loire. Het is de grootste Romaanse kerk in de regio Auvergne, waar het departement Haute-Loire deel van uitmaakt. ©Ronnie Rokebrand.

Er waren ook romaanse kerken, met twee torens in plaats van één achtkantige of vierkante toren, die links en rechts van het hoofdportaal stonden. Het hoofdportaal had meestal een halfronde omlijsting met gebeeldhouwde figuurtjes. Ook de rest van het exterieur decoreerde men vaak met beeldhouwwerken en andere decoraties. Extra steunberen verstevigden de buitenmuren.
De binnenkant van de kerk was vaak donker. Om het dak van de kerk te kunnen dragen waren de muren zwaar gebouwd en was er geen plaats voor grote ramen, maar door een opmerkelijke ruimtelijke werking leek het godshuis van binnen groter en imposanter, dan het in werkelijkheid was. Dit kwam ook doordat men in deze periode een dwarsschip aan het gebouw toevoegde, waardoor de kerk de vorm van een Latijns kruis kreeg en er plaats kwam voor meer gelovigen. Halfronde gordelbogen gaven extra steun aan de tongewelven die de plafonds vormden.
De wanden van de kerken waren vaak bont beschilderd, helaas zijn de meeste van deze fresco’s in de loop der eeuwen verdwenen. De houten overkappingen verving men door stenen gewelven. Langs het iets verhoogde koor waar het altaar stond, liep de kooromgang met vier straalkapellen met altaren, tombes, relieken, schilderijen, heiligenbeelden en bont gebrandschilderde glas-in-lood ramen.

De 11de-eeuwse glas-in-loodramen in de Romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand.
Afbeelding: Deze fraaie glas-in-loodramen in de romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand beelden gebeurtenissen uit de bijbel uit. Op deze wijze konden ook degenen die niet konden lezen en schrijven kennismaken met de verhalen uit de bijbel. Glas-in-loodramen bestonden – en bestaan – uit een raster waarin de glazeniers kleine stukken glas tussen strippen lood plaatsten. Delen van het glas werden met zwart pigment ingetekend. Om deze pigmenten in te branden plaatste de glazenier het glas meerdere malen in de oven. Zo ontstond het gebrandschilderde glas dat men vervolgens in het lood plaatste. Vervolgens kon het hemelse licht door de gekleurde vensters stralen.
Locatie: Deze glas-in-loodramen staan in de 12de-eeuwse romaanse basiliek Notre-Dame-du-Port in Clermont-Ferrand, gelegen in de stadswijk Port, tussen de Place Delille en de kathedraal. De stad Clermont-Ferrand ligt in het westelijk deel van het Franse departement Puy-de-Dôme. ©Ronnie Rokebrand.

Onder het koor bevond zich meestal een onderaardse ruimte die men een crypte noemde. Op de kapitelen van de zuilen in de romaanse kerken beeldde men gebeurtenissen uit de bijbel uit. Daarmee hebben ze wel iets weg van de Korintische zuilen uit de oud-Griekse kunststroming. Omdat weinigen lezen en schrijven hadden geleerd, kon men via deze kapitelen en de geschilderde fresco’s de gelovigen toch het Bijbelverhaal vertellen.

De bevrijding van St. Peter. Gebeeldhouwde kapiteel uit het koor van de abdijkerk in Mozac, 12e eeuw
Afbeelding: De bevrijding van de heilige Petrus, een van de twaalf apostelen en de eerste paus. Het betreft hier een gebeeldhouwd kapiteel (de bovenzijde van een pilaar) uit het koor van de 12de-eeuwse abdijkerk in het Franse stadje Mozac. Het kapiteel ziet er nu wat flets uit, maar dat was in de middeleeuwen wel anders. In die tijd was al het beeldhouwwerk rijkelijk beschilderd. 
Locatie: Dit gebeeldhouwde kapiteel staat in de 12de-eeuwse Abdijkerk van Mozac, gelegen op een afstand van 3,5 kilometer van het stadje Riom in de Franse regio Auvergne.

Een voorbeeld daarvan is de zogenoemde Maaslandse kunst met onder meer gebeeldhouwde kapitelen in het westwerk van de Sint-Servaasbasiliek en in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, beide in Maastricht. Een westwerk is het monumentale bouwwerk aan de westkant van een kerkgebouw, dat vaak wordt geassocieerd met de Maaslandse kunst.

Een romaans kapiteel uit de 12de eeuw in het westwerk van de Sint Servaasbasiliek in Maastricht. Dit gebeeldhouwde kapiteel behoort tot de Maaslandse kunst. Het gebeeldhouwde kapiteel toont een hond die vecht met een aap.Locatie: De Sint-Servaasbasiliek staat aan het Vrijthof in het centrum van de stad Maastricht.
Afbeelding: Een romaans kapiteel uit de 12de eeuw in het westwerk van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. Dit gebeeldhouwde kapiteel behoort tot de Maaslandse kunst. Het gebeeldhouwde kapiteel toont een hond die vecht met een aap.
Locatie: De Sint-Servaasbasiliek staat aan het Vrijthof in het centrum van de stad Maastricht.

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostella

Veel van de eerste romaanse kerken staan langs de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, waar de apostel Jacobus de Meerdere, in Spanje kortweg Santiago genoemd, ligt begraven. De pelgrims kunnen hier bidden, de relieken van heiligen vereren en tegelijkertijd in de directe omgeving slapen om de volgende dag weer verder te trekken op hun pelgrimage. Ook het interieur van de kathedraal van Santiago de Compostella heeft haar romaanse uiterlijk behouden, dit in tegenstelling tot de barokke entree van de kathedraal uit de 18de eeuw. In dit romaanse interieur, uit de periode van 1077 tot circa 1120 na Chr., dragen zware zuilen de tongewelven en zijbeuken van het godshuis. 

Het portaal van Mateo uit 1168 in de kathedral van Santiago de Compostella.
Afbeelding: Het timpaan van het Portiek van Glorie in de kathedraal van Santiago de Compostella, een meesterwerk van de beeldhouwer Mateo. Veel van de romaanse kerkportalen kregen in deze periode een timpaan boven de ingang. Alle pelgrims bewonderen dit unieke kunstwerk. Het is wel jammer dat men de beelden regelmatig restaureerde, wat in het grijze verleden niet altijd op een juiste wijze geschiedde. Op het timpaan ziet u de almachtige Christus, ook wel Christus in majesteit genoemd, omringd door de vier evangelisten. De evangelisten zijn herkenbaar aan de dierlijke symbolen die hen vergezellen, de zogenoemde tetramorfen, en de lichtbruine kleur van de verf. Verder ziet u, als kleine figuurtjes, de rechtvaardigen en de gezegenden (uit Matheus 25, 37-40), en een processie van 8 engelen (het leger van God) met voorwerpen uit het lijdensverhaal van Christus. Het geheel is omlijst met 24 muzikanten in de archivolt. Een archivolt is een geprofileerde versiering langs een arcadeboog die vaak werd gebruikt in de timpanen boven de kerkingangen.
Locatie: Het timpaan van het Portiek van Glorie in de kathedraal van Santiago de Compostella, van de beeldhouwer Mateo, bevindt zich in de kathedraal Santiago de Compostella. Deze kathedraal ligt aan het plein Plaza del Obradoiro in de stad Santiago de Compostella in het noordwesten van Spanje.

Innovaties in de bouw van de gewelven

Een bijzondere ontwikkeling in de romaanse kunst waren de innovaties in het bouwen van de gewelven van de kerkgebouwen. Men verving de houten overkappingen in de kerken door stenen tongewelven. De buitenzijden van de gebedshuizen werden versierd met architecturale ornamenten en beeldhouwwerk. De tongewelven drukten zwaar op de muren van de gebouwen, waardoor men stevige en zware muren moest bouwen om de constructie staande te houden. Men plaatste aan de buitenzijden van de kerken steunberen tussen de ramen om de enorme druk van de zware tongewelven te dragen. Dit veranderde toen men het nut van kruisgewelven en ribgewelven ontdekte. De kruisgewelven verdeelden het gewicht. De ribgewelven gaven extra steun aan de gewelven. Bovendien plaatste men spitsbogen die op de zuilen rustten. Met name de combinatie van spitsbogen met kruisribgewelven gaf de bouwmeesters de ruimte om ook ramen in de muren van de bovenste galerijen te plaatsen. Een eerste kleine stap in de richting van de gotiek.

