Les 16: Renaissance kunst

De levende kunst die aan het einde van de 14de eeuw hoogtij vierde bevredigde de kunstenaars niet. Zij wilden meer; zij wilden dat mensen leerden zien en dat zij begrepen wat zij zagen. Dit was ook de manier waarop de Romeinen hun kunst hadden vervaardigd en het mag dus geen wonder heten dat de belangstelling voor deze `oude’ kunsten herleefde in de vorm van de renaissance kunst. De stedelijke elites, waaronder de rijke Italiaanse koopman- en bankiersfamilies Strozzi, Pazzi en De Medici in Rome en Florence, hadden voldoende geld tot hun beschikking en wilden hier ook gebruik van kunnen maken. Zij stelden het belang van het individu op een steeds belangrijkere plaats. De renaissance had een nieuwe intellectuele basis gekregen: het humanisme. De humanisten geloofden dat er na de donkere middeleeuwen een nieuwe bloeiperiode was aangebroken met de mens als het stralende middelpunt. Het ging vanaf nu niet meer alleen om afkomst en ridderlijkheid, maar ook om de intellectuele vaardigheden van de individuele mens. De dichtstbevolkte stedelijke gebieden vond men in die tijd in en rondom Florence en in Vlaanderen. Het was dan ook vooral in deze streken dat de kunst zich verder kon ontwikkelen.
Echter ook in de rest van Europa ontwikkelden zich steden, waarin de mensen gingen wonen, zich verder ontwikkelden en ondernemingen startten.

Middeleeuws dorpje in de Moezel Sankt Aldegund. De getoonde woningen stammen uit de 6de en de 17de eeuw.1
Afbeelding: Het stadje Sankt Aldegund aan de Moezel in Duitsland. In de 16de-eeuwse vakwerkhuizen op deze afbeelding woonden wijnboeren. Zij verbouwden ook andere gewassen om van te kunnen eten.
Locatie: Het stadje Sankt Aldegund ligt op de oever van de rivier de Moezel in Duitsland.

Als je deze tekst leest, dan zou je kunnen denken dat de schilderingen tot de kostbaarste kunstuitingen behoorden in deze periode. Dat was echter in de 15de en het begin van de 16de eeuw niet het geval. Het meeste geld werd in de renaissance neergelegd voor Vlaamse en Franse tapisserieën, wandkleden waarin ridderlijkheid en hoofse liefde nog de toon aangaven. Onderwerpen waar je nog de middeleeuwse kunst in kunt proeven. 

Slag bij Pavia, een 16de-eeuws Italiaans wandtapijt van Bernard van Orley.
Afbeelding: De Slag bij Pavia, een 16de-eeuws wandtapijt van de kunstenaar Bernard van Orley (1491-1542). Op dit kleurrijke wandtapijt ziet u het slagveld bij de strijd bij de stad Pavia in Italië waarbij alle West-Europese landen betrokken waren. Het wandtapijt toont een deel van het slagveld. Op de achtergrond ziet u het kasteel van Mirabello. Het fraaie wandtapijt geeft ook een goed beeld van de kampementen en de uitrustingen van de soldaten in die tijd. Ook gebruikte de kunstenaar in de compositie dezelfde principes die in de schilderkunst regel waren. Een driehoek, aangegeven door de gele vlakken in vlaggen en kledij met daarboven een felrode explosie vormen het middelpunt van de compositie.
Locatie: Dit wandtapijt van de Slag bij Pavia van Bernard van Orley hangt in het Museo di Capodimonte in de Italiaanse stad Napels. Het is vervaardigd in de periode 1525-1542.

De renaissance kunst in de 15de eeuw

Hierdoor raakte in de 15e eeuw in kunstkringen in Italië de renaissance kunst in zwang, met name in de architectuur. Renaissance betekende letterlijk `wedergeboorte’. waarmee men de wedergeboorte van de klassieke cultuur bedoelde. De voorgevels van de gebouwen werden versierd met gebeeldhouwde bloemslingers (guirlandes), medaillons, sierlijk omlijste vlakken met opschriften en zuilen met krulvormige versieringen. De renaissance kunst was direct populair, omdat het refereerde aan de trots van de Italianen op hun verleden tijdens het Romeinse keizerrijk. Door de renaissance kunst konden ze de, in hun ogen, onbeschaafde en barbaarse binnenvallende stammen fysiek en mentaal achter zich laten en zich weer trots richtten op een nieuwe, Italiaanse beschaving. Dit kwam tot uiting in een hoge waardering voor de kunst uit de glorietijd van de Romeinen.
Het is echter niet zo dat de renaissance in de 15de eeuw alleen maar een periode van pais en vree was, in tegendeel. Van 1337 tot 1453 woedde tussen Engeland en Frankrijk de 100-jarige oorlog; de reformatie leidde tot een tweespalt tussen christelijke gelovigen; de ontdekkingsreizen leidden tot de dood van veel Indianenstammen; en de inquisitie in Spanje leidde tot de vervolging van moslims en joden aan het einde van de 15de eeuw. Bovendien toerde de slavenhandel in Oost-Europa, in West-Europa en in Afrika rond. Zo rustig, als het misschien leek,  was de periode van de renaissance dus niet.

Een 15de-eeuws miniatuur van het beleg van Karel VII, van Calais in 1436 tijdens de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland.
Afbeelding: De periode van de renaissance was geen rustige periode in de geschiedenis, vaak een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de kunsten. Toch ontwikkelde de renaissance zich als een van de hoogtepunten in de kunstgeschiedenis. De afbeelding toont een miniatuur uit een boek met daarop het beleg van Karel VII van Calais in 1436. Het was de periode van de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland, zoals wij dat nu noemen. In wezen was het een 116 jaar lange reeks van gewelddadige conflicten tussen het huis Valois en het huis Plantagenet om de Franse troon. 
Locatie: Deze afbeelding van een miniatuur komt uit een 15de-eeuws boek. Dit boek bevindt zich in de Gallica Digital Library, een digitale bibliotheek. 

De architect Brunnelleschi

Toch waren de 15de en de 16de eeuw in de kunsten van onschatbare waarde. Het was de tijd van de architect, goudsmid en beeldhouwer Filippo Brunnelleschi (1377-1446) die onder meer de koepel van de Cattedrale di Santa Maria del Fiore schiep, de 114 meter hoge kathedraal van Florence of kortweg de Duomo genoemd. De inwoners van Florence waren er trots op dat Brunnelleschi in zijn gebouwen terugviel op het gebruik van zuilen, lijstwerk en rondbogen, die zij trots met de antieke tijd vereenzelvigden. 
Hij was tevens, naar men aannam, de ontdekker van de mathematische grondslagen van het perspectief. Hij toonde aan dat alle zichtassen samenkomen in een verdwijnpunt, een prima middel voor kunstschilders om de driedimensionale ruimte op een tekening of schilderij af te beelden. Dit lijnperspectief is fraai weergegeven in de muurschilderingen van de kunstschilder Masaccio. Andere bekende gebouwen van Filippo Brunnelleschi in Florence waren de Pazzi-kapel, in de kloostertuin van de Basilica Santa Croce, en de Ospedale degli Innocentie, een weeshuis uit 1421 dat later werd omgevormd tot een ziekenhuis. 

Weeshuis in Florence van Brunelleschi uit 1421.
Afbeelding: Het weeshuis ofwel het Ospedale degli Innocentie (letterlijk: het vondelingenhuis) van de architect Brunelleschi uit 1421. Het betreft hier één van de eerste gebouwen in de stijl van de renaissance. Opmerkelijk is de arcade, bestaande uit 9 halfronde bogen die op Romeinse zuilen met klassieke kapitelen rusten. Bovendien plaatste Brunelleschi klassieke timpanen boven de rechthoekige ramen op de 1ste verdieping.
Locatie: Het weeshuis van Brunelesschi staat in de Italiaanse stad Florence. De foto is gemaakt in de periode tussen 1875 en 1900; de naam van de fotograaf is onbekend. Deze foto bevindt zich in het archief van het Rijksmuseum in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam.

De kunstschilder Masaccio

De kunstschilder Masaccio (1401-1428) werd slechts 26 jaar oud. Zijn echte naam was Tommaso di Ser Giovanni Casai, maar zijn tijdgenoten noemden hem Masaccio, wat letterlijk `sloddervos’ betekende. Hij wendde zich als kunstschilder af van de gotische stijl. Vandaar dat Masaccio in zijn relatief korte leven naar Rome reisde om de antieke kunsten te bestuderen, net zoals Filippo Brunnelleschi voor hem had gedaan. Hij werd een van de eersten die in de stijl van de renaissance ging schilderen. De wijze waarop hij de menselijke figuren in zijn muurschilderingen afbeeldde, en het gebruik van licht en schaduw in zijn kunstwerken waren voor die tijd uniek en inspireerden later onder meer Botticelli en Michelangelo. Hij werd echter beroemd om het lijnperspectief dat hij in zijn schilderingen verwerkte. Het lijnperspectief dat door Brunnelleschi was uitgedacht.

