Winkelwagen

Les 16: Renaissance kunst

De levendige kunst die aan het einde van de 14de eeuw hoogtij vierde bevredigde de kunstenaars niet. Zij wilden meer; zij wilden dat mensen leerden zien en dat zij begrepen wat zij zagen. Dit was ook de manier waarop de Romeinen hun kunst hadden vervaardigd en het zal dan ook niet verbazen dat de belangstelling voor deze `oude’ kunsten herleefde in de vorm van de renaissance kunst, letterlijk de wedergeboorte van de kunst.

Het humanisme als basis voor  de renaissance

De stedelijke elites, waaronder de rijke Italiaanse koopman- en bankiersfamilies Strozzi, Pazzi en De Medici in Rome en Florence, hadden voldoende geld tot hun beschikking en wilden hier ook gebruik van kunnen maken. Zij stelden het belang van het individu op een steeds belangrijkere plaats. De renaissance had een nieuwe intellectuele basis gekregen: het humanisme. De humanisten geloofden dat er na de donkere middeleeuwen een nieuwe bloeiperiode was aangebroken met de mens als het stralende middelpunt. Het ging vanaf nu niet meer alleen om afkomst en ridderlijkheid, maar ook om de intellectuele vaardigheden van de individuele mens. Een bekende humanist, theoloog, filosoof en schrijver uit die tijd was de Rotterdammer Desiderius Erasmus (1466/1469-1536). Een uitvloeisel hiervan was dat er een onderscheidt ontstond tussen ambachtslieden en kunstenaars, met als gevolg dat de meest getalenteerden niet meer in een gilde werkten, maar als zelfstandige kunstenaars hun loopbaan vervolgden. Velen onder hen reisden van stad naar stad op zoek naar de best betaalde opdrachten.
De dichtstbevolkte stedelijke gebieden vond men in die tijd in Toscane, en met name in en rondom Florence, en in Vlaanderen. Het was dan ook in deze streken dat de kunst zich verder kon ontwikkelen. De artistieke invloed van Italië was groot, vooral omdat kunstenaars uit geheel Europa de Italiaanse steden bezochten en met schetsen en prenten terugkwamen in hun geboortelanden. De Italiaanse kunstenaars voerden hun fascinatie voor het menselijk lichaam door in afbeeldingen van gespierde naakten. En er kwam een volledig nieuwe kunstvorm op: de prentkunst. Dankzij deze houtblokprenten en de meer gedetailleerde kopergravures verspreidden al deze nieuwe kunstuitingen zich over Europa, er konden namelijk duizenden exemplaren van een prent worden afgedrukt. Er ontstond een uitwisseling van kennis en ideeën die men niet eerder had meegemaakt.
Ook in de rest van Europa ontwikkelden zich steden, waarin de mensen gingen wonen, zich verder ontwikkelden en ondernemingen startten.

Middeleeuws dorpje in de Moezel Sankt Aldegund. De getoonde woningen stammen uit de 6de en de 17de eeuw.1
Afbeelding: Het wijndorp Sankt Aldegund aan de Moezel in Duitsland. In de 16de-eeuwse vakwerkhuizen op deze afbeelding woonden wijnboeren. Zij verbouwden ook andere gewassen om van te kunnen eten.
Locatie: Het wijndorp Sankt Aldegund ligt aan de oever van de rivier de Moezel in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts. ©Ronnie Rokebrand.

De Vlaamse en Franse wandkleden

Als je de teksten op deze website leest, dan zou je kunnen denken dat de schilderingen tot de kostbaarste kunstuitingen behoorden in deze periode. Dat was echter in de 15de en het begin van de 16de eeuw niet het geval. Het meeste geld werd in de renaissance neergelegd voor de Vlaamse en Franse tapisserieën, wandkleden waarin ridderlijkheid en hoofse liefde de toon aangaven. Onderwerpen waar je nog de middeleeuwse kunst in kon proeven. 

Slag bij Pavia, een 16de-eeuws Italiaans wandtapijt van Bernard van Orley.
Afbeelding: De Slag bij Pavia, een 16de-eeuws wandtapijt van de kunstenaar Bernard van Orley (1491-1542). Op dit kleurrijke wandtapijt ziet u het strijdtoneel bij de stad Pavia in Italië waarbij alle West-Europese landen betrokken waren. Het wandtapijt toont een deel van het slagveld. Op de achtergrond ziet u het kasteel van Mirabello. Het fraaie wandtapijt geeft een goed beeld van de kampementen en de uitrustingen van de soldaten in die tijd. Ook gebruikte de kunstenaar in de compositie dezelfde principes die in de schilderkunst regel waren. Een driehoek, aangegeven door de gele vlakken in vlaggen en kledij met daarboven een felrode explosie vormen het middelpunt van de compositie. Het wandtapijt is vervaardigd in de periode 1525-1542.
Locatie: Dit wandtapijt van de Slag bij Pavia van Bernard van Orley hangt in het Museo di Capodimonte in de Italiaanse stad Napels. Dit kunstmuseum bevindt zich in een Bourbons paleis in Napels, dat diende als zomerverblijf voor de koningen der Beide Siciliën. Achter het museum ligt het park Capodimonte.

De renaissance kunst in de 15de eeuw

Mede dankzij de ontwikkeling van de steden raakte in de 15e eeuw in kunstkringen in Italië de renaissance kunst in zwang, met name in de architectuur. Renaissance betekende letterlijk `wedergeboorte’. waarmee men de wedergeboorte van de klassieke cultuur bedoelde. De voorgevels van de gebouwen werden versierd met gebeeldhouwde bloemslingers (guirlandes), medaillons, sierlijk omlijste vlakken met opschriften en zuilen met krulvormige versieringen. De renaissance kunst was direct populair, omdat het refereerde aan de trots van de Italianen op hun verleden tijdens het Romeinse keizerrijk. Door de renaissance kunst konden ze de, in hun ogen, onbeschaafde en barbaarse binnenvallende stammen fysiek en mentaal achter zich laten en zich weer trots richtten op een nieuwe, Italiaanse beschaving. Dit kwam tot uiting in een hoge waardering voor de kunst uit de glorietijd van de Romeinen.
Het is echter niet zo dat de renaissance in de 15de eeuw alleen maar een periode van rust en vrede was, in tegendeel. Van 1337 tot 1453 woedde tussen Engeland en Frankrijk de 100-jarige oorlog; de reformatie leidde tot een tweespalt tussen christelijke gelovigen met als gevolg de Beeldenstormen in kerken en kloosters; de ontdekkingsreizen leidden tot de dood van hele indianenstammen; en de inquisitie in Spanje startte de gruwelijke vervolgingen van moslims en joden aan het einde van de 15de eeuw. Bovendien toerde de slavenhandel in Oost- en West-Europa rond (de slavenhandel in Afrika startte pas in de 17de eeuw). Zo rustig, als het misschien leek, was de periode van de renaissance dus niet.

Een 15de-eeuws miniatuur van het beleg van Karel VII, van Calais in 1436 tijdens de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland.
Afbeelding: De periode van de renaissance was geen rustige periode in de geschiedenis, vaak een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de kunsten. Toch ontwikkelde de renaissance zich als een van de hoogtepunten in de kunstgeschiedenis. De afbeelding toont een miniatuur uit een boek met daarop het beleg van Karel VII van Calais in 1436. Het was de periode van de 100-jarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland, zoals wij dat nu noemen. In wezen was het een 116 jaar lange reeks van gewelddadige conflicten tussen het huis Valois en het huis Plantagenet om de Franse troon. 
Locatie: Deze afbeelding van een miniatuur komt uit een 15de-eeuws boek. Dit boek bevindt zich in de Gallica Digital Library, een digitale bibliotheek. Het boek is vervaardigd door de kopiist, kalligraaf en kroniekschrijver David Aubert (circa 1415-1480).

De architect Brunnelleschi

Toch waren de 15de en de 16de eeuw in de kunsten van onschatbare waarde. Het was de tijd van de architect, goudsmid en beeldhouwer Filippo Brunnelleschi (1377-1446) die onder meer de koepel van de Cattedrale di Santa Maria del Fiore schiep, de 114 meter hoge kathedraal van Florence of kortweg de Duomo genoemd. De inwoners van Florence waren er trots op dat Brunnelleschi in zijn gebouwen terugviel op het gebruik van zuilen, lijstwerk en rondbogen, die zij trots met de antieke Romeinse tijd vereenzelvigden. 
Hij was tevens, naar men aannam, de ontdekker van de mathematische grondslagen van het perspectief. Hij toonde aan dat alle zichtassen samenkomen in een verdwijnpunt, een prima middel voor kunstschilders om de driedimensionale ruimte op een tekening of schilderij af te beelden. Dit lijnperspectief is fraai weergegeven in de muurschilderingen van de kunstschilder Masaccio.
Bovendien baseerde hij al zijn bouwkundige ontwerpen met wiskundige precisie op vooraf vastgestelde getalsverhoudingen tussen hoogtes, breedtes, oppervlaktes, enzovoorts. De `gulden snede’ kwam weer in zwang waarbij gebouwen werden opgetrokken in een verhouding van 1:1,6 (ofwel 5:8). Met als gevolg gebouwen die een harmonische indruk maakten.
Andere bekende gebouwen van Filippo Brunnelleschi in Florence waren de Pazzi-kapel, in de kloostertuin van de Basilica Santa Croce, en de Ospedale degli Innocentie, een weeshuis uit 1421 dat later werd omgevormd tot een ziekenhuis.

Weeshuis in Florence van Brunelleschi uit 1421.
Afbeelding: Het weeshuis ofwel het Ospedale degli Innocentie (letterlijk: het Ziekenhuis van de Onschuldigen) van de architect Brunelleschi uit 1421. Het betreft hier één van de eerste gebouwen in de stijl van de renaissance. Kenmerkend voor deze stijl is de arcade, bestaande uit 9 halfronde bogen die op Romeinse zuilen met klassieke kapitelen rusten. Bovendien plaatste Brunelleschi klassieke timpanen boven de rechthoekige ramen op de 1ste verdieping.
Locatie: Het weeshuis van Brunelesschi staat in de Italiaanse stad Florence, gelegen op een afstand van 350 meter ten noordoosten van de Duomo. De foto is gemaakt in de periode tussen 1875 en 1900; de naam van de fotograaf is onbekend. Deze foto bevindt zich in het archief van het Rijksmuseum in Amsterdam.

De kunstschilder Masaccio

De kunstschilder Masaccio (1401-1428) werd slechts 26 jaar oud. Zijn echte naam was Tommaso di Ser Giovanni Casai, maar zijn tijdgenoten noemden hem Masaccio, wat letterlijk `sloddervos’ betekende. Hij wendde zich als kunstschilder af van de gotische stijl. Vandaar dat Masaccio in zijn relatief korte leven naar Rome reisde om de antieke kunsten te bestuderen, net zoals Filippo Brunnelleschi voor hem had gedaan. Hij werd een van de eersten die in de stijl van de renaissance ging schilderen. De wijze waarop hij de menselijke figuren in zijn muurschilderingen afbeeldde, en het gebruik van licht en schaduw in zijn kunstwerken waren voor die tijd uniek en inspireerden later onder meer Botticelli en Michelangelo. Hij werd echter beroemd om het lijnperspectief dat hij in zijn schilderingen verwerkte. Het lijnperspectief was door Brunnelleschi uitgedacht, maar werd voor het eerst door Masaccio in de schilderkunst toegepast.

De kunstschilder Masaccio schilderde in de periode 1424-1427 na Chr. een muurschildering met de titel `De belastingpenning'. Links op de afbeelding ziet u hoe Petrus op zijn knieën een munt uit de bek van een vis haalt. Op deze fresco is goed het lijnperspectief. te zien. De afstanden vanuit het gezichtspunt van de centrale figuur, Jezus, kloppen precies met de regels van het lijnperspectief Locatie: Dit kunstwerk kunt u bezichtigen in de Brancacci kapel in de basiliek Santa Maria del Carmine, gelegen in de Italiaanse stad Florence.
Afbeelding: De kunstschilder Masaccio schilderde in de periode 1424-1427 na Chr. een muurschildering met de titel `De belastingpenning’. Deze afbeelding vertelt een verhaal aan de gelovigen in de kapel. Centraal op de afbeelding vraagt Jezus aan Petrus om een vis te vangen die, volgens Jezus een penning in zijn bek heeft. Links op de afbeelding ziet u hoe Petrus, zitten op de grond, deze munt uit de bek van een vis haalt. Helemaal rechts betaalt hij de belastingambtenaar met deze penning. Op deze fresco is goed het lijnperspectief. te zien. De afstanden vanuit het gezichtspunt van de centrale figuur, Jezus, kloppen precies met de regels van het lijnperspectief.
Locatie: Dit kunstwerk kunt u bezichtigen in de Brancacci kapel in de basiliek Santa Maria del Carmine, gelegen ten zuiden van de rivier de Arno in de wijk Oltrarno in de Italiaanse stad Florence.