Het middenschip van de kathedraal van Durham met spitsbogen en kruisribgewelven in Engeland
Afbeelding: Het middenschip van de kathedraal van Durham in Engeland. Goed te zien is de combinatie van een gordelboog, dan 2 kruisribgewelven, dan weer een gordelboog en zo verder. Hierdoor kon men de gewelven veel beter ondersteunen zonder dat ze op al te zware muren hoefden te rusten. Ook de eerste spitsbogen verschenen, een teken dat de gotiek in aantocht was. 
Locatie: De kathedraal van Durham staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en bevindt zich in het middeleeuwse stadje Durham in Engeland. De buitenzijde van de kathedraal fungeerde als Zweinstein in de Harry Potter-films; de binnenzijde figureerde in de film Elizabeth uit 1998.

De kastelen als verdedigingswerken

De edelen moesten ondertussen hun eigen grondgebied verdedigen, want van een centraal gezag was in deze feodale samenleving nog geen sprake. Vandaar dat de kastelen vooral als verdedigingswerken werden opgetuigd. De woonfunctie van de kastelen speelde nog een ondergeschikte rol. 

De romaanse kunst in Italië 

Nadat de drie keizers met de naam Otto enige rust op het Italiaanse schiereiland hadden gebracht, kwamen de kunsten vanaf de 11de eeuw weer tot ontplooiing. De vele stadstaten in Italië wilden zich allemaal profileren met de indrukwekkendste gebouwen en de fraaiste kunstwerken.

De romaanse kunst in Florence

In Florence verschenen de Santa Miniato al Monte-kerk, die nog steeds over de stad Florence uitkijkt, en een baptiserium, een doopkapel die aan de westkant van de kathedraal van Florence staat. De kathedraal van Florence noemt men kortweg de Duomo ofwel de Dom van Florence.

De Duomo van de kathedraal van Florence en de bijhorende campanile.
Afbeelding: De reusachtige kathedraal van Florence noemt men kortweg de Duomo. De koepel is 91 meter hoog en torent boven het stadscentrum van de Italiaanse stad Florence uit. Hetzelfde geldt voor de bijhorende 14de-eeuwse toren, die men de campanile noemt. 
Locatie: De Duomo ofwel de kathedraal Santa Maria del Fiore staat midden in het historische centrum van Florence tegenover het Baptisterium. Naast het gebedshuis staat een vierkante toren, de zogenoemde campanile. ©Ronnie Rokebrand.

Men startte met de bouw van deze kathedraal aan het einde van de 13e eeuw; de laatste steen werd pas in 1472 gelegd. Vandaar de vele gotische kenmerken in dit gebouw.

De voorgevel en toren van de kathedraal van Florence. De drie roosvensters wijzen op de gotische invloeden..
Afbeelding: De voorgevel en toren, de 85 meter hoge campanile (toren) uit 1359, van de kathedraal van Florence. De drie roosvensters en de spitsbogen boven de deuren wijzen op de gotische invloeden. De voorgevel werd in 1588 herbouwd in de stijl van de renaissance
Locatie: De kathedraal van Florence (de Duomo) staat in het centrum van de Italiaanse stad Florence. ©Ronnie Rokebrand.

De romaanse kunst in Pisa

De kathedraal van Pisa is ouder dan de kathedraal van Florence. Dit gebedshuis werd in de 11de eeuw opgeleverd en eveneens de Duomo genoemd. In 1152 begon men, onder leiding van de bekende architect Buscheto, aan de bouw van het baptiserium, de doopkapel, en de – nu scheve – toren van Pisa, de campanile. Deze gebouwen zijn met hun witmarmeren bekleding, afgezoomd met stroken zwart marmer en donkergroene versierselen, een lust voor het oog. De combinatie van het plaatsen van zuilenrijen met het bekleden van de muren met marmer werd kenmerkend voor de romaanse kunst in Italië.

De doopkapel met daarachter de kathedraaal en de scheve toren van Pisa.
Afbeelding: De middeleeuwse doopkapel uit 1152, de kathedraal van Pisa uit 1064 en de scheve toren van Pisa op een rij. Bijzonder is de witmarmeren bekleding van de gebouwen, afgezoomd met zwarte stroken marmer. 
Locatie: De kathedraal van Pisa bevindt zich op het Piazza dei Miracoli in het noordelijke deel van de Italiaanse stad Pisa in de provincie Toscane. ©Ronnie Rokebrand.

Bijzonder zijn ook de vele galerijen met zuilen die naast en boven elkaar de welvaart van de geestelijkheid, maar ook van de stad Pisa letterlijk en figuurlijk ondersteunden.

De voorgevel met galerijen van de kathedraal van Pisa.
Afbeelding: De bijzondere galerijen in de voorgevel van de kathedraal van Pisa. Ook dit gebouw begint een stukje te hellen, net als de achterliggende `scheve’ toren van Pisa. De afbeelding is genomen vanaf het Baptisterium met links en rechts op de afbeelding fraai gebeeldhouwde Korintische zuilen.
Locatie: De kathedraal van Pisa staat op het Piazza dei Miracoli in het noordelijke deel van de Italiaanse stad Pisa in de provincie Toscane. ©Ronnie Rokebrand.

Hoewel deze gebouwen toch een ander uiterlijk hebben dan de gebouwen in de noordelijker gelegen gebieden, horen deze gebouwen toch bij de romaanse kunst. Deze stijl noemt men tegenwoordig de Pisaanse romaanse stijl. In het interieur vallen de fraaie mozaïeken op die duidelijk beïnvloed zijn door Byzantijnse kunstenaars. 

Het interieur met het mozaiek van de almachtige Christus in de koepel. Op de voorgrond de gebeeldhouwde kansel van de kathedraal van Pisa.
Afbeelding: Het interieur van de kathedraal van Pisa met het mozaïek van de almachtige Christus uit 1302 boven in de achterste, halfronde koepel. Op de voorgrond de gebeeldhouwde kansel van de kathedraal uit 1310, een meesterwerk van de Italiaanse beeldhouwer Giovanni Pisano.
Locatie: De kathedraal van Pisa staat in het noordelijke deel van de Italiaanse stad Pisa in de provincie Toscane. ©Ronnie Rokebrand.

De romaanse kunst in Venetië

Ook de Italiaanse stad Venetië liet zich in deze periode niet onbetuigd. Bekend is de San Marco, de grootste basiliek van deze Italiaanse stad, gelegen naast het paleis van de Doge. De Doge was het staatshoofd van Venetië.
De basiliek is het derde godshuis op deze plek. Het huidige gebouw stamt uit het jaar 1060 na Chr.. In de San Marco vindt u de relieken van de Heilige Marcus, die de Venetianen in 828 na Chr. uit de Egyptische stad Alexandrië roofden.

Het Piazza San Marco in Venetie, een schilderij uit 1709 van de Italiaanse schilder Luca Carlevarijs.
Afbeelding: Het Piazza San Marco in Venetië, een schilderij uit 1709 na Chr. van de Italiaanse kunstschilder en graveur Luca Carlevarijs (1663-1730). Op de achtergrond ziet u de blauwgekleurde contouren van de koepels van de San Marco Basiliek. De opvallende toren, de Campanile di San Marco, deed oorspronkelijk dienst als vuurtoren en stamde uit de 12de eeuw. In de 16de eeuw werd het klokkenhuis met de galmgaten en de spits toegevoegd. In de 20ste eeuw stortte een deel van de toren in en werd deze geheel gerestaureerd. 
Locatie: Dit schilderij van Luca Carlevarijs maakt deel uit van de Robert Lehman collectie in het Metropolitan Museum of Art (The Met) in New York in de VS. Het museum bevindt zich aan de oostzijde van het Central Park in Manhattan.

