Les 38: Postmoderne kunst

Hoe dichter we bij de tijd komen waarin we nu leven, des te lastiger is het om de belangrijkere kunststromingen te benoemen. We hebben in de vorige webpagina’s over kunststromingen gezien dat de kunstcritici er in hun tijd vaak naast zaten met het waarderen van de kunst die wij nu, later in de tijd, als heel belangrijk en kostbaar waarderen. Zonder voldoende afstand in tijd en waarneming is het moeilijk om te zien welke kunst, die op de markt wordt gebracht, vernieuwend of innovatief is. Op zich is dit niet zo belangrijk, want kunst is van mensen voor mensen. De waardering is altijd individueel: een persoon vindt iets interessant of niet. En hij of zij schaft op basis van deze waarneming een kunstwerk aan of laat het aan zich voorbijgaan. Uiteraard spelen bij deze keuzes de culturele referenties van de toeschouwer altijd een rol. Juist deze stroming in de kunst gaat uit van het gegeven dat de waarheid niet meer is dan een standpunt vanuit een bepaalde referentie.
In de meest extreme situatie werkt een kunstenaar alleen voor zichzelf en zullen zijn of haar kunstwerken pas na zijn of haar overlijden de openbaarheid betreden.
Het is een een feit dat men met de term postmodernisme ofwel de postmoderne kunst zo’n beetje alle kunst bedoeld die na het modernisme ontstond. In die zin lijkt het modernisme wel op het postmodernisme, al zullen de huidige kunstenaars vast een andere mening verkondigen. Ook toen functioneerde de titel modernistische kunst als een samenvatting van veel onderling verschillende kunststromingen, net zoals dit nu gebeurt in het postmodernisme. Toch ga ik een poging wagen om de kunststroming postmodernisme hier te behandelen. Een kunststroming die rond 1975 populair werd, al werd de term postmoderne kunst al sinds de zestiger jaren gebruikt, en nog steeds de wanden van de galerieën beheerst. De kunstgeschiedenis zal later uitmaken of mijn beschrijvingen de juiste weg volgen of dat het slechts een dwaalpad betreft, verblind door een te grote nabijheid van het onderwerp. 

Het schilderij De Goden van de Franse postmoderne kunstschilder Andre Castinel
Afbeelding: Het schilderij De Goden van de Franse kunstschilder Andre Castinel. Castinel heeft zeker een zeer eigen stijl, maar in zijn postmodernisme zie je de invloeden van het fauvisme, het kubisme en het surrealisme
Locatie: Het schilderij `De Goden’ maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

Postmoderne kunst in verscheidenheid

Het is nog niet zo lang geleden dat de toegang tot de productiemiddelen het belangrijkste was voor de mens. Dit heeft echter plaats gemaakt voor het belang van de toegang tot informatie, vooral dankzij de overal aanwezige massamedia, onder meer via het Internet. Het is op het Internet moeilijk om de realiteit te onderscheiden van fantasievolle verhalen. De schijnwerkelijkheid neemt soms de plaats in van de echte werkelijkheid. We merkten dit onder meer tijdens de coronapandemie toen er veel fantasieverhalen op het Internet verschenen over het coronavirus en het coronavaccin.
De hedendaagse kunstenaars maken ook dankbaar gebruik van de toegankelijkheid van het verleden, dankzij deze media. Het resultaat is de kunststroming postmoderne kunst die probeert af te rekenen met de zucht naar orde en functionaliteit uit de periode van het modernisme, een periode waarin de kunstenaars hun oren lieten hangen naar de idealen van de Verlichting. Het schilderij Peephole into the World van de Italiaanse kunstschilder Vincento Osada (zie de afbeelding op deze webpagina) is hier een goed voorbeeld van.
Het postmodernisme legde op haar beurt veel meer de nadruk op variatie, toeval en pluralisme. In plaats van orde en functionaliteit streefde men nu naar overdaad en overdrijving. Men sloot in hun kunstwerken aan bij de tijdgeest van de jaren zestig waarbij oude normen en waarden overboord werden gegooid. Lucht en humor werden belangrijke items in hun kunstwerken als reactie op de strengere opvattingen uit de periode daarvoor. Een goed voorbeeld daarvan zijn de schilderijen van de kunstschilder Andre Castinel. De kunst werd weliswaar vluchtiger, maar ook kleurrijker. Vanaf de jaren tachtig en negentig in de vorige eeuw, gaat de postmoderne kunst alle kanten op. Kunstenaars maken een eigen keuze uit allerlei stijlelementen en kunststromingen, en combineren deze tot iets nieuws. De kunstenaars vermengden allerlei stijlen. Men maakte vaak speels gebruik van klassieke elementen, zoals timpanen en zuilen, zowel in gebouwen als op schilderijen, waarbij men er niet voor schuwde om schijnbaar nuttelozen elementen, waaronder symbolen en figuratieve elementen, in de architectuur op te nemen. Een goed voorbeeld is het intrigerende schilderij De Archeologen van de Italiaanse kunstschilder Vincenzo Amicone. De kunstwereld, die het postmodernisme omarmde, schopte daarmee tegen de bestaande academische regels.

De archeologen, van Vincenzo Amicone
Afbeelding: De Archeologen, van de Italiaanse kunstschilder Vincenzo Amicone. Naast de kleding van de Griekse priesters die zij dragen hebben deze figuren de geschiedenis verinnerlijkt in bijvoorbeeld de vorm van tempels met Ionische zuilen, maar vooral in de ontwikkeling van de architectuur in een lang verleden tot heden. Als je alleen naar de compositie van dit schilderij kijkt, dan lijkt het geïnspireerd op het kunstwerk `Deux nus’, dat Pablo Picasso in 1946 maakte. 
Locatie: Dit intrigerende schilderij `De Archeologen’ van Amicone maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

De spreuk less is more (minder is meer) veranderde de kunstenaars in less is a bore (minder is saai). Men wilde vooral de persoonlijke gevoelens en beleving van de kunstenaar tot uiting brengen op het doek, in een installatie, in performance kunst, in architectuur en in beeldhouwwerken van tal van materialen. Geen wonder dat hiermee ook de deur werd geopend voor de kunstenaars om via hun kunstwerken hun persoonlijke reflectie te uiten op de maatschappelijke ontwikkelingen om hem of haar heen, zoals de kunstschilder Gianfranco Zenerato in zijn schilderijen deed. In dit kader moeten we ook zeker de kunstschilder Pierre Donzelot noemen. Een man die het leven vastlegde in het Franse departement Doubs. Hij legde hier het dagelijks leven van de bewoners vast, zowel in hun gedrag als in hun omgeving. 

Werken op het land, een postmodern schilderij van Pierre Donzelot uit 1971
Afbeelding: Werken op het land, uit 1971, van Pierre Donzelot. Hij creëerde een geheel eigen stijl door zijn technische vaardigheden en zijn heldere kleurgebruik in zijn schilderijen, houtskooltekeningen en aquarellen. Zijn schilderijen zijn direct herkenbaar aan de eigen post-impressionistische stijl en het eigen kleurgebruik, en zijn daarmee uniek in Europa. 
Locatie: Dit schilderij van Pierre Donzelot maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

Het resultaat: een kunststroming, de postmoderne kunst, die velerlei uitingen van kunst onder haar hoed herbergt, van de zogenoemde `nieuwe wilden’ tot aan de straatkunstenaars. Al deze richtingen scharen zich onder een eigen noemer, vandaar dat er tal van onderstromingen zijn, waaronder conceptuele kunst (dat al tijdens het modernisme populair was), streetart (zie de paragraaf hieronder), installatiekunst, lowbrow art, performance art, digitale kunst, intermedia en multimedia, telematic art, appropriation art en nieuw-conceptuele kunst en neo-expressionisme in de schilderkunst.

Camp

Opmerkelijk was de opkomst van de `camp’, een postmoderne kunststroming. Camp was – en is -een verzamelnaam voor tal van kunstuitingen met kitscherige elementen. Camp omarmde de heersende volkscultuur op humoristische wijze, maar dan met een artistieke bijbedoeling. Dit was kenmerkend voor camp, maar evenzeer voor de postmoderne kunst. Een bekend boegbeeld van de camp-kunst is Jeff Koons (1955-). Met zijn kunstwerken bengelt hij continue op het smalle randje tussen kunst en kitsch. 

Tulpen, een roestvrijstalen sculptuur (gegoten) uit 2004 van de camp-kunstenaar Jeff Koons.
Afbeelding: Tulpen (Tulip Balloons), een roestvrijstalen sculptuur (gegoten) uit 2004 van de camp-kunstenaar Jeff Koons. De zeven bloemen zijn meer dan 2 meter lang en 5 meter breed; de bloemen wegen 500 kilo per bloem. Andere bekende werken van Jeff Koons (1955) zijn onder meer de `puppies’, reusachtige beelden van honden ingelegd met bloemen. 
Locatie: Dit beeldhouwwerk van Jeff Koons veilde men in 2012 voor 30 miljoen dollar en is sindsdien in het bezit van een privéverzamelaar. 

Streetart

`Ik maak mijn kunst snel, maar we leven ook in een snelle wereld.
                                    Keith Haring

Het is dan ook geen wonder dat ook de straatkunst werd – en wordt – geaccepteerd als kunstvorm. Mannen als Keith Haring (1958-1990), Jean Michel Basquiat (1960-1988) en Banksy (geboortedatum onbekend) dwaalden door de schaars verlichte metrogangen en verlaten straten in volkswijken waar zij snel hun kunstuitingen op de muren aanbrachten. Het moest snel, want zij konden op ieder moment gearresteerd worden. Zij begonnen hun kunstenaarsloopbaan met het aanbrengen van graffiti, maar hun humorvolle werken hangen nu aan de wanden van toonaangevende galerieën. Opmerkelijk is dit wel, want hun werken waren bedoeld voor jongeren die nooit in een museum kwamen …

Keith Haring

Keith Haring maakte niet minder dan 10.000 schilderijen. Met zijn graffitit in de metro van New York concurreerde hij met de overal aanwezige advertenties. Als er eens een advertentieruimte niet verkocht was, vulde hij direct de achtergrond op met zijn krijttekeningen. Het gaf de aanzet tot zijn latere beroemdheid. Er was geen inwoner van New York die niet met zijn werk in de openbare ruimte werd geconfronteerd Dankzij het vele en snelle werken in de metro’s, en op andere plekken, had hij zijn handen en armen zo getraind dat bijna iedere streep die hij zette direct raak was. Zijn werken waren zeer populair. Zo zeer zelfs dat hij in New York de Pop Shop opende, waarin van alles werd verkocht met het signatuur van Haring, tot schoenen en Swatch horloges aan toe. Men noemde hem ook wel een popart-icoon, vandaar dat men hem ook bij de kunststroming popart kan indelen. 
Ser Humano, Ser Urbano (Mens Zijn, Stad Zijn), een schildering van Keith Haring op een metro toestel in Mexico-Stad
Afbeelding: Ser Humano, Ser Urbano (mens zijn, stad zijn), een schildering van Keith Haring op een metro toestel in Mexico-Stad. Keith Haring zijn schilderingen hadden vaak een maatschappijkritische ondertoon. Met zijn figuurtjes vestigde hij regelmatig de aandacht op drugsverslaafden en personen die aan de ziekte aids leden, een ziekte waar hij uiteindelijk zelf aan overleed. Hij werd slechts 31 jaar oud.
Locatie: Deze door Keith Haring beschilderde metro rijdt in de straten van Mexico-Stad in Mexico.

Neo-expressionisme

Veel kunstenaars zochten nieuwe manieren om hun emoties en persoonlijke belevingen te uiten. Deze expressie vonden ze in een nieuwe kunststroming, het neo-expressionisme. Zij noemden zich de `nieuwe wilden’ (die Neue Wilde) met een knipoog naar de fauvisten.
De neo-expressionisten werkten weer figuratief, dat was dan ook de enige relatie met het expressionisme, met dien verstande dat zij dit op het doek vaak combineerden met abstracte objecten. De resultaten waren hartstochtelijke, vaak grimmige, maar ook prikkelende kunstwerken met kleuren, allerlei vormen en vol met figuratie. In de kunst betekent figuratief dat het werk een voorstelling uitbeeldt en herkenbaar is. Veel kunstenaars waren politiek geëngageerd en gebruikten onderwerpen uit de volkscultuur.
Er waren ook neo-expressionisten die niet alleen met verf werkten, maar met alle voorwerpen die voorhanden waren om tot een geschilderde collage of een installatie te komen. Voorbeelden zijn de Duitse kunstenaar en fotograaf Sigmar Polke (1941-2010) en de veelzijdige Amerikaanse kunstenaar Julian Schnabel (1951-). De onderwerpen in hun doeken zijn divers. De Brit Damien Hirst (1965-) concentreerde zich in zijn kunstwerken op de relatie met de dood, zoals in zijn serie zeefdrukken van `Het Laatste Avondmaal. De Duitser Sigmar Polke probeerde in zijn kunstwerken de 2de wereldoorlog te verwerken, bijvoorbeeld in zijn werk `Kamp’.

B-mode, van Sigmar Polke, eenkunstenaar die in zijn werken gebruik maaktse van tijdschriften en reclameuitingen uit de consumptiemaatschappij.
Afbeelding: B-mode, van Sigmar Polke. Deze kunstenaar gebruikte in zijn schilderijen allerlei combinaties van kleurstoffen, lakken en exotische chemicaliën. In zijn composities gebruikte hij tijdschriften, boeken en afbeeldingen van reclame uitingen uit de consumptiemaatschappij. 
Locatie: Het is niet bekend waar dit kunstwerk zich bevindt. 

Digitale kunst

Digitale kunst, ook wel Digital Art genoemd, ontwikkelde zich vanaf de jaren negentig in de vorige eeuw, ongeveer gelijk met de komst van het internet. Ter herinnering: de eerste browser van Netscape, waarmee voor het eerst gewone mensen op het Internet konden surfen, verscheen in 1994.
Digitale kunst is een vorm van kunst die digitaal gemaakt is op of door een computer. Deze kunstvorm kent tal van uitingsvormen, maar één ding hebben zij gemeen: ze zijn allemaal opgebouwd met de binaire code van 1-en en 0-en.
Eigenlijk is het begrip vrij breed. Ook videokunst, Internetkunst of anderszins kunst die gebruik maakt van bewegend beeld hoort onder het kopje Digitale kunst.
Op het Internet zie je vaak interactieve vormen van kunst, waarbij de bezoeker een kunstwerk kan beïnvloeden, manipuleren of anderszins veranderen. Er zijn tegenwoordig aparte musea die zich geheel op de digitale kunst werpen, waaronder het Nxt Museum in Amsterdam en het Dutch Digital Art Museum in Almere. Verder zijn er wereldwijd veel musea die aparte tentoonstellingsruimtes hebben ingericht met Digitale kunst. In de hedendaagse videokunst maakt men niet alleen gebruik van het scherm, maar wordt vaak ook de omringende ruimte betrokken bij het kunstwerk. Op deze wijze ontstaat een digitale ervaring.

Digitale kunst, uit 2021 van Rant:73
Afbeelding: Meisje, een digitaal kunstwerk van de kunstenaar Rant:73, gemaakt in februari 2021.

NFT’s of Non-Fungible Tokens

Een nieuwe kunstuiting zijn de NFT’s ofwel Non-Fungible Tokens (NFT’s) die rond 2015 opdoken. Het betreffen crypto-activa die het eigendom van digitale items vastleggen. Deze token zijn onvervangbaar en dus uniek. Deze NFT’s kunnen bijna niet gekopieerd worden, maar wel door iedereen gedownload. De waarde zit hem in het feit dat slechts één iemand eigenaar van een NFT is. Ook dit is digitaal vastgelegd via een blockchain, eigenlijk op dezelfde wijze als de crypto-munten. Een blockchain is een database waarin de informatie die in deze database zit in blokken is opgeslagen. Zodra een blok vol zit koppelt het zich aan een ander blok. Door deze ondoorzichtige manier van opslaan van gegevens is het bijna niet mogelijk om het systeem te hacken. Deze unieke token kun je zien als een stukje informatie, die in een smart contract op de blockchain wordt opgeslagen.
Voor unieke NFT’s wordt soms veel geld betaald. In 2021 verkocht kunstenaar Beeple via veilinghuis Christie’s zijn digitale verzamelwerk `Everydays: the First 5000 Days’ voor een bedrag van 69 miljoen US dollar. De kunstenaar Michael Winkelmann, die bekend staat als Beeple, had sinds 2007 aan dit kunstwerk gewerkt. Het digitale kunstwerk bestaat uit een verzameling van 5000 verschillende digitale kunstwerken die Beeple in 5000 dagen vervaardigde.

Deconstructivistische architectuur

Alles bekijken en beschouwen zonder een waardeoordeel te geven en door zo min mogelijk gebruik te maken van het eigen referentiekader: dat was wat de deconstructivistische architectuur beoogde. Ondanks de uitdagingen die dit voor de architect opleverde, ontstonden hierdoor verrassende gebouwen. Zij keken niet meer naar de wijze waarop een dak gevormd diende te zijn en zij waren wars van traditionele manieren, zoals bijvoorbeeld van het opvangen van water door dakgoten. In tegendeel. Zij zochten naar nieuwe, uitdagende en innoverende oplossingen voor hun gebouwen. En vaak met succes. Een bekende deconstructivistische architect was – en is – onze landgenoot Rem Koolhaas, geboren in 1944 in Rotterdam. Met zijn eigen architectenbureau OMA bouwde hij interessante gebouwen, waaronder het Nederlands Danstheater in Den Haag, het Museum of Art in Seoul en de CCTV-toren in Beijing. Een andere bekende architect in deze kunststroming was Frank Gehry, geboren in 1929 in Toronto in Canada en schepper van onder andere het Guggenheim museum in Bilbao dat in 1991 haar deuren opende voor het publiek. Peter Eisenman, geboren in 1932 in Newark in de VS, bouwde het Holocaust monument in Berlijn; terwijl de architecte Zaha Hadid (1950-2016), geboren in Bagdad in Irak, bekend werd om haar ontwerp voor de brandweerkazerne Vitra in Well am Rhein in Duitsland, en het ontwerp van het Havenhuis in Antwerpen, waarin het havenbedrijf van de Belgische stad Antwerpen zetelt.  De Amerikaan Charles Moore (1925-1993) noemde men wel de vader van de postmoderne architectuur. Hij vergaarde roem met zijn ontwerpen voor het Piazza d’Italia in New Orleans, waar hij een klassiek plein bouwde van moderne materialen, en het John Paul Getty Museum in Malibu dat gelijkenis vertoonde met een Romeinse villa uit de klassieke Romeinse periode
Meer letterlijke voorbeelden van deconstructivistische architectuur zijn gebouwen die op instorten lijken te staan. Een goed voorbeeld hiervan is de oostvleugel van het Groninger Museum die in 1994 werd geopend. De architecten van Coop Himmelb(l)au gooiden hier alle tradities binnen de architectuur overboord. De wanden zijn vervaardigd van glas en staal, met als gevolg dat het daglicht op onverwachte plekken naar binnen schijnt. 

Museum of Art, Het Museum of Art in Seoul, een ontwerp van Rem KoolhaasSeoul National University
Afbeelding: Het Museum of Art in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul is ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. Het gebouw is vrijdragend; het lijkt of het een licht gebouw is en boven de grond zweeft. De buitenzijde is vervaardigd van U-glas, dat bekend staat om het diffuse licht dat het doorlaat en weinig schittering geeft. Het gebouw ligt tegen een helling; de stoelen in het auditorium liggen tegen deze helling, zoals in een oud-Grieks theater.
Locatie: Het Museum of Art hoort bij de Seoul National University.

Grote afbeelding: Kijkgaatje in de Wereld (Peephole into the World), uit 2020 van de Italiaanse kunstschilder Vincento Osada. 
Locatie: Het schilderij Kijkgaatje In De Wereld maakt deel uit van onze collectie. ©Ronnie Rokebrand.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.