Les 37: Modernistische kunst en architectuur

In wezen is het een beetje vreemd dat ik op deze plek een hoofdstuk schrijf en plaats met als titel de modernistische kunst en architectuur, want eigenlijk horen bijna alle kunststromingen uit de eerste helft van de 20ste eeuw onder het kopje modernisme of modernistische kunst. De beschreven kunststromingen impressionisme, art nouveau en art deco, fauvisme, expressionisme, kubisme, naïeve kunst,  de dada-beweging, surrealisme en abstracte expressionisme vallen allen onder de titel modernisme. Ook de conceptuele kunst, waaronder de Land Art, valt onder het modernisme. In die zin functioneert de titel modernistische kunst als een samenvatting van veel onderling verschillende kunststromingen, zoals u heeft kunnen lezen. Waar zitten dan de overeenkomsten? En waarom vind ik het nodig om het modernisme apart te behandelen?

Maquette van het Schroderhuis van Gerrit Rietveld uit 1924 met invloeden van Mondriaan
Afbeelding: Een maquette van het Rietveld Schröderhuis van Gerrit Rietveld (1888-1964) dat in 1924 werd gebouwd in een modernistische stijl. De invloed van kunststroming De Stijl, waar ook Piet Mondriaan toebehoorde, is zichtbaar in het bouwwerk.
Het werd ontworpen in samenspraak met de toekomstige bewoonster mevrouw Truus Schröder-Schräder die er tot haar overlijden in 1985 bleef wonen. Gerrit Rietveld en Truus Schröder-Schräder werkten niet alleen samen aan het ontwerp voor dit huis, maar zij kregen ook een relatie.  
Het huis is strak en sober, een aaneenschakeling van horizontale en verticale vlakken. Opvallend zijn de vele vierkante vormen in het ontwerp. Rechthoeken en strakke lijnen voeren de boventoon in het ontwerp, zowel in het exterieur als in het interieur van het gebouw. In de kleuren van het gebouw voeren de kleuren wit en verschillende grijswaarden de boventoon. Alleen in enkele kozijnen vind je primaire kleuren terug. In het interieur maakte Rietveld meer gebruik van primaire kleuren, al blijft het geheel een sobere indruk maken, precies zoals Gerrit Rietveld en Truus Schröder-Schräder het wilden. 
Locatie: Het Rietveld Schröderhuis van de architect Gerrit Rietveld staat aan de Prins Hendriklaan in de Nederlandse stad Utrecht.

De architectuur in ons dagelijks leven

De reden vond ik in het gegeven dat de schilderkunst goed valt weer te geven in de genoemde onderverdeling van verschillende kunststromingen, maar dat dit niet opgaat voor de architectuur. Terwijl de architectuur de kunst is die wij dagelijks ontmoeten, tenminste als we ons bewegen in de gebouwen waarin wij leven en in de ons omringende ruimte. De huizen waarin wij wonen, de kantoren waarin wij werken en de winkels waarin wij onze boodschappen doen zijn allen gebouwd conform een bepaalde architectonische opvatting, in een bepaalde manier waarop wij naar gebouwen kijken. Je hoeft maar vanaf het centrum van een oude stad naar het nieuwe zakencentrum van een stad te gaan om de verschillen te kunnen waarnemen. Rijdt u maar eens van de Amsterdamse grachtenpanden naar de Amsterdamse Zuidas die word gekenmerkt door hoogbouw, het grote contrast zal een ieder opvallen. Het meer geoefende oog zal echter ook de verschillen binnen deze twee contrasterende woon- en werkomgevingen opvallen, verschillen die hun oorsprong hebben in een bepaalde architectonische kunststroming.

Het modernisme

Zoals al beschreven is het modernisme een woord dat veel kunststromingen herbergt die onderling verschillen. Zij vinden hun overeenkomsten in het gegeven dat het vernieuwende kunststromingen zijn die aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw opkwamen en die zich verzetten tegen het steeds maar zoeken naar en het continue weergeven van de schoonheid der objecten, zeg maar de esthetiek, zoals dat gewoon was in de eerste 80 jaar van de 19de eeuw. Er was maar één doel: het bevorderen van de schoonheid der dingen, in de kern een zoektocht binnen de kunst naar het schoonheidsideaal. De nieuwe kunstenaars wilden niet de weg blijven bewandelen die de traditionele kunstenaars waren gegaan, maar zij wilden de kunsten vernieuwen, zowel in de schilderkunst, als in de beeldhouwkunst, de literatuur, de muziek en de architectuur. Zij wilden het nieuwe leven, dat na de 1ste Wereldoorlog in het teken kwam te staan van de industrialisatie, in hun kunstwerken weergeven. De architectuur sloot aan bij deze gedachten, maar bewandelde een eigen weg. Het functionalisme ging hierbij een grote rol spelen.