De gevel is versierd met een vierspan paarden en een Venetiaanse leeuw, als symbool van de Heilige Marcus die in deze basiliek begraven ligt. Het bronzen vierspan op de voorgevel is een unieke replica van de originele paardengroep, die waarschijnlijk uit de 2de eeuw stamt. De originele paardengroep kunt u bezichtigen in het Museum Marciano dat u op de 1ste verdieping van dit godshuis kunt vinden. U heeft dan direct een goede blik op de bijzondere mozaïeken in de vijf koepels van de basiliek en de marmeren vloeren van het gebouw.

De verleiding van Christus, een mozaïek uit de 12e eeuw in de Basiliek van San Marco in Venetië.
Afbeelding: De verleiding van Christus, een mozaïek uit de 12de eeuw in de San Marco Basiliek in Venetië. De verzoeking van Christus is een episode uit de evangeliën in het Nieuwe Testament over het leven van Jezus Christus. Na zijn doop door Johannes de Doper vastte Jezus 40 dagen en nachten in de woestijn en weerstond hij de verzoekingen van de Duivel. Direct daarna ging Jezus van Nazareth in het openbaar optreden. Volgens de overlevering vond deze gebeurtenis plaats op de Berg der Verzoeking in de huidige Westelijke Jordaanoever.
Locatie: De San Marco Basiliek staat aan het Piazza San Marco in de Italiaanse stad Venetië.
 

Gotische kunst in de 13de en de 14de eeuw

De gotiek ontstond aan het einde van de 12de eeuw en in de 13de eeuw, in het gebied rondom de Franse hoofdstad Parijs, als een nieuwe kunststroming in de middeleeuwse kunst. De bouwmeesters ontdekten hoe zij met spitsbogen, steunberen en luchtbogen de muren, daken en gewelven slimmer konden ondersteunen. De steunberen en luchtbogen bracht men aan de buitenzijde van de kerk aan. Dankzij deze skeletbouw hoefde men niet meer de zware, dikke en sombere muren uit de romaanse en Normandische periode te bouwen om de kerken veilig te ondersteunen.

Het chevet van de kathedraal van Reims, deels uit de 13de en deels uit de 15de eeuw.
Afbeelding: De luchtbogen aan het chevet van de gotische kathedraal van Reims (Cathédrale Notre-Dame de Reims) in Frankrijk. Een chevet is een andere benaming voor de koorafsluiting van een kerk of kathedraal, inclusief de straalkapellen. De kathedraal werd oorspronkelijk in de 13de eeuw gebouwd, maar verschillende branden en restauraties in de 15de eeuw zorgden voor het huidige gotische uiterlijk van deze kathedraal. Het gebedshuis bevat niet minder dan 2303 beelden, waaronder de uit hout gesneden Engel met de glimlach, uit circa 1240, ook de glimlach van Reims genoemd.
Locatie: Deze gotische kathedraal staat op het Place du Cardinal Luçon, in het oude centrum van de Noord-Franse stad Reims.

Integendeel, vanaf dat moment werden de muren dunner en de ramen talrijker en hoger. Ineens was men in staat om het mystieke `hemelse licht’, het symbool van God, in de kerk te laten schijnen. De mensen uit die tijd waren geïmponeerd door deze hoge en lichte kerken met hun fraai gebrandschilderde ramen met taferelen uit de Bijbel. Zij voelden als het ware de aanwezigheid van God en de hemel. Het middenschip van de kerkgebouwen werd hoger en hoger, en de hoeveelheid glas in de muren, in de vorm van glas-in-lood met veel blauw en rood glas, nam zienderogen toe. De dominerende lijnen in de kerkgebouwen werden verticaal, als pijlen omhooggericht in de richting van God en de hemel. Fraaie voorbeelden van dergelijke kerken waren de nieuw gebouwde godshuizen in de Franse steden Reims, Amiens en Chartres.

Een roostvenster en glas-in-lood vensters in de kathedraal van Chartres; het blauwachtige licht noemt men het blauwe Chartreslicht.
Afbeelding: Een roosvenster in het noordelijke portaal van de kathedraal van Chartres, de zogenoemde Cathédrale Notre-Dame de Chartres. Centraal in het roosvenster staat een afbeelding van Maria met het kindje Jezus op haar schoot. Roosvensters zijn typerend voor gotische kerken, basilieken en kathedralen. De kathedraal van Chartres dankt haar bekendheid vooral aan deze gebrandschilderde ramen. Zoals goed op de afbeelding is te zien schijnt hierdoor een blauwachtig licht dat men het blauwe Chartreslicht is gaan noemen. Het godshuis werd gebouwd tussen 1194 en 1220.
Locatie: De kathedraal van Chartres staat op een heuvel, op het Cloître Notre Dame, waarvandaan men een fraai uitzicht heeft over de beneden gelegen Franse stad Chartres.

Halverwege de 13de eeuw ging men ertoe over om de gewelven alleen nog maar te laten steunen op de zuilen, waardoor de muren voor het grootste deel uit glas bestonden, zoals bijvoorbeeld in de kapel van Sainte-Chapelle in Parijs. 

13de-eeuwse glas-in-lood ramen in de gotische Sainte Chapelle in Parijs.
Afbeelding: De prachtige glas-in-lood ramen in de Sainte-Chapelle in Parijs. Doordat de zuilen van deze kapel het gewelf droegen van het gebedshuis kon men de muren van glas maken. Het maakte vanaf de bouw, halverwege de 13de eeuw, een verpletterende indruk op de Parijzenaren. De glas-in-loodramen beslaan meer dan driekwart van de gehele structuur. Het grootste deel van deze glas-in-lood ramen zijn nog in hun oorspronkelijke staat. 
Locatie: De Sainte-Chapelle staat op de Boulevard du Palais, op het Île de la Cité, een eiland in de rivier de Seine, in de Franse hoofdstad Parijs.

De landstreek Champagne leverde twee pauzen op, waaronder paus Urbanus IV (1195-1264) die in de stad Troyes werd geboren als zoon van een schoenmaker. Op deze plek liet hij in 1262 de Sint-Urbanusbasiliek (Basilique Saint-Urbain) bouwen die in 1389 werd ingewijd. Dit gebedshuis is eerder elegant dan monumentaal te noemen en vormt een eerste stap op weg naar de flamboyante stijl die herkenbaar is aan haar rijkdom aan ornamenten. In het ranke interieur vallen direct de hoge glas-in-loodramen op die voor het `hemelse licht’ zorgen. De stenen versieringen in geometrische patronen in het bovenste boogveld van de vensters van dit gotische godshuis, het zogenoemde maasveld of traceerwerk, lijkt wel op stenen kantwerk.

De buitenzijde van de gotische Sint-Urbanusbasiliek die in 1389 werd ingewijd. Het is de laatste rustplaats van paus Urbanus IV. Opmerkelijk zijn de ragfijne luchtbogen die de muren ondersteunen en de vele hoge glas-in-loodramen die het buitenlicht binnenlaten.Locatie: De Sint-Urbanusbasiliek staat aan het  Place Vernier in de stad Troyes, de historische hoofdstad van de Franse landstreek de Champagne.
Afbeelding: De buitenzijde van de gotische Sint-Urbanusbasiliek die in 1389 werd ingewijd. Het is de laatste rustplaats van paus Urbanus IV. Opmerkelijk zijn de ragfijne luchtbogen die de muren ondersteunen en de vele hoge glas-in-loodramen met het fijne maaswerk die het buitenlicht binnenlaten.
Locatie: De Sint-Urbanusbasiliek staat aan het  Place Vernier in de stad Troyes, de historische hoofdstad van de Franse landstreek de Champagne. ©Ronnie Rokebrand.

De gotische tegenpool van deze stijl waren de kloosters en abdijkerken van de cisterciënzers, een monnikenorde die een leven in eenvoud en armoede nastreefde. In de kloosters en gebedshuizen van de cisterciënzers ontdeden de monniken, trouw aan hun eigen beleving van het Christendom, de gotiek van haar franjes. Aldus ontstonden er gotische abdijkerken met een sober interieur, zoals bijvoorbeeld in de abdijkerk van Fontenay.