Een ander bekend voorbeeld van het gebruik van het lijnperspectief door de Italiaanse kunstschilder Masaccio is de muurschildering `de Heilige Drie-eenheid’ uit de periode van 1425 tot 1428 na Chr.. Ondanks dat de fresco op een plat vlak is geschilderd, ontstaat, dankzij het lijnperspectief, de illusie dat de graftombe met het geraamte op de voorgrond vooruit steekt. Het gewelf achter Jezus aan het kruis, daarentegen, heeft veel dieptewerking en loopt van de beschouwer weg. Deze fresco bevindt zich in de Santa Maria Novella in de Italiaanse stad Florence.

De Heilige Drie-eenheid van de kunstschilder Masaccio uit 1425.
Afbeelding: Op het fresco de `Heilige Drie-eenheid’ van Masaccio zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest afgebeeld, de zogenoemde Heilige Drie-eenheid. U vindt hun afbeeldingen onder een tongewelf met een Romeins cassetteplafond. De Heilige Geest werd traditioneel afgebeeld in de vorm van een witte duif. Masaccio koos ervoor om de aanwezigheid van de Heilige Geest alleen maar kenbaar te maken in de titel van het werk. Deze staat dus niet afgebeeld, maar wordt verondersteld niet-zichtbaar aanwezig te zijn. Maria en Johannes staan naast het kruis. De geknielde personen op de voorgrond zijn degenen die de kunstschilder de opdracht gaven voor dit kunstwerk. Boven het geraamte op de voorgrond prijkt de tekst: `Ik was wat gij zijt, en gij zult zijn wat ik ben’. Dit geraamte ligt op een graftombe. Het kunstwerk is een goed voorbeeld van een fresco met lijnperspectief, waarmee Masaccio een illusie van ruimtelijkheid creëerde. Deze muurschildering is 6,67 meter hoog en 3,17 meter breed. Het is geschilderd in de periode van 1425 tot 1428 na Chr..
Locatie: Dit fresco met de titel `de Heilige drie-eenheid’ van Masaccio bevindt zich in de Santa Maria Novella, een basiliek aan de Piazza Santa Maria Novella, gelegen naast het centraal station van de Italiaanse stad Florence.

De renaissance-beeldhouwer Donatello

De beeldhouwer Donatello (1386-1466) was de man die het menselijk lichaam natuurgetrouw in brons goot. Hij was de eerste beeldhouwer sinds de klassieke Romeinse tijd die vrijstaande beelden maakte, zodat men die van alle kanten kon bekijken. Oorspronkelijk werkte Donatello in marmer, maar vanaf ongeveer het jaar 1420 na Chr. begon hij ook houten sculpturen en bronzen beelden te maken. Donatello werkte zich als kunstenaar op tot één van de bekendste beeldhouwers in het Florence van voor Michelangelo. Vandaar dat hij veel opdrachten kreeg van de welgestelde bankiersfamilie De Medici.
Zijn stijl van beeldhouwen en bronsgieten, vol emotionele beleving en markante figuren, baseerde hij op de klassieke Romeinse vormen. Een goed voorbeeld daarvan is het houten beeld van Maria Magdalena dat zich in het Museo dell’Opera del Duomo bevindt in de kathedraal van Florence.

Maria Magdalena, een houten beeld van Donatello uit de periode 1453-1455.
Afbeelding: Het beeld van Maria Magdalena dat Donatello maakte voor de kathedraal van Florence. Het beeld toont Maria Magdalena tijdens haar kluizenaarsbestaan in het zuiden van Frankrijk, een fabel die in trek was onder de Franse christenen. Bijzonder zijn de emotievolle uitstraling en de realistische weergave van Maria Magdalena. Dit markante houten beeld werd door Donatello gemaakt in de periode 1453-1455.
Locatie: Het houten standbeeld van Maria Magdalena bevindt zich in het Museo dell’Opera del Duomo in de kathedraal in het historische centrum van de Italiaanse stad Florence.

In 1417 beeldhouwde Donatello uit marmer een reliëf van St.-Joris en de draak. Het bevond zich direct onder het standbeeld van Sint-Joris in een nis van het kerkgebouw Orsanmichele, dat op zichzelf al bijzonder was omdat het standbeeld van Sint-Joris als het ware uit de nis naar voren kwam, alsof het losstond van het gebouw.

Sint-Joris, een bronzen beeld van Donatello in het kerkgebouw Orsanmichele.
Afbeelding: Het bronzen standbeeld van Sint-Joris in een nis van het kerkgebouw Orsanmichele. Het is oorspronkelijk gebeeldhouwd door Donatello. In dit geval betreft het een bronzen kopie van het marmeren beeld van Sint-Joris dat zich nu in het Nationale Museum Bargello bevindt, eveneens in de Italiaanse stad Florence.
Locatie: Dit bronzen standbeeld van Sint-Joris bevindt zich in de Orsanmichele, een kerkgebouw in Florence, gelegen aan de winkelstraat Via dei Calzaiuoli. Het gebouw is opmerkelijk en lijkt in niets op een gebedshuis: het is rechthoekig van vorm en bestaat uit 3 verdiepingen. Het originele standbeeld van Sint-Joris is van marmer en bevindt zich in het Nationale Museum Bargello in Florence.

Deze manier van beeldhouwen ontwikkelde zich verder in het reliëf van het Gastmaal van Herodes in de doopvont van het baptisterium van Siena dat Donatello 10 jaar  later beeldhouwde. Tussen 1443 en 1453 vervaardigde Donatello in Padua het bronzen ruiterstandbeeld van Gattamelata die onder meer voor de Republiek Florence vocht. Het was voor het eerst sinds de Romeinse tijd dat een beeldhouwer weer een bronzen ruiterstandbeeld maakte. Donatello heeft bij het gieten van dit ruiterstandbeeld ongetwijfeld zijn inspiratie gevonden bij het zien van het beeld van Marcus Aurelius uit 176 na Chr. dat ook tegenwoordig nog in Rome te bezichtigen is. 
Een beroemd bronzen beeld is de David van Donatello. Sinds de Oud-Romeinse tijd had men geen mannelijk naakt meer tentoongesteld. Vandaar dat de bewoners van Florence rond 1440 verrukt waren over dit bronzen beeld van David, al waren er waarschijnlijk ook mensen die geschokt waren bij het zien van dit ontklede lichaam. In al deze kunstwerken is te zien dat Donatello een veelzijdig beeldhouwer was, niet alleen in de keuze van zijn materialen, maar zeker ook in de manier waarop hij zijn figuren vorm gaf.

David, een bronzen standbeeld van David, vervaardigd rond 1440 door de beeldhouwer Donatello.
Afbeelding: De David van Donatello was in het jaar 1440 na Cr. het eerste mannelijke naakt dat de Florentijnen sinds de oudheid te zien kregen. De Florentijnen waren zeer onder de indruk van dit beeld dat hen herinnerde aan de door hen geïdealiseerde, klassieke Romeinse tijd. Het bronzen standbeeld verhaalt over koning David die de reus Goliath versloeg. De naakte David houdt zijn gelaarsde voet in triomf op het hoofd van Goliath. De bijna vrouwelijk uitziende David kijkt met een ingetogen glimlach langs de beschouwer. In zijn linkerhand draagt hij de steen waarmee hij Goliath doodde; in zijn rechterhand omklemt hij het zwaard van Goliath. Boven zijn lange en golvende haarlokken draagt hij een hoed. Op de hoed troont een lauwerkrans als symbool van zijn overwinning. De helm van de verslagen Goliath verwijst echter ook naar de hertogen van Milaan die in die tijd in oorlog waren met Florence. Vandaar dat dit beeld ook symbool staat voor de overwinning van Florence, in de vorm van David, op de stad Milaan. 
Locatie: Dit bronzen standbeeld van David, vervaardigd door de Italiaanse beeldhouwer Donatello, staat in het Nationale Museum Bargello in de Italiaanse stad Florence. De foto met deze afbeelding is in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam en is gemaakt in de periode tussen 1875 en 1900. De fotograaf is niet bekend. 

De Vlaamse kunstschilder Jan van Eyck

De Vlaming Jan van Eyck (1390-1441) schilderde, samen met zijn oudere broer Hubert van Eyck (1370-1426), het prachtige Gentse altaar in de vorm van een veelluik, een hoogtepunt in de renaissance kunst. De Gentenaren waren met stomheid geslagen toen zij de natuurgetrouwe schilderingen op het Gentse altaarstuk met daarop Het Lam Gods (als symbool voor Jezus Christus) en Adam en Eva in al hun naakte kwetsbaarheid aanschouwden.
Men gaat er tegenwoordig vanuit dat Hubert de ondertekening heeft gemaakt en Jan het verder met verf heeft uitgewerkt. Slechts enkele hoofden zijn van de hand van Hubert, maar deze zijn wat vlakker geschilderd en daardoor herkenbaar. Minder bekend is dat waarschijnlijk ook hun zus Margriete van Eyck, ook wel Margareta genoemd, aan het drieluik heeft mee geschilderd. Zij leidde het schildersatelier in Brugge waar onder meer aan Het Lam Gods werd gewerkt. Een unicum in een tijd dat de positie van de vrouw ondergeschikt was aan die van de man. 

Het Gents altaarstuk Het Lam Gods, van Hubert en Jan van Eyck uit 1432 in de Sint-Baafskathedraal in Gent
Afbeelding: Het Gentse altaarstuk met daarop Het Lam Gods, als symbool van Jezus Christus uit het jaar 1432 na Chr.. Het werd geschilderd op eikenhouten panelen door Hubert en Jan van Eyck voor de Sint-Baafskathedraal in de Belgische stad Gent. Het altaarstuk heeft 12 panelen, waarvan er 8 met scharnieren gesloten kunnen worden. Iedere vleugel is aan twee zijden beschilderd. 
De bovenste 7 panelen tonen van links naar rechts: Adam met daarboven in het klein het offer van Kaïn en Abel (1); zingende engelen (2); de Heilige Maagd Maria (3); God of Christus op de troon, daar zijn de kunsthistorici niet eenduidig in (4-het middelste paneel); Johannes de Doper (5); musicerende engelen (6); en Eva met daarboven in het klein de moord van Kaïn op Abel (7).
De onderste 5 panelen laten in het midden de aanbidding van Het Lam Gods zien, met aan weerszijden 2 panelen met de figuren die op weg zijn naar de aanbidding van Het Lam Gods. De onderste 5 panelen tonen van links naar rechts: de Rechtvaardige Rechters (1); de Ridders van Christus (2); de aanbidding van Het Lam Gods (3-het middelste paneel); de kluizenaars (4); en de pelgrims op weg naar Het Lam Gods (5). Het paneel met de Rechtvaardige Rechters is een kopie, omdat het origineel gestolen en helaas nog niet is teruggevonden. Als het veelluik is gesloten, dan ziet u daarop onder meer de geknielde afbeeldingen van Joost Vijd en zijn vrouw Lysbette Borluut, de opdrachtgevers van dit veelluik. Zij staan afgebeeld tussen enkele apostelen, profeten en sibillen. 
Locatie: Dit Gentse altaarstuk van Jan van Eyck staat in de Sint-Baafskathedraal (Sint-Bavo kathedraal) in de Belgische stad Gent, niet ver van de ingang van het gebedshuis in de Villakapel. Tot 1986 stond het in de Vijdkapel, vernoemd naar Joost Vijd die de opdracht gaf tot het maken van dit beroemde veelluik. Het is het bekendste kunstwerk van Jan van Eyck. Zijn broer Hubert begon met het maken van de grondtekening van het schilderstuk, terwijl Jan het vervolgens afmaakte. Het meeste schilderwerk is dus van de hand van Jan. De Sint-Baafskathedraal staat op het Sint-Baafsplein in het historische centrum van de Belgische stad Gent.