Functionalistische huizenblokken uit de periode 1930-1939 in Oslo in Noorwegen
Afbeelding: Op de afbeelding staan enkele functionalistische huizenblokken uit de periode 1930-1939. Zij staan in in de Noorse hoofdstad Oslo. Kenmerkend zijn het functionele gebruik, het toepassen van gewapend beton en het ontbreken van versierselen.
Locatie: Deze functionalistische huizenblokken staan in de Noorse hoofdstad Oslo.

Gebouwen in de modernistische kunst en architectuur

Gebouwen moesten vooral efficiënt en functioneel gebouwd worden, zonder de tot dan toe gebruikelijke tierelantijnen. Het gewapende beton en andere nieuwe materialen begonnen in de bouwwereld aan hun opmars. Men ging deze stroming in de architectuur de International Style noemen. Het zou leidden tot tal van nieuwe en moderne gebouwen, waaronder de organische gebouwen van Frank Lloyd Wright (1867-1959) die perfect in hun omgeving pasten, de bijna Mondriaanse huizen van Gerrit Rietveld (1888-1964), tot aan de nagenoeg kubistische gebouwen van de Bauhaus van bijvoorbeeld de Duitse architect Walter Gropius (1883-1967).

Bauhaus architectuur in Tel Aviv met strakke, eenvoudige en functionele vormen.
Afbeelding: Bauhaus architectuur in het centrum van de stad Tel Aviv. Het Bauhaus leidde beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten op in de periode van 1919 tot 1932 in Weimar, Dessau en Berlijn. Deze architecten en beeldende kunstenaars, die zichzelf ambachtslieden noemden, stonden onder invloed van de kunstbeweging De Stijl. De interieurstukken en witte gebouwen waren eenvoudig van vorm, hadden strakke lijnen en waren functioneel. In de dertiger jaren van de 20ste eeuw bouwden gevluchte Duitse joden 3000 woningen in de stijl van Bauhaus. Tegenwoordig noemen wij dit oudste deel van Tel Aviv de Witte Stad. Het staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Locatie: Dit voorbeeld van Bauhaus architectuur in de Witte Stad staat in de Dizengoffstraat (Rehov Dizengoff) in het centrum van de Israëlische stad Tel Aviv. 

De Zwitserse architect Le Corbusier (1887-1965), die in werkelijkheid Charles Edouard Jeanneret heette, bouwde `machines om in te wonen’. Hij zag auto’s als machines die er voor zorgden dat de mens zich geautomatiseerd kon voortbewegen. In dezelfde trend ging hij huizen bouwen; hij probeerde woonhuizen te vervaardigen in de vorm van goed functionerende apparaten. In de gebouwen die hij ontwierp is duidelijk de invloed van de kubistische kunst waarneembaar. Hij plaatste zijn gebouwen vaak op zuilen, zodat de gebouwen leken te zweven en tegelijkertijd geen last van optrekkend vocht hadden.
Dankzij de ontdekking van het stalen frame was men in staat om hoge gebouwen te maken zonder dat de ondersteunende muren steeds dikker hoefden te worden. Tot aan die tijd was een gebouw van 15 verdiepingen wel het allerhoogste wat men kon bouwen zonder instortingsgevaar. Het stalen frame voor gebouwen zorgde ervoor dat men steeds hoger kon bouwen, een techniek die veel Amerikaanse architecten toepasten, mede geïnspireerd door de steeds hogere grondprijzen in de Amerikaanse steden. De wolkenkrabber was geboren en werd hét voorbeeld van een modernistisch gebouw in de Verenigde Staten van Amerika en daarmee een goed voorbeeld van modernistische kunst en architectuur. 