Het sobere interieur van de gotische abdijkerk van Fontenay, vernoemd naar de fonteinen in de tuinen. Het gewelf wordt gedragen door gordelbogen. Een gordelboog is een boog tussen twee gewelfvlakken in, en staat loodrecht op de muren en zuilen waartussen het gewelf is gespannen. Het is een voorbeeld van de 12e-eeuwse cisterciënzer bouwkunst. De monniken konden zich afzonderen van de wereld door de geïsoleerde ligging van de gebouwen en de sobere aankleding van het interieur. Locatie: De abdijkerk Fontenay en het klooster liggen bij het dorp Marmagne in de Frans landstreek Bourgogne-Franche-Comté.
Afbeelding: Het sobere interieur van de gotische abdijkerk van Fontenay, vernoemd naar de fonteinen in de tuinen. Het gewelf wordt gedragen door spitsbogen. Een spitsboog is een boog waarvan de vorm wordt bepaald door twee symmetrische cirkeldelen die elkaar in de top snijden, waardoor op het hoogste punt van de boog de spitsvorm ontstaat. De spitsboog is typerend voor de gotische bouwkunst. Deze abdijkerk is een goed voorbeeld van de 12de-eeuwse cisterciënzer bouwkunst. De monniken konden zich afzonderen van de wereld door de geïsoleerde ligging van de gebouwen en de sobere aankleding van het interieur.
Locatie: De abdijkerk Fontenay en het klooster liggen bij het dorp Marmagne, op de noordelijke oever van de rivier Ruisseau de Fontenay, in de Franse landstreek Bourgogne-Franche-Comté.

De gotische beeldhouwkunst

De beeldhouwers probeerden het steen tot leven te brengen in de figuren die zij beeldhouwden. Deze figuren kwamen in de gebedshuizen steeds losser van de wanden te staan en gingen steeds meer op vrijstaande beelden lijken. Niet de symmetrie was belangrijk in een gotisch beeldhouwwerk, maar men wilde de gelovigen troosten en bezielen met de gebeeldhouwde figuren.

De staande Maagd Maria geeft het kindje Jezus de borst. Het beeld stamt uit de 14de eeuw uit de omgeving van Parijs. De gotiek spreekt uit de emotie die weergegeven wordt, de fraaie plooien in de kleding van Maria, de S-vorm van het vrouwelijke beeld (licht waarneembaar), het liefdevolle contact tussen moeder en kind en de halfnaakte weergave van het kindje Jezus. Dit zijn allemaal kenmerken van de gotische beeldhouwkunst. Het betreft hier een zogenoemde Virgo lactans of Madonna lactans. De termen zijn in het Latijn en betekenen: de zogende maagd of de zogende Madonna. Maria wordt afgebeeld terwijl ze Jezus vasthoudt en de borst geeft. De kunstenaars beklemtoonden hiermee het moederschap van de heilige Maria. Locatie: Dit beeld van de staande Madonna met kind, uit de omgeving van Parijs, staat in het Cleveland Museum of Art in Cleveland in de staat Ohio in de VS.
Afbeelding: De staande Maagd Maria geeft het kindje Jezus de borst. Het beeld stamt uit de 14de eeuw uit de omgeving van Parijs. De gotiek spreekt uit de emotie die weergegeven wordt, de fraaie plooien in de kleding van Maria, de S-vorm van het vrouwelijke beeld (licht waarneembaar), het liefdevolle contact tussen moeder en kind en de halfnaakte weergave van het kindje Jezus. Dit zijn allemaal kenmerken van de gotische beeldhouwkunst. Het betreft hier een zogenoemde Virgo lactans of Madonna lactans. De termen zijn in het Latijn en betekenen: de zogende maagd of de zogende Madonna. Maria staat afgebeeld terwijl ze Jezus vasthoudt en de borst geeft. De kunstenaars beklemtoonden hiermee het moederschap van de heilige Maria.
Locatie: Dit beeld van de staande Madonna met kind, uit de omgeving van Parijs, staat in het Cleveland Museum of Art, een museum in de University Circle van Cleveland in de staat Ohio in de VS.

Dat wil niet zeggen dat de figuren ook moesten lijken op de afgebeelde mens, integendeel. Symbolen toonden de functie en positie van de afgebeelde persoon en daaraan kon men aflezen wie de man of vrouw in werkelijkheid was. Soms zette men er gewoon de naam van de persoon onder, dan was dat ook duidelijk. De statige beelden veranderden in bijna zwierige figuren met fraai gebeeldhouwde plooien in hun gewaden. De beeldhouwers zijn in het algemeen niet bij ons bekend, omdat men dat in die tijd niet belangrijk vond; men zag hen niet als kunstenaars, maar als vaklieden. De plaats van oorsprong is vaak wel bekend.

13de-eeuws gotisch en gebeeldhouwd portaal van de kathedraal St.-Etienne in Bourges in het appartement Cher
Afbeelding: Het gotische hoofdportaal van de vijfschepige kathedraal St.-Etienne in Bourges. Het stelt het Laatste Oordeel voor en is een meesterwerk van 13de-eeuwse gotische beeldhouwkunst. De weegschaal weegt het gedrag van de mensen nadat hun leven is geëindigd. Slaat de weegschaal door naar het goede, dan is de hemel uw deel (links); slaat hij echter door naar het kwade, dan wacht u de hel (rechts). Centraal staat de rechtsprekende Christus ofwel de Majestas Domini met zijn handen geheven in een zegenend gebaar. Dit onderwerp werd ook al in Romaanse kerkportalen gebruikt. 
Locatie: Dit is het hoofdportaal dat de toegang vormt tot de kathedraal St.-Etienne in Bourges, de hoofdstad van het Franse departement Cher. De kathedraal ligt op het Place Etienne-Dolet, aan de rand van het stadspark Jardin de l’Archevéché in Bourges. Deze stad ligt in het departement Cher in de landstreek Berry. ©Ronnie Rokebrand.

Aan het begin van de 15de eeuw werden de eerste piëta’s gemaakt, dramatische beelden van Maria met haar dode zoon Jezus op haar schoot. Er staat een uit eikenhout gesneden piëta uit de periode 1460-1470 in de Sint-Vituskerk in het Nederlandse dorpje Blaricum.

De piëta van Blaricum, uit de periode 1460-1470. De eikenhouten piëta is 90 centimeter hoog en werd halverwege de 19de eeuw door de Blaricummer Hendrik Puyk gevonden tijdens het omploegen van zijn land.  De pastoor haalde hem over om dit beeld van Maria met op haar schoot het ontzielde lichaam van Jezus aan de  plaatselijke Sint-Vituskerk te schenken. In 1936 restaureerde Jan Eloy Brom van het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht het beschadigde beeld.Locatie: Deze 15de-eeuwse piëta staat in de Sint-Vituskerk in het Gooise dorpje Blaricum, gelegen aan het einde van de Kerklaan.
Afbeelding: De piëta van Blaricum, uit de periode 1460-1470. De eikenhouten piëta is 90 centimeter hoog en werd halverwege de 19de eeuw door de Blaricummer Hendrik Puyk gevonden tijdens het omploegen van zijn land.  De pastoor haalde hem over om dit beeld van Maria, met op haar schoot het ontzielde lichaam van Jezus, aan de  plaatselijke Sint-Vituskerk te schenken. Het lichaam van Jezus is niet in de juiste proporties uitgebeeld, maar lijkt een kruising tussen het kind Jezus en de volwassene. Deze manier van afbeelden was niet ongewoon in de 14de en 15de eeuw. Men ging er in die tijd vanuit dat Maria al bij de geboorte van Jezus wist dat hij aan het kruis zou sterven. Deze piëta beeldt Maria uit als een jonge moeder met op haar schoot haar zoon, wiens dood zij voorziet. In 1936 restaureerde Jan Eloy Brom van het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht het beschadigde beeld.
Locatie: Deze 15de-eeuwse piëta staat in de Sint-Vituskerk in het Gooise dorpje Blaricum, gelegen aan het einde van de Kerklaan. ©Ronnie Rokebrand.