Jan van Eyck was ook de man die vond dat de temperaverf niet meer voldeed en in plaats daarvan olieverf ging gebruiken voor zijn kunstwerken, een ware revolutie in de schilderkunst. Voor die tijd werkte men met tempera, een mengsel van pigmenten met eigeel. Van Eyck mengde zijn pigmenten echter met lijnzaadolie. Met olieverf lieten de kleuren zich gemakkelijker mengen, droogde de verf langzamer op en werd het resultaat transparanter. Omdat de kunstschilder nu meer tijd had om zijn schildering te maken, was hij in staat om veel gedetailleerder te werken. Een ander voordeel van het gebruik van olieverf was dat de kleuren van de olieverf bijna niet meer veranderden als het opdroogde, zodat de kunstschilders nauwgezetter en levensechter de kleuren konden aanbrengen.

Detail van het middelste paneel onderaan van het Gents altaarstuk Het Lam Gods uit 1432 van Hubert en Jan van Eyck.
Afbeelding: Op dit detail van het middelste paneel (het onderste deel) van het Gentse altaarstuk Het Lam Gods, van Hubert en Jan van Eyck, is goed te zien hoe nauwkeurig de kunstschilders nu konden werken, vooral dankzij het gebruik van olieverf in plaats van tempera.
Locatie: Het Gentse altaarstuk Het Lam Gods bevindt zich in de Villakapel in de Sint-Baafskathedraal op het Sint-Baafsplein in het historische centrum van de Belgische stad Gent.

Ook de manier waarop Jan van Eyck portretten schilderde, tot in het kleinste detail, was revolutionair. Hoewel zijn portretten vaak wat strak oogden, deed dit niets af aan de manier waarop hij zijn schilderingen nauwkeurig tot in het kleinste detail uitwerkte. De waarheid moest op het doek getoond worden! Eindelijk werd de werkelijke wereld op het schilderdoek aangebracht.

Portret van Margareta van Eyck, geschilderd door Jan van Eyck
Afbeelding: Portret van de kunstschilderes Margriete (Margareta) van Eyck, geschilderd door haar broer Jan van Eyck in 1439. Zij was toen 33 jaar oud. Dankzij de donker geschilderde achtergrond komt het gezicht van Margariete goed naar voren. Het licht van een raam weerspiegelt in de ogen die de beschouwer direct aankijken. Haar haren zijn bedekt met een kanten doek. Haar rode overkleed is afgezoomd met eekhoornbont.
Locatie: Het portret van Margariete (Margareta) van Eyck hangt in het Groeningemuseum in de Belgische stad Brugge. Het is één van de in totaal 5 kunstwerken van Jan van Eyck die nog in België te zien zijn. Drie daarvan hangen in het Groeningemuseum.

De Vlaamse kunstschilder Rogier van der Weyden

Net als Jan van Eyck behoorde Rogier van der Weyden (1400-1464) tot de groep Vlaamse primitieven. Dit was een groep kunstschilders die werkten in en rond de steden Gent, Brugge, Leuven, Doornik en Brussel.
Rogier van der Weyden werd vooral bekend om het altaarstuk `De kruisafneming’, dat in het Prado Museum in Madrid staat.

De Kruisafneming, van Rogier van der Weyden, geschilderd in de periode 1435-1438
Afbeelding: De Kruisafneming van Rogier van der Weyden, geschilderd in de periode van 1435 tot 1438. Het altaarstuk stond oorspronkelijk in de kapel van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Ginderbuiten in de Belgische stad Leuven.
Op het schilderij is het levenloze lichaam van Jezus Christus van het kruis losgemaakt door de man op de ladder. Het lichaam van Jezus wordt ondersteund door Jozef van Arimathea aan de linkerzijde van het kruis en door Nicodemus. De vrouw die in haar blauwe gewaad flauw valt is Maria, de moeder van Jezus. Johannes de Doper, gekleed in het donkerrode gewaad, helpt haar. Bijzonder is dat Rogier van der Weyden de relatie tussen Maria en Jezus onderstreepte door hen op het schilderstuk in dezelfde houding te schilderen. Geheel rechts staat de diep bedroefde Maria Magdalena.

Locatie: De Kruisafneming, van de kunstschilder Rogier van de Weyden, hangt in het Prado Museum, gelegen aan de Calle de Ruiz de Alarcón in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Hij was echter ook de man die, beter nog dan Jan van Eyck, zijn figuren gevoeliger en menselijker maakte. Waar de portretten van Jan van Eyck nog wat strak oogden, schilderde Rogier van der Weyden zijn portretten met zachtere contouren, zodat ze zich op de schilderingen menselijker toonden. Bekende portretschilderijen van zijn hand zijn het portret van Karel de Stoute en het Portret van een dame. 

Portret van een dame van Rogier van der Weyden uit 1460. Het staat in de National Gallery in Washington DC in de VS.
Afbeelding: Portret van een dame van Rogier van der Weyden uit 1460. Op dit eikenhouten paneel, geschilderd met olieverf in driekwart profiel, staat een adellijke dame van ongeveer dertig jaar oud. De stofuitdrukking is prachtig. Door de achtergrond in een egaal donkerblauwe kleur te schilderen komt het portret nog beter uit. Ook haar donkerblauwe kleding, in een iets andere tint, heeft ditzelfde effect. Haar smalle vingers, geëpileerde wenkbrauwen en haar juwelen duidden op haar adellijke afkomst. De zachte contouren van haar gezicht, haar volle lippen en de half neergeslagen ogen geven de vrouw een gevoelig en menselijk uiterlijk. 
Locatie: Het Portret van een dame hangt in de National Gallery in Washington DC in de VS. Dit museum ligt aan de National Mall. Het maakte deel uit van de kunstverzameling van de bankier en kunsthandelaar Andrew W. Mellon. Na zijn dood werd deze collectie geschonken aan de National Gallery in Washington DC.

Bijzonder is zijn schilderij van `De lezende Maria Magdalena’ dat hij rond 1438 vervaardigde. Evenals op het schilderij `Portret van een dame’ is de stofuitdrukking op dit schilderij knap weergegeven. Ook de lezende blik van Maria Magdalena op het boek is met veel gevoel geschilderd. Door het raam, dat zich achter een `afgesneden’ figuur met een rozenkrans bevindt, zien we enkele figuren in een waterrijk landschap wandelen. Hierdoor krijgt het schilderij veel diepte en perspectief. Het bidden van de rozenkrans was de belangrijkste vorm van gebed in die tijd, een traditie die tot op de dag van vandaag levend wordt gehouden in de rooms-katholieke kerk. 

De lezende Magdalena, uit circa 1438 van de kunstschilder Rogier van der Weyden.
Afbeelding: De lezende Maria Magdalena, uit circa 1438 van de kunstschilder Rogier van der Weyden. Bijzonder was de ongeëvenaarde manier waarop de kunstschilders uit de Zuidelijke Nederlanden op een knappe wijze de verschillende materialen op het doek schilderden, zoals hier te zien is in de gedetailleerde en realistische weergave van de stoffen van de kleding. In de schilderkunst noemt men dit de stofuitdrukking, een term voor de manier waarop een kunstschilder de oppervlaktestructuur van een materiaal afbeeldt.
Locatie: Dit kunstwerk hangt in de National Gallery in de Britse hoofdstad Londen, gelegen aan de noordkant van Trafalgar Square. 

Andere bekende schilders in de Zuidelijke Nederlanden

Een andere bekende schilder die in het begin van de 15de eeuw in Vlaanderen werkte was de Meester van Flemalle. Hiermee duidde men misschien de kunstschilder Robert Campin (1375-1445) aan. Andere kunsthistorici gaan er vanuit dat de naam verwijst naar een anonieme schilder of een groep schilders die in Doornik werkte.
De Meester van Flemalle werd bekend met zijn altaarstuk Merode dat in het Metropolitan Museum in New York staat. De Meester van Flemalle en Rogier van der Weyden inspireerden met hun kunstwerken tal van kunstenaars die na hen kwamen, waaronder Hans Memling (1435-1494) en Hugo van der Goes (1440-1482), die vooral aanzien verwierf met zijn Portinari-drieluik dat hij voor Tomasso Portinari maakte, een bankier die in de Belgische stad Brugge voor de familie De Medici werkte. Ook Hans Memling werkte voor hem. Hij maakte een fraai dubbelportret van Tomasso Portinari en zijn vrouw Maria Baroncelli. In het Noordbrabants Museum in de Nederlandse stad ‘s-Hertogenbosch hangt een dubbelportret van een biddende man en vrouw van de kunstschilder Hans Memling.

Biddende man en vrouw van Hans Memling uit de 15de eeuw in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.
Afbeelding: Biddende man met kind en vrouw met hond, een combinatie van 2 schilderijen van de kunstschilder Hans Memling uit de periode 1466 tot 1494. Het is geschilderd ten behoeve van het huwelijk van de twee geportretteerden. Het jongetje op het schilderij van de biddende man is later op het kunstwerk bijgeschilderd, nadat het kindje was overleden. Vandaar dat Memling een kruisje schilderde op de rode trui van het kind. 
Locatie: Dit 15de-eeuwse dubbelportret van Hans Memling hangt in het Noordbrabants Museum in Den Bosch (‘s-Hertogenbosch). Het museum is gevestigd in het voormalige Gouvernementspaleis, gelegen op de Verwersstraat in de binnenstad van de Noord-Brabantse hoofdstad.

De renaissance kunst in de 16de eeuw

De rol van de religie in de renaissance kunst, en in de kunst in het algemeen, werd steeds kleiner. Onder invloed van de familie De Medici in Florence ging men steeds meer humanistische werken maken. Zij ondersteunden de kunstenaars, waaronder kunstschilders, beeldhouwers, architecten, dichters en filosofen. De secularisering van de samenleving, waarbij men vragen ging stellen over het christendom, zag men ook terug in de kunsten. Men ging nadenken of de `waarheden’ uit het verleden wel klopten. Geen wonder dat men ook de Bijbel weer ging bestuderen, waarbij men ook aandacht besteedde aan de min of meer ondergesneeuwde verhalen in het Oude Testament. Men noemde dit het bijbels humanisme. We zien dit terug in de onderwerpskeuze van de kunstenaars op hun altaarstukken en drieluiken. Het onderzoeken van de bronnen leidde ook tot nieuwe interpretaties en nieuwe verhalen, met onder meer de reformatie en de Beeldenstorm als gevolg.
Als levensmotto nam het Carpe Diem ofwel `Pluk de dag’ de plaats in van het Memento Mori ofwel `Denk aan de dood’ uit de Middeleeuwen. De invloed van individuele burgers op de ontwikkeling van de maatschappij nam toe en de rol van de geestelijkheid nam af.

Ferdinando I de Medici volgt de restauratie van de Santa Maria del Fiore te Florence
Afbeelding: Ferdinando I De Medici volgt de restauratie van de Santa Maria del Fiore in Florence. Deze prent, een kopergravure, werd rond 1617 in Florence vervaardigd door de prentenmaker, kunstschilder en tekenaar Jacques Callot (1592-1635). 
Locatie: Deze kopergravure maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Dit was echter ook de eeuw waarin de Beeldenstorm in de Lage Landen plaatsvond. Tijdens de Beeldenstorm in de periode van augustus tot en met oktober 1566 vernielden de protestanten op grote schaal heiligenbeelden, glas-in-loodramen en schilderijen in de katholieke kerken en kloosters in de Lage Landen. Veel kunst werd in deze tijd onherstelbaar beschadigd. De verscherpte tegenstellingen, die mede een gevolg waren van de Beeldenstorm, leidden indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog tussen het rooms-katholieke Spanje en de protestant geworden gebieden in het noordelijke deel van de Lage Landen. Door deze strijd ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Het was tevens een periode van armoede en massamigratie. Al deze gebeurtenissen oefenden invloed uit op de kunsten in de 16de eeuw.

Beeldenstorm, 20 augustus 1566. Op deze ets ziet u hoe de Beeldenstorm te werk ging in Antwerpen. Een groep mannen trekt met touwen de heiligenbeelden van hun sokkels. Anderen slaan de ramen van de kerken in, terwijl er tevens schilderijen vernield worden.  An de rechterzijde zie je een man die met een grote zak gestolen goederen het kerkgebouw aan de zijkant verlaat. De soldaten zien het schouwspel gelaten toe.  Locatie: Deze ets van Frans Hogenberg werd in de periode 1613-1615 opnieuw afgedrukt in het boek De Nassausche Oorloghen, van de schrijver W. Baudartius. De ets is sinds 1881 in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam.
Afbeelding: Beeldenstorm, 20 augustus 1566, een ets van Frans Hogenberg (1535-1590). De getoonde ets werd in 1613-1615 afgedrukt. Op deze ets ziet u hoe de Beeldenstorm te werk ging in Antwerpen. Een groep mannen trekt met touwen de heiligenbeelden van hun sokkels. Anderen slaan de ramen van de kerken in, terwijl er tevens schilderijen vernield worden. Aan de rechterzijde zie je een man die met een grote zak gestolen goederen het kerkgebouw aan de zijkant verlaat. De soldaten zien het schouwspel gelaten toe. 
Locatie: Deze ets van Frans Hogenberg werd in de periode 1613-1615 opnieuw afgedrukt in het boek De Nassausche Oorloghen, van de schrijver W. Baudartius. De ets is sinds 1881 in het bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam.

