Les 26: Post-impressionistische kunst

Zoals al eeuwen lang gebruikelijk is in de kunst, en ook in de maatschappij, zijn er kunstenaars die willen vernieuwen en innoveren. Kunstenaars zijn continue op zoek naar nieuwe manieren van expressie, zowel in de objecten die zij schilderen, beeldhouwen of bouwen, als in de technieken die zij daarbij gebruiken. Het kon dan ook niet anders dat er een reactie zou volgen op de kunststijl die in de schilderkunst het Impressionisme werd genoemd.
Deze nieuwe stijlperiode noemen wij tegenwoordig de periode van de post-impressionistische kunst en duurde ongeveer van 1885 tot het jaar 1910. De bekendste vertegenwoordigers van de stijlperiode de post-impressionistische kunst zijn Paul Cézanne, Henri de Toulouse-Lautrec, Vincent van Gogh, Georges Seurat, Paul Gaugain en de beeldhouwers Auguste Rodin en Camille Claudel.
De schilders van post-impressionistische kunst stopten met het alleen maar weergeven van de natuur in al zijn reële vormen. Zij wilden de natuur niet meer nabootsen, maar er een andere, eigen invulling aangeven. Men wilde meer uitdrukken dan alleen de werkelijkheid zoals men die zag. De schilderijen moesten veel meer het innerlijke gevoel van de schilder weergeven, zoals Vincent van Gogh zo treffend aangaf in zijn brief aan zijn broer Theo (zie hieronder op deze webpagina in de paragraaf Vincent van Gogh). Dit gevoel toonde men op het schilderdoek, door vormen subjectief weer te geven en kleuren te vervormen, in vlakken weer te geven of aan te dikken. Dit laatste soms letterlijk door met de dikte van de verf te spelen op het doek of de verf in kleine puntjes aan te brengen, zoals in het pointillisme. 

Portret van Camille Roulin, uit 1888, van Vincent van Gogh. Het is een portret van de zoon van de postbode in Arles waarmee hij bevriend was.
Afbeelding: Portret van Camille Roulin, uit 1888, van Vincent van Gogh. Het is een portret van de zoon van de postbode in Arles waarmee hij bevriend was. Het is een goed voorbeeld van een schilderij waarop Van Gogh met de dikte van de verf speelt in de vorm van korte streepjes, geïnspireerd door het pointillisme. Ook de kleurstelling is subjectief, wat kenmerkend is voor het post-impressionisme. Vooral het gebruik van contrasterende kleuren maakt dit schilderij zo intens en levendig. Contrasterende kleuren zijn kleuren die recht tegenover elkaar staan, zoals in dit schilderij de rode knoop op het groene jasje en de blauwe pet met het oranjeachtige gezicht eronder. 
Locatie: Dit portret van Camille Roulin hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam. ©Ronnie Rokebrand.

Met andere woorden de post-impressionistische kunstschilders brachten emotie op het doek, veranderden de structuur, brachten contrasterende kleuren aan en zochten naar nieuwe composities op het doek.
Het is ook een periode waarin schilders vooral hun eigen weg bewandelden. In de impressionistische stijl waren er veel overeenkomsten te vinden in de kunstwerken van de schilders. Dit veranderde in de stijlperiode van het Post-impressionisme. Niet dat de post-impressionisten het gehele verleden achter zich lieten, integendeel, zij borduurden voort op de lessen van de impressionistische kunst, maar dan met een eigen invulling die ook zou leiden tot nieuwe en experimentele stijlen, zoals het pointillisme, het cloissonisme en het synthetisme, dat men ook wel het symbolisme noemde.

La Grande Canal (Het Grote Kanaal) in Venetie, geschilderd door Henri Le Sidaner in 1906
Afbeelding: Het Grote Kanaal (in Venetië), uit 1906 van Henri Le Sidaner. Een prachtig schilderij van de gondels in het Grote Kanaal van de Italiaanse stad Venetië, met op de achtergrond de oplichtende historische gebouwen. In dit schilderij is goed te zien dat hij zeer geïnteresseerd was in de werking van het licht in de nacht. Dit thema zie je dan ook meer terug in zijn werk. Na het jaar 1900 kwamen er in zijn schilderijen geen mensen meer voor. Hij schilderde vanaf dat moment in een bijna magisch, verstilde sfeer. Alleen verlichte ramen suggereerden nog de aanwezigheid van mensen. 
Locatie: Het is niet bekend waar dit schilderij van Henri Le Sidaner zich op dit moment bevindt.