Centro Le Corbusier in Zürich.
Afbeelding: Het Centro Le Corbusier ook wel het paviljoen Le Corbusier genoemd in de Zwitserse stad Zürich. In dit gebouw uit 1967 vindt u het Zwitsers Kunstmuseum. Het is het laatste gebouw dat Le Corbusier ontwierp. Het toonde een  verandering in de manier waarop hij bouwde. De architect gebruikte in zijn ontwerp veel beton en steen, ingelijst in staal en glas.  Tijdens de bouw gebruikte Le Corbusier geprefabriceerde stalen elementen in combinatie met veelkleurige geëmailleerde platen die hij op de centrale kern monteerde, zoals goed te zien is op de afbeelding.  Het gebouw bezit een zwevend dak die de onder liggende kubusvormige delen beschermde – en beschermt – tegen de zonnestralen en de regen. 
Locatie: Het Centro Le Corbusier (het paviljoen Le Corbusier) staat in de Zwitserse stad Zürich.

Voorbeelden unieke wolkenkrabbers

Beroemde voorbeelden van unieke wolkenkrabbers zijn: de Guaranty Building in New York uit 1894-1895 van Louis Henry Sullivan (1856-1924), een architect uit Chicago; de Reliance Building in New York uit 1880-1881 van de architect en stedenbouwkundige Daniel Burnham (1846-1912), bekend om het vele gebruik van glas in de voorgevel; de neogotische Woolworth Building uit 1913 van Cass Gilbert (1859-1934); de Art Deco-achtige Chrysler Building in New York uit 1930 van de architect William Van Alen (1883-1954); de Tribune Tower en het bekende Rockefeller Center in New York, gebouwd in de periode 1931-1941 van Raymond Hood (1881-1934); en de Seagram Building in New York uit 1956-1958 van de Duits-Amerikaanse architect van Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969), kortweg Mies van der Rohe genoemd. Hij is tot op de dag van vandaag bekend om zijn uitspraak `Less is more’, dat een gevleugelde uitspraak is onder websitebouwers en conversiespecialisten.

Het Farnsworth House Plano van Ludwig Mies van der Rohe., de man van Less is more.
Afbeelding: Het Edith Farnsworth House is ontworpen door de architect Ludwig Mies van der Rohe. Aan het ontwerp is goed te zien dat Mies van de Rohe, zoals men hem kortweg noemde, de bedenker was van de uitspraak `Less is more’. 
Locatie: Dit ontwerp van Ludwig Mies van der Rohe staat aan de Fox River & Milbrook Roads in de omgeving van het stadje Plano in Kendall County. Deze regio maakt deel uit van de staat Illinois in de VS. De fotograaf Jack Boucher maakte deze foto in 1971.

Allen zijn fraaie voorbeelden van de modernistische kunst en architectuur. De Nederlandse architect Hein Berlage (H.P. Berlage, 1856-1934) begon aan zijn modernistische nieuwbouwwijk in Amsterdam Zuid waar hij onder meer een 12 verdiepingen hoge `wolkenkrabber’ van de architect Jan Frederik Staal (1879-1940) liet bouwen, een passende naam voor een modernistische architect. De 40 meter hoge torenflat aan Victoriaplein nummer 45 was in 1931 het eerste hoge gebouw van Amsterdam, al was de naam wolkenkrabber, die de buurtbewoners het gaven, misschien wat `over de top’.
Tussen 1898 en 1903 bouwde Berlage het Beursgebouw in Amsterdam. Dit werd in die tijd het Nederlandse symbool van vernieuwing in de architectuur. Het was een volkomen nieuw en innovatief ontwerp met strakke en heldere lijnen. In samenwerking met andere kunstenaars maakte hij van het Beursgebouw, dat wij nu kennen als de Beurs van Berlage. Berlage hanteerde het principe van een `gesamtkunstwerk’. Vandaar dat hij tal van kunstenaars uitnodigde, van dichters tot beeldhouwers, om hun bijdrage aan het gebouw te leveren. Schilderingen die de handel en de industrie verbeeldden sierden de muren. Hoewel Berlage voortkwam uit welgestelde kringen was hij in zijn hart een echte socialist. De brede en hoge bakstenen muren in het gebouw stonden symbool voor de socialistische samenleving (al vond men `democratische samenleving’ politiek wat beter klinken): ‘als enkeling nietig, als massa een macht.’

De Beurs van Berlage aan het Damrak, uit 1903 op de achtergrond het centraal station.
Afbeelding: De Beurs van Berlage uit 1903 staat in de top 100 van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Het was het voorbeeld van vernieuwing in de toenmalige architectuur in Nederland.
Locatie: De Beurs van Berlage van de architect Hein Berlage ligt aan het Damrak in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam. Links op de achtergrond staat het centraal station van de bekende architect P.J.H. Cuypers die ook het Rijksmuseum in Amsterdam ontwierp.