De bijzondere kunstwerken in de hoogrenaissance

Aan het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw, om precies te zijn in de periode van 1495 tot 1520, spreken we van de hoogrenaissance. Dit was de periode waarin de belangrijkste meesters in de renaissance kunst hun bijzondere kunstwerken maakten. De belangrijksten onder de Italiaanse kunstenaars waren Leonardo da Vinci (1452–1519), Michelangelo (1475-1564), Rafaël (1483-1520), Giovanni Bellini (circa 1430-1516), Sandro Botticelli (1445-1510), de architect Donato Bramante (1444-1515), Giorgione (1477-1510) en Titiaan (1488-1576), die bekend werd om de mooie Venetiaanse vrouwen die hij schilderde, waaronder de Venus van Urbino.

De Venus van Urbino van de Italiaanse schilder Titiaan (1490-1576). Het hangt in de Uffizi Gallery in Florence
Afbeelding: De Venus van Urbino, uit 1538, van de Italiaanse schilder Titiaan (1488-1576). De naam van het schilderij verwijst naar Venus, de Griekse Godin van de liefde en de vruchtbaarheid. Titiaan maakte dit schilderij voor Guidobaldo II della Rovere, de latere hertog van Urbino. Vandaar de naam van dit werk. Anderen beweren dat het hier waarschijnlijk een afbeelding van een courtisane betreft, een minnares van Guidobaldo II van Urbino, die met een uitnodigende blik naar de beschouwer kijkt. Het schilderij is niet geheel uniek, want het is geïnspireerd op het schilderij `Slapende Venus’ van zijn leermeester Giorgione. Een schilderij dat Titiaan zelf na de dood van Giorgione afschilderde en nu in de Gemäldegalerie Alte Meister hangt in de Duitse stad Dresden. De Slapende Venus heeft haar ogen gesloten en ligt in een landschap waarbij de glooiingen van het landschap de rondingen van Venus haar lichaam volgen; de Venus van Urbino heeft haar ogen daarentegen verleidelijk open en ligt in een paleis met op de achtergrond twee dienaressen. 
Collectie: Dit schilderij van Titiaan hangt in de Uffizi Galerie (Galleria degli Uffizi), gelegen aan het Piazza della Signoria in het centrum van de Italiaanse stad Florence, direct naast het Piazza della Signoria en het Palazzo Vecchio. Vanaf de Uffizi Galerie kijkt u over de rivier de Arno naar de Ponte Vecchio. 

Sandro Botticelli, die eigenlijk Alessandro Filipepi heette, schilderde voornamelijk in opdracht van de familie De Medici uit de Italiaanse stad Florence. Een van zijn meest beroemde werken, ‘De geboorte van Venus’ uit 1485, stelt een klassieke mythe voor. De door hem afgebeelde godin Venus was sinds de invoering van het christendom de eerste mythologische godin die men pontificaal en naakt afbeeldde.

De geboorte van Venus, van Sandro Botticelli uit 1485 in de Uffizi Galerie in Florence.
Afbeelding: De geboorte van Venus (La nascita di Venere) uit 1485 van de kunstschilder Sandro Botticelli. Het toont de godin van de liefde Venus, die als een volwassen vrouw uit de zee is opgedoken en dankzij twee goden van de wind aankomt bij de kust van Cyprus. De schelp waarop ze staat was in de klassieke oudheid een symbool voor de vulva van een vrouw. Men vermoedt dat deze Venus is gebaseerd op een oud-Grieks marmeren beeld van de godin Aphrodite. Het hoofd van Venus uit dit schilderij staat ook op het Italiaanse muntje van 10 eurocent. Het is in dit kunstwerk opmerkelijk dat het schilderwerk weinig diepte bezit, de figuren zijn naast elkaar in een zelfde grootte geschilderd. Bovendien zweven niet alleen de links afgebeelde westenwind Zephyros en de godin van de ochtendbries Aura over het doek, maar ook Venus en de rechts afgebeelde seizoen-godin, die Venus een omslagdoek aanbiedt, lijken te zweven op het canvas. Ze staan niet rechtop en stabiel op de schelp en de grond.
Locatie: De geboorte van Venus van de kunstschilder Sandro Botticelli hangt in de Uffizi Galerie in het centrum van de Toscaanse hoofdstad Florence, direct naast het Piazza della Signoria en het Palazzo Vecchio. 

Al  deze Italiaanse kunstschilders waren onder de indruk van de Hollandse meesters wier schilderijen aan het einde van de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw zich via de stadstaat Venetië over Italië verspreidden. De technieken die de Vlaamse en Hollandse meesters (in die tijd nog één staat) hadden ontwikkeld, waaronder de nieuwe olieverftechnieken, werden door de Italiaanse meesters overgenomen en zagen we terug in hun kunstwerken. Giovanni Bellini was de eerste die deze techniek introduceerde. Andersom raakten de Vlaamse en Hollandse meesters geïnspireerd door de Italiaanse kunstenaars, waaronder Leonardo da Vinci. De belangrijkste schilders onder de Nederlanders en Vlamingen in die tijd waren Dirk Bouts (1410-1475), Hans Holbein de Oude (1460-1524), Hans Holbein de Jonge (1497-1543), Hugo van der Goes (circa 1440-1482) en Pieter Brueghel de Oude (circa 1525-1569).

Portret van koning Hendrik VIII door Hans Holbein de Jongere, uit circa 1537, olie op hout - Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid, Spanje
Afbeelding: Het portret van koning Hendrik VIII, geschilderd door Hans Holbein de Jonge, uit circa 1537. Het betreft een olieverfschilderij op hout. Dit portret is met veel aandacht geschilderd en valt daarmee direct op bij de beschouwer. De achtergrond is egaal blauw. Een beeldende achtergrond ontbreekt, waardoor het portret nog sprekender, realistischer en levensechter wordt. Alle aandacht gaat uit naar het geschilderde individu. De kunstschilder wist dankzij zijn invoelend vermogen in dit portret het karakter van koning Hendrik VII weer te geven. Ook maakte Hans Holbein de Jonge gebruik van de sfumato-techniek, waardoor de overgangslijnen wat zachter werden. De stofuitdrukking is prachtig; het bont en de kleding zijn niet van echt te onderscheiden. In de verf van de halsketting gebruikte Hans Holbein de Jonge echt goud.
Locatie: Dit olieschilderij op hout, van de kunstschilder Hans Holbein de Jongere, hangt in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía, kortweg Museo Reina Sofia genoemd, gelegen in de Spaanse hoofdstad Madrid. Er zijn van dit portret meerdere versies bekend; een aantal zijn met tempera verf op hout geschilderd, andere met olieverf. Het museum ligt vlakbij het Prado Museum en het Museum Thyssen-Bornemisza aan de Paseo del Prado.

De surrealistische figuren van Jeroen Bosch

En wie kent niet de bijzondere, surrealistische figuren die Jeroen (Jheronimus) Bosch (1450-1516) op zijn panelen schilderde, waarin fantasie en werkelijkheid door elkaar heen liepen. Zijn beeldtaal baseerde hij op de toenmalige volkskunst, maar werd door de kunsthistorici weinig gewaardeerd. Zijn echte naam was Jeroen van Aken, maar zijn tijdgenoten vernoemden hem naar de plaats waar hij woonde en werkte, de stad ‘s-Hertogenbosch ofwel Den Bosch. De familie van Aken was in die tijd een bekende schildersfamilie, zowel zijn vader als zijn opa en zijn broers verdienden met kunstschilderen hun brood. Jeroen Bosch leefde en werkte in de periode van de renaissance, maar in tegenstelling tot zijn Italiaanse tijdgenoten richtte hij zich niet op de schoonheid van de mens, maar richtte hij zich juist op de zwakheid en de onvolmaaktheid van de sterveling. 
Bekende schilderijen van Jeroen Bosch zijn onder meer `Het narrenschip’,  dat in het bezit is van het Louvre in de Franse hoofdstad Parijs, en `De tuin der lusten’, dat u in het Prado in de Spaanse hoofdstad Madrid kunt bezichtigen.

De `De tuin der lusten' van Hieronymus Bosch (1450-1516) , een ingezetene van de stad 's-Hertogenbosch.
Afbeelding: `De tuin der lusten’ van Jeroen Bosch (1450-1516), een ingezetene van de stad ‘s-Hertogenbosch (Den Bosch). Op het drieluik staan tientallen verhaaltjes geschilderd. Hoe langer je kijkt, des te meer ontdek je. Op het linker luik zien we Adam en Eva in het paradijs met God tussen hen in. Ze bevinden zich in een paradijselijk droomlandschap met daarin verschillende exotische dieren en planten, waaronder een olifant en een drakenboom (die nu nog op de Canarische Eilanden groeit). Vervuld van begeerte omcirkelen op het midden luik mannen een groep vrouwen die in een meertje aan het baden zijn. De mannen zitten op eenhoorns, paarden, zwijnen, loopvogels, kamelen en andere dieren. Ze dragen eieren, vruchten en vogels als geschenk voor de vrouwen. De mannen zijn verblind door lust en liefde; ze hebben geen controle meer over zichzelf. De dieren die ze berijden staan voor ondeugden en zonden, zoals wellust, onmatigheid en hoogmoed. De vrouwen ogen een stuk kalmer. Hebben zij, door hun aantrekkelijkheid, de mannen in hun macht? Het lijkt erop dat de geschilderde lusten voor de afgebeelde figuren uiteindelijk leidden naar de hel, geschilderd op het rechter luik. De duivels jagen de gefolterde zondaars op in de coulissen van een brandend landschap. Hoogmoed en een losbandig leven worden bestraft met hel en verdoemenis.
Locatie: Dit drieluik van Jeroen Bosch hangt in het Prado Museum in de Spaanse hoofdstad Madrid. Het Prado Museum ligt in het centrum van Madrid, aan de Calle de Ruiz de Alarcón.

In totaal zijn er slechts 25 schilderijen en 20 tekeningen van Jeroen Bosch bewaard gebleven.
Onlangs hebben kunsthistorici een nieuw schilderij ontdekt van deze kunstschilder. Het is het doek `De verzoeking van de heilige Antonius’ dat in het bezit is van het Nelson-Atkins Museum of Art in de Amerikaanse stad Kansas City.

De Duitse kunstschilders Albrecht Dürer, Matthias Grünewald en Lucas Cranach de Oudere

Ook de bekende Duitse schilder Albrecht Dürer (1471-1528) bracht vanuit Venetië de Italiaanse stijl mee terug naar Noord-Europa. Nieuwsgierig als hij was reisde hij naar de Italiaanse stad Venetië om zich te verdiepen in de schilderkunst zoals deze zich in die tijd in Italië ontwikkelde. Hij gaf in zijn schilderijen de renaissance in Noord-Europa een eigen gezicht, waarbij aangetekend dient te worden dat hij vooral religieuze voorstellingen schilderde en in koper graveerde. Hij was ervan overtuigd uit dat zijn scheppingskracht, en die van andere kunstenaars, door God aan hen was gegeven. Een overtuiging die ook bij veel Italiaanse kunstenaars uit de hoogrenaissance had postgevat.

De twaalfjarige Jezus tussen de schriftgeleerden, uit 1506 van de Duitse kunstschilder Albrecht Dürer.
Afbeelding: De twaalfjarige Jezus tussen de schriftgeleerden, uit 1506, van de Duitse kunstschilder Albrecht Dürer. De schilder verbeeldt een jonge en kalme Jezus tussen de opgewonden hoofden van de schriftgeleerden. Centraal in de compositie staan de druk gebarende handen, waarmee de schilder de conversatie op gelijk niveau verbeeldt tussen de twaalfjarige Jezus en de geleerden. Albrecht Dürer omringt de handen met de figuren die slechts deels op het schilderwerk staan, waardoor er nog meer aandacht gaat naar de handen en de omringende gezichten. De twee boeken van de schriftgeleerden vormen de basis van de compositie. Dürer geeft daarmee het belang van deze geschriften aan, maar hij laat hiermee ook direct het ambacht van deze schriftgeleerden zien.
Collectie: Dit meesterwerk hangt in het Thyssen-Bornemisza museum dat is gevestigd in het Paleis van Villahermosa aan de Paseo del Prado in de Spaanse hoofdstad Madrid.