Paul Cézanne, de post-impressionistische kunstschilder van de Mont Sainte-Victoire

Paul Cézanne (1839-1906) begon zijn schilderscarrière als impressionist, maar dat bracht hem niet wat hij ervan verwachtte. Allereerst waren de kunsthandelaren niet echt enthousiast over zijn werk, al werd het wel verkocht, en eigenlijk was hij er zelf ook niet tevreden over. Vandaar dat hij op zoek ging naar een andere manier van schilderen. Hij kon zich dit veroorloven, want hij beschikte over genoeg financiële middelen. Hij vertrok uit Parijs en vestigde zich in zijn geboorteplaats Aix-en-Provence. Hij was erg gecharmeerd van de schilderijen van Nicolas Poussin (1594-1665). Hij wilde weer terug naar het schilderen van kunstwerken waarin structuur en balans in de compositie de hoofdtoon vormden, net zoals Poussin had gedaan.
Paul Cézanne werkte aan overzichtelijke composities met intense kleuren. Omdat hij zijn werken niet hoefde te verkopen, hij had voldoende geld, maakte hij keer op keer een schilderij van de Mont Sainte-Victoire, gelegen bij zijn geboortedorp. Steeds opnieuw probeerde hij zijn post-impressionistische kunstwerk verder te volmaken. In totaal zou hij zestig schilderijen met deze berg als het belangrijkste onderwerp vervaardigen.

De berg Sainte-Victoire gezien vanuit Bellevue van Paul Cezanne uit de periode 1885-1895
Afbeelding: De Mont Sainte-Victoire gezien vanuit Bellevue, van Paul Cézanne. Het kunstwerk is geschilderd in de periode 1885-1895 in de omgeving van zijn geboortedorp. Steeds opnieuw probeerde hij zijn post-impressionistische manier verder te volmaken. Met als resultaat zestig verschillende schilderijen met deze berg als het belangrijkste onderwerp. In dit schilderij maakt hij voor het landschap alleen gebruik van aarde kleuren, tinten die alleen in de natuur voorkomen, in een zeer uitgebalanceerde compositie. Werkelijk alles lijkt voor de beschouwer op de juiste plek te staan.  
Locatie: Dit schilderij van Paul Cézanne is in het bezit van de Barnes Foundation in Philadelphia, in de staat Pennsylvania (VS).

Hetzelfde deed hij met zijn schilderijen van badende vrouwen (Les grandes baigneuses); ook hier maakte hij meerdere exemplaren van op zijn zoektocht naar het ideale schilderij.

Les grandes baigneuses, van Paul Cézanne uit 1906. Cezanne schilderde dit onderwerp meerdere malen.
Afbeelding: Les grandes baigneuses, uit 1906 van de kunstschilder Paul Cezanne. Hij schilderde dit onderwerp van badende vrouwen verschillende keren in zijn zoektocht naar het ultieme schilderij.
Locatie: Het schilderij `Les grandes baigneuses’ hangt in het Philadelphia Museum of Art in de stad Philadelhia in de VS.

Verder maakte hij zelfportretten en een serie ernstige afbeeldingen van zijn vriendin en latere vrouw Hortense Fiquet.

Madame Cézanne aan het conservatorium, van Paul Cézanne uit 1891. Het maakt deel uit van de colectie van het Metropolitan Museum of Art in New York.
Afbeelding: Madame Cézanne aan het conservatorium, van de kunstschilder Paul Cézanne uit 1891. Zijn vriendin en latere vrouw Hortense Fiquet (Madame Cézanne) portretteerde hij vele malen.
Locatie: Dot portret van mevrouw Cézanne maakt deel uit van de collectie van het Metropolitan Museum of Art in New York n de VS.

Het ging Cézanne altijd om de juiste verhouding tussen kleuren en vormen. Om deze verhoudingen optimaal te houden schrok hij er niet voor terug om de vormen van objecten aan te passen om toch tot de juiste compositie te komen. Hij was de eerste kunstenaar die dit deed en daarmee vormde hij het fundament waarop de kunstenaars na hem voortborduurden, waaronder vooral de kubisten.

Vincent van Gogh, schilder van post-impressionistische kunst

`De ontroeringen zijn dikwijls zo sterk, dat ik werk, zonder dat ik het weet … en de streken volgen elkaar dan op met een samenhang als de woorden in een rede of een brief.’
               Vincent van Gogh in een brief aan zijn broer Theo

Wie kent Vincent van Gogh (1853-1890) niet. Deze Hollandse schilder werd wereldwijd bekend. Zijn post-impressionistische kunstwerken brachten op de schilderijenmarkt miljoenen op en toch schilderde Vincent maar kort, slechts 10 jaar, waarna hij op 37-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Helaas heeft Van Gogh zelf niet van zijn huidige bekendheid kunnen profiteren. In al die tien jaren werken verkocht hij slechts 1 schilderij. Hij schreef in oktober 1888 aan zijn broer Theo:
Ik kan er niets aan doen dat mijn schilderijen niet worden verkocht. Toch zal de dag komen dat men zal zien dat ze meer waard zijn dan wat wij erin steken voor de verf en mijn al met al zeer schamele levensonderhoud.