De gotische beeldhouwer Claus Sluter

Een bekende gotische beeldhouwer was de Nederlander Claus Sluter (1350-1406). Men beschouwt hem als de grondlegger van de Hollandse beeldhouwkunst, al werkte hij vanaf 1385 aan het Bourgondische hof in de Franse stad Dijon, waar hij in de periode 1389-1406 onder meer het praalgraf van Philips de Stoute beeldhouwde. Op zich was dit niet verwonderlijk, want in de periode tussen 1384 en 1482 werden de Lage Landen geregeerd door de hertogen van Bourgondië.
Claus Sluter ontwikkelde een eigen stijl die de afgebeelde mensen realistisch weergaf. Men beschouwt hem als een vernieuwer van de beeldhouwkunst. Hij vormde een bron van inspiratie voor onder meer de gebroeders van Eyck.

De mozesput van de Nederlandse beeldhouwer Claus Sluter uit de periode 1395 tot 1405.
Afbeelding: De Mozesput van de Nederlandse beeldhouwer Claus Sluter, die hij in de periode 1395 tot 1403 na Chr. beeldhouwde in opdracht van Filip de Stoute. Men beschouwt de Mozesput als een van de belangrijkste werken van Claus Sluter, een gotische kunstenaar die zich in zijn kunstwerken richtte op het realistisch weergeven van figuren. De gevoelens spatten van de levensgrote en natuurlijk weergegeven figuren af. De Mozesput diende vroeger als sokkel voor een kruisbeeld. Van dit kruisbeeld zijn slechts enkele brokstukken bewaard gebleven.
Locatie: Het kunstwerk stond ooit in het klooster Chartreuse de Champmol bij de Franse stad Dijon. Tegenwoordig bevindt het zich in een later gebouwd optrekje. In het centrum van Dijon staat een kopie.

De gotiek in Engeland

Ook in Engeland  kwam de gotische stijl in zwang. Een bekend voorbeeld is de kathedraal van Canterbury. Op andere plaatsen in Engeland nam de gotiek in de bouw eigen vormen aan, zoals in de kathedraal van Wells en de kathedraal van Peterborough. Zij vielen op door de rijk gedecoreerde gevels aan de westzijde van de gebedshuizen die veel indruk maakten op de zich nederig voelende gelovigen. Een bijzonder voorbeeld van de meer uitbundige gotiek, die men in Engeland de Perpendicular stijl (loodrechte stijl; 1340-1530) noemde, is de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey die in de periode 1503-1519 werd gebouwd. 

De buitenzijde van de Hendrik VII kapel in Westminster Abbey, een prent uit 1811 van Thomas Sunderland.
Afbeelding: Drie afbeeldingen van de buitenzijde van de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey, een goed voorbeeld van de gotische Perpendicular stijl. Op de meest linkse afbeelding ziet u een fraai bewerkte luchtboog. Het betreft hier een prent – een lijngravure – uit 1811 na Chr. op wit velijnpapier van de graveur Thomas Sunderland (1785-1838). Kenmerkend voor glad velijnpapier is dat er licht valt door het geweven papier. 
Locatie: Deze prent is in het bezit van het Yale Center for British Art van de Yale University, gelegen in het centrum van New Haven in de staat Connecticut in de VS.

Het interieur van de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey op een schilderij van de Venetiaanse schilder Canaletto uit 1750. Bijzonder is het rijk gedecoreerde waaiergewelf van de kapel. De schalken lopen loodrecht omlaag van het gewelf naar de vloer, zo kenmerkend voor de loodrechte stijl ofwel de Perpendicular stijl. Schalken zijn halfronde zuilen die deel uitmaken van een bundelpijler die bogen uit verschillende richtingen ondersteunen.Locatie: De kapel van Hendrik VII staat direct ten oosten van Westminster Abbey. in Londen
Afbeelding: Het interieur van de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey op een schilderij van de Venetiaanse schilder Canaletto (1697-1768) uit 1750. Bijzonder is het rijk gedecoreerde waaiergewelf van de kapel. De schalken lopen loodrecht omlaag van het gewelf naar de vloer, zo kenmerkend voor de loodrechte stijl, een naam die men ook wel aan de gotische Perpendicular stijl gaf. Schalken zijn halfronde zuilen die deel uitmaken van een bundelpijler die bogen uit verschillende richtingen ondersteunen.

Locatie: De kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey staat in de Britse hoofdstad Londen. De kapel staat direct ten oosten van Westminster Abbey. 

Helaas werden tijdens de reformatie veel sculpturen vernietigd, waardoor er op de Britse eilanden niet veel gotisch beeldhouwwerk te zien is. Het was echter een periode waarin de borduurkunst in Engeland tot grote hoogte steeg.
Ook de schilderkunst heeft in Engeland fraaie kunstwerken opgeleverd, met als hoogtepunt het Wilton-tweeluik (het Wilton-diptiek) dat werd geschilderd door een onbekende meester in de periode 1395-1399 na Chr.. Het kleine Wilton-tweeluik is een uniek en kostbaar overblijfsel uit de laatmiddeleeuwse  paneelschilderkunst.

Het Wilton-tweeluik, gemaakt in de periode 1395-1399.
Afbeelding: Op het linker deel van het Wilton-tweeluik staat koning Richard II van Engeland knielend afgebeeld. Op het rechter tweeluik staat de Maagd Maria en het kindje Jezus, vergezeld door engelen. Naast Richard II staan afbeeldingen van de Engelse heiligen koning Edmund de Martelaar, koning Edward de Belijder en Johannes de Doper. Het tweeluik is een sprekend voorbeeld van de gotische schilderkunst in Engeland en werd gemaakt in opdracht van de koning. 
Locatie: Het Wilton-tweeluik ofwel de Wilton-diptiek bevindt zich in de National Gallery in de Britse hoofdstad Londen, gelegen aan de noordzijde van Trafalgar Square.

De gotiek in Duitsland, Nederland en België

In Duitsland kunt u een bezoek brengen aan gotische gebedshuizen, waaronder de Elizabethkirche in Marburg, de Dom van Keulen, al is hier later veel aan verbouwd, de kathedraal van Straatsburg en aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier. Het is de oudste gotische kathedraal van Duitsland.
Afbeelding 1: Op deze eerste afbeelding ziet u de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier, het iets donkerder kerkgebouw rechts op de afbeelding achter de brandende lantaarnpaal. Het is de oudste gotische kerk van Duitsland en is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis. Links van de kerk ziet u de Dom van Trier, de oudste bisschopskerk in Duitsland. Dit gebouw stamt uit 326 na Chr., maar bestaat nu uit verschillende stijlen, waaronder de Romaanse stijl. Beide kerken zijn tegen elkaar aan gebouwd. Opmerkelijk in de gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk is de centraalbouw, waarbij de inrichting gericht is op het midden van het min of meer ronde gebouw. Een manier van bouwen die men zelden toepaste. De kerk werd gebouwd in de periode tussen 1227 en 1243 na Chr..

Bij de kloostergang van de Dom van Trier en de 13de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier
Afbeelding 2: Op deze tweede afbeelding ziet u de kloosteromgang en de tuin van de kerk, met links de gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk en rechts de Dom van Trier.

Locatie: De Onze-Lieve-Vrouwekerk staat midden in het historische centrum van de Duitse stad Trier. ©Ronnie Rokebrand (afbeelding 2).

In Nederland en België hield men vast aan het gebruik van één toren. Dit in tegenstelling tot de in Frankrijk gebruikelijke vorm met twee kerktorens, zoals te zien is in de 112 meter hoge Dom van Utrecht en de monumentale St.-Janskathedraal in Den Bosch. In Nederland, maar ook in delen van Duitsland, maakt men voor de bouw van deze gebedshuizen vooral gebruik van bakstenen in plaats van natuurstenen. Een uitdaging in het noorden van Nederland was dat de kleiige bodem ongeschikt was om al te zware gebouwen te dragen. Vandaar dat men aldaar geen zware stenen gewelven bouwde, maar deze verving door de aloude romaanse houten gewelven die veel lichter waren. In het zuiden van Nederland en in België speelde dit dankzij de stevige zandgronden minder. 
In Duitsland, België en Nederland werden in deze periode ook hallenkerken gebouwd. Hallenkerken zijn gebedshuizen met meestal drie beuken, waarvan de twee zijbeuken ongeveer even hoog en breed zijn als de middenbeuk. Er zijn ook hallenkerken met 5 beuken bekend.