Andere bekende Duitse schilders in deze periode waren Matthias Grünewald (1470-1528) en Lucas Cranach de Oudere (1473-1553). Van Cranach kennen wij onder meer het schilderij De drie Gratiën dat in het Louvre hangt en de portretten die hij in 1526 en 1529 maakte van zijn vriend Maarten Luther.

Martin Luther en Karharina von Bora, van Lucas Cranach de Oudere uit 1526
Afbeelding: Maarten Luther, geschilderd door zijn vriend Lucas Cranach de Oudere in het jaar 1526. Hij schilderde dit portret ten tijde van het huwelijk van Maarten Luther met Katharina von Bora. In het jaar 1517 protesteerde Maarten Luther in het Duitse stadje Wittenberg voor het eerst in het openbaar tegen de rooms-katholieke kerk en met name tegen de aflaten. Binnen 10 jaar was een scheuring in de christelijke kerk een feit. Dit was mede dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst. De nieuw gedrukte boeken verspreidden zijn reformistische ideeën snel over het Europese continent.
Locatie: Dit schilderij van Lucas Cranach de Oudere hangt in het Nationale Museum in Stockholm. Dit kunstmuseum staat op het schiereiland Blasieholmen in het centrum van de Zweedse hoofdstad.

Matthias Grünewald werd vooral bekend door zijn schilderingen op het Isenheimer altaar dat hij in de periode 1510 tot 1515 beschilderde voor het Dominicaanse klooster van de Antonietenorde in Isenheim in de Duitse Elzas. Het is een altaar schildering met meerdere luiken en met een pijnlijk realistische, verdrietige afbeelding van de lijdende Christus aan het kruis. Men toonde het altaarstuk aan lijders van het Sint-Antoniusvuur in de kapel van het kloosterziekenhuis in de hoop dat de aanblik zou bijdragen aan een snel herstel. Het Sint-Antoniusvuur, ook wel de kriebelziekte (ergotisme) genoemd, was een epidemische ziekte die werd veroorzaakt door het eten van besmet graan, vooral rogge.

De Kruisiging, een van de panelen op het Isenheimer altaarstuk dat men kan zien als het veelluik is gesloten. De vrouw links in het witte gewaad is Maria, ondersteund door Johannes de Evangelist. Voor hen knielt Maria Magdalena biddend bij het kruis. Rechts staat Johannes de Doper afgebeeld met de volgende tekst: Hij moet groter worden, ik kleiner (Joh. 3:30). Het paneel werd beroemd, omdat men in die tijd niet gewend was aan dergelijke realistisch geschilderde composities. Knap geschilderd is het licht dat op het tafereel van de kruisiging valt tegen een donkere achtergrond.Locatie: Het Isenheimer altaar staat in het Unterlinden Museum (Musée Unterlinden), gelegen aan de Place des Unterlinden in de Franse stad Colmar. Dit deel van de Elzas behoorde vroeger bij Duitsland.
Afbeelding: De Kruisiging, een van de panelen op het Isenheimer altaarstuk dat men kan zien als het veelluik is gesloten. De vrouw links in het witte gewaad is Maria, ondersteund door Johannes de Evangelist. Voor hen knielt Maria Magdalena biddend bij het kruis. Rechts staat Johannes de Doper afgebeeld met daarbij de volgende tekst: Hij moet groter worden, ik kleiner (Joh. 3:30). Het paneel werd beroemd, omdat men in die tijd niet gewend was aan een dergelijke realistisch geschilderde compositie. Knap geschilderd is het licht dat op het tafereel van de kruisiging valt tegen een donkere achtergrond.
Locatie: Het Isenheimer altaar staat in het Unterlinden Museum (Musée Unterlinden), gelegen aan de Place des Unterlinden in de Franse stad Colmar. Dit deel van de Elzas behoorde vroeger bij Duitsland.

De boerenschilder Pieter Bruegel de Oude

Pieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569) hoorde als kunstschilder bij de Noordelijke renaissance. Hij werd ergens in de omgeving van de Nederlandse stad Breda geboren. Zijn zoons Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude traden later in de voetsporen van hun vader, al schilderde Jan in de stijl van de barok. Zij konden het vak niet van hun vader leren, omdat deze helaas al jong was gestorven. Pieter Bruegel de Oude noemde men vaak de boerenschilder, omdat veel van zijn werken het boerenbestaan tot onderwerp had. Dit varieerde van landschapstaferelen, het oogsten van het graan tot aan boerenbruiloften.

De boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oudere uit 1566-1569 iin het Kunsthistorisches Museum in Wenen.
Afbeelding: De boerenbruiloft, van Pieter Bruegel de Oude uit 1567-1568, een olieverfschilderij op eikenhout. De bruid zit recht onder de groene luifel in een boerenschuur. Het is niet duidelijk wie de bruidegom is. Het is opvallend dat de afgebeelde mensen op het schilderij niet lachen, al kijken de meesten wel met een tevreden blik om zich heen. Een verwijzing naar het harde bestaan dat deze mensen leidden. Ook draagt iedereen een hoofddeksel. De ruimte wordt voor de beschouwer extra levendig door de diepte in het geschilderde interieur, mede dankzij het juiste gebruik van het lijnperspectief door de kunstschilder. Een opmerkelijk feitje: de voorste drager van de houten planken met borden, de man met de groene hoed, lijkt drie benen te hebben. Dit is misschien een foutje van de kunstschilder of hij wil ons op een of andere manier op het verkeerde been zetten. 
Locatie: De boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oude hangt in het Kunsthistorisch Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, gehuisvest in een gebouw in de late neorenaissancestijl aan de Ringstraße en bij het Maria-Theresienplatz. De Burgring scheidt het Kunsthistorisch Museum Wenen van het terrein van de Hofburg Wenen, het keizerlijk winterpaleis van de Habsburgse aartshertogen van Oostenrijk. In de zomer verbleven zij in het bekende Schloss Schönbrunn.

Toch is deze benaming niet terecht. Pieter Bruegel was veel meer dan dat. Hij was een echte humanist en in die zin geïnteresseerd in het dagelijks leven dat hij om zich heen zag. Zijn tekeningen, prenten en schilderijen geven een meesterlijk beeld van het leven in de eerste helft van de 16de eeuw. Hij componeerde zijn schilderijen echter niet naar de werkelijkheid, maar hij plukte, als het ware, allerlei landschappen bij elkaar om er een nieuwe landschapscompositie van te maken. De details, daarentegen, klopten altijd. De boerenwerktuigen, de huizen, de vogels, de ambten, de karakteristieke koppen en zelfs de ziekten die mensen bij zich droegen schilderde hij tot in het kleinste detail op zijn doeken.

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip van Pieter Bruegel uit 1565.
Afbeelding: Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, van Pieter Bruegel de Oude uit 1565. Het winterse landschap is fraai getroffen in kleur en compositie. Op het ijs wordt geschaatst, met een tol gespeeld en wedstijden ijscolfen en klootschieten gehouden. Een vogelknip is een val voor vogels. Deze staat rechts op het schilderij in de vorm van een houten schot dat op een stok staat. Als de stok valt, dan is de vogel gevangen. Een uniek inkijkje in het recreatieve leven in de 16de eeuw. Ons klimaat verkeerde in deze periode in een `tussenijstijd’ met strenge winters, zoals goed te zien is op dit kunstwerk. Het schilderij staat ook symbool voor het vergankelijke leven van een mens en de verlokkingen die hem en haar omringen. Het ijs blijft altijd een gevaarlijke plek om op te vertoeven en kan zomaar breken met alle gevolgen van dien. De vogelknip staat symbool voor de duivel die de mens in zijn val probeert te lokken. Het schilderen vanuit een hogere positie, het zogenoemde vogelperspectief, had Bruegel van zijn Italiaanse tijdgenoten afgekeken. 
Locatie: Dit winterlandschap van Pieter Bruegel de Oude hangt sinds 1973 in een van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Het museum ligt op een afstand van 1,5 kilometer ten zuidoosten van de Grote Markt in Brussel. Het betreft hier een legaat van mevr. Delporte-Livrauw en dr. Franz Delporte uit Brussel.

Net als veel tijdgenoten reisde Pieter Bruegel de Oude naar Italië, maar hij liet zich in zijn onderwerpskeuze niet door de Italiaanse kunstschilders beïnvloeden. De kunsthistorici kwalificeren hem nu tot een van de belangrijkste kunstschilders in de Noordelijk renaissance.

Leonardo da Vinci, Michelangelo, Rafaël en Titiaan

Het was de tijd van de beroemde kunstenaars Leonardo da Vinci, Michelangelo Buonarroti, Rafaël Santi en Titiaan. Het leek of de kunstwereld zich van de donkere middeleeuwen had bevrijdt. Niet alleen God schiep de mens, maar er waren nu ook kunstenaars die kunstwerken in de vorm van een mens schiepen: de ambachtsman was weer kunstenaar geworden. Dit kwam onder meer tot uiting in hun meesterwerken: `Het laatste avondmaal’ en de `Mona Lisa’ van Leonardo da Vinci, de `School van Athene’ van Rafaël en het volledig beschilderde gewelf van de Sixtijnse kapel van Michelangelo. Dit waren zeker niet de enige meesterwerken van deze geniale kunstenaars, maar wel de bekendste. Bijzonder is de veelzijdigheid van deze grootmeesters in de kunst. Rafaël was naast kunstschilder ook architect; Michelangelo toonde zijn kunsten als schilder, architect, uitvinder, dichter en beeldhouwer; en Leonardo da Vinci verwierf faam als kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, ingenieur, filosoof, scheikundige, natuurkundige, bioloog, anatomist en uitvinder. U moet hierbij bedenken dat deze periode van hoog-renaissance zich in een periode van slechts 25 jaar ontplooide en wel van het jaar 1495 tot 1520. 

Het 5,17 meter hoge beeld van David, van de hand van de kunstenaar Michelangelo, uit de periode 1501 tot 1504. Het is een van de bekendste beeldhouwwerken, gemaakt van Carrara-marmer, in de geschiedenis van de kunst. Ook anatomisch is het een meesterwerk, al lijken de benen wat kort. Oorspronkelijk zou het beeld van David hoog in de kathedraal van Florence geplaatst worden en het beeld dan, omhoog kijkend, in perspectief kon zien. Locatie: Oorspronkelijk stond het beeld van David op de Piazza della Signoria voor het Palazzo Vecchio in Florence. Sinds 1873 staat deze sculptuur in de Galleria dell'Accademia di Firenze (de Galerij van de Academie van Florence) aan de Via Ricasoli, niet ver verwijdert van het Plaza di San Marco. Op de Piazza della Signoria staat sinds 1910 een replica.
Afbeelding: Het 5,17 meter hoge beeld van David, van de hand van de kunstenaar Michelangelo, uit de periode 1501 tot 1504. Het is een van de bekendste marmeren beeldhouwwerken uit de geschiedenis van de kunst. Ook anatomisch is het een meesterwerk, al lijken de benen wat kort. Oorspronkelijk zou het beeld van David hoog in de kathedraal van Florence geplaatst worden zodat men het beeld dan, omhoog kijkend, in perspectief kon zien.
Locatie: Oorspronkelijk stond het beeld van David op de Piazza della Signoria voor het Palazzo Vecchio in Florence. Sinds 1873 staat deze sculptuur in de Galleria dell’Accademia di Firenze (de Galerij van de Academie van Florence) aan de Via Ricasoli, niet ver verwijdert van het Plaza di San Marco. Op de Piazza della Signoria staat sinds 1910 een replica. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International.