Zelfportret voor de ezel, van Vincent van Gogh uit 1888.  Het schilderij hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam.
Afbeelding: Zelfportret als schilder, van Vincent van Gogh uit de periode 1887 tot 1888. Hij presenteerde zich op dit schilderij als een moderne kunstschilder die gebruikmaakte van contrasterende kleuren, ook wel complementaire kleuren genoemd. Hij zette ze als statement op zijn palet: rood en groen, blauw en oranje, en geel en paars. Ook in dit kunstwerk had hij zijn blauwe jasje direct onder zijn oranje baard geschilderd, wat het schilderij levendiger en intenser maakte.   
Locatie: Dit zelfportret van Vincent van Gogh hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Als er iemand was die in deze periode zijn emoties in zijn schilderijen overbracht, dan was dit Vincent van Gogh. Iedere penseelvoering, alle aangebrachte kleuren en vormen, hadden maar één doel: het overbrengen van zijn gevoel op het doek. Deze gevoelens waren altijd sterk bij Vincent aanwezig. Als kind al werd hij geboren op de sterfdag van zijn broertje met dezelfde naam, een gegeven dat hij zijn hele leven als een last met zich mee droeg. Als werknemer bij een kunsthandel in Londen – eerst werkte hij in Parijs – werd hij verliefd op de dochter van zijn hospita die hem helaas niet zag staan … Na zijn ontslag werkte hij als predikant in economisch achter gebleven gebieden, waar hij zich de armoede van de mensen persoonlijk zeer aantrok. Ook deze stap in zijn carrière werd geen succes en hij voelde de teleurstelling van zijn ouders in al zijn zenuwtoppen. Hij werd vaak depressief van de gebeurtenissen die hem `overkwamen’. Uiteindelijk zou deze met regelmatig terugkerende depressiviteit hem zijn leven kosten.

Treurende oude man, van Vincent van Gogh uit 1890, 2 maanden voordat hij zelfmoord pleegde.
Afbeelding: Treurende oude man, van Vincent van Gogh. Hij schilderde dit meesterwerk in de maand mei in 1890, kort voordat hij in juli een einde aan zijn leven maakte. 
Locatie: Het schilderij `Treurende oude man’ van Vincent van Gogh hangt in het Kröller-Müller Museum in het Nederlandse plaatsje Otterloo.

Vincent van Gogh kreeg zijn eerste lessen in tekenen van Charles Bargue. Hij was echter niet tevreden met zijn resultaten, en, koppig en emotioneel als hij was, vernietigde hij al zijn tekeningen. In 1880 volgde hij in Brussel lessen bij de genre- en historieschilder Joseph van Severdonck. Ook dit werd niets; hij vond dat zijn leraar er niets van kon. Zijn broer Theo, die kunsthandelaar was en hem zijn hele leven financieel en emotioneel steunde, bracht hem in contact met de kunstschilder Anthon van Rappard waar hij mee bevriend raakte. Samen werkten zij in het atelier van Anthon van Rappard in Sint-Joost-ten-Node. Van Rappard werkte veel met streepjes; dit zouden we later veel in het werk van Van Gogh terugzien.
Na wat strubbelingen met Anthon keerde Vincent in 1881 in Nederland terug, waar hij achtereenvolgens bij zijn ouders in Etten, in Den Haag en in Nuenen woonde en werkte. In Den Haag had hij een relatie met de voormalige prostitué Sien Hoornik. Op advies van zijn jongere broer Theo ging hij in de leer bij zijn neef Anton Mauve, een schilder van de Larense School, die toen nog in Den Haag woonde en werkte. Daar leerde Vincent schilderen en kwam hij in contact met de schilderijen van de kunstenaars die tot de Haagse School behoorden, waaronder de gebroeders Maris en Jozef Israëls. Niet veel later strandde de relatie met Sien en ging Vincent naar de provincie Drenthe, wederom financieel gesteund door zijn broer Theo. Hier schilderde hij de kenmerkende figuren van Drentse boeren. Toen hij later naar zijn ouders in Nuenen ging, zijn vader was dominee en verhuisde met enige regelmaat naar nieuwe gemeenten, ging hij verder met het schilderen van hardwerkende en vaak verarmde boeren. In 1885 overleed zijn vader en schilderde hij zijn schilderij De aardappeleters.

De aardappeleters, van Vincent van Gogh, uit 1885. Het hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam
Afbeelding: De aardappeleters, uit 1885 van Vincent van Gogh. Van Gogh beschouwde dit kunstwerk als een meesterproef. De gekozen compositie is lastig voor een kunstschilder. Maar hij wilde hiermee aantonen dat hij technisch een goede schilder was. Hij verbeeldde met dit schilderij het harde boerenbestaan. Vandaar dat hij koos voor eeltige, hoekige handen en verweerde gezichten. Het schilderij was niet  populair. De kunstcritici vonden het werk veel te donker geschilderd. Dat hij met het spaarzame licht van de olielamp boven de tafel heel goed het harde leven van arme boeren weergaf drong toen niet bij de kunstcritici door …
Locatie: De aardappeleters van Vincent van Gogh hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

In hetzelfde jaar werkte hij in Antwerpen waar hij kennis maakte met de Japanse houtblokprenten die een onuitwisbare indruk op hem maakten en die hij met veel plezier verzamelde. De eenvoud, het genuanceerde kleurgebruik en de asymmetrie in de afbeeldingen trokken hem zeer aan. Hij zocht in Antwerpen ook vrouwen die voor hem wilden poseren, maar omdat hij te weinig geld had om hen te betalen slaagde hij hier niet in. Hij maakte hier onder meer schilderijen van `De Grote Markt’ en het `Kasteel het Steen’. Zijn schilderij `Portret van een vrouw met rode haarstrik’ was het eerste schilderij waarin hij felle kleuren gebruikte en waarmee hij toetrad tot de kunststroming de post-impressionistische kunst.