De Sint Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. Dit voorbeeld van de Brabantse gotiek, zoals men dat noemt, werd gebouwd in 1300. Er werd tot in de 16de eeuw aan gesleuteld. Toch is de aanbik van dit godshuis harmonieus te noemen. Locatie: De Sint Janskathedraal staat op de hoek van het Parade-plein en de Torenstraat in het historische centrum van 's-Hertogenbosch.
Afbeelding: De bovenzijde van de Sint Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch. Dit voorbeeld van de Brabantse gotiek, zoals men dat noemde, werd gebouwd in 1380 al stond er al veel langer een gebedshuis. De bouwmeesters bouwden en sleutelden, om allerlei redenen, tot in het jaar 1622 aan het uiterlijk van deze kathedraal. Toch bleef de aanbik van dit godshuis harmonieus.
Locatie: De Sint Janskathedraal staat op de hoek van het Parade-plein en de Torenstraat in het historische centrum van ‘s-Hertogenbosch.

De gotiek in Italië

De gotiek had in het zuiden van Europa minder invloed; hier volgde men nog de traditie van de Byzantijnse kunst.
Aan het einde van de 13de eeuw begonnen de schilders en beeldhouwers in Italië hun afbeeldingen steeds natuurgetrouwer weer te geven. Het waren met name de cisterciënzers die in Italië startten met de bouw van hun sobere, maar onmiskenbaar gotische abdijkerken. Niet veel later ontstonden de bekende 14de-eeuwse gotische kathedralen van Orvietta en Milaan. De laatstgenoemde is de grootste gotische kathedraal in Italië. 

De beeldhouwer Giovanni Pisano

In de beeldhouwkunst is het vooral de naam van Giovanni Pisano (circa 1250-1314) die opvalt. Zijn vader was de in die tijd bekende beeldhouwer Nicola Pisano (1220-1284). Men neemt aan dat de  reliëfs op de Fontana Maggiore in Perugia door hem en zijn vader zijn gebeeldhouwd. Ook de fraaie preekstoel in de kathedraal van Pisa is van zijn kunstenaarshand, evenals de preekstoel in het nabij gelegen Baptisterium. 

Beeldhouwwerk op de kansel van de kathedraal van Pisa van Giovanni Pisano.
Afbeelding: De preekstoel in de kathedraal van Pisa is het gotische meesterwerk van wit Carrara-marmer van de beeldhouwer Giovanni Pisano uit 1268. Bijzonder zijn de levensechte en dramatische uitbeeldingen in het reliëf. Het verbeeldt op zeven panelen en negen decoratieve pilaren gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament. Opmerkelijk is een naakte afbeelding van de Romeinse god Hercules. Het laat zien dat Giovanni Pisano niet alleen werd beïnvloedt door de gotiek, maar ook door de Romeinse kunst. Na de brand van 1595 werd de preekstoel goed opgeborgen. Het werd zelfs zo goed opgeruimd dat het pas in 1926 werd teruggevonden, waarna men de kansel weer in de kathedraal plaatste. 
Locatie: Deze uit wit marmer gebeeldhouwde preekstoel staat in het middenschip van de kathedraal van Pisa. Dit gebedshuis bevindt zich op het Piazza dei Miracoli. ©Ronnie Rokebrand.

De toenemende invloed van Maria

De muurschilderingen namen in de kerken de plaats in van de duurdere mozaïeken, waarschijnlijk om financiële redenen. Maria, in Italië de Madonna genoemd, kreeg binnen het christelijke geloof een steeds belangrijker positie toegewezen, en daardoor ook in de kunst. Bekend zijn de `Tronende Madonna met engelen en profeten’ van de kunstschilder Cimabeu die in het Uffizi Museum in Florence hangt en de `Maestà’, de majesteit Madonna en het kindje Jezus met twintig engelen en negentien heiligen van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna (circa 1255-1318). Dit meesterwerk van Duccio siert het hoogaltaar van de Dom van Sienna. 

De Maestà in de Dom van Sienna van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna. uit .1311
Afbeelding: De Maestà, de tronende Madonna als majesteit en het kindje Jezus met twintig engelen en negentien heiligen van de kunstschilder Duccio di Buoninsegna. Duccio schilderde dit gotische meesterwerk in de periode van 1308 tot 1311. Het altaarstuk is bijna 4 meter breed en ruim 2 meter hoog.
Locatie: De Maestà maakt deel uit van het hoogaltaar van de Dom van Sienna in de Italiaanse stad Sienna. De Dom van Sienna staat op het Piazza Siena.

De Italiaanse schilder Giotto di Bondone

Vooral de Italiaanse schilder Giotto di Bondone (1267-1337), die men kortweg Giotto noemde, bracht een revolutie in de schilderkunst teweeg. Hij bracht het perspectief en de diepte in de schildering weer terug in de kunst, en combineerde dit met een bewonderingswaardig voorstellingsvermogen van de toenmalige werkelijkheid. Als beschouwer van zijn muurschilderingen had je het gevoel daadwerkelijk bij de gebeurtenissen aanwezig te zijn, mede dankzij de emoties die zijn geschilderde figuren toonden en het gegeven dat hij zijn figuren deels op de onderzijde van de schilderingen plaatste.
Zijn werk werd niet alleen in zijn geboortestad Florence, maar in geheel Italië geroemd. Hier kreeg de gotiek een eigen, Italiaans gezicht. Zijn bekendste kunstwerken zijn de fresco’s op de muren van de Scrovegni-kapel, ook wel de Arenakapel genoemd, in de Italiaanse stad Padua. De kapel is vernoemd naar de stichter van de kapel, Enrico degli Scrovegni, die in een paleis naast de kapel woonde. Boven de toegangsdeur van de kapel heeft Giotto het Laatste Oordeel uitgebeeld. Op de wanden van de kapel staan afbeeldingen uit het leven van Jezus Christus en van de Madonna ofwel de maagd Maria. Het tongewelf van de kapel is bedekt met een blauwe sterrenhemel. 

De opstanding van Lazarus van Giotto di Bondone uit de Scrovegni-kapel in Padua, Italië
Afbeelding: De opstanding van Lazarus, van de kunstenaar Giotto di Bondone uit de Scrovegni-kapel in de Noord-Italiaanse stad Padua. Deze muurschilderingen staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. 
Locatie: Dit kunstwerk van `De opstanding van Lazarus’ kunt u gaan bezichtigen in de Scrovegni-kapel, gelegen op het Piazza Eremitani in de Noord-Italiaanse stad Padua in de gelijknamige provincie. De kapel grenst aan het Augustijnenklooster Monastero degli Eremitani.

Seculiere kunst en bouwkunst als nieuwe stromingen in de gotiek in de 14de en begin 15de eeuw

In de 13de eeuw ging alle aandacht uit naar de bouw van prachtige kerken en kathedralen, maar dit veranderde gedurende de 14de eeuw. De handel kwam in de steden op gang die daardoor snel groeiden en in economisch opzicht in belang toenamen. Geen wonder dat er ook meer aandacht kwam voor de stedelijke bouwkunst en de seculiere kunst, als een nieuwe stroming in de gotiek. De behoefte aan bekwame bouwmeesters groeide gestaag. Om de kwaliteit van de bouwkunst te waarborgen en een plek te creëren waar men jonge mensen kon opleidden, richtte men de gilden op. De architecten en bouwmeesters gingen paleizen, herenhuizen, stadhuizen, gildehuizen en bruggen bouwen, waarbij zij poogden om deze steeds meer te verfraaien. Met als resultaat gebouwen met opmerkelijke en ingewikkelde versieringen. Een fraai voorbeeld van deze flamboyante gotiek in de stedenbouw is het stadhuis van de Belgische stad Leuven, dat halverwege de 15de eeuw werd gebouwd.