Minimalisme en het interieur

Opmerkelijk was dat de strakke, geometrische lijnen aan de buitenzijde ook in het interieur terugkwamen: eenvoud , soberheid, minimalisme en ruimtelijkheid waren de nieuwe deviezen in design en interieurbouw. Het minimalisme als kunststroming zou in de zestiger jaren van de vorige eeuw pas echt goed van de grond komen. Zij wilden het leven en vooral de kunst reduceren tot zijn meest basale en fundamentele vormen. Vandaar dat men de expressieve vormen verwierp, waaronder de kleuren, de symbolen en emoties.
Het modernisme kwam als kunststroming in de zestiger en de zeventiger jaren van de vorige eeuw aan het einde van haar levenscyclus.

Een wit mimimalisisch interieur met een witte tafel en een blauwe sofa
Afbeelding: Een wit minimalistisch interieur met een witte tafel en een blauwe sofa. Goed zichtbaar zijn de eenvoud, de soberheid, het minimalisme en de ruimtelijkheid in dit interieur. 
Locatie: Dit interieur bevindt zich in een ruimte aan de Grays Inn Road in de Britse hoofdstad Londen.

Conceptuele kunst

De zestiger jaren in de vorige eeuw was in de westelijke wereld een periode van de studentenopstand tegen het heersende gezag en een zoektocht naar individuele vrijheid. In de kunstwereld vertaalde zich dat in een nieuwe vorm van kunst de we de conceptuele kunst zijn gaan noemen.
Het begon in 1958 met de beeldend kunstenaar Alan Kaprow (1927-2006). Als componist schreef hij elektronische muziek, maar hij wilde verder in de kunsten en leerde expressionistisch schilderen van de kunstschilder Hans Hofmann. Kaprow zocht echter naar creatieve manieren om zich met kunst te verzetten tegen de openbare orde. Hij wierp een grote stapel oude autobanden achter een galerie en noemde het kunst. Men was verbijsterd: was dit nu werkelijk kunst of gewoon een stapel troep? Jaren later smeerde hij zijn auto volledig in met jam en liet het door zijn studenten aflikken. Het publiek werd op deze wijze onderdeel van het kunstwerk. Hij noemde dergelijke gebeurtenissen een `happening’. Ook de manier van presenteren werd onderdeel van de kunst en daarmee stond Alan Kaprow aan de basis van de conceptuele kunst, zoals wij die nu kennen. In de conceptuele kunst werd het concept ofwel het idee belangrijker dan de vorm van het kunstwerk. In die zin hadden de conceptuele kunstenaars hun wortels in de Dada-beweging. Ook de Franse kunstenaar, schaakgrootmeester en dadaïst Marcel Duchamp (1887-1967) stelde in zijn tijd al industriële voorwerpen tentoon als kunstvoorwerpen.
Bij veel kunstenaars speelde ook de taal een belangrijke rol in de kunst die zij vertoonden; zij wilden de mensen direct aanspreken en taal speelde – en speelt – daar een rol in. De Amerikaan John Milton Cage (1912-1992) klom al in 1952 op een hoge ladder om zijn publiek toe te spreken, toe te zingen en met muziek te verrassen. De Fransman Yves Klein (1928-1962) spoot naakte vrouwen in met blauwe verf en liet hen vervolgens over het canvas trollen. Hij noemde hen levende penselen. Zijn aldus ontstane schilderijen noemde hij Antropometrieën die goed verkocht werden. De kleur blauw nam sowieso een belangrijke plaats in zijn kunstwerken in. Bekend zijn de schilderijen die hij vervaardigde in alleen de kleur blauw. De Duitser Joseph Beuys (1921-1986) maakte voorstellingen en installaties. Hij verklaarde: `kunst is identiek aan het leven zelf’.

Bananenspuit, van de conceptueel kunstenaar Thomas Baumgärtel op de buitenmuren van het Museum Kunstpalast
Afbeelding: Bananenspuit, van de conceptueel kunstenaar Thomas Baumgärtel. Hij spoot en schilderde deze afbeelding van een banaan op de buitenmuur van het Museum Kunstpalast in de Duitse stad Düsseldorf. Het is een mooi voorbeeld van kunst dat zich richt tegen de openbare orde en in dit geval de traditionele kunst. 
Locatie: Het Museum Kunstpalast staat in de Duitse stad Düsseldorf.