Portret van een vrouw met rode haarstrik, van Vincent van Gogh uit 1885. Het was zijn eerste post-impressionistische schilderij.
Afbeelding: Portret van een vrouw met rode haarstrik, van Vincent van Gogh uit 1885. Het was het eerste post-impressionistische schilderij van Vincent van Gogh.
Locatie: Dit schilderij maakt deel uit van de privéverzameling van de Amerikaanse kunstverzamelaar Alfred Wyler.

Zijn studie aan de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen liep op niets uit. Zijn werk paste niet in het referentiekader van zijn leraren; het koppige karakter van Vincent van Gogh hielp hier ook niet bij. In deze periode verzorgde hij zich slecht. Hij moest veel tanden laten trekken, hij liep de geslachtsziekte syfilis op en werd vervolgens depressief. Halsoverkop vertrok hij naar Parijs waar hij bij zijn broer Theo introk, die daar bij een kunsthandel werkte. Hij maakte er kennis met het werk van Henri de Toulouse-Lautrec, Émile Bernard, Adolphe Monticelli, Paul Signac, Georges Seurat, Paul Gauguin, Camille Pissarro en Armand Guillaumin.
In 1888 vertrok hij naar het plaatsje Arles waar hij veel van zijn bekendste kunstwerken schilderde, waaronder `De Twaalf zonnebloemen in een vaas’ en portretten van Augustine Roulin, de vrouw van de postbode waarmee hij bevriend was.

Zonnebloemen uit 1889 van Vincent van Gogh
Afbeelding: Zonnebloemen, uit 1889 van Vincent van Gogh die hij in het dorp Arles schilderde. Vincent schilderde vijf grote schilderijen met zonnebloemen in Arles, in Zuid-Frankrijk. Op alle doeken staan de zonnebloemen in een vaas, met drie tinten geel ‘en anders niets’. Hij toonde met deze manier van kleurgebruik aan dat je een voorstelling kon maken met veel varianten van één kleur zonder dat het kunstwerk aan zeggingskracht inboet.
Locatie: Dit kleurrijke schilderij hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting).

Hij werkte enkele maanden samen met Paul Gaugain. Nadat zij echter allebei verliefd werden op de lokale kroeghoudster, die zij ook op het doek vereeuwigden, kregen zij ruzie. Dit was ook het moment dat Vincent zijn oor afsneed. Er bestaat ook een verhaald dat Gaugain de oor in woede met een zwaardslag van het hoofd van Vincent sloeg, een verhaal dat zij beiden letterlijk en figuurlijk onder de pet wilden houden. 
In 1889 werd hij tijdens een depressie opgenomen in een instelling in het dorpje Saint-Rémy-de-Provence. Hij maakte in deze periode niet minder dan 150 schilderijen van gele korenvelden, olijfbomen, irissen en seringen. In het voorjaar van 1890 werd het schilderij `De rode wijngaard’ voor een bedrag van 400 Belgische franken gekocht door Anna Boch op de tentoonstelling van de Brusselse Les XX, het zou het enige schilderij worden dat Vincent van Gogh tijdens zijn leven verkocht, naast twee tekeningen.
Na afloop van zijn  opname vertrok hij naar Auvers, waar hij zijn bekende korenvelden met donkerblauwe en stormachtige hemels schilderde, bijzonder fraaie voorbeelden van post-impressionistische kunst. Hij was volkomen vrij geworden in zijn kleurkeuzes.

Sterrenhemel, uit 1888 van Vincent van Gogh. Hij schilderde het na zijn opame in de psychiatrische kliniek van Auvers
Afbeelding: Sterrennacht boven de Rhône, uit 1888 van Vincent van Gogh. Hij schilderde het 2 jaar voor zijn overlijden. Vincent was al langere tijd in zijn hoofd bezig om de sterrenhemel te construeren. Na een avondwandeling zag hij het schilderij ineens voor hem. Het moest een dynamische samensmelting worden van de elementen water, lucht en gras. Voor deze samensmelting laat hij de kleuren blauw, geel en groen, in allerlei tinten en varianten, in elkaar overvloeien. Het romantische paar in de rechterbenedenhoek van het schilderij lijkt te genieten van deze bijzondere avond. Vincent van Gogh lijkt daarmee in een positieve stemming te zijn, al kondigen de donkere luchten zich al aan. 
Locatie: Het kunstwerk `Sterrennacht boven de Rhône’ van Vincent van Gogh hangt in het Musée d’Orsay in de Franse hoofdstad Parijs. 

Op 29 juli 1890 schoot Vincent van Gogh zichzelf in zijn borst. Twee dagen later overleed hij in het bijzijn van zijn broer Theo, die, na het horen van dit onheilsbericht, pijlsnel naar zijn broer reisde. Zes maanden later overleed ook Theo. Van Gogh zou na zijn dood wereldberoemd worden als één van de beste schilders uit de 19de eeuw. Veel van zijn kunstwerken hangen in het Van Gogh Museum in Amsterdam en in het Kröller-Müller Museum in het Nationale Park de Hoge Veluwe. Hij zou grote invloed uitoefenen op de kunstschilders die na hem kwamen en met name op een nieuwe kunststijl, het expressionisme.