Het 15de-eeuwse gotische stadhuis van Leuven. Het is een goed voorbeeld van de stedelijke gotiek.
Afbeelding: Het gotische stadhuis van de Belgische stad Leuven uit de 15de eeuw. De foto is ergens in de periode 1860-1920 genomen. Het stadhuis is opgebouwd uit drie verdiepingen. De vele kraagstenen stellen gebeeldhouwde voorstellingen uit de Bijbel voor met als repeterend onderwerp schuld en boete. Op deze wijze leerde men de stedelingen het verschil tussen goed en kwaad, en de gevolgen van hun gedrag.
Locatie: Deze foto is in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam. De fotograaf is onbekend. Het stadhuis staat op de Grote Markt in het historische centrum van de stad Leuven.

De schilderingen van Giotto in Florence veranderden de schilderkunst definitief, vooral in Italië. De wat vormelijke Byzantijnse kunst was getransformeerd in een levendige kunst die dicht bij het werkelijke leven van mensen stond.
De kunst uit het Noorden van Europa drong langzaam door in het Europese Zuiden, niet alleen in Florence, maar ook bijvoorbeeld in de eveneens Toscaanse stad Siena. Een goed voorbeeld is de muurschildering in het stadhuis van de Italiaanse stad Siena van de kunstschilder Ambrogio Lorenzetti (1290-1348) met de titel `De Allegorie van goed en van slecht bestuur’ ofwel `L’Allegoria ed Effetti del Buono e del Cattivo Governo’.

De effecten van goed bestuur in de stad, van Ambrogio Lorenzetti uit 1339.
Afbeelding: De muurschildering `De Allegorie van goed en van slecht bestuur’ van Ambrogio Lorenzetti. Op deze muurschildering van het 14de-eeuwse Siena zie je een ideaal plaatje van een goed onderhouden stad. De meisjes dansen op de straat. Met andere woorden er heerst rust en vrede in de stad Siena, zoals ook te zien is aan de werkende ambachtslieden, kooplieden en boeren op de muurschildering. Op een ander deel van deze muurschildering (niet op de afbeelding) zie je de gevolgen van slecht bestuur, met een strijdend leger, kapotte huizen en weinig handelsactiviteiten. Het is een fraai voorbeeld van stedelijke kunst in de middeleeuwen. Op de 1ste verdieping vindt u het Museo Civico. 
Locatie: Deze muurschildering bevindt zich in het Palazzo Pubblico van Siena ofwel het stadhuis van de Italiaanse stad Siena, gelegen op de Il Campo 1. Het stadhuis is eenvoudig herkenbaar aan de 102 meter hoge toren, de Torre del Mangia.

Bovendien begon men sprekend lijkende portretten te maken, zowel in schilderijen als in de vorm van gebeeldhouwde bustes.
De Nederlandse schilders Johan van Limburg (1388-1416), Paul van Limburg (1386-1416) en Herman van Limburg (1385-1416), de zogenoemde gebroeders van Lymborch, geboren in de Nederlandse stad Nijmegen, vervaardigden het beroemde getijdenboek `Tres riches heures du duc de Berry ‘ in opdracht van de Franse hertog van de Berry. Het bestond uit 12 schilderingen van miniaturen in een boek met als onderwerp de 12 maanden van een jaar. Het was eveneens een kunstwerk dat een geïdealiseerde samenleving toonde in vrede en welvaart. De drie broers stierven in 1416 op relatief jonge leeftijd snel achterelkaar aan de Pest.

Tres riches heures du duc de Berry van de gebroeders van Limburg, geschilderd in de periode 1411-1415.
Afbeelding: `Tres riches heures du duc de Berry’, een getijdenboek van de gebroeders van Limburg en geschilderd in de periode van 1411 tot 1416, het jaar dat Johan als eerste overleed. Afbeeldingen van heldere, blauwe luchten en werkende boeren wisselen op de miniaturen van de boekbladzijden af met schilderingen van indrukwekkende kastelen en besneeuwde dorpen. Gewone mensen staan gedetailleerd en natuurgetrouw afgebeeld op het perkament in een naturalistisch en levensecht landschap. Het is een van de fraaiste afbeeldingen van seculiere kunst uit het begin van de 15de eeuw. En dat is opmerkelijk, omdat een getijdenboek vooral een religieus doel diende: het op vaste tijden uitspreken van gebeden door rooms-katholieke gelovigen. 
Locatie: Het getijdenboek `Tres riches heures du duc de Berry’, van de gebroeders van Limburg, bevindt zich in het Musée Condé dat deel uitmaakt van het Château de Chantilly. Het kasteel en het stadje Chantilly liggen op een afstand van zo’n 50 kilometer ten noorden van de Franse hoofdstad Parijs.

Ook de dichtkunst vernieuwde zich in deze steden, met als beroemde voorbeelden de dichter Dante Alighieri, die in Florence La Divina Commedia (De Goddelijke Komedie) schreef, en de dichter Francesco Petrarca, de grondlegger van het humanisme.

Positieve en negatieve uitkomsten van de liefdesinitiatie van een jongere, van Memmo di FiliuccioAfbeelding: De eerste wereldlijke afbeeldingen verschijnen in de 14de eeuw in de kunst. Memmo di Filippucio schilderde `De positieve en negatieve uitkomsten van de liefdesinitiatie van een jongere’.
Locatie: Dit bijzondere kunstwerk kunt u bewonderen in de Palazzo Comunale in het Italiaanse stadje San Gimignano. Het paleis bevindt zich op het Piazza del Duomo, naast de Torre Grossa.

In Alkmaar schilderde in 1504 de Meester van Alkmaar zeven schilderingen van de stad Alkmaar die bekend staan als de `Zeven werken van barmhartigheid’. Het laat zien dat Nederland zich aan het einde van de Middeleeuwen had ontwikkeld tot een land met levendige steden. Of de schilderingen de stad waarheidsgetrouw weergeven is niet duidelijk, maar het is zeker enigszins geïdealiseerd. De varkens en andere dieren, die hier in de Middeleeuwen in de straten ronddoolden, ontbreken op het stedelijk panorama.

Deze zeven schilderingen uit Alkmaar staan bekend als de `Zeven werken van barmhartigheid'. Het werd in 1504 geschilderd op zeven houten panelen door de Meester van Alkmaar. Het laat zien dat Nederland zich aan het einde van de Middeleeuwen had ontwikkeld tot een land met levendige steden. Of de schilderingen de stad waarheidsgetrouw weergeven is niet duidelijk, maar het is zeker enigszins geïdealiseerd. De varkens en andere dieren, die hier in de Middeleeuwen ronddoolden, ontbreken op het panorama. De zeven scènes laten zeven  goede daden zien, van het ronddelen van brood aan de armen tot het verzorgen van zieken en zelfs gevangenen. Goede daden droegen bij aan je zielenheil, maar was in wezen ook hulp aan God. Dat verkortte in het hiernamaals je tijd in het vagevuur, maar ook voor anderen waar je gebeden voor opzegde. Het kunstwerk stimuleerde de inwoners van Alkmaar om goede daden te doen.  Locatie: De zeven werken van barmhartigheid hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Afbeelding: De zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar uit 1504. De zeven afbeeldingen laten zeven goede daden zien, van het ronddelen van brood aan de armen tot het verzorgen van zieken en zelfs gevangenen. Goede daden droegen bij aan je zielenheil, maar was in wezen ook hulp aan God. Dat verkortte in het hiernamaals je tijd in het vagevuur, maar ook voor anderen waar je gebeden voor opzegde. Het kunstwerk stimuleerde de inwoners van Alkmaar om goede daden te doen. Op het zesde paneel zit een scheur. De drie afgebeelde heren waren bestuurders van het plaatselijke ziekenhuis en hadden voor dit schilderij betaald. Het geld dat zij op het paneel in hun handen droegen werd tijdens de beeldenstorm weggekrast. Dergelijke aflaten waren een belangrijke aanleiding voor de Reformatie. Het panorama van Alkmaar is kleurrijk geschilderd. De Middeleeuwen waren dus niet zo donker als door velen geopperd …
Locatie: De zeven werken van barmhartigheid, uit 1504, hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam. De echte naam van de Meester van Alkmaar is niet bekend. 