Leonardo da Vinci, een veelzijdig mens en kunstenaar

Zoals al beschreven was Leonardo da Vinci (1452–1519), geboren in Vinci, een dorp op 3 kilometer afstand van de Italiaanse stad Florence, een zeer veelzijdig mens en kunstenaar. Veel van de teksten die hij schreef bleven lang onopgemerkt, omdat hij de gewoonte had om in spiegelschrift te schrijven. Naar alle waarschijnlijkheid vond hij dit eenvoudiger omdat hij linkshandig was. Zeker weten doen we dit niet. Tijdens zijn leven schreef hij duizenden bladzijden vol met wetenswaardigheden; alles wat hij zag wilde hij onderzoeken, van het ontleden van lijken tot de manier waarop een vlinder vloog. Hij leek niet geïnteresseerd in rijkdom en roem en hij gaf zijn schrijfwerk niet in boekvorm uit.
In de schilderkunst omschreef en gebruikte hij het luchtperspectief, ook wel het atmosferisch perspectief genoemd, waarbij figuren op het schilderdoek vervaagden naar gelang ze verder weg stonden, omdat de lucht tussen de kijker en de geobserveerde dikker werd naar gelang de afstand tussen hen groter werd.
Ook gebruikte Leonardo da Vinci een techniek die we sfumato noemen. Letterlijk betekend dit `rokerig’. Op deze wijze kon hij de harde randen van afgebeelde figuren wat vervagen, door de omgeving rokerig te schilderen. Daarmee werden deze afgebeelde figuren meer één met het hun omringende landschap. Hierdoor kwamen zijn geschilderde figuren daadwerkelijk tot leven. Een techniek die we later in het impressionisme weer terugzagen. Zo maakte Leonardo da Vinci ook gebruik van chiaroscuro, een techniek waarbij de transitie tussen licht en donker voor een 3D-effect zorgde. Al deze technieken, die het gevolg waren van zijn onvoorstelbare zucht naar kennis, zie je terug in zijn beroemde schilderij met de naam Mona Lisa.

De Mona Lisa, een portret van Mona Lisa del Giocondo en geschilderd in de periode 1503-1506, van de Italiaanse schilder Leonardo da Vinci
Afbeelding: De Mona Lisa werd geschilderd in de periode 1503-1506, door de Italiaanse schilder Leonardo da Vinci. De glimlach van de Mona Lisa is legendarisch. In postuur is zij in driekwart geschilderd, maar haar gezicht is bijna frontaal op het paneel van populierenhout aangebracht. Haar ogen kijken je net niet recht aan, wat haar blik alleen maar raadselachtiger maakt. Dagelijks genieten niet minder dan 20.000 bezoekers van haar verschijning. Het betreft hier een portret van Lisa Gherardini, de echtgenote van de Florentijnse zakenman en handelaar in zijde Francesco del Giocondo die de opdracht voor dit wereldberoemde schilderij gaf. 
Locatie: De Mona Lisa van Leonardo da Vinci hangt in het Louvre in de Franse hoofdstad Parijs. Dit kunstmuseum ligt in het 1e arrondissement van Parijs, net ten noorden van de Seine.

In het `Laatste avondmaal’ toonde hij wederom zijn kunstenaarschap. De natuurlijke manier waarop Jezus in deze prachtig opgebouwde compositie tussen zijn verbouwereerde apostelen zit, Jezus had net verteld dat er een verrader onder hen school, was voor die tijd revolutionair.

Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci uit de periode 1495 tot 1498.
Afbeelding: Het laatste avondmaal, van Leonardo da Vinci, geschilderd in de periode 1495 tot 1498. In 1943 werd het klooster Santa Maria delle Grazie, waarin deze fresco hangt, gebombardeerd, maar het kunstwerk overleefde wonderwel de beschietingen. De compositie is opgebouwd uit 4 groepen van 3 apostelen die de centraal gepositioneerde gestalte van Jezus flankeren. Door de figuren op deze wijze te positioneren maakte hij de interactie tussen de figuren zichtbaar. De lijnen van het perspectief komen via de wanden samen bij de openingen in de achterwand waardoor het daglicht naar binnen straalt. Door het lijnperspectief en het binnenvallende licht vestigt de schilder nog meer aandacht op de centrale figuur van Jezus. De vrouwelijke uitstraling van Johannes, die links naast Jezus staat afgebeeld, is opmerkelijk. Het zou net zo goed Maria Magdalena kunnen zijn. Judas Iskariot is donkerder afgebeeld en trekt zich letterlijk wat terug na het horen van de onthulling van zijn plan. Hij houdt de kleine zak met 30 zilverstukken, die hij kreeg voor het uitleveren van Jezus, stevig vast.
Locatie: Het laatste avondmaal van Leonardo da Vinci is te bezichtigen in de eetzaal van het Dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie, gelegen aan het Piazza di Santa Maria delle Grazie in de Italiaanse stad Milaan.

Leonardo da Vinci was ook de man die de eerste ontwerpen voor een vliegmachine tekende en andere innovaties beschreef die pas veel later in de geschiedenis werkelijkheid zouden worden.

De krachtige en natuurlijk bewegende figuren van Michelangelo

Michelangelo Buonarroti (1475-1564) was al als jongeling in de leer bij de toen beroemde schilder Domenico Ghirlandaio, een meester in zijn tijd. Toch was Michelangelo niet onder de indruk van de kunstwerken van zijn leermeester. Hij liet zich meer beïnvloedden door de meesters uit het verleden, zoals Masaccio, Giotto en Donatello. Ook werd hij geïmponeerd door de krachtige beeldhouwwerken van de oude Grieken en Romeinen. De manier waarop zij het menselijk lichaam in al zijn of haar gespierdheid toonden maakte grote indruk op hem. Hij studeerde net zolang op het menselijk lichaam, het ontleden van lijken hoorde daar ook bij, totdat het menselijk lichaam in al zijn vormen en bewegingen geen geheimen meer voor hem bezat. Deze krachtige en natuurlijk bewegende, welhaast bezielde figuren vind je in al zijn kunstwerken terug, zowel in zijn marmeren beeldhouwwerken, met de beelden van David en de Pietà als voorbeelden, als in zijn schilderwerken met als kunstzinnig hoogtepunt de beschildering van het gewelfde plafond van de Sixtijnse kapel in Rome (zie de afbeelding op deze webpagina), waar Michelangelo van 1508 tot 1512 in alle eenzaamheid aan werkte. De levendige fresco’s met taferelen uit het Oude Testament, op een oppervlak van niet minder dan 500 vierkante meter, beschouwt men als het hoogtepunt van de renaissancekunst. Michelangelo had vier jaar lang boven zijn hoofd op het plafond van de Sixtijnse kapel geschilderd. Het gevolg was een oogafwijking waardoor hij alleen nog kon lezen als hij de papieren boven zijn hoofd hield.

Sibyl van Delphi in de Sixtijnse kapel in het Vaticaan. van de hand van Michelangelo
Afbeelding: De Sibille van Delphi, een portret op het plafond van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan van de hand van de kunstenaar Michelangelo. De Sibille van Delphi was in de klassieke oudheid een maagd die als orakel de toekomst voorspelde. Volgens de overlevering voorspelde zij dat er ooit een verlosser geboren zou worden die de mensheid verkeerd ging beoordelen en vervolgens met een doornenkroon zouden tronen. Een vooraankondiging van het bestaan van Jezus Christus. Het licht dat schuin op haar gezicht schijnt, de wat geschrokken blik in haar bruine ogen, de wat openstaande mond en haar onopgesmukte uiterlijk zijn door Michelangelo op een natuurlijke wijze weergegeven.
Locatie: De Sixtijnse Kapel is de bekendste kapel in het Apostolisch Paleis, de residentie van de paus in Vaticaanstad in Rome (Italië).

Zijn kunstwerken in de Sixtijnse kapel ontstegen letterlijk en figuurlijk de schilderingen op de wanden van zijn voorgangers met daaronder zijn leermeester Ghirlandaio en de meester-schilder Botticelli. Botticelli was met name bekend om zijn schilderijen `Primavera’, dat hij in 1478 schilderde, en `De geboorte van Venus’ dat in 1485 het levenslicht zag. Michelangelo leefde en werkte in dezelfde tijd als Leonardo da Vinci, al waren zij geen vrienden.
De bekendste beeldhouwwerken van Michelangelo zijn het vijfeneenhalve meter grote standbeeld van David, dat in het jaar 1503 gereed kwam, en de Pietà voor de Sint-Pietersbasiliek. 

De Pietà van Michelangelo in de Sint Pieterbasiliek in het Vaticaan
Afbeelding: De Pietà van Michelangelo werd in 1497 uit marmer gebeeldhouwd en staat in de Sint Pietersbasiliek in het Vaticaan. Oorspronkelijk was het bedoeld als grafmonument voor de laatste rustplaats van kardinaal Jean de Bilhères, de toenmalige abt van Saint-Denis. Het wordt gezien als een van de meesterwerken van Michelangelo.
Locatie: De Pietà van Michelangelo staat in de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad midden in de Italiaanse hoofdstad Rome.

Michelangelo zijn interesse ging in het laatste deel van zijn kunstenaarsloopbaan, zo tussen 1535 en 1564, vooral uit naar de architectuur. Hij ontwierp enkele monumentale gebouwen die ook nu nog een grote indruk maken op de beschouwers die de Italiaanse hoofdstad Rome bezoeken. Bekend is het Campidoglio op de Capitolijnse heuvel, een plein afgezoomd met drie indrukwekkende paleizen. Midden op het plein rijst de beeltenis op van de Romeinse keizer Marcus Aurelius (121-180 na Chr.), fier zittend op een paard.
De bouwmeesterhand van Michelangelo vinden we ook terug in de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad. Hij werkte verder op het bouwplan van de Italiaanse architect Donato Bramante (1444-1514), de man die ook het ronde Tempietto van San Pietro bouwde, een kerkje in Montorio. Met name het ontwerp van de imponerende koepel was eeuwenlang een voorbeeld voor Europese bouwmeesters. Michelangelo heeft zelf het eindresultaat niet gezien; de bouw van de koepel werd pas in 1590 voltooid.

De evenwichtige schilderingen van Rafaël

Ook de kunstschilder Rafaël Santi (1483-1520), kortweg Rafaël genoemd, leefde in dezelfde tijd als Leonardo da Vinci en Michelangelo, al werd hij slechts 37 jaar oud. Hij kwam ter wereld in het stadje Urbino in de provincie Umbrië en werd opgeleid door zijn vader, die werkte voor het hof in Urbino, en de meesterschilder Pietro Perugino (1446-1523). Hij vervolgde zijn carrière in de Italiaanse steden Perugia en Florence. Rafaël had goed gekeken naar de werken van zijn beroemde tijdgenoten, maar drukte daar zijn eigen stempel op. Niemand hechtte zoveel belang aan harmonie en evenwicht in zijn schilderingen als hij. Hij bouwde zijn werken bijna mathematisch op vanuit tal van denkbeeldige driehoeken, maar ook in de afgebeelde figuren zocht hij naar evenwicht. In zijn bekendste werk, de `School van Athene’ plaatste hij de idealistische filosoof Plato en de realistische filosoof Aristoteles naast elkaar in het centrum van de schildering.

De School van Athene van de meester kunstschilder Rafael
Afbeelding: De School van Athene, uit de periode 1509-1511, van de Italiaanse kunstschilder Rafaël. Op deze muurschildering staan tal van wijzen en geleerden uit het oude Griekenland met in het midden van de compositie de filosofen Plato en Aristoteles. Op de onderste rij, de 2de persoon gerekend vanaf rechts, heeft Rafaël zichzelf wat verscholen afgebeeld als Apelles van Kos, een bekende schilder uit de 4de eeuw voor Chr.. U herkent hem aan zijn zwarte hoedje. Met deze fresco benadrukte Rafaël dat de waarheid gevonden wordt door gebruik te maken van het verstand. De voorstelling toont ook de interesse aan die men tijdens de renaissance had voor de klassieke oudheid.
Locatie: Deze fresco is aangebracht op een van de muren in de Stanze di Raffaello ofwel de Kamers van Rafaël in het Apostolisch Paleis in Vaticaanstad. Men neemt aan dat de Stanze di Raffaello de bibliotheek van de paus herbergde. In dit gebouw zijn vier wanden, die in een vierkant tegenover elkaar staan, beschilderd door Rafaël. Hij heeft op deze muren de vier soorten van humanistische wijsheid afgebeeld. De vier fresco’s zijn: `De School van Athene’, `Het Dispuut van het Heilig Sacrament’, `Parnassus’ en `De Kardinale deugden’.

De manier waarop hij vrouwen in al hun schoonheid en harmonie afbeeldde oogstte overal in Italië grote bewondering. Hij schilderde acht afbeeldingen van de Madonna met kind in een uitgebalanceerde compositie en met een Madonna van grote schoonheid, innerlijke rust en mededogen.