Het eerbetoon aan geld, van Masaccio in de Brancacci kapel in Santa Maria del Carmine in Florence.jpg
Afbeelding: De kunstschilder Masaccio schilderde in het jaar 1427 het kunstwerk `De belastingpenning’. De rood ingetekende lijnen tonen het lijnperspectief. 
Locatie: Dit kunstwerk kunt u bezichtigen in de Brancacci kapel in de Santa Maria del Carmine, gelegen in de Italiaanse stad Florence.

Een ander bekend voorbeeld van het gebruik van het lijnperspectief door de Italiaanse kunstschilder Masaccio is de muurschildering `de Heilige Drie-eenheid’ uit de periode van 1425 tot 1428 na Chr.. Deze fresco bevindt zich in de Santa Maria Novella in de Italiaanse stad Florence. 

De Heilige Drie-eenheid van de kunstschilder Masaccio uit 1425.
Afbeelding: Op het fresco de `Heilige Drie-eenheid’ van Masaccio zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest afgebeeld, de zogenoemde Heilige Drie-eenheid, onder een tongewelf met een Romeins cassetteplafond en met Maria en Johannes onder het kruis. Links en rechts op de voorgrond knielen de schenkers van het fresco. Op de voorgrond ligt een geraamte op een graftombe. Boven het geraamte prijkt de tekst: `Ik was wat gij zijt, en gij zult zijn wat ik ben’.
De gehele compositie van deze muurschildering geeft een illusie van ruimtelijkheid door het gebruikte lijnperspectief. Deze muurschildering is 6,67 meter hoog en 3,17 meter breed.

Locatie: Dit fresco met de titel `de Heilige drie-eenheid’ van Masaccio bevindt zich in de Santa Maria Novella in de Italiaanse stad Florence. Het is geschilderd in de periode 1425 tot 1428 na Chr..

De renaissance-beeldhouwer Donatello

Het was de periode van de beeldhouwer Donatello (1386-1466), de man die het menselijk lichaam natuurgetrouw in brons goot. Donatello was de eerste beeldhouwer sinds de klassieke Romeinse tijd die vrijstaande beelden maakte, zodat men ze van alle kanten kon bekijken. Oorspronkelijk werkte Donatello in marmer, maar vanaf ongeveer het jaar 1420 begon hij ook houten en bronzen sculpturen te maken. Donatello werkte zich als beeldhouwer op tot één van de bekendste beeldhouwers in het Florence van voor Michelangelo en hij kreeg veel opdrachten van de bankiersfamilie De’ Medici. Zijn stijl van beeldhouwen en bronsgieten, vol emotionele beleving en markante figuren, baseerde hij op de klassieke Romeinse vormen. Een goed voorbeeld daarvan is het houten beeld van Maria Magdalena dat zich in het Museo dell’Opera del Duomo bevindt in de kathedraal van Florence. 

Maria Magdalena, een houten beeld van Donatello uit de periode 1453-1455.
Afbeelding: Het beeld van Maria Magdalena dat Donatello maakte voor de kathedraal van Florence. Het beeld toont Maria Magdalena tijdens haar kluizenaarsbestaan in het zuiden van Frankrijk, een fabel die in trek was onder de Franse christenen. Bijzonder zijn de emotievolle uitstraling en de realistische weergave van Maria Magdalena. Dit markante houten beeld werd door Donatello gemaakt in de periode 1453-1455.
Locatie: Het houten standbeeld van Maria Magdalena bevindt zich in het Museo dell’Opera del Duomo in de kathedraal van de Italiaanse stad Florence. 

In 1417 beeldhouwde Donatello uit marmer een reliëf van St.-Joris en de draak. Het bevond zich direct onder het standbeeld van Sint-Joris in een nis van het kerkgebouw Orsanmichele, dat op zichzelf al bijzonder was omdat het standbeeld van Sint-Joris als het ware uit de nis naar voren kwam, alsof het losstond van het gebouw.

Sint-Joris, een bronzen beeld van Donatello in het kerkgebouw Orsanmichele.
Afbeelding: Het bronzen standbeeld van Sint-Joris in een nis van het kerkgebouw Orsanmichele. Het is gebeeldhouwd door Donatello. In dit geval betreft het een kopie van het marmeren beeld van Sint-Joris dat zich nu in het Nationale Museum Bargello bevindt, eveneens in de Italiaanse stad Florence.
Locatie: Dit bronzen standbeeld van Sint-Joris bevindt zich in de Orsanmichele, een kerkgebouw in Florence. Het gebouw is opmerkelijk en lijkt in niets op een gebedshuis: het is rechthoekig van vorm en bestaat uit 3 verdiepingen. Het originele standbeeld van Sint-Joris is van marmer en bevindt zich in het Nationale Museum Bargello in Florence.

Dit bas-reliëf ontwikkelde zich verder in het reliëf van het Gastmaal van Herodes in de doopvont in het baptisterium van Siena dat Donatello 10 jaar  later beeldhouwde. Tussen 1443 en 1453 vervaardigde Donatello in Padua het bronzen ruiterstandbeeld van Gattamelata die onder meer voor de Republiek Florence vocht. Het was voor het eerst sinds de Romeinse tijd dat een beeldhouwer weer een bronzen ruiterstandbeeld maakte. Donatello heeft bij het gieten van dit  ruiterstandbeeld ongetwijfeld zijn inspiratie gevonden bij het zien van het beeld van Marcus Aurelius uit 176 na Chr. dat ook tegenwoordig nog in Rome te bezichtigen is. 
Een beroemd bronzen beeld is de David van Donatello. Sinds de Oud-Romeinse tijd had men geen mannelijk naakt meer tentoongesteld. Vandaar dat de bewoners van Florence rond 1440 verrukt waren over dit bronzen beeld van David. In al deze kunstwerken is te zien dat Donatello een veelzijdig beeldhouwer was, niet alleen in de keuze van zijn materialen, maar zeker ook in de manier waarop hij zijn figuren vorm gaf.

David, een bronzen standbeeld van David, vervaardigd rond 1440 door de beeldhouwer Donatello.
Afbeelding: De David van Donatello was in 1440 het eerste mannelijke naakt dat de Florentijnen sinds de oudheid te zien kregen. De Florentijnen waren zeer onder de indruk van dit beeld dat hen herinnerde aan de door hen geïdealiseerde, klassieke Romeinse tijd. Het bronzen standbeeld verhaalt over koning David die de reus Goliath versloeg. De naakte David houdt zijn gelaarsde voet in triomf op het hoofd van Goliath. De bijna vrouwelijk uitziende David kijkt met een ingetogen glimlach langs de toeschouwer. In zijn linkerhand draagt hij de steen waarmee hij Goliath doodde; in zijn rechterhand omklemt hij het zwaard van Goliath. Boven zijn lange en golvende haarlokken draagt hij een hoed. Op de hoed troont een lauwerkrans als symbool van zijn overwinning. 
Locatie: Dit bronzen standbeeld van David, vervaardigd door de Italiaanse beeldhouwer Donatello, staat in het Nationale Museum Bargello in de Italiaanse stad Florence. De foto met deze afbeelding is in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam en is gemaakt in de periode tussen 1875 en 1900. De fotograaf is onbekend. 

De Vlaamse kunstschilder Jan van Eyck

De Vlaming Jan van Eyck (1390-1441) schilderde het prachtige Gentse altaar in de vorm van een veelluik, een hoogtepunt in de renaissance kunst. De Gentenaren waren met stomheid geslagen toen zij de natuurgetrouwe schilderingen op het Gentse altaarstuk met daarop het Lam Gods (als symbool voor Jezus Christus) en Adam en Eva in al hun naakte kwetsbaarheid aanschouwden.

Het Gents altaarstuk Het Lam Gods, van Hubert en Jan van Eyck uit 1432 in de Sint-Baafskathedraal in Gent
Afbeelding: Het Gentse altaarstuk met daarop het Lam Gods, als symbool van Jezus Christus uit het jaar 1432. Het werd geschilderd op eikenhouten panelen door Hubert en Jan van Eyck voor de Sint-Baafskathedraal in de Belgische stad Gent. Het altaarstuk heeft 12 panelen, waarvan er 8 met scharnieren gesloten kunnen worden. Iedere vleugel is aan twee zijden beschilderd. 
De bovenste 7 panelen tonen van links naar rechts: Adam met daarboven in het klein het offer van Kaïn en Abel (1); zingende engelen (2); de Heilige Maagd Maria (3); God of Christus op de troon, daar zijn de kunsthistorici niet eenduidig in (4-het middelste paneel); Johannes de Doper (5); musicerende engelen (6); en Eva met daarboven in het klein de moord van Kaïn op Abel (7).
De onderste 5 panelen laten in het midden de aanbidding van Het Lam Gods zien, met aan weerszijden 2 panelen met de figuren die op weg zijn naar de aanbidding van Het Lam Gods. De onderste 5 panelen tonen van links naar rechts: de Rechtvaardige Rechters (1); de Ridders van Christus (2); de aanbidding van Het Lam Gods (3-het middelste paneel); de kluizenaars (4); en de pelgrims op weg naar Het Lam Gods (5). Het paneel met de Rechtvaardige Rechters is een kopie, omdat het origineel gestolen en helaas nog niet teruggevonden is. Als het veelluik is gesloten, dan ziet u daarop onder meer de geknielde afbeeldingen van Joost Vijd en zijn vrouw Lysbette Borluut, de opdrachtgevers van dit veelluik. Zij staan afgebeeld tussen enkele apostelen, profeten en sibillen. 
Locatie: Dit Gentse altaarstuk staat in de Sint-Baafskathedraal (Sint-Bavo kathedraal) in de Belgische stad Gent, niet ver van de ingang van het gebedshuis in de Villakapel. Tot 1986 stond het in de Vijdkapel, vernoemd naar Joost Vijd die de opdracht gaf tot het maken van dit beroemde veelluik. Het is het bekendste kunstwerk van Jan van Eyck. Zijn broer Hubert begon met het schilderstuk, terwijl Jan het vervolgens afmaakte. Het is nog steeds onduidelijk wie precies wat schilderde. 

Hij was ook de man die vond dat de temperaverf niet meer voldeed en in de plaats daarvan olieverf ging gebruiken voor zijn kunstwerken, een ware revolutie in de schilderkunst. Met olieverf laten de kleuren zich gemakkelijker mengen, droogt de verf langzamer op en wordt het resultaat transparanter. Omdat de kunstschilder nu meer tijd had om zijn schildering te maken, was hij in staat om veel gedetailleerder te werken. 

Detail van het middelste paneel onderaan van het Gents altaarstuk Het Lam Gods uit 1432 van Hubert en Jan van Eyck.
Afbeelding: Op dit detail van het middelste paneel (het onderste deel) van het Gentse altaarstuk Het Lam Gods, van Hubert en Jan van Eyck, is goed te zien hoe nauwkeurig de kunstschilders nu konden werken, vooral dankzij het gebruik van olieverf in de plaats van tempera.
Locatie: Het Gentse altaarstuk Het Lam Gods bevindt zich in de Villakapel in de Sint-Baafskathedraal in de Belgische stad Gent.

Ook de manier waarop Jan van Eyck portretten schilderde, tot in het kleinste detail, was revolutionair. Hoewel zijn portretten vaak wat strak oogden, deed dit niets af aan de manier waarop hij zijn schilderingen nauwkeurig tot in het kleinste detail uitwerkte. De waarheid moest op het doek getoond worden! Eindelijk werd de werkelijke wereld op het schilderdoek aangebracht.

Portret van Margareta van Eyck, geschilderd door Jan van Eyck
Afbeelding: Portret van Margareta van Eyck, geschilderd door haar echtgenoot Jan van Eyck in 1439. Zij was toen 33 jaar oud.
Locatie: Het portret van Margareta van Eyck hangt in het Groeningemuseum in de Belgische stad Brugge. Het is één van de in totaal 5 kunstwerken van Jan van Eyck die nog in België te bezichtigen zijn.

De Vlaamse kunstschilder Rogier van der Weyden

Net als Jan van Eyck behoorde Rogier van der Weyden tot de groep Vlaamse primitieven. Dit was een groep kunstschilders die werkten in en rond de steden Gent, Brugge, Leuven, Doornik en Brussel.
Rogier van der Weyden (1400-1464), werd vooral bekend om het altaarstuk `De kruisafneming’, dat in het Prado Museum in Madrid staat.

De Kruisafneming, van Rogier van der Weyden, geschilderd in de periode 1435-1438
Afbeelding: De Kruisafneming van Rogier van der Weyden, geschilderd in de periode van 1435 tot 1438. Het altaarstuk stond oorspronkelijk in de kapel van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Ginderbuiten in de Belgische stad Leuven.
Op het schilderij is het levenloze lichaam van Jezus Christus van het kruis losgemaakt door de man op de ladder. Het lichaam van Jezus wordt ondersteund door Jozef van Arimathea aan de linkerzijde van het kruis en door Nicodemus. De vrouw die in haar blauwe gewaad flauw valt is Maria, de moeder van Jezus. Johannes de Doper, gekleed in het donkerrode gewaad, helpt haar. Bijzonder is dat Rogier van der Weyden de relatie tussen Maria en Jezus onderstreepte door hen op het schilderstuk in dezelfde houding te schilderen. Geheel rechts staat de diep bedroefde Maria Magdalena.

Locatie: De Kruisafneming, van de kunstschilder Rogier van de Weyden, hangt in het Prado Museum in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Hij was echter ook de man die, beter nog dan Jan van Eyck, zijn figuren gevoeliger en menselijker maakte. Waar de portretten van Jan van Eyck nog wat strak oogden, schilderde Rogier van der Weyden zijn portretten met zachtere contouren, zodat ze zich op de schilderingen menselijker toonden. Bekende portretschilderijen van zijn hand zijn het portret van Karel de Stoute en het Portret van een dame. 

Portret van een dame van Rogier van der Weyden uit 1460. Het staat in de National Gallery in Washington DC in de VS.
Afbeelding: Portret van een dame van Rogier van der Weyden uit 1460. Op dit eikenhouten paneel, geschilderd met olieverf in driekwart profiel, staat een adellijke dame van ongeveer dertig jaar oud. De stofuitdrukking is prachtig. Door de achtergrond in een egaal donkerblauwe kleur te schilderen komt het portret nog beter uit. Ook haar donkerblauwe kleding, in een iets andere tint, heeft ditzelfde effect. Haar smalle vingers, geëpileerde wenkbrauwen en haar juwelen duidden op haar adellijke afkomst. De zachte contouren van haar gezicht, haar volle lippen en de half neergeslagen ogen geven de vrouw een gevoelig en menselijk uiterlijk. 
Locatie: Het Portret van een dame hangt in de National Gallery in Washington DC in de VS. Het maakte deel uit van de kunstverzameling van de bankier en kunsthandelaar Andrew W. Mellon. Na zijn dood werd het geschonken aan de National Gallery in Washington DC.

Bijzonder is zijn schilderij van `De lezende Maria Magdalena’ dat hij rond 1438 vervaardigde. Evenals op het schilderij `Portret van een dame’ is de stofuitdrukking zeer knap op dit schilderij weergegeven. Ook de lezende blik van Maria Magdalena op het boek is met veel gevoel geschilderd. Door het raam, dat zich achter een `afgesneden’ figuur met een rozenkrans bevindt, zien we enkele figuren in een waterrijk landschap wandelen. Hierdoor krijgt het schilderij veel diepte en perspectief. 

De lezende Magdalena, uit circa 1438 van de kunstschilder Rogier van der Weyden.
Afbeelding: De lezende Maria Magdalena, uit circa 1438 van de kunstschilder Rogier van der Weyden. Bijzonder was de ongeëvenaarde manier waarop de kunstschilders uit de Zuidelijke Nederlanden op een knappe wijze de verschillende materialen op het doek schilderden, zoals hier te zien is in de gedetailleerde en realistische weergave van de stoffen van de kleding. In de schilderkunst noemt men dit de stofuitdrukking, een term voor de manier waarop een kunstschilder de oppervlaktestructuur van een materiaal afbeeldt.
Locatie: Dit kunstwerk hangt in de National Gallery in de Britse hoofdstad Londen.

Andere bekende schilders in de Zuidelijke Nederlanden

Een andere bekende schilder die in het begin van de 15de eeuw in Vlaanderen werkte was de Meester van Flemalle. Hiermee duidde men waarschijnlijk de kunstschilder Robert Campin (1375-1445) aan. De Meester van Flemalle werd bekend met zijn altaarstuk Merode dat in het Metropolitan Museum in New York staat. De Meester van Flemalle en Rogier van der Weyden inspireerden met hun kunstwerken tal van kunstenaars die na hen kwamen, waaronder Hans Memling (1435-1494) en Hugo van der Goes (1440-1482), die vooral aanzien verwierf met zijn Portinari-drieluik dat hij voor Tomasso Portinari maakte, een bankier die in de Belgische stad Brugge voor de familie De Medici werkte. Ook Hans Memling werkte voor hen. Hij maakte een fraai dubbelportret van Tomasso Portinari en zijn vrouw Maria Baroncelli. In het Noordbrabants Museum in de Nederlandse stad ‘s-Hertogenbosch hangt een dubbelportret van een biddende man en vrouw van de kunstschilder Hans Memling.

Biddende man en vrouw van Hans Memling uit de 15de eeuw in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.
Afbeelding: Biddende man met kind en vrouw met hond, een combinatie van 2 schilderijen van de kunstschilder Hans Memling uit de periode 1466 tot 1494. Het is geschilderd ten behoeve van het huwelijk van de twee geportretteerden. Het jongetje op het schilderij van de biddende man is later op het kunstwerk bijgeschilderd, nadat het kindje was overleden. Vandaar dat Memling een kruisje schilderde op de rode trui van het kind. 
Locatie: Dit 15de-eeuwse dubbelportret van Hans Memling hangt in het Noordbrabants Museum in de Nederlandse stad Den Bosch (‘s-Hertogenbosch). 

De renaissance kunst in de 16de eeuw

De rol van de religie in de renaissance kunst, en in de kunst in het algemeen, werd steeds kleiner. Onder invloed van de familie de Medici in Florence ging men steeds meer humanistische werken maken. Zij ondersteunden de kunstenaars, waaronder, schilders, beeldhouwers, architecten, dichters en filosofen. De secularisering van de samenleving, waarbij men vragen ging stellen bij het christendom, zag men ook terug in de kunsten. Hoewel er ook in deze periode veel werken met een religieus onderwerp werden vervaardigd. Als levensmotto nam het Carpe Diem ofwel `Gedenk de dag’ de plaats in van het Memento Mori ofwel `Gedenk te sterven’ uit de Middeleeuwen. De invloed van individuele burgers op de ontwikkeling van de maatschappij nam toe en de rol van de geestelijkheid nam af.

Ferdinando I de Medici volgt de restauratie van de Santa Maria del Fiore te Florence
Afbeelding: Ferdinando I de Medici volgt de restauratie van de Santa Maria del Fiore in Florence. Vervaardigd door de prentenmaker Jacques Callot in Florence rond 1617. 
Locatie: Deze gravure maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

 

De hoogrenaissance

Aan het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw, om precies te zijn de periode van 1495 tot 1520, spreken we al van de hoogrenaissance, de periode waarin de belangrijkste meesters in de renaissance kunst hun werkelijk fantastische kunstwerken maakten. De belangrijksten onder de Italianen waren Leonardo da Vinci (1452–1519) , Michelangelo (1475-1564), Rafaël (1483-1520), Giovanni Bellini (circa 1430-1516), Sandro Botticelli (1445-1510), de architect Donato Bramante (1444-1515), Giorgione (1477-1510) en Titiaan (1488-1576), die bekend werd om de mooie Venetiaanse vrouwen die hij schilderde, waaronder de Venus van Urbino.

De Venus van Urbino van de Italiaanse schilder Titiaan (1490-1576). Het hangt in de Uffizi Gallery in Florence
Afbeelding: De Venus van Urbino, uit 1538, van de Italiaanse schilder Titiaan (1488-1576). De naam van het schilderij verwijst naar Venus, de Griekse Godin van de liefde en de vruchtbaarheid. Titiaan maakte dit schilderij voor Guidobaldo II della Rovere, de latere hertog van Urbino. Vandaar de naam van dit werk. Anderen beweren dat het hier waarschijnlijk een afbeelding van een courtisane betreft, een minnares van Guidobaldo II van Urbino, die met een uitnodigende blik naar de toeschouwer kijkt. Het schilderij is niet geheel uniek, want het is geïnspireerd op het schilderij `Slapende Venus’ van zijn leermeester Giorgione. Een schilderij dat Titiaan zelf na de dood van Giorgione afschilderde en nu in de Gemäldegalerie Alte Meister hangt in de Duitse stad Dresden. De Slapende Venus heeft haar ogen gesloten en ligt in een landschap waarbij de glooiingen van het landschap de rondingen van Venus haar lichaam volgen; de Venus van Urbino heeft haar ogen daarentegen verleidelijk open en ligt in een paleis met op de achtergrond twee dienaressen. 
Collectie: Het schilderij hangt in de Galerie Uffizi (Galleria degli Uffizi) in de Italiaanse stad Florence.

Sandro Botticelli, die eigenlijk Alessandro Filipepi heette, schilderde voornamelijk in opdracht van de familie De Medici uit de Italiaanse stad Florence. Een van zijn meest beroemde werken, ‘De geboorte van Venus’ uit 1485, stelt een klassieke mythe voor. De door hem afgebeelde godin Venus was sinds de invoering van het christendom de eerste mythologische godin die men pontificaal en naakt afbeeldde.

De geboorte van Venus, van Sandro Botticelli uit 1485 in de Uffizi Galerie in Florence.
Afbeelding: De geboorte van Venus (La nascita di Venere) uit 1485 van de kunstschilder Sandro Botticelli. Het toont de godin Venus, die als een volwassen vrouw uit de zee is opgedoken en aankomt bij de kust van Cyprus. De schelp waarop ze staat was in de klassieke oudheid een symbool voor de vulva van een vrouw. Men vermoedt dat deze Venus is gebaseerd op een oud-Grieks marmeren beeld van de godin Aphrodite. Het hoofd van Venus uit dit schilderij staat ook op het Italiaanse muntje van 10 eurocent. 
Locatie: De geboorte van Venus van de kunstschilder Sandro Botticelli hangt in de Uffizi Galerie in de Toscaanse hoofdstad Florence. 

Al  deze Italiaanse kunstschilders waren onder de indruk van de Hollandse meesters wier schilderijen aan het einde van de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw zich via de stadstaat Venetië over Italië verspreidden. De technieken die de Vlaamse en Hollandse meesters (in die tijd nog één staat) hadden ontwikkeld, waaronder de nieuwe olieverftechnieken, werden door de Italiaanse meesters overgenomen en zagen we terug in hun kunstwerken. Giovanni Bellini was de eerste die deze techniek introduceerde. Andersom raakten de Vlaamse en Hollandse meesters geïnspireerd door de Italiaanse kunstenaars zoals Leonardo da Vinci. De belangrijkste schilders onder de Nederlanders en Vlamingen in die tijd waren Dirk Bouts (1410-1475), Hans Holbein de Oude (1460-1524), Hans Holbein de Jonge (1497-1543), Hugo van der Goes (circa 1440-1482) en Pieter Brueghel de Oude (circa 1525-1569).

Portret van koning Hendrik VIII door Hans Holbein de Jongere, uit circa 1537, olie op hout - Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid, Spanje
Afbeelding: Het portret van koning Hendrik VIII, geschilderd door Hans Holbein de Jonge, uit circa 1537. Het betreft een olieverfschilderij op hout. Dit portret is met veel aandacht geschilderd en valt daarmee direct op bij de beschouwer. De achtergrond is egaal blauw, een beeldende achtergrond ontbreekt, waardoor het portret nog sprekender, realistischer en levensechter wordt. Alle aandacht gaat uit naar het geschilderde individu. Hij wist met zijn psychologisch inzicht in dit portret de essentie van koning Hendrik VII weer te geven.
Ook maakte Hans Holbein de Jonge gebruik van de sfumato-techniek, waardoor de overgangslijnen wat zachter werden. De stofuitdrukking is prachtig; het bont en de kleding zijn niet van echt te onderscheiden. In de verf van de halsketting gebruikte Hans Holbein de Jonge echt goud. 
Locatie: Dit olieschilderij op hout van Hans Holbein de Jongere hangt in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in de Spaanse hoofdstad Madrid. Er zijn van dit portret meerdere versies bekend; een aantal zijn met tempera verf op hout geschilderd, anderen met olieverf.

De surrealistische figuren van Jeroen Bosch

En wie kent niet de bijzondere, surrealistische figuren die Jeroen (Jheronimus) Bosch (1450-1516) op zijn panelen schilderde, waarin de fantasie en de werkelijkheid door elkaar heen liepen. Zijn beeldtaal baseerde hij op de toenmalige volkskunst, maar werd door de kunsthistorici weinig gewaardeerd. Zijn echte naam was Jeroen van Aken, maar zijn tijdgenoten vernoemden hem naar de plaats waar hij woonde en werkte, de stad ‘s-Hertogenbosch ofwel Den Bosch. De familie van Aken was in die tijd een bekende schildersfamilie, zowel zijn vader als zijn opa en zijn broers verdienden met kunstschilderen hun brood. Jeroen Bosch leefde en werkte in de periode van de renaissance, maar in tegenstelling tot zijn Italiaanse tijdgenoten richtte hij zich niet op de schoonheid van de mens, maar richtte hij zich juist op de zwakheid en de onvolmaaktheid van de sterveling. 
Bekende schilderijen van Jeroen Bosch zijn onder meer `Het narrenschip’,  dat in het bezit is van het Louvre in de Franse hoofdstad Parijs, en `De tuin der lusten’, dat u in het Prado in de Spaanse hoofdstad Madrid kunt bezichtigen.

De `De tuin der lusten' van Hieronymus Bosch (1450-1516) , een ingezetene van de stad 's-Hertogenbosch.
Afbeelding: `De tuin der lusten’ van Jeroen Bosch (1450-1516), een ingezetene van de stad ‘s-Hertogenbosch (Den Bosch). Het drieluik bevat tientallen kleine verhaaltjes. Hoe langer je kijkt, des te meer ontdek je. Het is een glimp van een paradijselijk droomlandschap. Op het linker luik zien we Adam en Eva in het paradijs met God tussen hen in. Ze bevinden zich in een paradijselijk droomlandschap met daarin verschillende exotische dieren en planten, waaronder een olifant en een drakenboom (die nu nog op de Canarische Eilanden groeit). Vervuld van begeerte omcirkelen op het middenluik mannen een groep vrouwen die in een meertje aan het baden zijn. De mannen zitten op eenhoorns, paarden, zwijnen, loopvogels, kamelen en andere dieren. Ze dragen eieren, vruchten en vogels als geschenk voor de vrouwen. De mannen zijn verblind door lust en liefde; ze hebben geen controle meer over zichzelf. De dieren die ze berijden staan voor ondeugden en zonden, zoals wellust, onmatigheid en hoogmoed. De vrouwen ogen een stuk kalmer. Hebben zij, door hun aantrekkelijkheid, de mannen in hun macht? Het lijkt erop dat de geschilderde lusten voor de afgebeeldenen uiteindelijk leidden naar de hel, geschilderd op het rechter luik. 
Locatie: Dit drieluik van Jeroen Bosch hangt in het Prado museum in de Spaanse hoofdstad Madrid.

In totaal zijn er slechts 25 schilderijen en 20 tekeningen van Jeroen Bosch bewaard gebleven.
Onlangs hebben kunsthistorici een nieuw schilderij ontdekt van deze kunstschilder. Het is het doek `De verzoeking van de heilige Antonius’ dat in het bezit is van het Nelson-Atkins Museum of Art in de Amerikaanse stad Kansas City.

Albrecht Dürer, Matthias Grünewald en Lucas Cranach de Oudere

Ook de bekende Duitse schilder Albrecht Dürer (1471-1528) bracht vanuit Venetië de Italiaanse stijl mee terug naar Noord-Europa. Nieuwsgierig als hij was reisde hij naar de Italiaanse stad Venetië om zich te verdiepen in de schilderkunst zoals deze zich in die tijd in Italië ontwikkelde. Hij gaf in zijn schilderijen de renaissance in Noord-Europa een eigen gezicht, waarbij aangetekend dient te worden dat hij vooral religieuze voorstellingen schilderde en in koper graveerde. Hij was ervan overtuigd uit dat zijn scheppingskracht, en die van andere kunstenaars, door God aan hen gegeven was. 

De twaalfjarige Jezus tussen de schriftgeleerden, uit 1506 van de Duitse kunstschilder Albrecht Dürer.
Afbeelding: De twaalfjarige Jezus tussen de Schriftgeleerden, uit 1506 van de Duitse kunstschilder Albrecht Dürer. De schilder verbeeldt een kalme Jezus tussen de opgewonden hoofden van de schriftgeleerden. Centraal in de compositie staan de druk gebarende handen, waarmee de schilder de conversatie op gelijk niveau verbeeldt tussen de twaalfjarige Jezus en de geleerden. Albrecht Dürer omringt de handen met de figuren die slechts deels op het schilderwerk staan, waardoor er nog meer aandacht gaat naar de handen en de omringende gezichten. De twee boeken van de schriftgeleerden vormen de basis van de compositie. Dürer geeft daarmee het belang van deze geschriften aan, maar hij laat hiermee ook direct het ambacht van deze schriftgeleerden zien.
Collectie: Dit meesterwerk hangt in het Thyssen-Bornemisza museum in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Andere bekende Duitse schilders in deze periode waren Matthias Grünewald (1470-1528) en Lucas Cranach de Oudere (1473-1553). Van Cranach kennen wij onder meer het schilderij De drie Gratiën dat in het Louvre hangt en de portretten die hij in 1526 en 1529 van zijn vriend Maarten Luther maakte.

Martin Luther en Karharina von Bora, van Lucas Cranach de Oudere uit 1526
Afbeelding: Maarten Luther, geschilderd door zijn vriend Lucas Cranach de Oudere in het jaar 1526. Hij schilderde dit portret ten tijde van het huwelijk van Maarten Luther met Katharina von Bora. In het jaar 1517 protesteerde Maarten Luther in het Duitse stadje Wittenberg voor het eerst in het openbaar tegen de rooms-katholieke kerk en met name tegen de aflaten. Binnen 10 jaar was een scheuring in de christelijke kerk een feit. Dit was mede dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst. De nieuw gedrukte boeken verspreidden zijn reformistische ideeën snel over het Europese continent.
Locatie: Dit schilderij van Lucas Cranach de Oudere hangt in het Nationale Museum in de Zweedse hoofdstad Stockholm.

Matthias Grünewald werd vooral bekend door zijn beschildering van het Isenheimer altaar dat hij tussen de jaren 1510 en 1515 beschilderde. Het is een altaar schildering met meerdere luiken en met een verdrietige afbeelding van de lijdende Christus aan het kruis.

Pieter Bruegel de Oude

Pieter Bruegel de Oude (geboren in de periode 1525 tot 1530; overleden in 1569) hoorde als kunstschilder bij de Noordelijke renaissance. Hij werd ergens in de omgeving van de Nederlandse stad Breda geboren. Zijn zoons Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude traden later in de voetsporen van hun vader, al schilderde Jan in de stijl van de barok. Zij konden het vak niet van hun vader leren, omdat deze helaas al jong was gestorven. Pieter Bruegel de Oude noemde men vaak de boerenschilder, omdat veel van zijn werken het boerenbestaan tot onderwerp had. Dit varieerde van landschapstaferelen, het oogsten van het graan tot aan boerenbruiloften.

De boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oudere uit 1566-1569 iin het Kunsthistorisches Museum in Wenen.
Afbeelding: De boerenbruiloft, van Pieter Bruegel de Oude uit 1567-1568, een olieverfschilderij op eikenhout. De bruid zit recht onder de groene luifel in een boerenschuur. Het is niet duidelijk wie de bruidegom is. Het is opvallend dat de afgebeelde mensen op het schilderij niet lachen, al kijken de meesten wel met een tevreden blik om zich heen. Een verwijzing naar het harde bestaan dat deze mensen leidden. Ook draagt iedereen een hoofddeksel. Een opmerkelijk feitje: de voorste drager van de houten planken met borden, de man met de groene hoed, lijkt drie benen te hebben. Dit is waarschijnlijk een foutje van de kunstschilder. 
Locatie: De boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oude hangt in het Kunsthistorisches Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Toch is deze benaming niet terecht. Pieter Bruegel was veel meer dan dat. Hij was een echte humanist en in die zin geïnteresseerd in het dagelijks leven dat hij om zich heen zag. Zijn tekeningen, prenten en schilderijen geven een meesterlijk beeld van het leven in de eerste helft van de 16de eeuw. Hij componeerde zijn schilderijen echter niet naar de werkelijkheid, maar hij plukte, als het ware, allerlei landschappen bij elkaar om er een nieuwe landschapscompositie van te maken. De details, daarentegen, klopten altijd. De boerenwerktuigen, de huizen, de vogels, de ambten, de karakteristieke koppen en zelfs de ziekten die mensen bij zich droegen schilderde hij tot in het kleinste detail op zijn doeken.

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip van Pieter Bruegel uit 1565.
Afbeelding: Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, van Pieter Bruegel de Oude uit 1565. Het winterse landschap is fraai getroffen in kleur en compositie. Op het ijs wordt geschaatst, met een tol gespeeld en wedstijden ijscolfen en klootschieten gehouden. Een vogelknip is een val voor vogels. Deze staat rechts op het schilderij in de vorm van een houten schot dat op een stok staat. Als de stok valt, dan is de vogel gevangen. Een uniek inkijkje in het recreatieve leven in de 16de eeuw. Ons klimaat verkeerde in deze periode in een interglaciaal, een `tussenijstijd’ met strenge winters, zoals goed te zien is op dit kunstwerk. Het schilderen vanuit een hogere positie had Bruegel van zijn Italiaanse tijdgenoten afgekeken. 
Locatie: Dit winterlandschap van Pieter Bruegel de Oude hangt in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in de Belgische hoofdstad Brussel.

Net als veel tijdgenoten reisde Pieter Bruegel de Oude naar Italië, maar hij liet zich in zijn onderwerpskeuze niet door de Italiaanse kunstschilders beïnvloeden. De kunsthistorici kwalificeren hem nu tot één van de belangrijkste kunstschilders in de Noordelijk renaissance.

Leonardo da Vinci, Michelangelo, Rafaël en Titiaan

Het was de tijd van de, nu nog steeds, beroemde kunstenaars Leonardo da Vinci, Michelangelo Buonarroti en Rafaël Santi. Het leek of de kunstwereld zich van de donkere middeleeuwen had bevrijdt. Niet alleen God schiep de mens, maar er waren nu ook kunstenaars die kunstwerken in de vorm van een mens schiepen: de ambachtsman was weer kunstenaar geworden. Dit kwam onder meer tot uiting in hun meesterwerken: `Het laatste avondmaal’ en de `Mona Lisa’ van Leonardo da Vinci, de `School van Athene’ van Rafaël en het volledig beschilderde gewelf van de Sixtijnse kapel van Michelangelo. Dit waren zeker niet de enige meesterwerken van deze bijzondere kunstenaars, maar wel de bekendste. Bijzonder is de veelzijdigheid van deze grootmeesters in de kunst. Rafaël was naast kunstschilder ook architect; Michelangelo toonde zijn kunsten als schilder, architect, uitvinder, dichter en beeldhouwer; en Leonardo da Vinci verwierf faam als kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, ingenieur, filosoof, scheikundige, natuurkundige, bioloog, anatomist en uitvinder. U moet hierbij bedenken dat deze periode van hoog-renaissance zich in een periode van slechts 25 jaar ontplooide en wel van het jaar 1495 tot 1520. 

Leonardo da Vinci

Zoals al beschreven was Leonardo da Vinci (1452–1519), geboren in Vinci, een dorp op 3 kilometer afstand van de Italiaanse stad Florence, een zeer veelzijdig mens en kunstenaar. Veel van de teksten die hij schreef bleven lang onopgemerkt, omdat hij de gewoonte had om in spiegelschrift te schrijven, naar alle waarschijnlijkheid vond hij dit eenvoudiger omdat hij linkshandig was. Zeker weten doen we dit niet. Tijdens zijn leven schreef hij duizenden bladzijden vol met wetenswaardigheden; alles wat hij zag wilde hij onderzoeken, van het ontleden van lijken tot de manier waarop een vlinder vloog. Hij leek niet geïnteresseerd in rijkdom en roem en hij gaf zijn schrijfwerk niet in boekvorm uit. In de schilderkunst omschreef en gebruikte hij het luchtperspectief, waarbij figuren op het schilderdoek vervaagden naar gelang ze verder weg stonden, omdat de lucht tussen de kijker en de geobserveerde dikker werd naar gelang de afstand tussen hen groter werd. Ook gebruikte Leonardo da Vinci een techniek die we sfumato noemden. Letterlijk betekend dit `rokerig’. Op deze wijze kon hij de harde randen van afgebeelde figuren wat vervagen, door de omgeving rokerig te schilderen. Daarmee werden deze afgebeelde figuren meer één met het hun omringende landschap. Hierdoor kwamen zijn geschilderde figuren daadwerkelijk tot leven. Een techniek die we later in het impressionisme weer terugzien. Zo maakte Leonardo da Vinci ook gebruik van chiaroscuro, een techniek waarbij de transitie tussen licht en donker voor een 3D-effect zorgde. Al deze technieken, die het gevolg waren van zijn onvoorstelbare zucht naar kennis, zie je terug in zijn beroemde schilderij met de naam `Mona Lisa’.

De Mona Lisa, een portret van Mona Lisa del Giocondo en geschilderd in de periode 1503-1506, van de Italiaanse schilder Leonardo da Vinci
Afbeelding: De Mona Lisa werd geschilderd in de periode 1503-1506, door de Italiaanse schilder Leonardo da Vinci. De glimlach van de Mona Lisa is legendarisch. In postuur is zij in driekwart geschilderd, maar haar gezicht is bijna frontaal op het paneel van populierenhout aangebracht. Haar ogen kijken je net niet recht aan, wat haar blik alleen maar raadselachtiger maakt.
Dagelijks genieten niet minder dan 20.000 bezoekers van haar verschijning. Het betreft hier een portret van Lisa Gherardini, de echtgenote van de Florentijnse zakenman Francesco del Giocondo die de opdracht voor dit wereldberoemde schilderij gaf. 

Locatie: De Mona Lisa van Leonardo da Vinci hangt in het Louvre in de Franse hoofdstad Parijs.

In het `Laatste avondmaal’ toonde hij wederom zijn kunstenaarschap. De natuurlijke manier waarop Jezus in deze prachtig opgebouwde compositie tussen zijn verbouwereerde apostelen stond – Jezus had net verteld dat er een verrader onder hen was – was voor die tijd revolutionair.

Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci uit de periode 1495 tot 1498.
Afbeelding: Het laatste avondmaal, van Leonardo da Vinci, geschilderd in de periode 1495 tot 1498. In 1943 werd het klooster Santa Maria delle Grazie, waarin deze fresco hangt, gebombardeerd, maar het kunstwerk overleefde wonderwel de beschietingen.
De compositie is opgebouwd uit 4 groepen van 3 apostelen die de centraal gepositioneerde gestalte van Jezus flankeren. Door de figuren op deze wijze te positioneren maakt hij de interactie tussen de figuren veel zichtbaarder. De lijnen van het perspectief komen via de wanden samen bij de openingen in de achterwand waardoor het daglicht naar binnen straalt. Door het lijnperspectief en het binnenvallende licht vestigt de schilder nog meer aandacht op de centrale figuur van Jezus. 

Locatie: Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci is te bezichtigen in de eetzaal van het Dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie in de Italiaanse stad Milaan.

Leonardo da Vinci was echter ook de man die de eerste ontwerpen voor een vliegmachine maakte en andere innovaties beschreef die pas veel later in de geschiedenis werkelijkheid zouden worden.

Michelangelo

Michelangelo Buonarroti (1475-1564) was al als jongeling in de leer bij de toen beroemde schilder Domenico Ghirlandaio, een meester in zijn tijd. Toch was Michelangelo niet onder de indruk van de kunstwerken van zijn leermeester. Hij liet zich meer imponeren door de meesters uit het verleden, zoals Masaccio, Giotto en Donatello. Ook werd hij geïmponeerd door de krachtige beeldhouwwerken van de oude Grieken en Romeinen. De manier waarop zij het menselijk lichaam in al zijn of haar gespierdheid toonden maakte grote indruk op hem. Hij studeerde net zolang op het menselijk lichaam, het ontleden van lijken hoorde daar ook bij, totdat het menselijk lichaam in al zijn vormen en bewegingen geen geheimen meer voor hem bezat. Deze krachtige en natuurlijk bewegende figuren vind je in al zijn kunstwerken terug, zowel in zijn beeldhouwwerken, met de beelden van David en de Pietà als voorbeelden, als in zijn schilderwerken met als kunstzinnig hoogtepunt de beschildering van het gewelfde plafond van de Sixtijnse kapel in Rome (zie de afbeelding op deze webpagina), waar Michelangelo van 1508 tot 1512 in alle eenzaamheid aan werkte.

Sibyl van Delphi in de Sixtijnse kapel in het Vaticaan. van de hand van Michelangelo
Afbeelding: De Sibille van Delphi, een portret op het plafond van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan van de hand van de kunstenaar Michelangelo. De Sibille van Delphi was in de klassieke oudheid een maagd die als orakel de toekomst voorspelde. Volgens de overlevering voorspelde zij dat er ooit een verlosser geboren zou worden die de mensheid verkeerd zou beoordelen en vervolgens met een doornenkroon zouden tronen. Een vooraankondiging van het bestaan van Jezus Christus. 
Het licht dat schuin op haar gezicht schijnt, de wat geschrokken blik in haar bruine ogen, de wat openstaande mond en haar onopgesmukte uiterlijk zijn door Michelangelo op een natuurlijke wijze weergegeven.
Locatie: De Sixtijnse Kapel kunt u vinden in het Vaticaan in Rome (Italië).

Het ontsteeg letterlijk en figuurlijk de schilderingen op de wanden van zijn voorgangers met daaronder zijn leermeester Ghirlandaio en de meester-schilder Botticelli. Botticelli was met name bekend om zijn schilderijen `Primavera’, dat hij in 1478 schilderde, en `De geboorte van Venus’ dat in 1485 het levenslicht zag. Michelangelo leefde en werkte in dezelfde tijd als Leonardo da Vinci, al waren zij geen vrienden.
De bekendste beeldhouwwerken van Michelangelo zijn het vijfeneenhalve meter grote standbeeld van David, dat in het jaar 1503 gereed kwam, en de Pietà voor de Sint-Pietersbasiliek. 

De Pietà van Michelangelo in de Sint Pieterbasiliek in het Vaticaan
Afbeelding: De Pietà van Michelangelo werd in 1497 uit marmer gebeeldhouwd en staat in de Sint Pietersbasiliek in het Vaticaan. Oorspronkelijk was het bedoeld als grafmonument voor de laatste rustplaats van kardinaal Jean de Bilhères, de toenmalige abt van Saint-Denis. Het wordt gezien als een van de meesterwerken van Michelangelo.
Locatie: De Pietà van Michelangelo staat in de Sint-Pietersbasiliek in het Vaticaan.

Rafaël

Ook de kunstschilder Rafaël Santi (1483-1520), kortweg Rafaël genoemd, leefde in dezelfde tijd als Leonardo da Vinci en Michelangelo, al werd hij slechts 37 jaar oud. Hij kwam ter wereld in het stadje Urbino in de provincie Umbrië en werd opgeleid door zijn vader, die werkte voor het hof in Urbino, en de meesterschilder Pietro Perugino. Hij vervolgde zijn carrière in de Italiaanse steden Perugia en Florence. Rafaël had goed gekeken naar de werken van zijn beroemde tijdgenoten, maar drukte daar zijn eigen stempel op. Niemand hechtte zoveel belang aan harmonie en balans in zijn schilderingen als hij. Hij bouwde zijn werken bijna mathematisch op vanuit tal van denkbeeldige driehoeken, maar ook in de afgebeelde figuren zocht hij naar evenwicht. In zijn bekendste werk, de `School van Athene’ plaatste hij de idealistische filosoof Plato en de realistische filosoof Aristoteles naast elkaar in het centrum van de schildering.

De School van Athene van de meester kunstschilder Rafael
Afbeelding: De School van Athene, uit de periode 1509-1511, van de Italiaanse kunstschilder Rafaël. Op deze muurschildering staan tal van wijzen en geleerden uit het oude Griekenland met in het midden van de compositie de filosofen Plato en Aristoteles. Op de bovenste rij, geheel rechts, heeft hij zichzelf afgebeeld als Apelles van Kos, een bekende schilder uit de 4de eeuw voor Chr.. In deze fresco wordt uitgedrukt dat de waarheid verkregen wordt door de rede. 
Locatie: Deze fresco hangt in de Stanze di Raffaello ofwel de Kamers van Rafaël in het Apostolisch Paleis in Vaticaanstad. In dit gebouw zijn vier wanden, die in een vierkant tegenover elkaar staan, beschilderd door Rafaël. Hij heeft op deze muren de vier soorten van humanistische wijsheid afgebeeld. De vier fresco’s zijn: `De School van Athene’, `Het Dispuut van het Heilig Sacrament’, `Parnassus’ en `De Kardinale deugden’.

De manier waarop hij vrouwen in al hun schoonheid en harmonie afbeeldde oogstte overal in Italië grote bewondering. Hij schilderde 8 afbeeldingen van de Madonna met kind in volstrekte balans en met een Madonna van grote schoonheid, innerlijke rust en mededogen.

La Donna Velada van de kunstschilder Rafaël uit de periode 1512-1515.
Afbeelding: La Donna Velata ofwel de vrouw met de sluier van Rafael. Hij schilderde deze vrouw in de periode 1512 tot 1515. 
Locatie: Dit schilderij hangt in het Palazzo Pitti in de Italiaanse stad Florence. Het is een belangrijk museum dat is gevestigd in een voormalig renaissance paleis, het Palazzo Pitti. 

Net als aan Michelangelo vroeg paus Julius II hem om in Rome te komen werken. De vraag van een paus stond in die tijd bijna gelijk aan een opdracht. In 1514 vroeg diezelfde paus of hij als architect aan de Sint-Pieter wilde gaan werken als opvolger van de architect Bramante die was overleden. Hij werkte hieraan totdat hij 6 jaar later zelf plotseling overleed.

Titiaan

De Venetiaanse kunstschilder Titiaan (1487-1576) was de man die definitief brak met het schilderen op paneel en het linnen koos als de belangrijkste ondergrond voor zijn schilderijen. Hij leerde dit materiaal kennen van zijn grote voorbeeld en leermeester Giorgione (1476-1510). Toen Giorgione in 1510 stierf waren er veel onafgemaakte schilderijen van zijn hand die Titiaan verder afschilderde. Vandaar dat van veel kunstwerken niet zeker is aan wie men die moet toeschrijven: aan Giorgione of aan Titiaan, waaronder bijvoorbeeld het schilderij `Het onweer’, dat in de Galleria dell’Accademia in Venetië hangt.
Giorgione was ook de kunstschilder die zijn verf niet meer met harde, maar met zachte harsen mengde. Titiaan nam deze uitvinding van harte over, waardoor hij veel vloeiender kon schilderen en gebruik kon maken van veel meer variaties in kleur op zijn palet. Hij ging zich ook toeleggen op doeken van een klein formaat, geschilderd op een ezel. Deze schilderijen op een klein formaat waren zeer in trek bij de Venetiaanse adel en zouden typerend worden voor de Venetiaanse schilderkunst in de 16de eeuw. Titiaan schilderde op zijn ezel veel portretten die tot zijn belangrijkste oeuvre gingen behoren. Bekende portretten van Titiaan zijn het portret van een man uit 1510, het portret van Paus Paulus III uit 1543 en het portret van Isabella d’Este op jonge leeftijd uit 1534-1536.

Het portret van Isabella d'Este op jonge leeftijd uit 1534-1536. van de Venetiaans kunstschilder Titiaan.
Afbeelding: Het portret van Isabella d’Este op jonge leeftijd uit 1534-1536 van de Venetiaanse kunstschilder Titiaan. Het is een voorbeeld van de fraaie portretten die Titiaan in Venetië maakte.
Locatie: Dit portret van Isabella d’Este van de kunstschilder Titiaan hangt in het Kunsthistorisch Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Dat wil niet zeggen dat Titiaan alleen schilderijen in klein formaat maakte. Met zijn grote schildering op paneel van `De hemelvaart van Maria’, dat hij in de periode 1515 tot 1518 op het hoogaltaar van de Santa Maria Gloriosa dei Frari schilderde, werd Titiaan bekend als één van de belangrijkste schilders van het toenmalige Venetië.

De Hemelvaart van Maria, van de kunstschilder Titiaan. uit de periode 1516 tot 1518, gedurende de renaissance.
Afbeelding: De Hemelvaart van Maria, is een bijna 7 meter hoog olieverfschilderij van de kunstschilder Titiaan uit de periode 1516 tot 1518. Met deze kleurrijke en harmonieuze schildering, vol beweging en emotie, verwierf hij zijn faam in Venetië. Hij paste in deze compositie de techniek van de driehoek toe in de vorm van drie rode gewaden, waaronder de kleding die Maria draagt. De driehoek wijst in de richting van God de Vader.
Locatie: De Hemelvaart van Maria van Titiaan hangt in de Basilica di Santa Maria Gloriosa dei Frari, een basiliek in de Italiaanse stad Venetië.

Nog bekender werd hij door zijn schilderij van de Venus van Urbino uit 1538 (zie de afbeelding in het begin van deze paragraaf), gebaseerd op een schilderij van Giorgione dat hij in 1511 afschilderde, direct na de dood van Giorgione.
Vanaf ongeveer 1550 wijzigde Titiaan zijn stijl en werd zijn penseeltoets steeds losser, waarbij hij soms zelfs gebruik maakte van zijn vingers. Een techniek die nu heel gewoon is, maar toen uniek. Hij ging een volledig eigen stijl ontwikkelen, waarbij het schilderen van de werkelijkheid minder belangrijk werd. Titiaan wordt tegenwoordig door de kunsthistorici gezien als een van de belangrijkste schilders in de hoogrenaissance.

De verkrachting van Europa van Titiaan uit de periode 1560-1562.
Afbeelding: De roof van Europa, een schilderij van de kunstschilder Titiaan uit de periode 1560 tot 1562. Hij schilderde dit kunstwerk in de Italiaanse stad Venetië. Het is een goed voorbeeld van de lossere stijl die Titiaan vanaf 1550 hanteerde en zijn nieuwe interesse in mythologische verhalen, waarbij het schilderen van de werkelijkheid voor hem niet meer van belang was.
Het schilderij is geïnspireerd op een verhaal uit Ovidius’ Metamorfosen. Jupiter, de koning van de Goden was tot over zijn oren verliefd op Europa. Hij nam de gedaante van een krachtige witte stier aan en voegde zich bij een kudde die aan de kust graasde. Europa naderde de stier met haar uitgestrekte hand. Ze speelde met hem in een weiland en vlocht bloemen om zijn hoorns. Toen ze ondeugend op zijn rug klom, greep Jupiter zijn kans en dook in de zee met de angstige Jupiter op zijn rug.
Jupiter raasde over de oceaan en Europa hield zich vast aan één hoorn van de witte stier. Met haar rode zijden sluier probeerde ze de aandacht te trekken van haar metgezellen aan de kust.
Een geschubd zeemonster met stekels zwom dreigend naderbij. Een cupido achtervolgde hen op een dolfijn. De ontvoering en verkrachting zou uiteindelijk leiden tot de geboorte van Minos,  de koning van Kreta en de Minoïsche beschaving, de eerste beschaving in Europa.

Locatie: De roof van Europa, van Titiaan hangt in het Isabella Stewart Gardener Museum in Boson in de staat Massachusetts in de VS. Het schilderij is helderder van kleur, dan afbeeldingen in veel andere literatuur. Dit komt omdat het museum het schilderij in 2019 heeft schoongemaakt. 

Maniërisme

Na de periode die men het renaissance noemde, volgde rond het jaar 1520 een stijlperiode die men aanduidde met het maniërisme. Men probeerde de grote kunstschilders uit de renaissance te evenaren en zelfs te overtreffen, wat soms leidde tot overdreven voorstellingen van figuren. Deze gestileerde kunstmatig gevormde figuren vielen op door de uit hun verband getrokken lichamen, overdreven weergegeven spierbundels met sterke draaiingen, relatief kleine hoofden en lange nekken. Zij probeerden daarmee extra dramatiek in de voorstelling te brengen en meer emotie. Fellere en koudere kleuren in samenhang met de genoemde bijna gekunstelde uitdrukkingen van lichaamsdelen kregen de voorkeur boven de ideale verhoudingen uit de renaissance. De kunstcritici waren in die tijd niet te spreken over deze maniertjes, zoals zij het noemden. Het was de geboorte van het maniërisme. Toch was het een poging van de toenmalige kunstenaars om de kunst te vernieuwen en te veranderen, pogingen die kenmerkend zijn voor de transitie naar een nieuwe kunststijl. Bekende kunstschilders uit deze stijlperiode zijn onder andere Giulio Romano,  Parmigianino en El Greco. De Griek El Greco (1541-1614), die eigenlijk Domenikos Theotokopoulos heette, woonde en werkte een groot deel van zijn leven in de Spaanse stad Toledo. Hij was populair onder hoogwaardigheidsbekleders en legde zich toe op religieuze schilderijen en portretten. Men rekent El Greco tot het maniërisme. Dit is vooral te zien aan de langgerekte vormen van de figuren die hij schilderde en de expressieve kleuren die hij in zijn kunstwerken gebruikte. 

Het visioen van de de heilige Johannes, van de kunstschilder El Greco, geschilderd in de periode 1608-1614
Afbeelding: `Het visioen van de de heilige Johannes’, ook wel de `Verbreking van het zegel’ genoemd. Een kunstwerk van de schilder El Greco, geschilderd in de periode 1608-1614.
Locatie: Het schilderij hangt in het Metropolitan Art Museum in New York in de VS. 

Parmigianino (1503-1540), wiens echte naam Francesco Mazzola was, ging het verste in het overdrijven van de bevalligheid van zijn figuren. Hij verlengde ledenmaten en de hals van zijn hoofdpersonen, zoals in het schilderstuk `Madonna met de lange hals’ uit 1535. 

Madonna met de lange hals, van Parmigianino uit 1535
Afbeelding: Madonna met de lange hals, van de kunstschilder Parmigianino uit 1535. Opmerkelijk is de verfijnde sensualiteit in dit schilderij. Door de hals, de handen en het lichaam van Maria te verlengen maakte hij zijn figuren dromeriger en bevalliger voor de beschouwer van dit kunstwerk. Hetzelfde gold voor de verlenging van de vormen in het kindje Jezus dat op haar schoot rust. Het schilderij werd een icoon van het maniërisme.
Locatie: Dit kunstwerk hangt in  de Galerie Uffizi, een museum in het historische centrum van de Italiaanse stad Florence.

In Venetië waren het Veronese en Tintoretto die zich in deze schilderkunst uitten, terwijl in Florence de kunstschilders Agnolo Bronzino, Rosso Fiorentino, Jacopo da Pontormo, en Girolamo Macchietti op deze wijze de schilderkunst wilden vernieuwen. In de beeldhouwkunst bekeerden de Italiaanse beeldhouwers Giorgio Vasara, Giovanni da Bologna, Baccio Bandinelli en Benvenuto Cellini zich tot het maniërisme. Bekend is het gouden peper en zoutstel  dat Benvenuto Cellini (1500-1571) in de periode 1539 tot1543 maakte voor Frans I van Frankrijk. 

Het gouden peper en zoutstel van Benvenuto Cellini uit de periode 1539 tot 1543.
Afbeelding: Het gouden peper en zoutstel, ook bekend als de Saliera, van Benvenuto Cellini, uit de periode 1539 tot 1543. In het tempeltje hoort de peper; het gouden schaaltje is voor het zout. De vrouw stelt de aarde voor, de man het water in de vorm van de zeegod Poseidon. Hij draagt de drietand van de zeegod Poseidon in zijn rechterhand. Poseidon was ook de god van de paarden, die in goud staan afgebeeld. De man en de vrouw zitten met ineengestrengelde benen, wat het kunstwerk een erotische lading geeft. De basis van het peper en zoutstel is van kostbaar ebbenhout, gedeeltelijk bewerkt met email. De figuren en afwerkingen zijn van puur goud.
Locatie: Dit gouden peper en zoutstel van Benvenuto Cellini staat in het Kunsthistorisches Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen en werd vervaardigd voor Frans I van Frankrijk.

Cellini schreef ook zijn autobiografie. Het is één van de belangrijkste autobiografieën uit de renaissance. Hij sprak daarin onder meer vrij uit over zijn minnaressen, minnaars en de vele gewelddadige conflicten die hij tijdens zijn leven had. Het geeft een goed inzicht in het dagelijks leven gedurende de renaissance. 
De bekendste maniëristische architect in deze periode is Palladio (1508-1580) die eigenlijk Andrea di Pietro della Gondola heette. In zijn ontwerpen verwerkte Palladio klassieke elementen uit de oudheid. Bekend is zijn ontwerp voor de Villa Rotonda uit 1566 bij Vicenza. Hier plaatste hij oud-Griekse tempelfaçades als gevels van een landhuis. Opmerkelijk is de strakke, symmetrische opbouw van zijn gebouwen.

De Villa Rotonda van Palladio uit 1566
Afbeelding: De Villa Rotonda uit 1550 bij de Italiaanse stad Vicenza. Het maniëristische gebouw heeft een strakke, symmetrische opbouw met klassieke tempelfaçades als gevels. Vanuit de woonkamer van de villa kijk je op het omringende landschap. In zijn gebouwen legde hij altijd een relatie met de omgeving, een zienswijze die tot op de dag van vandaag veel wordt toegepast.  
Locatie: De Villa La Rotonda, officieel de Villa Almerico Capra geheten, staat in de Italiaanse stad Vicenza, gelegen op een afstand van 60 kilometer ten westen van Venetië

Ook in Vlaanderen en Holland vond men navolgers van het maniërisme, waaronder de beeldhouwer Adriaen de Vries (die men later de Rembrandt onder de beeldhouwers noemde), de beeldhouwer en bronsgieter Jacob Jonghelinck, de Brabantse kunstschilder Jan de Beer, de kunstschilder Jan Gossaert (die men ook wel Mabuse noemde), de kunstschilder Joos van Cleve, de kunstschilder Quinten Metsijs,  de kunstschilder, prentkunstenaar en tekenaar Hendrick Goltzius, de kunstschilder en tekenaar Cornelis Cornelisz van Haarlem, de Brabantse kunstschilder Frans Floris en zijn leerling de kunstschilder Maerten de Vos.

Madonna met kind, van Jan Gossaert uit 1527 in het Prado Muse.um
Afbeelding: Madonna met kind van de Nederlandse kunstschilder Jan Gossaert die men ook wel Mabuse noemde.
Locatie: Dit schilderij van Jan Gossaert hangt in het Prado Museum in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Grote afbeelding: De schepping van Adam, van de Italiaanse kunstenaar Michelangelo. God schenkt op deze fresco Adam het leven, zodat hij als sterveling kan denken, voelen en bewegen. Het betreft een deel van de beschildering van het gewelfde plafond van de Sixtijnse kapel in Rome in de periode 1508-1512. In deze schilderingen bracht Michelangelo ook zijn homoseksuele gevoelens tot uitdrukking. 
Locatie: De schepping van Adam hangt in de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad (Rome).

 

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.