Afbeelding bovenaan deze pagina: De bewening van Christus (1304-1306) van Giotto di Bondone, ook wel kortweg Giotto genoemd. Het verdriet van de geschilderde figuren om de dood van Christus is bijna tastbaar. De compositie is zo opgebouwd dat de kam van de heuvelrug uitmondt bij Jezus en Maria en daarmee de aandacht vestigt op de belangrijkste gebeurtenis van de muurschildering.
Locatie: De bewening van Christus kunt u bezichtigen in de Scrovegni kapel in Padua (Italië). De kapel grenst aan het Augustijnenklooster Monastero degli Eremitani

Mijn naam is Karel de Grote. Ik leefde van 748 tot aan 814 na de geboorte van Christus. Nadat ik vanuit mijn Frankische Rijk een groot deel van Europa had veroverd, liet ik mij in de Kerstnacht in het jaar 800 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk kronen. Ik ben er trots op dat onder mijn keizerlijke bewind kunst, cultuur, en onderwijs bloeiden. Er werden overal scholen gesticht en ik nodigde geleerden uit heel Europa uit aan mijn hof.

Samenvatting Middeleeuwse kunst door Karel de Grote

“Mijn naam is Karel de Grote. Ik leefde van 748 tot aan 814 na de geboorte van Christus. Nadat ik vanuit mijn Frankische Rijk een groot deel van Europa had veroverd, liet ik mij in de Kerstnacht in het jaar 800 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk kronen. Ik ben er trots op dat onder mijn keizerlijke bewind kunst, cultuur, en onderwijs bloeiden. Er werden overal scholen gesticht en ik nodigde geleerden uit heel Europa uit aan mijn hof. Op deze plek geef ik een samenvatting van de les over de Middeleeuwse kunst die u zojuist heeft gevolgd. De Middeleeuwen werden vaak door u bestempeld als de ‘duistere eeuwen’. In onze tijd zagen wij dit anders. Het was een periode van grote veranderingen en ontwikkelingen in Europa. De tijd werd gekenmerkt door volksverhuizingen, oorlogen en een streven naar het behoud van kennis en kunst uit de oudheid, met name in kloosters. Dit tijdperk, dat liep van ongeveer 500 tot 1550, zag de vorming van Europa zoals u het nu kent, met een diversiteit aan culturen en landen. De invloed van mijn keizerrijk had hier veel invloed op. Ook het gezamenlijke gebruik van latijn en het christelijke geloof boden een eenheid in taal en geloof. De Merovingische kunst, van 450 tot 700 na de geboorte van Christus, dus nog voor mijn tijd, is een vroeg voorbeeld van Middeleeuwse kunst. In het Museum für Franken in Würzburg kunt u bijvoorbeeld sieraden uit deze periode zien. De Vikingen, bekend om hun schepen met uit hout gesneden draken, droegen bij aan de diversiteit van de kunststijlen in deze periode. De Middeleeuwse kunst, van de 6de tot en met de 11de eeuw, omvatte verschillende stijlen. De Keltische kunst, met haar kleurrijke patronen in manuscripten zoals het ‘Book of Durrow’ en het ‘Book of Kells’, is een bekend voorbeeld. Deze kunstwerken werden gemaakt in scriptoria van kloosters, waar monniken teksten en boeken kopieerden en versierden. De Karolingische kunst in de 8ste eeuw, met de door mij gebouwde Paltskapel in Aken als prominent voorbeeld, weerspiegelde de invloed van de Byzantijnse kunst en was een voorbode van de Romaanse kunst. In deze periode stimuleerde ik het onderwijs en het schrijven en verluchtigen van evangeliariums, rijkelijk versierde boeken met daarin de vier evangeliën. De opkomst van afbeeldingen van een lijdende Christus rond 900 markeerde een verschuiving in de artistieke representatie, gericht op het verbinden met gewone mensen. Het Gero-kruis in de Dom van Keulen is een vroeg voorbeeld van deze trend. In mijn tijd beeldden we Christus nog af als de Almachtige God en niet in zijn lijdende vorm aan het kruis. In de Ottoonse periode, van 936 tot 1002, bloeide de kunst op, met de drie Duitse keizers Otto I, II en III die over Europa regeerden. In wezen waren zij mijn navolgers. Deze periode kenmerkte zich door een sterke religieuze invloed in de kunst, waarbij mystiek en symboliek belangrijker waren dan realisme. De scriptoria in kloosters bleven belangrijk voor het produceren van handschriften en kunst, net als in mijn tijd. Bekende voorbeelden zijn manuscripten uit de kloosters van Corvey, Hildesheim en de Abdij van Reichenau. In de 11de en 12de eeuw ontwikkelde de Romaanse kunst zich, met kenmerkende architectuurelementen zoals dikke muren, rondbogen en kleine ramen. Deze stijl was zichtbaar in kerken en kloosters, zoals de Romaanse basiliek van Brioude. De Gotische kunst, in de 13de en de 14de eeuw, introduceerde innovaties in de bouwkunst zoals spitsbogen en luchtbogen, wat leidde tot hogere en lichtere kerken met grote glas-in-loodramen. Voorbeelden zijn de kathedralen van Reims, Amiens en Chartres. In Engeland ontwikkelde de Gotische stijl zich anders, met unieke kenmerken zoals in de kathedraal van Canterbury en de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey. In Italië kende de Gotiek een eigen ontwikkeling, met kunstenaars als Giotto di Bondone die revolutionaire veranderingen in de schilderkunst brachten. De Gotiek in Italië kenmerkte zich door meer realisme en het toenemende belang van Maria in de kunst. Tegen het einde van de Middeleeuwen zagen we een opkomst van seculiere kunst en bouwkunst, als reactie op de economische groei en stedelijke ontwikkeling. Dit leidde tot de bouw van indrukwekkende stadhuizen en paleizen, waaronder het stadhuis van Leuven.”

 

Uit de verstrekte informatie over de Middeleeuwse kunst zijn vijf oefenvragen gedestilleerd met de bijhorende antwoorden:

Oefenvragen

  1. Wat is kenmerkend voor de Merovingische kunst, en waar is deze periode onderdeel van?
  2. Beschrijf de invloed van de Vikingen op de middeleeuwse kunst.
  3. Wat zijn enkele karakteristieke kenmerken van de Keltische kunst uit de vroegmiddeleeuwse periode?
  4. Hoe evolueerde de weergave van Christus in de beeldende kunst gedurende de 9e eeuw?
  5. Wat was de invloed van de Ottoonse periode op de kunst en hoe verschilde deze van eerdere periodes?

 

Antwoorden

  1. De Merovingische kunst, daterend tussen 450 en 700 na Christus, is onderdeel van de vroege middeleeuwen. Kenmerkend voor deze periode zijn sieraden zoals kettingen en armbanden, uitgevoerd in fijne metaalbewerking, die de kunst en cultuur van de Franken in de huidige regio’s van Frankrijk, België, Nederland en Duitsland weerspiegelen.
  2. De Vikingen droegen bij aan de middeleeuwse kunst door hun opvallende scheepsbouw. Hun schepen hadden vaak uit hout gesneden draken op de voorplecht, bedoeld om vijanden en hun geesten af te schrikken, wat een unieke artistieke uitdrukking van hun cultuur was.
  3. De Keltische kunst, voornamelijk afkomstig uit Ierland en Schotland in de 7e en 8e eeuw, wordt gekenmerkt door kleurrijke getekende patronen op de pagina’s van handgeschreven boeken. Deze versieringen bestaan veelal uit groen, geel, zwart en rood geschilderde ornamenten en vlechtpatronen.
  4. Rond 900 na Christus begon men voor het eerst Christus af te beelden hangend aan het kruis, in tegenstelling tot eerdere voorstellingen van Hem als de almachtige God. Deze afbeeldingen benadrukten zijn lijden, wat het gewone volk aansprak en waarmee ze zich konden identificeren.
  5. De Ottoonse periode, van 936 tot 1002 na Christus, kenmerkte zich door een verschuiving van het naturalisme naar een meer symbolische en mystieke weergave in de kunst. In plaats van realistische afbeeldingen lag de focus op symboliek en de uitdrukking van het goddelijke en eeuwige. Het doel was niet langer om de werkelijkheid nauwkeurig te benaderen, maar om de mystieke en eeuwige aspecten van het leven en geloof te benadrukken.

Delen:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn

Inhoudsopgave

Copyright © 2022. All Rights Reserved

error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.