Vincent van Gogh, Boomwortels, het schilderij uit 1890 dat tijdens zijn overlijden op zijn schildersezel stond. Het was daarmee zijn laatste kunstwerk.
Afbeelding: Het schilderij Boomwortels van Vincent van Gogh. Dit schilderij uit 1890 stond tijdens zijn overlijden nog op zijn schildersezel. Het was daarmee het laatste kunstwerk dat hij schilderde. 
Locatie: Het schilderij Boomwortels, het laatste schilderij van Vincent van Gogh uit 1890, hangt in het Van Gogh Museum in Amsterdam. ©Ronnie Rokebrand.


Georges Seurat en het pointillisme

Georges Seurat (1859-1891) werd slechts 32 jaar oud. Toch zou hij de kunstgeschiedenisboeken ingaan als de ontdekker van het pointillisme. Een stijl die men ook wel het neo-impressionisme noemde. Hij kreeg zijn opleiding aan de École des Beaux en later bij de kunstschilder Lehmann. Hij was vooral geïnteresseerd in de manier waarop je met kleuren het licht op het doek kon beïnvloedden. Hij probeerde dit, samen met zijn vriend Paul Signac (1863-1935), vanuit het oogpunt van de wetenschap te benaderen. Uiteindelijk koos hij voor een vorm die wij nu het pointillisme noemen, maar die hij zelf het divisionisme noemde, waarbij je ongemengde verfstipjes naast elkaar op het schilderdoek aanbracht.

Les Grues et la percée à Port-en-Bessin, van Georges Seurat uit 1888.
Afbeelding: De seinpaal en de kliffen bij Port-en-Bessin (Les Grues et la percée à Port-en-Bessin), een pointillistisch schilderij van Georges Seurat uit 1888.
Locatie: Dit kunstwerk hangt in de National Gallery of Art in Washington D.C. in de VS.

Dit was revolutionair, omdat het juist in die tijd gebruikelijk was om veel verfkleuren te mengen om zo nuances in een schilderij aan te kunnen brengen. Volgens hen zouden de kleuren als vanzelf in elkaar overlopen als je voldoende afstand van het kunstwerk hield. Bekende schilderijen van hem zijn Baders bij Asnières uit 1884 en Zondag in de zomer in La Grande Jatte uit 1886.

Een zondagmiddag, van de postimpresionistische kunstschilder Georges Seurat
Afbeelding: Een zondagmiddag in de Grande Jatte (Dimanche d’été à la Grande Jatte), uit 1886, van Georges Seurat, geschilderd in de stijl van het pointillisme. La Grande Jatte was een eilandje in de rivier de Seine in de omgeving van de Franse hoofdstad Parijs. Het was de plek waar de beter gesitueerden uit de hoofdstad graag hun weekend doorbrachten, zeker ook omdat zij hier prostitués konden ontmoeten. Prostitutie was verboden, dus hadden de prostitués slimme manieren gevonden om aan klanten te komen. Rechts vooraan staat een vrouw met aan haar voeten een aapje. Deze dieren stonden in die tijd symbool voor seks. Hiermee kon deze vrouw, zonder een boete of gevangenschap te riskeren, aangeven dat zij in was voor betaalde seks. Bij de rivier staat een vrouw te vissen. Symbolisch staat zij te hengelen naar klanten. Het Franse woord voor `vissen’ is  pêcher’ dat verdacht veel lijkt op het Franse woord `pécher’ dat `zondigen’ betekend. Bijzonder is dat het gezinsleven zich op dit schilderij bijna ongemerkt vermengd met de zelfkant van de samenleving.
Locatie: Dit bijzondere kunstwerk van Georges Seurat hangt in The Art Institute of Chicago, in de Verenigde Staten.

In het begin zijn de portretten, genreschilderijen en waterrijke landschapen geschilderd in een evenwichtige compositie, later zal hij steeds meer beweging in zijn schilderijen construeren, zoals te zien is in het schilderij De opschudding (Le chahut) uit 1890 dat in het Kröller-Müller Museum hangt. In het Singer Museum zijn werken te bezichtigen van William Singer, Co Breman en Ferdinand Hart Nibbrig. Zij schilderden hun landschappen en dorpsgezichten eveneens in de stijl van het pointillisme en deels in de stijl van het luminisme, een stijlvorm die door een optische mengeling van kleuren, de nadruk legde op sterke lichteffecten en veel overeenkomsten had met het pointillisme.