De Sixtijnse Madonna, van Rafael uit 1513/1514 hangt in de in de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden.
Afbeelding: De Sixtijnse Madonna, van de Italiaanse kunstschilder Rafaël uit 1513-1514. Deze Madonna met kind, een altaarstuk, is een van de bekendste meesterwerken uit de Italiaanse renaissance. Links voor de knappe en levensecht afgebeelde Maria staat de heilige Sixtus, terwijl rechts de heilige Barbara staat die naar twee wat ondeugend ogende putti (engeltjes) kijkt, onderaan de compositie. Als u goed kijkt dan zie u nog tientallen andere gezichten van engeltjes in de wolkenpartij achter Maria met het kindje Jezus. De twee putti en de voortschrijdende bewegingen die Maria en Barbara maken geven het schilderij een speelse uitdrukking. Deze levendigheid wordt nog versterkt door de manier waarop Sixtus Maria naar iets wijst in de verte. Men neemt aan dat er tegenover het altaarstuk, aan de andere kant van de kerk, een kruisbeeld hing met de lijdende Christus. De blauwe mantel van Maria verwijst naar haar aardse afkomst, terwijl haar rode trui haar hemelvaart symboliseert. Dit is een klassieke manier om Maria af te beelden die we ook terugzien in veel iconen. De drie figuren vormen samen een driehoek, eveneens een klassieke compositie. De heilige Barbara is gemodelleerd naar Francesca Luti, de geliefde van Rafaël. In de heilige Sixtus herkennen kunsthistorici Paus Julius II, die waarschijnlijk de opdracht gaf voor dit altaarstuk. 
Locatie: De Sixtijnse Madonna van Rafaël, uit 1513-1514, hangt in de Gemäldegalerie Alte Meister, een museum in het paleiscomplex Zwinger, gelegen aan het Theaterplatz in de Duitse stad Dresden.

Net als aan Michelangelo vroeg paus Julius II hem om in Rome te komen werken. De vraag van een paus stond in die tijd bijna gelijk aan een opdracht. In 1514 vroeg diezelfde paus of hij als architect aan de Sint-Pietersbasiliek wilde gaan werken als opvolger van de architect Donato Bramante die was overleden. Hij werkte hieraan totdat hij 6 jaar later zelf plotseling overleed.

La Donna Velada van de kunstschilder Rafaël uit de periode 1512-1515.
Afbeelding: La Donna Velata ofwel de vrouw met de sluier van Rafael. Hij schilderde deze vrouw in de periode 1512 tot 1515. Men vermoedt dat het een portret is van zijn geliefde maîtresse Margarita Luti. Hij zag haar als de ultieme belichaming van schoonheid. Het schilderij wordt wel eens vergeleken met de Mona Lisa van Michelangelo. Opmerkelijk in dit kunstwerk is de knap uitgewerkte schaduwwerking. De vrouw komt extra goed naar voren dankzij de donker geschilderde achtergrond. 
Locatie: Dit schilderij hangt in het Palazzo Pitti in de Italiaanse stad Florence. Het is een belangrijk museum dat is gevestigd in een voormalig renaissance paleis, het Palazzo Pitti. 

De Venetiaanse kunstschilder Titiaan

De Venetiaanse kunstschilder Titiaan (Tiziano Vecellio; circa 1487-1576) was de man die definitief brak met het schilderen op paneel en het linnen koos als de belangrijkste ondergrond voor zijn schilderijen. Hij leerde dit materiaal kennen van zijn grote voorbeeld Giorgione (1476-1510), evenals Titiaan een leerling van Giovanni Bellini (1430-1516). Toen Giorgione in 1510 stierf waren er veel onafgemaakte schilderijen van zijn hand die Titiaan verder afschilderde. Vandaar dat van veel kunstwerken niet zeker is aan wie men die moet toeschrijven: aan Giorgione of aan Titiaan, waaronder bijvoorbeeld het schilderij De storm’, ook wel `Het onweer’ genoemd, dat in de Galleria dell’Accademia in Venetië hangt.

De Storm, een schilderij van Giorgione, de leermeester van Titiaan, uit circa 1505. De betekenis van het schilderij is niet duidelijk, maar het is zonder twijfel een van de eerste schilderijen die wij kennen waarbij het landschap een dominerende rol in de compositie speelt. De twee afgebeelde figuren, een naakte vrouw en een soldaat (of herder) bevinden zich buiten de poorten van de stad Padua. Ze lijken letterlijk buitengesloten van het stadse leven en moeten hun eigen boontjes doppen. Het naderende onweer kan symbool staan voor een naderend onheil dat dit idyllische plaatje gaat verstoren. Oorspronkelijk had Giorgione op de plek van de man een tweede naakte vrouw geschilderd, maar deze is op het laatst vervangen. Het is niet duidelijk of Giogione dit heeft gedaan of dat we deze aanpassing aan Titiaan moeten toeschrijven.Locatie: De storm hangt in de Gallerie dell'Accademia in Venetië. In dit kunstmuseum hangt pre-19de-eeuwse kunst uit Noord-Italië. Het kunstmuseum bevindt zich in de Scuola della Carità op de zuidelijke oever van het Canal Grande, in de stadswijk Dorsoduro. Voorheen was hier ook de kunstacademie van Venetië gevestigd. 
Afbeelding: De Storm, een schilderij van Giorgione, de leermeester van Titiaan, uit circa 1505. De betekenis van het schilderij is niet duidelijk, maar het is zonder twijfel een van de eerste schilderijen die wij kennen waarbij het landschap een dominerende rol in de compositie speelt. De twee afgebeelde figuren, een naakte vrouw en een soldaat (of herder) bevinden zich buiten de poorten van de stad Padua. Ze lijken letterlijk buitengesloten van het stadse leven en moeten hun eigen boontjes doppen. Het naderende onweer kan symbool staan voor een naderend onheil dat dit overwegend idyllische samenzijn gaat verstoren. Oorspronkelijk had Giorgione op de plek van de man een tweede naakte vrouw geschilderd, maar deze is op het laatst vervangen. Het is niet duidelijk of Giorgione dit heeft gedaan of dat we deze aanpassing aan Titiaan kunnen toeschrijven.
Locatie: De storm hangt in de Gallerie dell’Accademia in Venetië. In dit kunstmuseum hangt kunst uit Noord-Italië uit de periode van voor het begin van de 19de eeuw. Het kunstmuseum bevindt zich in de Scuola della Carità op de zuidelijke oever van het Canal Grande, in de stadswijk Dorsoduro. Voorheen was hier ook de kunstacademie van Venetië gevestigd. 

Giorgione was ook de kunstschilder die zijn verf niet meer met harde, maar met zachte harsen mengde. Titiaan nam deze uitvinding van harte over, waardoor hij vloeiender kon schilderen en gebruik kon maken van meer variaties in kleur op zijn palet. Hij ging zich ook toeleggen op doeken van een klein formaat, geschilderd op een ezel. Deze schilderijen op een klein formaat waren zeer in trek bij de Venetiaanse adel en zouden typerend worden voor de Venetiaanse schilderkunst in de 16de eeuw. Titiaan schilderde op zijn ezel veel portretten die tot zijn belangrijkste oeuvre gingen behoren. Bekende portretten van Titiaan zijn het portret van een man uit 1510, het portret van Paus Paulus III uit 1543 en het portret van Isabella d’Este op jonge leeftijd uit 1534-1536.

Het portret van Isabella d'Este op jonge leeftijd uit 1534-1536. van de Venetiaans kunstschilder Titiaan.
Afbeelding: Het portret van Isabella d’Este (1474-1539) op jonge leeftijd, uit 1534-1536, van de Venetiaanse kunstschilder Titiaan. Zij was de markiezin van Mantua, beschermvrouw van de kunsten en in die tijd een mode-icoon. Veel vrouwen in dit tijd kopieerden haar kledingstijl. Met name haar Balzo, een hoofddeksel in de vorm van een donut, was zeer populair. Het schilderij is een goed voorbeeld van de fraaie portretten die Titiaan in Venetië maakte.
Locatie: Dit portret van Isabella d’Este, van de kunstschilder Titiaan, hangt in het Kunsthistorisch Museum, gelegen aan het Maria-Theresien-Platz in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Dat wil niet zeggen dat Titiaan alleen schilderijen in klein formaat maakte. Met zijn grote schildering op paneel van `De hemelvaart van Maria’, dat hij in de periode 1515 tot 1518 op het hoogaltaar van de Santa Maria Gloriosa dei Frari schilderde, werd Titiaan bekend als een van de belangrijkste schilders van het toenmalige Venetië.

De Hemelvaart van Maria, van de kunstschilder Titiaan. uit de periode 1516 tot 1518, gedurende de renaissance.
Afbeelding: De Hemelvaart van Maria, is een bijna 7 meter hoog olieverfschilderij van de kunstschilder Titiaan uit de periode 1516 tot 1518. Met deze kleurrijke en harmonieuze schildering, vol beweging en emotie, verwierf hij zijn faam in Venetië. Hij paste in deze compositie de techniek van de driehoek toe in de vorm van drie rode gewaden, waaronder de klassieke kleding die Maria draagt. De driehoek wijst in de richting van God de Vader.
Locatie: De Hemelvaart van Maria van Titiaan hangt in de Basilica di Santa Maria Gloriosa dei Frari, een basiliek aan de Campo dei Frari in het stadsdeel San Polo van de Italiaanse stad Venetië.

Nog bekender werd hij door zijn schilderij van de Venus van Urbino uit 1538 (zie de afbeelding in het begin van deze webpagina), gebaseerd op een schilderij van Giorgione dat hij in 1511 afschilderde, direct na de dood van Giorgione.
Vanaf ongeveer 1550 wijzigde Titiaan zijn stijl en werd zijn penseeltoets steeds losser, waarbij hij soms zelfs gebruik maakte van zijn vingers. Een techniek die nu gewoon is, maar toen uniek. Hij ging een volledig eigen stijl ontwikkelen, waarbij het schilderen van de werkelijkheid minder belangrijk werd. Titiaan wordt tegenwoordig door de kunsthistorici gezien als een van de belangrijkste schilders in de hoogrenaissance.

De verkrachting van Europa van Titiaan uit de periode 1560-1562.
Afbeelding: De roof van Europa, een schilderij van de kunstschilder Titiaan uit de periode 1560 tot 1562. Hij schilderde dit kunstwerk in de Italiaanse stad Venetië. Het is een goed voorbeeld van de lossere stijl die Titiaan vanaf 1550 hanteerde en zijn nieuwe interesse in mythologische verhalen, waarbij het schilderen van de werkelijkheid voor hem niet meer van belang was.
Het schilderij is geïnspireerd op een verhaal uit Ovidius’ Metamorfosen. Jupiter, de koning van de Goden was tot over zijn oren verliefd op Europa. Hij nam de gedaante van een krachtige witte stier aan en voegde zich bij een kudde die aan de kust graasde. Europa naderde de stier met haar uitgestrekte hand. Ze speelde met hem in een weiland en vlocht bloemen om zijn hoorns. Toen ze ondeugend op zijn rug klom, greep Jupiter zijn kans en dook in de zee met de angstige Europa op zijn rug. Jupiter raasde over de oceaan en Europa hield zich vast aan één hoorn van de witte stier. Met haar rode zijden sluier probeerde ze de aandacht te trekken van haar metgezellen aan de kust. Een geschubd zeemonster met stekels zwom dreigend naderbij. Een cupido achtervolgde hen op een dolfijn. De ontvoering en verkrachting zou uiteindelijk leiden tot de geboorte van Minos, de koning van Kreta en de Minoïsche beschaving, de eerste beschaving in Europa.

Locatie: De roof van Europa van Titiaan hangt in het Isabella Stewart Gardener Museum in Boston in de staat Massachusetts in de VS. Het museum ligt op loopafstand van het Museum of Fine Arts en vlak bij de Back Bay Fens. Het hier afgebeelde schilderij is helderder van kleur, dan illustraties in veel andere literatuur. Dit komt omdat het museum het schilderij in 2019 heeft schoongemaakt. 

 

Maniërisme, een zoektocht naar vernieuwing

Na de periode die men de renaissance noemde, volgde rond het jaar 1520 een stijlperiode die men aanduidde met het maniërisme. Een stijl die de kunsten domineerde tot ongeveer het jaar 1600 toen de barok haar intrede deed. Men probeerde de grote kunstschilders uit de renaissance te evenaren en zelfs te overtreffen, wat soms leidde tot overdreven voorstellingen van figuren. Deze gestileerde en kunstmatig gevormde figuren vielen op door de uit hun verband getrokken lichamen, overdreven weergegeven spierbundels met sterke draaiingen, relatief kleine hoofden en lange nekken. Zij probeerden daarmee extra dramatiek in de voorstelling te brengen en meer emotie. Fellere en soms killere kleuren in samenhang met de genoemde bijna gekunstelde uitdrukkingen van lichaamsdelen kregen de voorkeur boven de ideale verhoudingen uit de renaissance. De maniëristen verzetten zich met hun kunstuitingen tegen de strenge, klassieke regels van de renaissance.