En we kennen allemaal de verpakte kunstwerken van de kunstenaar Christo (Javacheff; 1935-2020). Hij pakte niet alleen de Arc de Triomphe in Parijs in met textiel, maar ook hele eilanden. Christo probeerde in zijn kunstwerken om details te laten verdwijnen om zo de essentie naar boven te halen.
In 1967 ontstond de Arte Povera. Het betrof hier installaties van jonge beeldend kunstenaars uit Italië die zij maakten van eenvoudige materialen. Zij werden vooral bekend in de zeventiger jaren van de vorige eeuw.
Veel van de conceptuele kunst was dus gericht op de communicatie met het publiek en de kunst was tijdelijk, je kon het niet bewaren. Na verloop van tijd verdwenen de gebeurtenissen of de vergankelijke installaties weer. Ditzelfde gegeven gold voor de Land Art, dat hiermee een onderdeel vormde van de conceptuele kunst.

Land Art

Land Art of landschapskunst was een kunstvorm die gebruikmaakte van landschapskenmerken om de ruimte in het landschap te manipuleren. Men ging in de natuur werken met materialen uit diezelfde natuur. In die zin leek het in het begin wel wat op de Arte Povera die ook met goedkoop materiaal uit de natuur werkte. Ook de kunstwerken van Christo werden soms tot de Land Art gerekend.
De kunstenaars verzetten zich met hun landschapskunst tegen het zakelijk worden van de kunst: het maken van kunst met als belangrijkste doel om er geld mee te verdienen.
Toch is landschapskunst van alle tijden. We hoeven maar te denken aan de reusachtige Nazcalijnen die de Nazca- en Paraca-indianen in Peru in de periode 200 voor Chr. tot 900 na Chr. in het landschap maakten. Ook vermoedden velen dat de bekende graancirkels die zo af en toe in het landschap opduiken het werk zijn van landschap kunstenaars. Met dien verstande dat de Nazcalijnen er nog steeds zijn en de meeste Land Art-kunst van meer tijdelijke aard is. De graancirkels lijken geïnspireerd op het werk van Richard Long (1945-) die van natuurlijke materialen cirkels, vierkanten en spiralen maakte. Andere bekende landschap kunstenaars zijn onder meer de Amerikaanse lichtkunstenaar James Turrell (1943-), de Engelse beeldhouwer en fotograaf Andy Goldsworthy (1956-), de Amerikaanse land art-kunstenaars Robert Smithson (1938-1973) en Alan Sonfist (1946-), de Amerikaanse beeldhouwer Dennis Oppenheim (1938-2011), de Deense beeldhouwer en land art-kunstenaar Alfio Bonanno (1947-), de Engelse beeldhouwer en land art-kunstenaar Chris Drury (1948-), de Britse beeldhouwer Richard Harris (1954-), de Duitse schilder, fotograaf, beeldhouwer en installatiekunstenaar Nils-Udo (1937-), de Duitser Hannsjörg Voth (1940-2003), de Surinamer Stanley Brouwn (1935-2017) en de Nederlanders Jan Dibbets (1941-) en Ids Willemsma (1949-).
Bleef er dan helemaal niets van de Land Art over? Zeker wel. Veel landschap kunstenaars maakten foto’s en video’s van hun werken en verkochten deze op de kunstmarkt. Uiteindelijk moesten ook deze kunstenaars eten en anderszins overleven. Bovendien gingen beeldend kunstenaars in de loop der tijd ook hun kunstwerken van minder vergankelijk materiaal maken al zorgden zij er altijd voor dat de omringende natuur een medebepalend onderdeel van hun kunstwerk bleef.

De Broken Circle en Spiral Hill (1971) van de Amerikaanse landschap kunstenaar Robert Smithson in Emmen.
Afbeelding: De Broken Circle en Spiral Hill van de Amerikaanse landschap kunstenaar Robert Smithson in 1971 in Emmen.
Locatie: Deze creaties van Robert Smithson bevinden zich in de Nederlandse stad Emmen.

Grote afbeelding: Foto van het Rockefeller Center in New York in de Verenigde Staten van Amerika. Het gebouw werd tussen 1929 en 1940 in Art Deco stijl gebouwd onder leiding van de architect Raymond Hood. In 1988 classificeerde men het gebouw als nationaal historisch monument.
Locatie: Het Rockefeller Center staat in New York in de VS.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.