Henri de Toulouse-Lautrec, de schilder van het uitgaansleven

Henri Marie Raymond de Toulouse-Lautrec kortweg Henri Toulouse-Lautrec (1864-1901) genoemd, dankte zijn lange naam aan het feit dat hij tot de adel behoorde. In die tijd hield men het kapitaal graag binnen de familie, met als gevolg dat men ook binnen de familie trouwde, zo ook de vader en moeder van Henri. Over inteelt was nog niet veel bekend. Het gevolg van deze inteelt was dat Henri de Toulouse-Lautrec geboren werd met de ziekte pyknodysostose, waardoor hij last had van zwakke beenderen, een niet dichtgegroeide fontanel en dwerggroei. Zijn vader kon hem moeilijk accepteren zoals hij was. Henri wilde graag schilder worden en ging in 1982 op schildercursus in Parijs bij René Princeteau, een vriend van zijn vader. Toen hij daar was uitgeleerd meldde hij zich in het atelier van Léon Bonnat, in die tijd een bekend schilder.
Hij startte zijn schilderscarrière als impressionist, maar vanaf het moment dat hij in 1885 zijn eigen studio in Montmartre startte werd zijn werk steeds meer post-impressionistisch, met scherpe vlakverdelingen, felle kleuren en met duidelijke omlijningen. Toch zien we bij hem ook al de kenmerken van het expressionisme en de art nouveau. In Montmartre bezocht hij de bordelen, theaters en cafés, vooral de ‘Le Chat Noir’, de dansgelegenheid ‘Folies-Bergères’, en de ‘Boule Noire’. De prostituees accepteerden hem op een bepaald moment als een van hen, waardoor hij deze vrouwen ongeposeerd kon schilderen in de bordelen en uitgaansgelegenheden.

In de Salon in de Rue des Moulins (Au Salon de la rue des Moulins), van Henri de Toulouse-Lautrecrec, uit 1894
Afbeelding: In de Salon in de Rue des Moulins (Au Salon de la rue des Moulins), van Henri de Toulouse-Lautrec, uit 1894. Hij was een vaste bezoeker van de bordelen in Montmartre waardoor hij deze prostitués in hun gewone doen kon schilderen; Henri hoorde er voor deze vrouwen `een beetje bij’.
Locatie: Dit schilderij hangt in het Toulouse-Lautrec Museum, in het bisschopspaleis in het Zuid-Franse stadje Albi.

In deze tijd leerde hij ook Vincent van Gogh kennen die 11 jaar ouder was als Henri. Zij kregen beiden schilderlessen in het atelier van Fernand Cormon. Afgaande op de overeenkomsten in hun techniek en stijl in deze periode hebben ze een tijdje goed samengewerkt.
Hij schilderde de rijke mannen in hun goedgesneden pakken en wandelstokken, de snoevende legerofficieren en de kunstenaars met hun breedgerande hoeden en elegante kledij. In relatie tot hen plaatste hij de meisjes van plezier en de chic opgemaakte maîtresses die rondom de heren zwierden. Zij probeerden op deze wijze het arme leven dat zij leidden te ontvluchtten. Hij schilderde ook graag de wasvrouw Carmen Gaudin die veel als model voor hem figureerde.

De wasvrouw, van Henri de Toulouse-Lautrec uit 1884
Afbeelding: De wasvrouw, van Henri de Toulouse-Lautrec uit 1884. Henri was gefascineerd door de koperkleurige haren van deze prachtige vrouw en schilderde haar veelvuldig. Carmen Gaudin was een wasvrouw in Montmartre. Zijn verdere verhouding tot haar is niet duidelijk. Het verhaal gaat dat hij haar niet meer als model wilde nadat zij haar haren bruin had geverfd. 
Locatie: Dit schilderij van de kunstschilder Henri de Toulouse-Lautrec is in het bezit van een privéverzamelaar.

In 1891 begon Toulouse-Lautrec affiches te maken voor onder meer de Moulin Rouge, een cabaret in Parijs, waarbij hij steeds beter werd in de meerkleurige lithografie. Met deze affiches werd hij een bekend kunstenaar. Henri Touluse-Lautrec had veel verhoudingen, onder meer met prostituees, maar hij zou nooit trouwen. In 1901 werd hij ernstig ziek. Zijn, ondertussen gescheiden, moeder nam hem in huis. In het bijzijn van zijn moeder overleed hij op 36-jarige leeftijd.

De onrustige, reizende Paul Gaugain

Paul Gaugain (1848-1903) was de zoon van een buitenlandcorrespondent, met als gevolg dat het gezin, waar hij deel van uitmaakte, veel in het buitenland woonde. Tot zijn 7e verjaardag woonde hij in Lima, de hoofdstad van het Zuid-Amerikaanse land Peru. Toen het gezin terugkeerde in Parijs kon hij maar moeilijk wennen. Net als veel andere kinderen die hun jeugd in een bepaald land hebben doorgebracht, was de aanpassing aan andere gewoontes, normen en waarden lastig voor de opgroeiende Paul. Op 25-jarige leeftijd trouwde hij met de Deense Mette Sophie Gad. Samen kregen zij 5 kinderen. Hij verdiende zijn geld als beursmakelaar voor een verzekeringsmaatschappij. Toch wilde hij zich op de schilderkunst richtten, met als gevolg dat hij te weinig verdiende en zijn vrouw met de kinderen het hazenpad koos, terug naar haar familie in Denemarken. Ondertussen was hij samen met Pissarro in de openlucht gaan schilderen, in de traditie van de impressionisten.
Hij bleef echter onrustig, zowel in de richting die hij in het schilderen wilde ontwikkelen als in het zoeken naar een thuisbasis. Hij wilde op zoek naar het diepste wezen van de onderwerpen die hij schilderde; alleen de puurheid van mensen, objecten en landschappen wilde hij op zijn doeken vastleggen. Vandaar dat hij veel onderweg was. Eerst ging hij schilderen in Bretagne, waar hij onder meer de schilderijen `De dans van de Bretonse meisjes’, `De dans van de vier Bretonse meisjes’, en `De baders’ vervaardigde.


De dansende Bretonse meisjes, van Paul Gauguin, uit 1888
Afbeelding: De dansende Bretonse meisjes, van Paul Gauguin, uit 1888. De drie meisjes die dansen in een hooiveld is een bekend werk van Gauguin uit de periode dat hij in Bretagne werkte. De driehoekige mutsen en witte kragen waren typerend voor de Bretonse klederdracht.
Het kunstwerk zit vol ogenschijnlijke tegenstellingen. De meisjes lijken groot tussen de kleine hoopjes hooi en het muurtje op de achtergrond. De meisjes dansen, maar stralen tegelijkertijd ook ingetogenheid uit. De klaprozen knallen van hun borsten. Op de achtergrond ligt het in slaap gevallen stadje Pont-Aven.

Locatie: Het schilderij met De dansende Bretonse meisjes van Paul Gaugain hangt in het National Gallery of Art in Washington D.C. in de Verenigde Staten.

In Bretagne werkte Gaugain aan een nieuwe stijl die hij cloisonnisme noemde, vernoemd naar de cloisonné-techniek die populair was in onder meer China. Men legde in China ragfijne metalen of koperen draadjes op een koperen ondergrond en vulde vervolgens de ontstane ruimtes tussen de draadjes in met email. Hij noemde zijn techniek cloisonnisme, omdat hij ook zijn figuren op het schilderdoek met donkere randjes omlijnde. Deze omlijnde vlakken kleurde hij in met felle kleuren. 
Vanuit Bretagne reisde Gaugain naar Denemarken om zijn kinderen te bezoeken, gevolgd door reizen naar Panama en Martinique. In deze streken voelde hij zich thuis, omdat het leven wel wat leek op het leven dat hij als kind in Peru gewend was. Het is niet onmogelijk dat hij dit verleden ook een beetje romantiseerde. In Parijs ontmoette hij in 1888 Theo van Gogh, de broer van Vincent, die hem overhaalde om een tijdje met zijn broer op te trekken, zodat Vincent hiervan kon leren. Dit alles uiteraard tegen een vergoeding. Dit ging echter maar 2 maanden goed, omdat zowel Paul Gaugain als Vincent van Gogh een moeilijk en weinig sociaal karakter hadden. Niet veel later ging hij naar Tahiti. Hij maakte daar zijn beste werken in een steeds specifiekere stijl. Zijn bijzondere kleurgebruik in grote vlakken en de fraaie afbeeldingen van de donkere, Polynesische vrouwen zijn in een unieke stijl geschilderd, waaronder de kunstwerken `Wanneer ga je trouwen?’ (Nafea faa ipoipo) uit 1892,  `Twee Tahitiaansen’ (Deux Tahitiennes) uit 1899 en een levensgrote schilderij met de titel Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Waar gaan we heen? (D’où venons-nous, Que sommes-nous? Où allons-nous?). Deze schilderijen, die hij na 1892 op het eiland Tahiti en de Marquesaeilanden maakte, rekent men tegenwoordig tot de schilderstijl het synthetisme, dat men ook wel tot het symbolisme rekent. Hij was naar de Marquesaseilanden gereisd, omdat, zoals beschreven, Tahiti hem niet meer beviel. Hij kreeg op de Marquesaseilanden een relatie met de plaatselijke schone Paou’óura. Samen kregen zij in 1899 een zoon die zij Émile noemden. In 1903 overleed hij, slechts 54 jaar oud, aan de gevolgen van een slecht hart, mede veroorzaakt door de geslachtsziekte syfilis. Hij stond met zijn schilderijen aan de basis van verschillende vormen van primitivisme.

Twee Tahitiaansen, uit 1899 van Paul Gauguin
Afbeelding: Twee Tahitiaansen, uit 1899 van Paul Gauguin, geschilderd in een unieke stijl. Een schilderstijl die hij aanduidde als het synthetisme.  Paul Gaugain ontwikkelde een nieuwe decoratieve stijl. In zijn schilderijen gebruikte hij zoveel mogelijk ongemengde kleuren, gescheiden door donkere contouren. Hij wilde daarmee dichter bij zijn afgebeelde personen en figuren komen. Hij probeerde met deze kleuren en vormen de emotie zichtbaar te maken. Er zijn ook duidelijke kenmerken van het symbolisme zichtbaar, zoals op dit schilderij met het afbeelden van een `femme fatale’, een vrouw waartegen een man geen weerstand kan bieden. 
Locatie: Dit bekende kunstwerk van Paul Gauguin hangt in het Metropolitan Museum of Art in New York (VS).

De beeldhouwer Auguste Rodin en de beeldhouwster Camille Claudel

Auguste Rodin (1840-1917) en de 23 jaar jongere Camille Claudel (1864-1943) oefenden beiden hetzelfde vak uit: beeldhouwer en beeldhouwster. Zij beïnvloedden elkaar in hun werk en hadden samen lange tijd een liefdesrelatie, tot het moment dat Auguste de relatie eenzijdig beëindigde. Rodin woonde namelijk al die tijd samen met de naaister Rose Beuret. Hij zou pas op haar sterfbed met haar trouwen. Auguste Rodin en Camille Claudel plaatste men, wat betreft stijlperiode, in de stijl die men het symbolisme ofwel het synthetisme noemde, net als de beeldhouwers George Minne en Max Klinger.
Het leven van Camille Claudel zou op een verschrikkelijke manier eindigen. Boos op Rodin dat hij haar verlaten had werd ze langzaam maar zeker paranoïde. Haar familie liet haar in 1913 opsluiten in een inrichting; in 1915 werd ze genezen verklaard, maar haar moeder en broer wilden niet dat ze vrij kwam en lieten haar vast zitten. Doodongelukkig stierf zij in 1943 in alle eenzaamheid.

Vertumnus en Pomona, van de beeldhouwster Camille Claudel uit 1905 in het Rodin Museum
Afbeelding: Het marmeren beeld van Vertumnus en Pomona, van de beeldhouwster Camille Claudel uit 1905.
Dit beeldhouwwerk toont het verhaal over Vertumnus, de god van de verandering en de seizoenen. Het verhaal was geschreven door de Romeinse dichter Ovidius. Vertumnus was, net als veel anderen, hopeloos verliefd op de schone Pomona, de godin van de tuinen. Helaas nam zij haar godendom serieus en had zij slechts oog voor haar werk in de tuinen. Vertumnus kon zich echter naar believen veranderen in een ander persoon, zoals ook de seizoenen steeds veranderen, en hij bezocht de schone Pomona als een oude en wijze vrouw. Vervolgens raakte de oude vrouw de knappe Pomona in haar ziel met de metafoor: zoals wijnranken zonder iep (iepen werden in die tijd geteeld om wijnranken te leiden) geen steun hebben, heeft iedereen behoefte aan een metgezel. Daarop onthulde hij zich als Vertumnus en kusten zij elkaar, zoals door Camille Claudel in dit kunstwerk verbeeldt. 

Locatie: Dit witmarmeren beeldhouwwerk van Camille Claudel staat in het Rodin Museum in de Frans hoofdstad Parijs.

Auguste Rodin werd – en wordt – gezien als de beste beeldhouwer van de twintigste eeuw en één van de beste die ooit heeft bestaan. Men vergeleek hem met Michelangelo, het grote voorbeeld voor Rodin. Zijn beeldhouwwerken vielen op door hun realistische uitstraling. Om de echtheid van zijn beeldhouwwerken te benadrukken liet hij delen van zijn beelden onbewerkt. Deze onregelmatig gevormde oppervlakten stonden in een scherp contrast met de glad gepolijste delen van het kunstwerk. Auguste Rodin liet hiermee zien hoe het beeldhouwwerk was gemaakt. Hij wilde hiermee de vergankelijkheid en daarmee de betrekkelijkheid van zijn kunstwerken tonen. 
Hij kreeg beeldhouwlessen op de Ecole Spéciale de Dessin et de Mathématique. Vervolgens kreeg hij les van Jean-Baptiste Carpeaux en François Rude. In 1876 bezocht hij Rome en was hij bijzonder onder de indruk van de rijke Romeinse kunst en met name, zoals reeds beschreven, van het werk van Michelangelo, maar ook van Donatello. Van 1880 tot 1890 werkte hij aan de fraaie Deuren van de Hel (de Hellepoorten) voor de ingang van het  Museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs, een werk dat nooit af zou komen. Enkele figuren goot hij apart in brons, zo ontstond zijn bekendste werk De denker dat in 1880 werd gegoten. Er bestaan drie afgietsels van De Denker, waarvan er één in het bezit is van het Singer Museum in Laren (NH). Andere bekende beelden van hem zijn De Kus en De Kathedraal. Ook de Kus maakte oorspronkelijk deel uit van de Deuren van de Hel, evenals zijn beeldhouwwerk De Drie Schaduwen. 

Eva bij de rots, is een groot model bronzen beeldhouwwerk uit 1907 van de kunstenaar Auguste Rodin Afbeelding: Eva bij de rots, is een groot model bronzen beeldhouwwerk uit 1907 van de kunstenaar Auguste Rodin. Goed te zien is het onbewerkte deel aan de voet van het beeldhouwwerk. Deze tegenstelling tussen het gladde en afgewerkte deel van het beeldhouwwerk en dit onbewerkte deel werd het beeldmerk van Rodin.
Locatie: Dit bronzen beeld van `Eva bij de rots’ staat in het Singer Museum in het Nederlandse dorp Laren (NH). Dit museum bezit zeven beeldhouwwerken van Rodin. ©Ronnie Rokebrand.

Grote afbeelding: De Irissen, uit 1889 van de Nederlandse kunstschilder Vincent van Gogh. Hij schilderde dit kunstwerk toen hij was opgenomen in het ziekenhuis St.-Paul-de-Mausole in Saint-Rémy-de-Provence (Frankrijk).
Locatie: J. Paul Getty Museum in Los Angeles in de VS.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.