Zelfportret van de Italiaanse kunstschilder Parmigianino uit 1524. De schilder portretteerde zichzelf via een bolle spiegel die de contouren van zijn bovenlichaam en de achtergrond vervormden. Een goed voorbeeld van de stijl van het maniërisme. Hij gaf hiermee aan dat de werkelijkheid anders getoond kon worden, dan men in die tijd gewend was.Locatie: Dit zelfportret van Parmigianino hangt in het Kunsthistorisches Museum in een monumentaal gebouw in neorenaissancestijl aan de Ringstraße aan het Maria-Theresienplatz in Wenen. 
Afbeelding: Zelfportret van de Italiaanse kunstschilder Parmigianino uit 1524. De schilder portretteerde zichzelf via een bolle spiegel die de contouren van zijn bovenlichaam en de achtergrond vervormden. Een goed voorbeeld van de stijl van het maniërisme. Hij gaf hiermee aan dat de werkelijkheid anders getoond kon worden, dan volgens de strenge regels die men tijdens de renaissance gewend was.
Locatie: Dit zelfportret van Parmigianino hangt in het Kunsthistorisches Museum, een monumentaal gebouw in neorenaissancestijl aan de Ringstraße bij het Maria-Theresienplatz in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. 

De kunstcritici waren in die tijd niet te spreken over deze maniertjes, zoals zij het noemden. Het was de geboorte van het maniërisme. Toch was het een poging van de toenmalige kunstenaars om de kunst te vernieuwen en te veranderen, pogingen die kenmerkend zijn voor de transitie naar een nieuwe kunststijl. Bekende kunstschilders uit deze stijlperiode zijn onder meer de Italiaanse architect Giulio Romano (1499-1546), de Italiaanse schilder en etser Parmigianino en de Griek El Greco.

De Griekse kunstschilder El Greco

De Griekse kunstschilder El Greco (1541-1614), die eigenlijk Domenikos Theotokopoulos heette en uit Kreta kwam, woonde en werkte een groot deel van zijn leven in de Spaanse stad Toledo. Hij was populair onder hoogwaardigheidsbekleders en legde zich toe op religieuze schilderijen en portretten. Men rekent de schilderstijl van El Greco tot het maniërisme. Dit is vooral te zien aan de langgerekte vormen van de figuren die hij schilderde en de expressieve kleuren die hij in zijn kunstwerken gebruikte. Zijn kleurgebruik en composities zouden zo uit het tijdperk van de expressionistische kunst kunnen stammen. In die zin was El Greco zijn tijd ver vooruit. 

Het visioen van de de heilige Johannes, van de kunstschilder El Greco, geschilderd in de periode 1608-1614
Afbeelding: `Het visioen van de heilige Johannes’, ook wel de `Verbreking van het zegel’ genoemd. Een kunstwerk van de schilder El Greco, geschilderd in de periode 1608-1614. Het schilderij maakte deel uit van een veel groter altaarstuk voor het ziekenhuis van Johannes de Doper in Toledo. Het beeldt een passage in de Bijbel uit, de Openbaring van Johannes (6:9-11), die de opening van het vijfde zegel aan het einde der tijden beschrijft, en de verdeling van witte gewaden aan `hen die waren gedood voor het werk van God en voor de getuigenis die ze hadden afgelegd.’
Locatie: Het schilderij hangt in het Metropolitan Art Museum in New York in de VS. U vindt The Met, zoals men dit kunstmuseum ook wel noemt, aan de oostzijde van het Central Park in Manhattan.

De Italiaanse kunstschilder en etser Parmigianino

Parmigianino (1503-1540), wiens echte naam Francesco Mazzola was, ging het verste in het overdrijven van de bevalligheid van zijn figuren. Hij verlengde ledenmaten en de hals van zijn hoofdpersonen, zoals in het schilderstuk `Madonna met de lange hals’ uit 1535. 

Madonna met de lange hals, van Parmigianino uit 1535
Afbeelding: Madonna met de lange hals, van de kunstschilder Parmigianino uit 1535. Opmerkelijk is de verfijnde sensualiteit in dit schilderij. Je voelt bijna de invloedrijke aanwezigheid van Rafaël. Door de hals, de handen en het luxe omklede lichaam van Maria te verlengen maakte hij zijn figuren echter dromeriger en bevalliger voor de beschouwer van dit kunstwerk. Hetzelfde gold voor de verlenging van de vormen in het kindje Jezus dat op haar schoot rust. Aan haar rechterzijde verdringen zich zes engelen, waarvan er één zich in de schaduw van de rechterelleboog van Maria schuil houd. In de rechter benedenhoek van het schilderij bevindt zich een raadselachtig tafereel, met een marmeren zuil en de half ontklede kritische kerkgeleerde Hiëronymus, met in zijn handen een van de heilige geschriften die hij tijdens zijn leven vertaalde in het Latijn. Het schilderij werd een icoon van het maniërisme.
Locatie: Dit kunstwerk hangt in  de Galerie Uffizi, een museum in het historische centrum van de Italiaanse stad Florence.

Andere bekende maniëristen

In Venetië waren het Paolo Veronese (1528-1588) en Tintoretto (1518-1594) die zich in deze schilderkunst uitten, terwijl in Florence de kunstschilders Agnolo Bronzino (1503-1572), Rosso Fiorentino (1495-1540), Jacopo da Pontormo (1494-1557) en Girolamo Macchietti (1535-1592) op deze wijze de schilderkunst wilden vernieuwen. In de beeldhouwkunst bekeerden de Italiaanse beeldhouwers Giorgio Vasara (1511-1574), Giovanni da Bologna (1529-1608), Baccio Bandinelli (1493-1560) en Benvenuto Cellini (1500-1571) zich tot het maniërisme. Bekend is het gouden peper- en zoutstel dat Benvenuto Cellini in de periode 1539 tot 1543 maakte voor Frans I van Frankrijk.

Het gouden peper en zoutstel van Benvenuto Cellini uit de periode 1539 tot 1543.
Afbeelding: Het gouden peper- en zoutstel, ook bekend als de Saliera, van Benvenuto Cellini, uit de periode 1539 tot 1543. In het tempeltje hoort de peper; het gouden schaaltje is voor het zout. De vrouw stelt de aarde voor, de man het water in de vorm van de zeegod Poseidon. Hij draagt de drietand van de zeegod Poseidon in zijn rechterhand. Poseidon was ook de god van de paarden, die in goud staan afgebeeld. De man en de vrouw zitten met ineengestrengelde benen, wat het kunstwerk een erotische lading geeft. De basis van het peper- en zoutstel is van kostbaar ebbenhout, gedeeltelijk bewerkt met email. De figuren en afwerkingen zijn van puur goud.
Locatie: Dit gouden peper- en zoutstel van Benvenuto Cellini staat in het Kunsthistorisch Museum in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen en werd vervaardigd voor Frans I van Frankrijk. U vindt dit museum aan de Ringstraße bij het Maria-Theresienplatz in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. 

Benvenuto Cellini schreef ook zijn autobiografie. Het is één van de belangrijkste autobiografieën uit de renaissance. Hij sprak daarin onder meer vrij uit over zijn minnaressen, minnaars en de vele gewelddadige conflicten die hij tijdens zijn leven had. Het geeft een goed inzicht in het dagelijks leven gedurende de renaissance. 
De bekendste maniëristische architect in deze periode is Andrea Palladio (1508-1580) die eigenlijk Andrea di Pietro della Gondola heette. In zijn ontwerpen verwerkte Palladio klassieke elementen uit de oudheid. Bekend is zijn ontwerp voor de Villa Rotonda uit 1566 bij Vicenza. Hier plaatste hij oud-Griekse tempelfaçades voor de vier gevels van het landhuis. Opmerkelijk is de strakke, symmetrische opbouw van zijn gebouwen.

De Villa Rotonda van Palladio uit 1566
Afbeelding: De Villa Rotonda, uit 1550, van de bouwmeester Andrea Palladio, gelegen bij de Italiaanse stad Vicenza. Het maniëristische gebouw heeft een strakke, symmetrische opbouw met klassieke tempelfaçades als gevels. Vanuit de woonkamer van de villa kijk je op het omringende landschap. In zijn gebouwen legde hij altijd een relatie met de omgeving, een zienswijze die tot op de dag van vandaag veel wordt toegepast.
Locatie: De Villa La Rotonda, officieel de Villa Almerico Capra geheten, bevindt zich op de Via della Rotonda, 45 in de Italiaanse stad Vicenza (Vicenza VI), gelegen op een afstand van 60 kilometer ten westen van Venetië.

Maniëristen in Vlaanderen en Holland

Ook in Vlaanderen en Holland vond men navolgers van het maniërisme, waaronder de beeldhouwer Adriaen de Vries (die men later de Rembrandt onder de beeldhouwers noemde; 1556-1626), de beeldhouwer en bronsgieter Jacob Jonghelinck (1530-1606), de Brabantse kunstschilder Jan de Beer (1475-1528), de kunstschilder Jan Gossaert (die men ook wel Mabuse noemde; 1478-1532), de kunstschilder Joos van Cleve (1485-1541), de kunstschilder Quinten Metsijs (1466-1530), de Brabantse kunstschilder Frans Floris (1517-1570) en zijn leerling de kunstschilder Maerten de Vos (1532-1603). In Haarlem woonden en werkten de kunstschilder, prentkunstenaar en tekenaar Hendrick Goltzius (1558-1617), de kunstschilder en tekenaar Cornelis Cornelisz van Haarlem (1562-1638) en de Vlaamse schrijver en kunstschilder Karel van Mander (1548-1606). Zij bezaten samen een academie in Haarlem, vandaar dat men over het Haarlems maniërisme spreekt. Karel van Mander schreef in 1604 het bekende Schilder-boeck waarin hij het leven en werk van veel schilders beschreef uit de 16de eeuw. Dankzij hem is veel informatie over kunstschilders en specifieke kunstwerken bewaard gebleven.

Madonna met kind, van Jan Gossaert uit 1527 in het Prado Muse.um
Afbeelding: Madonna met kind, uit de periode 1527-1530, van de Nederlandse kunstschilder Jan Gossaert die men ook wel Mabuse noemde. De geschilderde figuren lijken gebeeldhouwd uit gepolijst marmer, terwijl de liefde tussen moeder en kind geloofwaardig is verbeeld. Het boek dat Maria vasthoudt en waar Jezus met een voet op staat  verwijst naar de evangeliën. Maria is klassiek gekleed in de kleuren rood en blauw die respectievelijk verwijzen naar de hemel en de aarde.
Locatie: In 1572 schonk koning Filips II van Spanje dit schilderij van Maria met kind aan het klooster van het Escorial, gelegen in de stad San Lorenzo de El Escorial, op een afstand van circa 45 kilometer ten noordwesten van de Spaanse hoofdstad Madrid. Dit schilderij van Jan Gossaert hangt nu in het Prado Museum, gelegen aan de Calle de Ruiz de Alarcón in de Spaanse hoofdstad Madrid.

 

Grote afbeelding: De schepping van Adam, van de Italiaanse kunstenaar Michelangelo. God schenkt op deze fresco Adam het leven, zodat hij als sterveling kan denken, voelen en bewegen. Adam kijkt verlangend op naar God, maar eveneens naar Eva die door God met zijn linkerarm wordt omhelst. Het betreft een deel van de beschildering van het gewelfde plafond van de Sixtijnse kapel in Rome uit de periode 1508-1512.
Locatie: De schepping van Adam hangt in de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad (Rome). Het is zonder twijfel de bekendste kapel in het Apostolisch Paleis, de residentie van de paus in Vaticaanstad.

 

Delen:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn
De schepping van Adam, van de Italiaanse kunstenaar Michelangelo. God schenkt op deze fresco Adam het leven, zodat hij als sterveling kan denken, voelen en bewegen. Het betreft een deel van de beschildering van het gewelfde plafond van de Sixtijnse kapel in Rome in de periode 1508-1512. In deze schilderingen bracht Michelangelo ook zijn homoseksuele gevoelens tot uitdrukking.  Locatie: De schepping van Adam hangt in de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad (Rome).

Inhoudsopgave

Copyright © 2022. All Rights Reserved

error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt.